San Bernardo

11 januari 2024

H. Bernardus

Dierbare Vrienden,

Bernardus is geboren in 1090, op het kasteel van Fontaine-les-Dijon, in een adellijke familie van Bourgogne, als derde van zeven kinderen, zes jongens en een meisje. Zijn vader, Tescelin, heer van Fontaine, is vazal van de hertog van Bourgogne, en zijn moeder, de zalige Aleth de Montbard, is verwant met de hertogen van Bourgogne. Rond 1100, wordt Bernardus op de canonieke school van Saint-Vorles in Châtillon-sur-Seine geplaatst, waar hij een goede kennis verwerft van de Bijbel, de Kerkvaders en Latijnse schrijvers zoals Horatius, Cicero, Vergilius en Seneca.

H. Bernardus Op de leeftijd van ongeveer zestien jaar, wordt Bernardus sterk getroffen door de dood van zijn moeder. Hij leidt dan een werelds leven, doch bemerkt vrij vlug een roeping tot het religieuze leven. Op zijn tweeëntwintigste, beslist hij de jonge gemeenschap van de abdij van Cîteaux te vervoegen, 30 km ten zuiden van Dijon.. Dat klooster was in 1098 gesticht door de heilige Robert en enkele gezellen van de abdij van Molesmes.. Zij wilden terugkeren naar de strikte Regel van de heilige Benedictus, met nadruk op een evenwichtig leven dat deze Regel eigen is, op armoede, handenarbeid en het gemeenschapsleven. Kort nadien moet de heilige Robert echter terugkeren naar Molesmes.. Zijn opvolger, de heilige Alberik, was er overleden. De heilige Stephen Harding zal dan de abdij besturen vanaf januari 1108, als derde abt van Cîteaux. Er hadden zich toen nog geen roepingen gemeld. Wanneer Bernardus zich in 1112 aanbiedt, wordt hij echter vergezeld door een dertigtal andere jonge edelen, onder wie drie van zijn broers.

Ondanks zijn adellijke afkomst, neemt Bernardus deel aan alle activiteiten van de monniken, ook de meest manuele, doch zijn gebrek aan ervaring en zijn gezondheid beletten het hem soms. Hij wijdt zich ook aan de studie van de Heilige Schrift en de Kerkvaders. In 1114 doet hij zijn kloostergeloften. Sinds zijn komst kent Cîteaux een toevloed aan roepingen. In 1113 kan de abdij zelfs een stichting doen in La Ferté en in 1114 in Pontigny. Vervolgens zendt Stephen Harding hem in 1115 aan het hoofd van een groep van twaalf monniken voor de stichting van een nieuw klooster in Champagne, dat «Clara vallis» (Heldere vallei) genoemd wordt, de naam die «Clairvaux» zal worden. Bernardus, die door Guillaume de Champeaux, bisschop van Chalons, weldra tot priester wordt gewijd, zal er abt zijn tot aan zijn dood. In hetzelfde jaar zwermt Cîteaux ook uit naar Morimond.

De beginjaren van Clairvaux zijn niet simpel: enerzijds legt de jonge abt een heel strenge discipline op omdat hij een ascetisch ideaal nastreeft dat niet in ieders bereik ligt. Doch geleidelijk aan zal Bernardus de juiste maat vinden, rekening houdend met zijn eigen beperkingen en die van zijn broeders. Anderzijds zijn de inkomsten van de gemeenschap ontoereikend. De monniken eten boekweitbrood en soep van beukenbladeren. Op een dag vraagt Bernardus zijn broer Gerard die econoom is, hoeveel geld er nodig is voor de behoeften van de gemeenschap. «Twaalf pond», antwoordt deze. Zij hebben echter niets… Op vraag van de abt, zet iedereen zich aan het bidden. Kort nadien komt een vrouw: «Ik zou willen dat u voor mijn man bidt die op sterven ligt, zegt zij; hier is twaalf pond». Als zij thuiskomt, is haar man genezen. De abt die veel andere wonderen zal doen, staat weldra bekend als wonderdoener en velen zoeken hem op.

Bernardus trekt heel zijn familie aan: ook zijn vader, Tescelin, en zijn twee andere broers zullen in Clairvaux monnik worden. Op een dag krijgt hij bezoek van zijn zuster, Ombeline, opgesmukt zoals het een jonge edelvrouw met haar gevolg past. De abt weigert haar te zien onder het voorwendsel dat hij haar niet kent. Deze belediging doet Ombeline nadenken: zij verandert haar leven en gaat binnen in de priorij van de benedictinessen van Jully-les-Nonnains.

In 1119 neemt Bernardus deel aan het eerste algemeen kapittel van de cisterciënzers, dat definitief vorm geeft aan de Orde en het «Handvest van Liefde en Eenparigheid» goedkeurt, dat werd opgesteld door de heilige Stephen Harding. Dit document legt de interne organisatie van de cisterciënzers vast zodat de abdijen een eenheid vormen.. Bernardus zal in heel Europa tweeënzeventig abdijen stichten. Bij zijn dood in 1153, zullen honderdzestig abdijen, die veel heiligen voortbrengen, van Clairvaux zijn uitgegaan.

De gestrengheid van de cisterciënzers

Sinds Bernardus abt is, schrijft hij verhandelingen, pamfletten en homelies, doorweven met citaten uit de Schrift. Hij buigt zich met voorliefde over het Hooglied en de werken van de heilige Augustinus. Zo komt het dat sommigen in hem de laatste Kerkvader zien. Bij de gestrengheid van de cisterciënzers voegt Bernardus de zorg om alles te vermijden wat de geest kan verstrooien. Voor de benedictijnermonniken van Cluny is schoonheid echter inspiratie voor het gebed. Zij maken in hun ruime kerken gebruik van rijke liturgische versieringen, mooi beeldhouwwerk en schitterende glasramen, een ware catechese in beeld. Maar in zijn Apologie van Willem van Saint-Thierry (rond 1123-1125) verdedigt Bernardus met kracht de cisterciënzerhervorming en gaat hij in tegen de monniken van Cluny. Hij is van mening dat rijke versieringen de geest van de monnik afleiden bij het overwegen van de goddelijke werkelijkheden. Petrus de Eerbiedwaardige, abt van Cluny, zal de kritiek van Bernardus krachtig bestrijden om de praktijk in Cluny te rechtvaardigen en de hoogmoed van de nieuwe monniken aan te klagen. Doch ondanks hun meningsverschillen, blijft vriendschap beide mannen verbinden.

De zienswijzen van Bernardus en Petrus de Eerbied­waardige lopen uiteen, maar zoals Onze Heer zegt, in het huis van de Vader is ruimte voor velen (cfr. Joh 14,2). Zo vertelt het Evangelie over de verontwaardiging van de leerlingen wanneer een vrouw heel dure balsem over Jezus’ hoofd uitgiet (cfr. Mt 26,7). In zijn commentaar bij dit citaat, doet de heilige Johannes Paulus II opmerken dat de Kerk zoals deze vrouw, nooit bang is voor prachtig eerbetoon aan haar Heer en dat zij de verhevenheid en schoonheid van liturgische voorwerpen of gewaden nooit als verspilling heeft beschouwd (cfr. Kardinaal Robert Sarah, Catéchisme de la vie spirituelle, p. 83).

Bernardus geeft zijn ijver voor de heiliging van de geestelijkheid en de gelovigen de vrije loop in een omvangrijke briefwisseling, meer bepaald naar bisschoppen, om hen aan te sporen de tuchtmaatregelen onder de geestelijken te hervormen. Sinds zijn noviciaat leidt hij een leven dat door boetedoening is getekend. Zijn verstervingen gaan evenwel zover dat ze zijn gezondheid ondermijnen en maagkwalen veroorzaken waar hij heel zijn leven mee behept zal zijn. Guillaume de Champeaux kan Bernardus niet overtuigen te matigen, maar verkrijgt dat hij een jaar lang aan hem wordt toevertrouwd. Hij laat buiten het slot een bescheiden woning voor hem bouwen en verbiedt hem de Regel over het vasten toe te passen. Ondanks deze maatregelen, verbetert de gezondheid van de abt amper.. De zalige Willem, abt van de Clunyabdij van Saint-Thierry bij Reims, komt hem dikwijls bezoeken. Bekoord door het charisma van Bernardus, maar tegen het advies van deze laatste, verkrijgt hij van zijn oversten de toelating om in 1135 cisterciënzer te worden.

Jezus lezen, Jezus horen

Wat jongeren aantrekt, is een mengeling van zachtheid, tederheid, hartstocht, vurigheid en medeleven. Dat vinden zij in zijn voorbeeld en woorden en zo brengt Bernardus een menigte zondaars op de rechte weg van het geestelijk leven en leidt hij vele zielen naar de heiligheid. «Wij onderrichten, schrijft hij, dat elke ziel, ook een ziel die met zonden belast is, die verstrikt is in het net van de ondeugden, verleid door hun bekoorlijkheid, die gevangen is en verbannen, die de gevangene is van het lichaam, dat elke ziel – zeg ik – die aldus erkent schuldig en hopeloos te zijn, dat zij in zich kan ontdekken wat haar in staat stelt om niet alleen te hopen op vergeving en barmhartigheid, maar ook te durven verlangen naar de bruiloft met het Woord, en niet bang te zijn om vertrouwelijk om te gaan met God» (Over het Hooglied, sermoen 83,1). De liefde van Bernardus voor Jezus is innig. «Als ge schrijft, heb ik er geen smaak in als ik er Jezus niet in lees; als ge praat, interesseert het mij niet als ik er Jezus niet in hoor; Jezus is honing voor mijn mond, een melodie voor mijn oren, jubel voor mijn hart. Maar ook een remedie. Is iemand van u bedroefd? Moge Jezus in zijn hart komen en vandaar op zijn lippen… Niets is beter dan dat deze naam de drift van de woede beteugelt, opgeblazen hoogmoed tot bedaren brengt, de kwetsuur van jaloezie geneest» (Over het Hooglied, sermoen 15,6).

Ook zijn genegenheid voor de Heilige Maagd, aan wie alle cisterciënzerkerken zijn toegewijd, is innig. Aan de ingang van het domein van Tre Fontane, bij Rome, waar de heilige apostel Paulus de marteldood vond en Bernardus een klooster sticht, staat een beeld van de Heilige Maagd dat Bernardus bij elk voorbijgaan met een Ave Maria groet. Op een dag antwoordt de Maagd hem “Ave Bernardus”; de twee delen van deze ontroerende dialoog worden in de steen gebeiteld. Een traditie kent aan Bernardus de laatste aanroepingen toe van het Salve Regina: O clemens, o pia, o dulcis Virgo Maria.

Ondanks zijn verlangen om ver van de bewoonde wereld te leven, doen andere abten, Kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, vorsten en edelen op Bernardus beroep om raad of de oplossing van een conflict. Zo komt het dat hij Europa zal doorkruisen. Er zijn geestelijken die echter menen dat een monnik zich niet met tijdelijke zaken moet bezighouden. Doch Bernardus schrijft: «Niets van wat God aangaat, is mij vreemd» (Brief aan kardinaal Aymeric, 20) en aan de koning van Frankrijk: «Wij, zonen van de Kerk… wij zullen opstaan en strijden voor onze Moeder (de Kerk), indien nodig tot de dood, met passende wapens: niet met schild en zwaard, maar met gebed en smeekgebed tot God» (Brief 221,3). Bernardus heeft een grote verering voor de Stoel van de Heilige Petrus. In 1145 zal een cisterciënzer, afkomstig uit Pisa en een leerling van hem, tot paus worden gekozen onder de naam Eugenius III. Bernardus zal hem met raad bijstaan. En indien nodig, zal hij zelfs pausen of prinsen terechtwijzen, maar hij zal zijn aangeboren levendigheid dan met een nederige toon matigen. Wanneer koning LodewijkVI de aartsbisschop van Sens uit zijn ambt wil ontzetten, noemt hij hem niettemin een “nieuwe Herodes”.

De ware paus erkennen

Na de dood van Honorius II in 1130, kiezen twee groepen kardinalen elk een paus: kardinaal Aymeric die de naam Innocentius II aanneemt en kardinaal Pierleone, die Anacletus II wordt. Deze laatste krijgt de steun van Roger II, hertog van Puglia en Calabria. In Frankrijk roept LodewijkVI in Étampes een synode bijeen en vraagt Bernardus om deel te nemen. Deze verklaart zich voorstander van InnocentiusII, die volgens hem geschikter is, heiliger en gekozen door de evenwichtigste groep kardinalen. De koning van Frankrijk en zijn geestelijken erkennen dan Innocentius II, die zich in Frankrijk terugtrekt omdat de stad Rome onder toezicht staat van aanhangers van Anacletus. De Duitse keizer LothariusIII erkent op zijn beurt Innocentius II en leidt in 1133 een expeditie om de Paus in Rome te installeren. Bernardus begeleidt hen. In 1134 roept Innocentius II in Pisa een concilie bijeen, waar Bernardus een vurige toespraak houdt. Vervolgens onderhandelt hij over de aansluiting van de stad Milaan bij de Paus; dat wordt zo gunstig onthaald dat magistraten, geestelijken en het volk hem tot hun aartsbisschop willen maken, doch hij weigert. Maar door de vele wonderen die hij bewerkt, wordt de herstelde eenheid bevestigd. In 1137 probeert Bernardus Roger II tot rede te brengen en de tegenpaus de rug toe te keren. Echter tevergeefs. Er moet gewacht worden tot de dood van Anacletus in januari 1138. Dan maakt het tweede oecumenisch concilie van Lateranen dat bijeengeroepen wordt door InnocentiusII, definitief een einde aan het schisma.

Bernardus neemt ook deel aan theologische debatten. Hij schrijft: «God is wijsheid en wil bemind worden, niet alleen met zachtheid, maar ook met wijsheid. Meer nog, een dwalende geest verderft iedere geloofsijver als hij de wetenschap verwaarloost. En de bedrieglijke vijand heeft geen doeltreffender middel om de liefde uit het hart van de mens te roven, dan door hem in de liefde te doen wandelen zonder voorzichtigheid en zonder leiding van de rede» (Over het Hooglied, sermoen 19,7). Pius XII zal schrijven dat voor Bernardus «de wetenschap geen laatste doel is, maar eerder een weg die naar God leidt; geen koele keuze die de geest werkeloos maakt… zij wordt echter door de liefde bewogen, gedreven en geleid. De heilige Bernardus, die door meditatie, contemplatie en liefde van deze wijsheid is doordrongen, heeft daarom de hoogste top van de mystieke wetenschap bereikt» (Doctor mellifluus, nr. 6). Bernardus kant zich meer bepaald tegen Abélard (1079-1142). Deze briljante geest en doctor kreeg in 1114 het regentschap over de kathedrale school van Parijs. Zijn faam wordt ongehoord. Toch zijn er fouten in zijn leer en Bernardus zal ze op een concilie, dat plaatsheeft in Sens (1140), doen veroordelen. Abélard wordt in Cluny door Petrus de Eerbiedwaardige opgenomen en zal er sterven, verzoend met de Kerk en Bernardus..

Op het einde van de 11e eeuw, wil de eerste kruistocht het graf van Christus in Jeruzalem bevrijden en verkrijgen dat christelijke pelgrims zich daar vrij kunnen bewegen. Na de kruistocht zijn christenen ter plaatse gebleven en hebben zij er Staten opgericht, waaronder het hertogdom Edessa. De val van dat hertogdom, dat in 1146 door de moslims wordt heroverd, brengt het Frankische koninkrijk van Jeruzalem in gevaar en wordt de aanleiding voor een tweede kruistocht. Paus Eugenius III vraagt aan Bernardus die kruistocht te prediken. Deze spreekt op paasdag, 31 maart 1146, de menigte toe aan de voet van de heuvel van Vézelay. Hij vraagt van de ridders nederigheid, gehoorzaamheid en offerbereidheid. Hij preekt ook in Spire (momenteel in Duitsland). Uiteindelijk vertrekken Lodewijk VII, koning van Frankrijk, en KoenraadIII, keizer van het Heilige Roomse Rijk, op kruistocht. Maar het loopt uit op een mislukking. Iedereen stelt Bernardus verantwoordelijk, terwijl de echte redenen te zoeken zijn in de onenigheid en wereldse geest van de kruisvaarders. Bernardus draagt de kritiek met geduld. Onderworpen aan de Paus, aanvaardt hij zich zelfs in te zetten voor een derde kruistocht, die feitelijk niet zal doorgaan.

Zonder hoogmoed noch haat

Eén van de beletselen dat christenen in het Oosten blijven, ligt in het voorlopig karakter van de aanwezigheid van de ridders: eens dat hun dienst aan hun opperleenheer is verlopen, verlaten zij het Heilig Land en keren terug naar huis. De Saracenen maken er gebruik van om hun stellingen terug in te nemen.. Om dit voorlopig op te lossen stichten negen ridders, onder wie André de Montbard, nonkel van Bernardus, in 1129 een Orde van “religieuze soldaten”, die de Orde van de Tempeliers zal worden. De Tempeliers vragen aan Bernardus een regel voor hen op te stellen, die een aanpassing wordt van de regel van de heilige Benedictus. In het begin was de Orde even heldhaftig als winstgevend omwille van de kruistochten. In 1130 richt Bernardus een brief aan de ridders van de Tempel. Hij herinnert eraan dat een tempelier een gedisciplineerd strijder is, zonder hoogmoed en haat.

De ketterij van de Katharen kent een grote opgang in het zuiden van Frankrijk. Bernardus weerlegt hun verkeerde leerstellingen: meer bepaald het bestaan van twee goden, waarvan de ene de geest schept en de andere – die slecht is – de materie. In 1145 vergezelt hij Alberik van Ostia, legaat van Paus Eugenius III, in de Languedoc en predikt er, doch zonder succes. Men zal moeten wachten op het apostolaat van de heilige Dominicus en de Predikheren om de ketterij grondig neer te slaan.

Door het mysterie van de Drie-eenheid met menselijke redeneringen uit te leggen, maakt ook Gilbert de la Porrée (1076-1154), bisschop van Poitiers, grove fouten. Hij maakt een artificieel onderscheid tussen God en de godheid. Om hem terug bij de waarheid te brengen, richten zijn aartsdiakens zich tot Paus Eugenius III, die in 1148 de kwestie ter sprake brengt op een concilie in Reims, waaraan hij zelf deelneemt. Bernardus beschuldigt Gilbert de la Porrée formeel van ketterij. De stellingen van de bisschop worden veroordeeld en deze trekt zich publiek terug.

In 1152 wordt Bernardus zwaar ziek.. Iedereen denkt dat zijn einde nakend is. Maar de bisschop van Metz vraagt hem met aandrang op te treden in zijn bisdom waar burgeroorlog heerst. Gedreven door medelijden staat de stervende op en vertrekt. Als zijn opdracht vervuld is, keert hij uitgeput terug naar de abdij. Zijn monniken staan rond zijn bed en smeken hem hen niet te verlaten. «Ik weet niet aan wie van beiden ik mij moet overgeven, antwoordt hij, aan de liefde voor mijn kinderen die aandringen dat ik hier blijf, of aan de liefde voor mijn God die mij naar boven trekt…» Het zijn zijn laatste woorden op deze 20e augustus 1153, dag waarop hij zijn ziel teruggeeft aan God, op de leeftijd van drieënzestig jaar. Bernardus van Clairvaux wordt in 1174 door AlexanderIII heilig verklaard en in 1830 door Pius VIII uitgeroepen tot Kerkleraar.

“Kijk naar de ster”

De heilige Bernardus heeft in een beroemd geworden homilie, op een prachtige manier de lof gezongen van Maria, waarin hij zegt: «Als de winden van de bekoring heviger worden, als u zich te midden van de klippen en de rotsen van de beproeving bevindt, kijk naar deze Ster, smeek Maria om hulp. Als u onrustig wordt gemaakt door de golven van de hoogmoed, van de ambitie, van de begeerte en de miskenning, richt u dan naar deze Ster, aanroep de naam van Maria. Als de woede, de gierigheid en het gebrek aan zelfbeheersing het schip van uw ziel doen wankelen, werp de ogen dan op deze Ster, en roep: “Maria”. Als u in verlegenheid gebracht wordt door de grootte van uw misdaden, verbaasd bent over de armzalige toestand van uw geweten, schrikt van de strengheid van de oordelen van God, weemoedig en wanhopig wordt, denk dan zo snel mogelijk aan Maria. In gevaren, in onrust, in nood, in de uitersten, herinner u Maria, vraag Maria om bescherming. Dat haar naam nooit uit uw mond gaat, dat haar herinnering nooit uit uw hart gaat, en hou nooit op haar voorbeeld na te volgen opdat Zij uw gebeden zou verhoren. Door Haar na te volgen, zult u niet verloren gaan, door tot Haar te bidden, zult u buiten gevaar en wanhoop zijn, door aan Haar te denken, zult u niet in de fout gaan. Als Zij de goedheid heeft om u bij te staan, zult u geen misstappen zetten, als Zij u vereert met haar bescherming, moet u niets vrezen, als Zij de moeite doet om u te begeleiden, zult u zonder bezorgdheid wandelen, en als Zij u welgezind is, zult u gered worden» (Tweede homilie over het Missus est, nr. 17).

«De reden om God te beminnen, zegt de heilige Bernardus, is God zelf; de maat is beminnen zonder maat» (Verhandeling over de liefde van God, 50). Paus Pius XII schrijft: «Ook al kan niet iedereen de top van de contemplatie bereiken, waarover Bernardus spreekt, ook al kan niet iedereen zich zo innig met God verenigen dat men zich door de banden van een hemels huwelijk verenigd weet met het Hoogste Bezit, toch kan en moet iedereen zijn ziel op dezelfde manier van deze aardse werkelijkheden verheffen tot die van de Hemel, en moet hij de Hoogste Gever van alle weldaden met een heel actieve wil beminnen.» Bovendien, «telkens wij zijn liefde niet met onze liefde beantwoorden en wij zijn vaderlijk geduld niet eerbiedig erkennen, vallen de banden van de broederliefde op een ongelukkige manier uiteen; onenigheden, tegenstellingen, vijandigheden duiken helaas op en kunnen zelfs de fundamenten van de mensengemeenschap ondermijnen en omverwerpen..» (Doctor mellifluus, 12, 13).

Paus Pius XII zegt dat de werken van de heilige Bernardus, de doctor “mellifluus” (degene uit wie honing vloeit) «aandachtig moeten worden overwogen: uit hun zinspreuken – die trouwens uit het Evangelie voortvloeien – kan zich een nieuwe, bovennatuurlijke kracht verspreiden, zowel voor ieders privé leven als voor de samenleving, een kracht die de zeden van de burgers kan beteugelen en in overeenstemming brengen met de christelijke voorschriften; zij zouden gepaste remedies kunnen zijn voor de zo vele en zo grote kwalen die onze samenleving verwarren en teisteren.» Laten wij nieuwe bovennatuurlijke kracht putten uit de werken van de heilige Bernardus en deze kostbare raad van Pius XII volgen!

Zalige Michaël McGivney

Heilige Dulce van de armen

H. Narcisa van Jezus

Zalige Maria van de Menswording