1 November 2023
Zalige Michaël McGivney
Dierbare Vrienden,
«In de tegenwoordige omstandigheden is het volstrekt noodzakelijk om op het terrein van de lekenarbeid de gezamenlijke en georganiseerde vorm van apostolaat te versterken, want alleen een hechte bundeling van krachten is in staat om alle doelstellingen van het moderne apostolaat volledig te verwezenlijken en de resultaten ervan doeltreffend te beschermen.. Hierbij is het van bijzonder belang, dat het apostolaat ook de gemeenschappelijke mentaliteit en de sociale situatie weet te bereiken van degenen, tot wie het zich richt; anders zullen dezen niet zijn opgewassen tegen de pressie, die wordt uitgeoefend door de publieke opinie en de bestaande instellingen» (Vaticanum II, decreet Apostolicam actuositatem, 18 november 1965, nr. 18). Dit soort van apostolaat wordt beoefend sinds de XIXe eeuw door de Ridders van Columbus, gesticht door de zalige Michael MacGivney..
Michael Joseph McGivney is geboren op 12 augustus 1852 in Waterbury in Connecticut, in het Noord-oosten van de Verenigde Staten; zijn ouders, Patrick en Mary, zijn katholieke Ierse immigranten. Zoals zovele andere Ieren, hebben ze hun land moeten ontvluchten, tussen 1848 en 1852, vanwege een verschrikkelijke hongersnood: bijna 20% van de bevolking is omgekomen en evenveel zijn geëmigreerd, vooral naar de Verenigde Staten en naar Canada. Deze rijke landen kunnen evenwel deze massieve toevloed van immigranten niet snel aan en velen van hen komen terecht in een ellendig bestaan. In dit voor de meerderheid protestants land worden de katholieke families vaak geconfronteerd met vooroordelen en maatschappelijke uitsluiting. De Ieren zijn vaak gedwongen de gevaarlijkste banen in de mijnen, bij de spoorwegen en in de fabrieken aan te nemen. Ongevallen, ziektes en overwerktheid leiden vaak tot een vroege dood van de gezinsvaders, die hun weduwe en kinderen in ellende moesten achterlaten.
Michael is de oudste van twaalf kinderen, waarvan er zes op jonge leeftijd sterven. Thuis en in de kerk leert Michael bidden en de liefde van God boven alles te verheffen. Als goede leerling van de openbare school van Waterbury onderscheidt hij zich door zijn uitmuntende resultaten, slaat zelfs klassen over, en sluit zijn schooltijd af met een voorsprong van meerdere jaren. Vanaf zijn dertiende begint hij te werken in een koperfabriek om een bijdrage te leveren in de inkomsten van het gezin.
Daar de groei van de katholieke bevolking sneller is dan die van de geestelijkheid wordt een grote behoefte aan priesters voelbaar. Aangemoedigd door zijn pastoor besluit Michael, die het heeft begrepen en ondanks het verzet van zijn vader, priester te worden.. In de Verenigde Staten zijn katholieke seminaries in die tijd niet talrijk, en de plaatsen erin zijn beperkt. Er heerst burgeroorlog, de zogeheten “Secessieoorlog” (1861-1865), met zijn nasleep aan haatgevoelens. Sinds enkele jaren geven bepaalde protestantse sektes en geheime genootschappen voeding aan het verzet tegen het katholicisme; de bisschoppen en seminariedirecteuren moeten de kandidaten voor het priesterschap strenger gaan selecteren om geen enkele aanleiding te geven tot laster en verzet. In 1868 gaat Michael, wiens vader eindelijk zijn zegen heeft gegeven, naar het seminarie van Sint Hyacinthus in Québec (Canada). Na er twee jaar te hebben gestudeerd houdt de jongeman een pauze van een jaar en zet vervolgens zijn opleiding voort in het seminarie Onze-Lieve-Vrouw der Engelen, in de staat New York (1871-1872). Sport neemt er een belangrijke plaats in en Michael ontpopt zich als een uitstekende baseball speler. Hij keert vervolgens terug naar Québec, naar het college Sainte-Marie dat wordt bestuurd door de jezuïeten..
Maar in juni 1873 sterft zijn vader; daar hij de oudste in het gezin is, moet de seminarist terug naar zijn familie om de zorg te dragen voor de opvoeding van de jongsten. Zijn oudste zusjes vinden evenwel spoedig betaalde banen waardoor hij het werk in de fabriek niet hoeft te hervatten. Bovendien kent de bisschop van Hartfort, die hem beschouwt als een van zijn beste seminaristen, hem een diocesane studiebeurs toe. Vanaf september 1873 hervat Michael zijn theologiestudie op het seminarie Saint Mary van Baltimore dat wordt bestuurd door de Sulpicianen. «Door het contact met hen opent zijn geest zich, zegt een van zijn biografen… Hij leert eruditie te beschouwen als iets dat voor priesters van secundair belang is… Empathie voor menselijk ongeluk heeft meer intrinsieke waarde… Kennis verzamelen is een goed ding, maar zielen redden is onvergelijkbaar veel beter..»
Michael blijft vier jaar op Saint Mary’s. Na een zo lange en gedegen opleiding is deze man die door zijn omgeving wordt beschouwd als zwijgzaam, vastberaden en vroom, ook begenadigd met een goed gevoel voor humor, uitstekend voorbereid om wereldheer te worden. Op 22 december 1877 ontvangt hij de priesterwijding. Een paar dagen later draagt eerwaarde Michael Joseph McGivney, in aanwezigheid van zijn moeder, zijn eerste openbare Mis op in de kerk van de Onbevlekte Ontvangenis in Waterbury. Hij is vijfentwintig jaar. Hij wordt benoemd tot kapelaan in de parochie van Saint-Mary in Newhaven, havenstad in de staat Connecticut, aan de Atlantische Oceaan en begint zijn ambt op Kerstdag. De pastoor van die parochie, die is gesticht in 1870, was destijds Patrick Murphy, eveneens zoon van een Ierse immigrant. Na briljante kerkelijke studies te hebben volbracht, waardoor hij zich heeft onderscheiden in de geestelijkheid van het diocees, heeft hij de bouw van een kerk, ingewijd in 1874, en van de parochie voltooid. Pastoor Murphy is erin geslaagd de schulden uit te wissen die waren aangegaan om de werkzaamheden te voltooien, maar hij heeft het moeten bekopen met zijn gezondheid: op tweeëndertigjarige leeftijd ziet hij eruit als een grijsaard. Om die reden heeft de bisschop van het diocees het nodig geacht naast hem een kapelaan aan te stellen.
Een «besmette laan»
De stad Newhaven is volop in industriële ontwikkeling. Het maritiem vrachtvervoer levert een belangrijk deel van haar inkomsten op. De Yale Universiteit, een van de beroemdste van Amerika, heeft er haar zetel. De katholieke, protestantse en joodse gemeenschappen leven er vreedzaam samen. Er is wel sprake van een zekere vijandigheid jegens de katholieken. De New York Times geeft een artikel over de door pastoor Murphy gebouwde kerk de titel: «How an aristocratic avenue was blemished by a roman Church edifice» (Hoe een aristocratische laan werd besmet door een rooms Kerkgebouw). In deze context weet pastoor Murphy met vaardigheid de betrekkingen met de protestanten te onderhouden en ervoor te zorgen dat er geen conflicten ontstaan.
De prediking van de jonge priester wordt zeer gewaardeerd. Buiten zijn uitstekende dictie maakt zijn bleek, sereen gelaat indruk op zijn toehoorders, vanwege de zachtmoedige kracht die eruit spreekt; er spreekt tegelijk de rechtvaardigheid en barmhartigheid van God uit. Talloze getuigenissen onderstrepen de vastberadenheid van de jonge priester en zijn onverzettelijk karakter; hij is evenwel niet triest, en bezit een waar talent om een hele vergadering aan het lachen te krijgen. De mensen voelen zich heel natuurlijk aangetrokken tot zijn gereserveerde, maar hartelijke manier van doen, en sommige niet katholieke mensen komen naar de kerk om hem te horen preken. Hij speelt een beslissende rol in meerdere bekeringen. Twee groepen parochianen raken bijzonder aan hem gehecht. Allereerst de kinderen met wie hij zich bijzonder beminnelijk onderhoudt. «Ik heb hem nooit saai gevonden», zal een van hen verklaren. Zijn catechismuslessen zijn zorgvuldig voorbereid en meermaals doet hij beroep op een of andere leerling om een bijbels personage te spelen. De andere groep is die van de adolescenten. In die parochie, zoals in vele andere, geven velen van hen de beoefening van de godsdienst op. De eerste reden van hun afvalligheid is de verveling die ze in de kerk ervaren, want niemand laat hun voldoende het belang ervan zien; een andere reden is het alcoholisme en de zedeloosheid waaraan ze verslaafd raken. De eerwaarde gaat de zorg voor hen zeer ter harte omdat hij hun Jezus Christus wil leren kennen en liefhebben.
Het verzet tegen de geheime genootschappen
Hoewel zijn eerste zorg het geloof van zijn parochianen is, volgt eerwaarde McGivney op de voet de familiale, sociale en financiële en burgerlijke kwesties die de bevolking van Newhaven, grotendeels afro-Amerikaanse of katholieke immigranten, betreffen. De goede werken ontbreken niet en de kapelaan zet er zich graag voor in: met name de jaarlijkse parochiekermis, die van de andere parochies van de stad en de viering van het feest van Sint Patrick, patroon van Ierland waaruit het merendeel van de katholieken afkomstig is. Hij bedenkt ook parochieverenigingen ter bevordering van geheelonthouding. Die van zijn parochie vat het plan op toneelstukken te organiseren voor het welzijn van haar leden en het inzamelen van een beetje geld. De pastoor komt er ook bij en vindt het goed om lid van het bestuur te worden, maar weigert het voorzitterschap dat hij overlaat aan een leek. Hij aarzelt daarentegen niet voor de rechtbank als advocaat op te treden van de parochianen, om de eenheid in de gezinnen te bewaren; hij gaat ook van harte in zee met de voorgangers van andere godsdiensten om verschillende goede werken te organiseren.
Als reactie op een zekere leegte die mensen in die context voelen, ontstaat het ene na het andere geheim genootschap. Onder het mom een oplossing te bieden voor de sociale kwestie propageren zij ideologieën die onverenigbaar zijn met de moraal en het geloof. Eerwaarde McGivney bindt weldra de strijd tegen hen aan. Hij verhindert dat hun leden met hun insignes deelnemen aan kerkdiensten, met name uitvaarten, en probeert zijn gelovigen verre te houden van die genootschappen. Anderzijds verlangen bepaalde vormen van wanorde in de parochie dat hij zijn vastberaden karakter en zelfs een zekere strengheid laat zien.
In juli 1878 moet pastoor Murphy die door tbc is aangetast de stad verlaten want ‘s zomers is het extreem heet aan de Atlantische kust. Hij vertrouwt de parochie toe aan zijn kapelaan. Twee jaar later roept God hem tot zich. Pastoor Patrick Lawlor, zwager van eerwaarde Michael, volgt hem op. Deze laatste brengt de voornaamste katholieke mannen van de stad bijeen in de kelderverdieping van de kerk Saint Mary. Ze vatten het plan op een katholieke vereniging voor broederlijke steun op te richten ten einde de mannen te helpen hun geloof te bewaren en te versterken, en de gezinnen die hun vader hebben verloren financieel te steunen.. De priester begrijpt inderdaad heel goed dat, om de gezinnen vereend te houden, men ze zowel in hun aardse als in hun geestelijke noden tegemoet moet komen, want, zonder financiële middelen zijn de gezinnen vaak gedwongen uit elkaar te gaan, hetgeen grote gevaren voor het geloof van de gezinsleden met zich meebrengt. In oktober 1881 wordt in een vergadering van tachtig mannen een comité opgericht, onder leiding van James T. Mullen, dat wordt belast met het opstellen van de statuten van een stichting waarin de onderlinge hulpverlening centraal staat.
Een nieuwe ridderorde
Een drama dat lijkt op dat waardoor Michael zijn priesterstudie heeft moeten afbreken, versnelt de verwezenlijking van het project. Ten gevolge van het overlijden van het gezinshoofd, bevindt de familie Downes, van Ierse afkomst, zich in een ernstige financiële crisis. In januari 1882 ziet de rechter van het gemeentelijk tribunaal zich wettelijk gedwongen de kinderen te onttrekken aan de moederlijke zorg om ze toe te vertrouwen aan de armenzorg.. Om te voorkomen dat het zo ver zou komen moet een vrijwillige voogd zich melden en een flinke borgsom storten. Tot de algemene verbazing meldt de kapelaan zelf zich om deze nobele taak op zich te nemen, en een van zijn vrienden, een kruidenier, stort de borgsom. Op 29 maart hierop volgend worden de “Ridders van Columbus” gesticht. In een brief, gericht aan zijn confraters, priesters van het diocees, legt kapelaan McGivney uit dat zijn eerste doel met de stichting van de Ridders is «te voorkomen dat mensen toetreden tot de geheime genootschappen»; om dat te bereiken zal hij hun dezelfde voordelen bieden, en zelfs betere dan die. Zijn tweede doel is de katholieken van het diocees Hartford te verenigen, «en wel zo dat wij beter in staat zullen zijn elkaar te helpen in geval van ziekte, te voorzien in gepaste uitvaarten en de families van overleden leden financieel te steunen». De eerwaarde vraagt aan zijn confraters te willen meewerken aan het opzetten van een raad van Ridders in iedere parochie.
Bij de benoeming van de leden van de nieuwe stichting “Ridders van Columbus” grijpt kapelaan McGivney in feite terug op de diepe wortels van de katholieken in Amerika. De staat Connecticut verleent de Ridders officiële erkenning als wettige stichting.. De eerste Ridders kiezen kapelaan McGivney als hun hoofd, maar de nederige priester verklaart dat het een leek toekomt die organisatie van leken-gelovigen te leiden. James T. Mullen wordt dus gekozen als eerste hoogste Ridder, en kapelaan McGivney aanvaardt de functie van hoogste secretaris; uit die functie neemt hij twee jaar later ontslag om hoogste aalmoezenier te worden omdat naar zijn mening zijn eerste verplichting was de Orde te dienen in zijn hoedanigheid van priester. Een vrouwelijke tak van de Ridders zal ook vrouwen de mogelijkheid bieden aan dit werk bij te dragen.. Een tak voor de jongeren zal later tot stand komen: de “Schildknapen van Columbus”.
De bescherming van het katholiek geloof, voornaamste zorg van de Ridders, voert hen ertoe ook te ijveren voor volledige erkenning van hun rechten van Amerikaanse burgers. Ze hopen inderdaad de maatschappelijke druk af te zwakken die op hen wordt uitgeoefend om hun geloof op te geven. Het geloof behouden is niet alleen een kwestie van kennis van de catechismus, hoe belangrijk die ook moge zijn, maar ook het grote gebod van Jezus in praktijk brengen: God beminnen boven alles en de naaste als u zelve uit liefde voor God. In de parabel van de goede Samaritaan (Luc.10,30), leert Jezus dat de liefde voor de naaste te zien moet zijn in straten en op wegen, door hen tegemoet te gaan die in de marge van de maatschappij leven, door de wonden van de zieken te verzorgen, door hen in hun noden te hulp te schieten. De Ridders zullen talloze uitdagingen aannemen waarmee de katholieke gezinnen geconfronteerd worden. De publicaties van de stichting ondersteunen de katholieke leer in haar geheel. Tegenwoordig verdedigen ze vastberaden het leven en zijn gekant tegen abortus; ze bevorderen het gezin en weigeren ‘huwelijken’ van personen van hetzelfde geslacht.. In de beginjaren stuit de stichting van de Ridders evenwel op moeilijkheden: ze krijgen veel kritiek te verduren van mensen die tegen hen zijn, in het bijzonder van de kant van de priesters. De leden die de stichters waren zijn verwikkeld in onderlinge ruzies, er komt geen enkel nieuw lid bij… Maar in de lente van 1883 vragen mannen uit een naburige stad, Meriden, of ze zich bij de Ridders mogen voegen. De groep van Newhaven wordt erdoor gestimuleerd en het werk neemt een hoge vlucht.
Eerder God behagen dan de mensen
Het IIe Vaticaans Concilie zal de rol van de leken in de maatschappij benadrukken: «Gedreven door de liefde, die uit God is, doen zij goed aan allen, vooral aan de geloofsgenoten, waarbij zij alle boosheid en alle bedrog afleggen en zich onthouden van alle veinzerij, afgunst en kwaad spreken (1Petr. 2,1); zo brengen zij de mensen tot Christus.» (Decreet Apostolicam actuositatem, no 4).
Naast zijn parochiewerk moet eerwaarde Michael op een dag een ter dood veroordeelde, Jacques Chip Smith, een katholiek van eenentwintig jaar die in staat van dronkenschap een politieagent heeft gedood, bijstaan. Vele maanden heeft hij hem dagelijks bezocht. De jongeman ondergaat zo’n opmerkelijke verandering dat de plaatselijke kranten erover spreken. Een paar dagen voor zijn dood zegt Jacques Smith tegen zijn moeder in tranen: «Mama, huil niet! Ik zal weldra op een veel aangenamere plek zijn. Stel je voor dat ik was gestorven op de avond van de vechtpartij. Ik zou zijn gestorven zonder dat ik me erop had kunnen voorbereiden, en dat zou de situatie heel wat erger hebben gemaakt.» Op de dag van de executie leest de kapelaan, aan de voet van de galg, gebeden voor, die de jongeman hem nazegt. Deze tragische dood raakt hem diep. Uit erkentelijkheid voor zijn weldaden laat Jacques hem de plant na die in zijn cel heeft gebloeid.
In de herfst van 1884, na zes lange jaren van ambtsvervulling in de Saint Mary parochie, wordt eerwaarde McGivney benoemd tot pastoor van de Saint Thomas parochie in Thomaston, de stad waar de klokkenindustrie floreert. De parochianen van Newhaven zijn diep getroffen: «Het schijnt, zo zal een journalist schrijven, dat er nog nooit parochianen zo zeer werden geraakt door de afscheidsrede van een lid van de geestelijkheid, als die die gisteren de Saint Mary kerk vulden..» Pastoor Michael krijgt er weldra de parochie van Terryville bij, een bescheiden dorp op vijf kilometer van Thomaston. In de loop van de zes jaar die hij doorbrengt in Saint-Thomas knoopt hij stevige banden aan met zijn parochianen terwijl hij tegelijk hoogste aalmoezenier van de Ridders van Columbus blijft. De rechtschapenheid van de leiders van de Orde in Newhaven kennende, waakt hij, vanuit zijn nieuwe pastorie, over hun reputatie, en publiceert artikelen in de plaatselijke kranten om ze te verdedigen tegen laster en valselijke beschuldigingen als zouden de Ridders banden hebben met een geheim genootschap. In 1888 krijgt hij er een kapelaan bij: de pastoor kan dan werken aan een nieuwe ontwikkeling binnen de Ridders. Een groep mannen vraagt om de stichting van het eerste kapittel buiten Connecticut (waar er al meer dan veertig bestaan), in Providence, in de staat Rhodes Island; de pastoor gaat er meerdere malen heen.
Twee miljoen leden
In 1889 begint de gezondheid van pastoor McGivney af te nemen; toch is hij pas zevenendertig jaar. Moe, versleten van het pastoraal werk, loopt hij in december een griep op die de maand daarop verergert tot een longontsteking. Rustkuren en geraadpleegde specialisten leveren geen enkele verbetering op. De tuberculose wordt hem fataal in de ochtend van 14 augustus 1890, twee dagen na zijn achtendertigste verjaardag. De Ridders van Columbus tellen dan zevenduizend leden. Naar zijn begrafenis komen delegaties van bijna alle 58 raden van de Ridders van Columbus. De twee jongere broers van Michael, Patrick en John, volgen zijn voorbeeld in het priesterschap, en zullen de Ridders dienen als hoogste aalmoezeniers; een van zijn neven zal dat ook worden. Sindsdien hebben de Ridders zich in talloze landen ontwikkeld. Tegenwoordig tellen ze in de hele wereld twee miljoen leden.
Michael Givney is op 31 oktober 2020 zaligverklaard. Het voorbeeld en het werk van de nieuwe zalige sporen ons aan de wereld te evangeliseren, een noodzakelijkheid die het IIe Vaticaans Concilie ons in herinnering heeft gebracht: «In het verlangen om de apostolische activiteit van het volk Gods te intensiveren… Dit apostolaat wordt des te urgenter, naarmate vele sectoren van het menselijk leven, terecht overigens, een veel grotere autonomie hebben verkregen, ofschoon dit soms gepaard is gegaan met een zeker loslaten van de ethische godsdienstige orde en met ernstig gevaar voor het christelijk leven… De leken hebben talloze gelegenheden het apostolaat van evangelisatie en heiliging uit te oefenen. Het getuigenis zelf van christelijk leven en de in een bovennatuurlijke geest volbrachte werken bezitten de kracht om de mensen aan te trekken tot het geloof en tot God… Dit apostolaat bestaat echter niet alleen uit levensgetuigenis; de ware apostel zoekt naar gelegenheden via het woord Christus te verkondigen, hetzij aan ongelovigen door ze te helpen de weg naar het geloof te vinden, hetzij aan gelovigen door hen te onderrichten, te sterken, aan te zetten tot een vromer leven, want de liefde van Christus laat ons geen rust (2 Kor. 5,14)… De Heer zelf immers nodigt door deze heilige Synode alle leken opnieuw uit, om zich steeds inniger met Hem te verenigen, om zijn gevoelens tot de hunne te maken… Hij zendt hen opnieuw naar alle steden en plaatsen…; zo zullen de leken zijn medewerkers worden die zich voortdurend zullen aanpassen aan de nieuwe noden van de tijd. Zo zullen zij altijd voortgaan met het werk des Heren, wetend dat hun inspanning, dankzij Hem, niet vergeefs is.». (Apostolicam actuositatem, nrs 1,4 en 33).
Laten we de zalige Michael McGivney vragen onze gids te zijn in de dienstbaarheid aan onze Heer en onze broeders.












