Beata Anna Maria Taïgi

27 September 2023

Zalige Anne-Marie Taïgi

Dierbare Vrienden,

Wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren, om het sterke te beschamen (1 Kor 1,27). In 1863 rechtvaardigde de Heilige Stoel op deze manier de opening van de zaligverklaringszaak van een huismoeder: «Wanneer God zijn macht en zijn wijsheid wil laten zien, gebruikt Hij gewoonlijk wat in de ogen van de wereld zwak en dwaas is, om de ijdelheid aan te tonen van de ondernemingen der goddelozen, en de inspanningen van de hel af te breken. In onze dagen…, heeft Hij een eenvoudige vrouw geplaatst tegenover de golven van goddeloosheid die van alle kanten de spuigaten uitliepen.

Zalige Anne-Marie TaïgiVoor dit werk heeft Hij gebruik gemaakt van Anne-Marie Taïgi, geboren uit fatsoenlijke, maar arme ouders, gehuwd met een man van het volk, belast met de zorg voor een gezin, en niet wetend hoe, anders dan door werk met haar handen, aan voedsel moet komen, voor haar en de haren. Zij is door God uitgekozen om zielen naar Hem toe te trekken, als zoenoffer, een obstakel voor de kuiperijen der goddelozen, en onheil af te wenden door haar gebeden.» In de XIXe eeuw, zo merkt Louis Veuillot, een beroemde Franse journalist, op, «zei men dat de heerschappij van de pausen verleden tijd was, dat de wet van Christus en Christus zelf hadden afgedaan, dat de wetenschap weldra deze Zoon van God naar het rijk der fabelen zou hebben verwezen en Hij geen wonderen meer zou doen. Toen kwam God tevoorschijn met Anne-Marie Taïgi die zieken genas… Hij verschafte haar kennis van het verleden, van het heden en de toekomst… Zij was het antwoord van God!»

Anne-Marie is op 29 mei 1769 geboren in Siena, in Toscane (Italië), als enige dochter van Luigi Gianetti, eenvoudige apotheker, en diens echtgenote Maria. Ze wordt gedoopt daags na haar geboorte. Zes jaar later dwingt tegenspoed de vader ertoe zijn zaakje op te geven, al zijn goed te verkopen om zijn schuldeisers af te betalen, en als huisbediende te gaan werken. Zijn echtgenote moet ook een baan zien te vinden. Weldra stellen werk en bescheiden levenswijze de familie Gianetti in staat een behoorlijk onderkomen in Rome te vinden.. Anne-Marie zit nauwelijks twee jaar op school waar ze leert lezen en zich de catechismus eigen te maken. Zo kan ze haar eerste Communie doen en het Vormsel ontvangen. Haar ouders nemen haar bijna iedere dag mee naar de Mis. Op dertienjarige leeftijd komt ze in de werkende wereld als arbeidster. Hoewel vroom en hardwerkend is ze ook koket en schept er genoegen in zich mooi te maken. Weldra komt ze ook terecht in de sector van huispersoneel, zoals haar ouders. Daar maakt ze de gevaren mee in situaties waar te veel vrijheid heerst, en de valstrikken die de wereld voor zorgeloze zielen in petto heeft. Ze ontmoet Dominico Taïgi, acht jaar ouder dan zij, die als dagloner werkt in het paleis van prins Chigi. Omdat hij in haar een gedegen deugdzaam meisje ziet stelt deze voor met haar in het huwelijk te treden; Anne-Marie vraagt in haar gebeden God om raad en stemt in met het verzoek. De bruiloft wordt gevierd in januari 1789. De jonge echtgenote past zich aan het moeilijke karakter van Dominico aan die een fatsoenlijke, maar licht ontvlambare man is.

Weldra wordt Dominico bevorderd tot majordomus, met onderkomen in het paleis van zijn meesters.. Op een dag gaat Anne-Marie, zoals gewoonlijk mooi aangekleed, naar de basiliek Sint Pieter en zit in de buurt van Pater Angelo van de Orde der Servieten. Deze krijgt dan innerlijk een ingeving van de Heer: «Ik zal je deze vrouw toevertrouwen: jij zal aan haar bekering werken en zij zal zich heiligen omdat Ik haar heb uitgekozen…» Van haar kant voelt de vrouw die voorheen een leven heeft geleid dat was verdeeld tussen de liefde voor God en de liefde voor de wereld, zich geroepen haar leven meer in overeenstemming te brengen met haar geloof. De geboorte van haar eerste kinderen stimuleert haar in het geestelijk leven, want voortaan is ze moeder. Zij gaat te biecht bij Pater Angelo die haar aanvankelijk niet herkent. Kort daarna gaat ze weer naar de biechtstoel en dezelfde Pater verwelkomt haar vaderlijk: «U bent eindelijk gekomen!» Vanaf dat moment verandert het leven van Anne-Marie radicaal. De zorg voor het huishouden en de werken van liefdadigheid worden haar dagelijkse bezigheden.

Aan het eind van het jaar 1790 hoort ze, al biddend voor een kruisbeeld, Jezus Christus haar vragen: «Wat wil je? Jezus volgen in zijn naaktheid, van alles ontdaan? Ofwel Hem volgen op zijn zegetocht in heerlijkheid? Wat kies je?… Ik kus het Kruis van mijn Jezus, antwoordt ze; ik zal het dragen zoals Hij, in smart en schande.. Wat de zege en heerlijkheid betreft, die wens ik uit zijn handen te ontvangen in het hiernamaals.» Anne-Marie biedt aldus edelmoedig aan zich als zoenoffer te verenigen met de verlossing zoals de Heer die heeft verwezenlijkt. In vertrouwen vertelt ze Pater Angelo over haar verlangen naar een vorm van religieus leven dat verenigbaar is met de staat van getrouwde vrouw. Hij stelt haar voor toe te treden tot de Derde Orde van de Trinitariërs. De Orde van de Trinitariërs is opgericht in de XIIIe eeuw door heilige Johannes van Matha en heilige Felix van Valois, ter afkoping van de christenen die in de handen van de moslims zijn gevallen en veroordeeld tot slavernij; de missie van deze religieuzen is materieel en geestelijk moeilijk en wordt uitgevoerd door toegewijde leken die delen in de genaden en verdiensten ervan. «Mijn vrouw, zo zal Dominico zich herinneren na de dood van Anne-Marie, vroeg mij om toestemming om derdeordeling te worden van de Orde van de Heilige Drie-eenheid, en ik stond het haar toe op voorwaarde, echter, dat ze trouw zou blijven aan haar rol van echtgenote en moeder van het gezin.. Dat waren mijn voorwaarwaarden; die heeft zij altijd in acht genomen, gehoorzaam zonder enige aarzeling, en stipt in de uitvoering.»

«Dit is een spiegel…»

Maar Anne-Marie ontvangt nog een andere missie: ze wordt door God gekozen om met onoverwinnelijke kracht te getuigen van het bestaan van het bovennatuurlijke. Daarvoor wordt haar een volstrekt uitzonderlijke gave toegekend: de voortdurende blik op een aardbol of stralende “zon” waarin ze alle dingen, de natuurlijke en de bovennatuurlijke, kan zien. Dit verschijnsel zal zevenenveertig jaar duren, tot aan haar dood. «Dit is een spiegel, zei de Heer tegen haar, die Ik je laat zien opdat je het goede en het kwade dat gebeurt zult kennen.» Die zon is allesbehalve hinderlijk voor haar natuurlijk gebrekkig gezichtsvermogen dat er juist sterker door wordt. Ze ziet hem voor haar op ongeveer een meter afstand, een beetje in de hoogte. Hij heeft de afmeting van de zon die wij zien en is omgeven door een krans van stralen.. Erboven bevindt zich een doornenkroon. Aan weerszijden twee zeer lange doornen tot onder de krans waar ze elkaar kruisen. In het middelpunt van de krans houdt zich een vrouw op in gezeten houding, die, zo lijkt het, de goddelijke Wijsheid voorstelt. Bij het heldere licht van die zon beziet Anne-Marie alle geheimen van het geloof en van het leven van Christus, de staat van de gewetens, de geheimste gedachten van de mensen, het lot van de overledenen, de situatie van de verscheidene volken, de revoluties, de oorlogen, de plannen van de regeringen, de kuiperijen van de geheime genootschappen, de valstrikken van de duivels, de zonden… Het zicht op die zon staat altijd tot haar beschikking, en ze maakt er slechts gebruik van tot de meerdere glorie van God, wanneer de naastenliefde of de gehoorzaamheid dat van haar vragen.

Duizenden feiten getuigen van de werkelijkheid van dit verschijnsel dat niet aan de duivel kan worden toegeschreven: de nederigheid en gehoorzaamheid van Anne-Marie en vervolgens de talloze bekeringen die het gevolg waren van al die zonnestralen, tonen voldoende aan dat die gave afkomstig was van God.. Zijzelf ontleent er het grootste spiritueel profijt aan, want bij het zien van haar minste fouten en gebreken verootmoedigt ze zich ten diepste. Het brengt haar tot gebed en boetedoening voor het heil der zondaren wier losbandigheid ze onderkent. Voor wat de geheimen van het geloof betreft «gaf ze antwoorden van een theologische precisie en juistheid die de geleerdste lieden nog verrasten», zo zal haar biechtvader verklaren. Door de gunst die haar ten deel is gevallen trekt ze een menigte van bezoekers aan: armen, vorsten, priesters, bisschoppen, de paus zelf, die haar om raad komen vragen. Eenvoudig en nederig als ze is en met het verlangen in haar bestaan te worden ontkend, beantwoordt ze alles zonder enige poespas, ontloopt alle lofzang, weigert altijd ieder geschenk, voor haar of voor haar gezin. De voortdurende aanloop in huize Taïgi is aanleiding voor de gekste of kwaadwilligste veronderstellingen.

Hevige innerlijke strijd

De Heer verleent haar de gave van het ononderbroken gebed, dat is als de ademhaling van haar ziel. Maar hoe meer gaven ze van God ontvangt, des te meer wenst Anne-Marie Hem terug te geven. Haar biechtvader ziet zich gedwongen haar af te remmen in haar boetedoeningen.. Zij doet haar best haar ver­­stervingen qua voedsel voor haar familie verborgen te houden. Maar soms geeft haar man zich er rekenschap van en krijgt ze een standje: uit gehoorzaamheid eet ze dan een beetje meer. Haar hele leven wordt echter gekenmerkt door boetedoening. ’sNachts blijft ze op voor stil gebed, en gunt zich zo weinig mogelijk slaap. Bij de uiterlijke versterving voegt Anne-Marie die van de gevoelens. Een van de trinitariër paters zal verklaren dat «ze een verbond had gesloten met haar wil om zich geen enkele natuurlijke bevrediging toe te staan» om alle plaats voor God te bewaren. Ondanks haar levendig en gevoelig temperament, doet ze haar best, niet zonder hevige innerlijke strijd, heel vriendelijk te zijn tegenover de mensen voor wie ze antipathie voelt of die haar gekwetst hebben. Die strijd brengt haar diepe vrede die zich weerspiegelt op haar gezicht en in haar vriendelijke woorden. Ze lijdt er niet minder onder, maar biedt dit lijden aan God aan als genoegdoening voor haar zonden en die van de wereld..

De grote verandering in haar leven dat van mondain zeer sober is geworden, doet haar man, die niet dezelfde genaden heeft ontvangen, verdriet; deze aanvaardt uiteindelijk de ontwikkeling van zijn echtgenote. Zij die zich had kunnen laten voorstaan op de goddelijke gunsten die ze genoot blijft in grote eenvoud haar leven van moeder van het gezin leiden.. Anne-Marie maakt van haar huisgezin een tempel van vrede en vreugde voor haar zeven kinderen, waarvan er drie op jonge leeftijd overlijden. Zij voedt ze op met aandachtige naastenliefde, geeft ze catechismusles, leert ze de beginselen van lezen en schrijven. Vooral bidt ze veel voor hen. Na twee jaar onderwijs gaan de jongens in betrekking bij een ambachtsman: de een wordt hoedenmaker en de ander kapper. Maar de meisjes blijven thuis en hun moeder beschermt ze voor de verleidingen der lichtzinnigheid. Anne-Marie geeft haar kinderen altijd iets te doen.. Na het avondeten bidt het gezin de rozenkrans en leest in het kort het leven van de heilige van de dag. Zondags bezoeken ze de zieken in het ziekenhuis, hetgeen ze zelf vaak ook doordeweeks doet. Haar moederliefde belet haar niet om streng de verdiende straffen toe te passen. «Wanneer iemand geroerd was, zo zal Dominico echter verklaren, zei ze niets, om te wachten tot degene weer gekalmeerd was. Daarna zette ze die zachtmoedig tot denken aan…» Tijdens de invasie van Rome door de legers van de Franse republiek, in 1798, komen de ouders van Anne-Marie bij haar wonen. De tegenslagen van het leven hebben hen verbitterd gemaakt; de moeder van Anne-Marie zoekt vaak ruzie met haar schoonzoon, en de ene woede-uitval volgt op de andere. De jonge vrouw probeert ze zo goed mogelijk tot bedaren te brengen. Na de dood van haar moeder houdt Anne-Marie haar vader bij haar, hoewel de gelegenheden om ruzie te maken nog niet zijn verdwenen. Aan het eind van zijn leven, als de oude man is aangetast door de lepra, zal zijn dochter hem met liefde verzorgen en hem helpen christelijk te sterven.

Een keer per week slechts

Heel vroeg in de ochtend gaat Anne-Marie naar de Mis, behalve wanneer een gezinslid ziek is, want dan ontzegt ze zich de Mis om beter voor de zieke te zorgen… Ze heeft zeer grote achting voor de sacramenten, en beveelt met name de veelvuldige biecht aan. Ze had er wel dagelijks haar toevlucht tot willen nemen, maar haar biechtvader verplicht haar zich tevreden te stellen met één keer per week. Hij staat haar evenwel toe iedere dag ter communie te gaan, wat in die tijd niet erg gebruikelijk was. Zodra ze voor het tabernakel is neergeknield beweegt Anne-Marie in het geheel niet meer, en niets kan haar ervan af houden, behalve de gehoorzaamheid. Soms ontsnapt de hostie tijdens de communie aan de vingers van de priester en komt op haar lippen terecht.

De zeven sacramenten, ingesteld door Onze Heer Jezus-Christus, «De Sacramenten hebben tot doel de heiliging van de mensen, de opbouw van het lichaam van Christus en tenslotte de eredienst die wij God moeten brengen; maar als tekenen dienen zij ook voor onderrichting. Niet alleen veronderstellen zij het geloof, maar zij voeden het, versterken het, brengen het tot uitdrukking door woorden en zaken; daarom worden zij dan ook Sacramenten van het geloof genoemd… Als de Sacramenten op waardige wijze in geloof gevierd worden, verlenen zij de genade die zij aanduiden.. Zij zijn werkzaam, omdat het Christus zelf is die erin aan het werk is: Hij is het die doopt, Hij is het die in zijn Sacramenten handelt om de genade, door het sacrament aangeduid, mee te delen. De Kerk verklaart dat de Sacramenten van het Nieuwe Verbond heilsnoodzakelijk zijn voor de gelovigen. De “sacramentele genade” is de genade van de heilige Geest, geschonken door Christus en eigen aan elk Sacrament. De Geest geneest hen die het Sacrament ontvangen en vormt hen om, door hen gelijkvormig te maken aan de Zoon van God.. De vrucht van het sacramenteel leven bestaat hierin dat de Geest van het kindschap Gods de gelovigen vergoddelijkt door een levensgemeenschap te stichten met de enige Zoon, de Verlosser» (Catechismus van de Katholieke Kerk, nrs. 1123, 1127, 1129).

Anne-Marie vereert heel speciaal de Heilige Maagd, die haar buitengewone genaden verleent, en haar soms verschijnt. Het Kruis krijgt een ereplaats in haar woning; ze draagt een klein kruisje om haar hals, ter voortdurende herinnering aan de liefde van God, en ter aansporing tot offers brengen en boete doen: «Liefde voor liefde!» De duidelijke visie die de lichtgevende globe haar biedt is de bron van talloos leed.. Bovendien veroorzaken verscheidene ziektes vreemde en onverklaarbare pijnen. Onze Heer had haar op een dag aangekondigd: «Ik heb je uitverkoren om je in de rij van martelaren te zetten… Je leven, voor de onder­steuning van het geloof, zal een lange martelgang zijn.» En ook: «Ik wil je mijn zachtmoedigheid doen gewaarworden, en hoe zeer zij die mij beminnen mij welgevallen. Jij bent bestemd om de zielen te bekeren en de mensen te troosten, van alle rangen en standen… Je zult moeten strijden tegen onwaarachtige en verraderlijke zielen, je kunt erop rekenen belachelijk te worden gemaakt, beledigd, veracht, bedolven onder smaad, je zult alles verdragen uit liefde voor mij.» Heftige aanvallen van de duivel veroorzaken ook soms heel subtiele bekoringen, tegen dit of dat dogma van de Kerk, in het bijzonder het eeuwig leven en het bestaan van de hel. In die strijd neemt Anne-Marie haar toevlucht tot nederigheid, gebed en de namen van Jezus en Maria. Ze is zich bewust van haar zwakheid en bidt God haar in zijn genade stevig vast te houden, uit angst dat zij Hem zou verraden. Haar intense liefde voor God brengt in haar een grote afkeer van de zonde teweeg en maakt dat ze zich steeds weer keert tot de mysteries van het leven van Christus en van de Heilige Drie-eenheid.

De enige toekomst

Zij weet inderdaad dat de weg die naar de Hemel leidt die van de trouw is in de inachtneming van de Geboden van God. De heilige Paus Johannes Paulus II herinnerde ons eraan «dat centraal in onze godsdienst het mysterie van de bevrij­dende gehoorzaamheid staat, de gehoorzaamheid die haar voltooiing vindt in de volmaakte gehoorzaamheid van Christus in de Vleeswording en op het Kruis. Wij zullen ook vrij zijn als we leren te gehoorzamen zoals Hij dat heeft gedaan. De Tien Geboden zijn niet willekeurig opgelegd door een tirannieke heer. Ze zijn geschreven op steen; maar voordien zijn ze geschreven in het hart van de mens als de universele morele wet die ten alle tijden en overal geldig is. Vandaag zoals altijd, verschaffen de tien Woorden van de Wet de enige waarachtige grondslagen voor het leven van de mensen, maatschappijen en volken. Vandaag zoals altijd vormen zij de enige toekomst voor de familie der mensheid. Zij beschermen de mensen voor de verwoestende krachten van de zelfzucht, de haat en de leugen. Zij maken duidelijk wie de valse goden zijn die de mensheid in slavernij gevangen houden: de eigenliefde tot aan het weigeren van God, de machtswellust en het zingenot dat de orde der gerechtigheid overhoop haalt, ondermijnen onze menselijke waardigheid alsook die van onze naaste. Wanneer wij die afgoden loslaten en wanneer wij de God volgen die zijn volk naar de vrijheid voert en altijd bij zijn volk blijft, dan zullen wij zoals Mozes verschijnen, na veertig dagen, op de berg, schitterend van heerlijkheid, door God in vuur en vlam gezet!» (Redevoering op de Sinaï Berg, 26 februari 2000).

Hoewel ze om haar heen rust en licht verspreidt doorstaat Anne-Marie twintig jaar lang de beproeving van de duistere nacht, maar geeft er niet minder leiding aan haar huis om, alsof er niets aan de hand was. «De hemelse vertroostingen, zo zal een getuige verklaren, verdwenen als een bliksemschicht en lieten slechts dorheid, verdriet en lijden achter… De Hemel was als van brons voor haar… God ontzei haar echter niet de bovennatuurlijke lichtstralen waarmee ze was begunstigd, maar die lichtstralen boden geen enkele verlichting aan de verschrikkelijke innerlijke verlatenheid die haar overmande..» Haar biechtvader zal hierover opmerken: «De verzoekingen die haar overmanden konden nooit het vuur doven dat in haar hart brandde..»

De bekoring maakt deel uit van het leven van de christen, maar is niet de zonde. Men begaat een zonde als de wil toestemt in de kwade gedachte. De daden van liefde jegens Jezus-Christus en het inroepen van de hulp van de Maagd Maria, met name door korte gebeden, ook wel “schietgebedjes” genoemd, bijvoorbeeld: «Jezus, ik vertrouw op U!»

De naastenliefde van Anne-Marie Taïgi strekt zich uit tot de zielen in het Vagevuur: «Onderhoud grote devotie voor de zielen in het Vagevuur, herhaalt ze, vooral de zielen van de priesters! Laat Missen lezen voor die zielen, wanneer u maar kan. Neem de gewoonte aan iedere dag voor hen te bidden… deze devotie zal u en uw familie behoeden voor heel wat ongeluk.» Verscheidene van die zielen komen haar, eenmaal bevrijd, bedanken. Anne-Marie kent door openbaring het lot van heel wat overledenen. Op een dag ziet ze een geestelijke, zeer geacht om wat hij deed en om zijn ijver, wreed gekweld in het Vagevuur, omdat hij in plaats van Gods heerlijkheid vooral zijn eigen reputatie op het oog had gehad. Een andere keer, daarentegen, ziet ze de ziel van een nederige kapucijner monnik, de heilige broeder Felix de Montefiascone, die rechtstreeks opsteeg naar de Hemel.

De gevolgen van de Franse Revolutie zijn te voelen tot in Rome en krijgen ook invloed op de geestelijkheid. Anne-Marie lijdt er zeer onder. Zij is op de hoogte van het veelvuldig intrigeren van de geheime genootschappen tegen de Kerk, en verijdelt meerdere samenzweringen door haar gebeden. Ze ziet hoe de paus wordt ontvoerd door het Directoire, zijn lange doodsstrijd en zijn dood van uitputting in Valence (Frankrijk), in 1799. Zij kondigt de verkiezing en vervolgens de triomfantelijke terugkeer van Paus Pius VI aan die dan wordt gedeporteerd door Napoleon… In 1823 wordt Leon XII, zijn opvolger, overvallen door een ernstige ziekte. Mgr. Vincent Strambi, passionistisch geestelijke en raadsman van de paus, biedt zijn leven aan voor de genezing van de Heilige Vader. Anne-Marie laat hem weten dat zijn offer aanvaard is en hij zal sterven in de plaats van de paus, hetgeen inderdaad gebeurt. Ze voorspelt ook de verkiezing van Gregorius XVI (1831), en vervolgens die van Pius IX (1846). Anne-Marie ziet in haar zon ook de levensloop van Napoleon Bonaparte tot aan zijn dood in 1821. Ze bidt en brengt offers voor hem «opdat de legers van de goddelozen vernietigd worden en er van hun macht niets overblijft».

Respectvol, nederig,

vrijmoedig en eenvoudig

«Hij die God dient, zo verklaart Anne-Marie, moet respectvol en nederig zijn, maar ook vrijmoedig en eenvoudig tegelijk». Zijzelf blijft haar leven lang vrijmoedig. Dankzij haar sterven de zieken die op de hoogte zijn van hun naderend einde, in heiligheid.. Zij bereikt, op het laatste moment en ten koste van vergaand persoonlijk lijden, sommige bekeringen. Ze blinkt uit in het troosten van hen die lijden onder moreel leed en het lenigen van de noden der behoeftigen, met haar eigen middelen of via haar relaties, al moet ze ervoor bedelen. Met de jaren heeft ze pijnlijke vingers gekregen. Ze gaat echter door met naaien zodat de haren netjes gekleed gaan, en ook om te zorgen voor het dagelijks brood in het gezin. Eind oktober 1836 wordt ze door ziekte geveld. In een laatste onderhoud met haar man en daarna met haar kinderen, beveelt ze hun aan de rozenkrans in de familie te blijven bidden. Na een langdurige, smartelijke, maar vredige doodsstrijd, geeft ze op 8 juni 1837 haar ziel terug in een kreet van geluk en verlossing, in de leeftijd van 68 jaar. Tijdens het zaligverklaringsproces van zijn echtgenote zal Dominico, 92 jaar oud, getuigen van haar grote vroomheid; zijn twee dochters zullen eveneens gehoord worden. Paus Benedictus XV heeft Anne-Marie Taïgi zaligverklaard op 30 mei 1920..

Aan het einde van haar leven heeft Anne-Marie Taïgi, tegenover de godsdienstige scepsis van de Voltairianen die toen zegevierden, deze ongehoorde woorden durven uitspreken: «Ik geloof niet alleen in de God van de christelijke openbaring, maar ik heb Hem ook gezien!» Mogen wij, aangemoedigd door zulke krachtige bewoordingen, leven in een intens geloof in de Drievuldige God, en ons gedrag in overeenstemming brengen met de leringen uit het Evangelie van Jezus Christus!

Heilige Junipero Serra

Zalige Laura Vicuña

Zalige Michaël McGivney

Heilige Dulce van de armen