20 Juli 2023
Heilige Junipero Serra
Dierbare Vrienden,
Tijdens een apostolische reis in Californië, in 1988, heeft heilige Johannes Paulus II zich naar het graf begeven van Junipero Serra die tegenwoordig wordt geëerd als heilige door de Kerk. De Paus maakte aldus de betekenis duidelijk van zijn bedevaarttocht: «Op beslissende momenten in mensenlevens zet God mensen neer in wie Hij vertrouwen heeft om een beslissende rol te spelen in de ontwikkeling van zowel de Kerk als van de maatschappij. Wij verheugen er ons des te meer over wanneer wat wordt verwezenlijkt gepaard gaat met een heilig leven dat men tevens kan aanmerken als waarlijk heldhaftig. Dat is het geval met Junipero Serra die, dankzij de goddelijke Voorzienigheid, Apostel van Californië is geworden.» Een standbeeld van deze nederige priester staat in Washington in de beeldhouwkunstzaal van het Amerikaans Capitool.
Junipero Serra is geboren in 1713 in Petra op het eiland Mallorca (het voornaamste van de Balearen eilanden, Spanje). Hij ontvangt bij de doop de voornaam Miguel José. Zijn ouders, Antonio Nadal Serra en Margarita Rosa Ferrer, zijn ongeletterde boeren, maar rijk aan geloof en ware naastenliefde. Als kind groet Miguel voorbijgangers met de plaatselijk gebruikelijke vrome formule, die hij zal uitdragen in Amerika en die hem zal overleven: «Bemin God!» Vanwege zijn tere gezondheid, zijn diens ouders van oordeel dat hij geen boer kan worden, of steenhouwer, de twee voornaamste beroepen in het dorp. Omdat ze in hem intellectuele kwaliteiten ontdekken mag hij naar de school van de Franciscanen in het dorp. De jongeman zal een tiental jaren bij de Franciscanen blijven.
De ziel telt meer dan het lichaam
Op zestienjarige leeftijd vraagt de adolescent om te worden toegelaten tot de Orde en neemt de naam Broeder Junipero aan, ter herinnering aan een van de eerste metgezellen van heilige Franciscus van Assisië wiens eenvoudige en spontane persoonlijkheid hem aanspreekt. Als novice in het klooster Sint Franciscus van Palma is hij verrukt van de stilte, het heilig Officie, de lessen die zijn toegespitst op het leven van de stichter. Daarentegen komt zijn broze gezondheid hem tot zijn grote spijt te staan op meerdere dispensaties waaronder die voor het ’s nachts opstaan voor de Metten (de kloosterlingen stonden in het midden van de nacht op om de Metten te zingen); hij is er niet zeker van of hij wel definitief zal worden toegelaten. Maar zijn superieuren voor wie de kwaliteit van de ziel meer telt dan een krachtig lichaam, nemen hem toch op in de Orde der Franciscanen waarin hij definitief zijn geloften aflegt op 15 september 1731. Vanaf dat moment zijn zijn gezondheidsproblemen praktisch verdwenen, in die mate dat hij in de loop van zijn leven als missionaris zelfs te voet buitengewoon grote afstanden zal kunnen afleggen. In Palma volbrengt Broeder Junipero briljant de driejarige filosofiestudie, en vervolgens de theologiestudie. Hij wordt tot priester gewijd in 1737. Zijn superieuren oriënteren hem op het onderwijs waarvoor hij begaafd schijnt te zijn. Hij wordt filosofie- en vijf jaar later theologiedocent, aan de universiteit van Lulliana de Palma, gesticht door zalige Ramon Lulle (1232-1315), waar hij zeer wordt gewaardeerd. Maar hij kan zich niet tevredenstellen met dit intellectueel ambt en, als hij even vrij is, preekt hij voor het volk op het hele eiland.
Tijdens zijn opleiding raakt de jonge kloosterling zeer onder de indruk van de verhalen van missionarissen van zijn Orde in Latijns-Amerika. Op vijfendertigjarige leeftijd beantwoordt Fray Junipero een nieuwe roep van God, die hij geduldig in zijn hart heeft ontwaard, en krijgt van zijn superieur toestemming als missionaris te vertrekken naar «Nieuw Spanje» (Mexico). Na een verblijf van acht maanden in Cádiz waar hij door administratieve en materiële obstakels wordt opgehouden, scheept hij in 1749 in op een schip dat naar Amerika vertrekt, met twintig andere Franciscanen en tien Dominicanen. De reis duurt 90 dagen; de waterreserves zijn niet goed berekend en de laatste dagen moeten de passagiers zwaar op rantsoen. «Om minder dorst te krijgen heb ik besloten minder te praten», zei Broeder Junipero. Zijn moed en zijn stiptheid zijn een aanmoediging voor iedereen. Het schip doet de haven Porto Ricco aan, op de Antillen, om aan water en proviand te komen. Een kleine kluis doet dienst als toevluchtsoord voor de Franciscanen die een missie organiseren voor de duur van de tussenstop, om het geringe aantal op het eiland wonende priesters te compenseren. Bij zijn vertrek zal Junipero kunnen zeggen dat alle Porto Ricanen gebiecht hebben. Op 1 november, na een valse start bij het vertrek dat bijna tot een schipbreuk had geleid, zeilt het schip weg naar het vasteland. De overtocht zal niet gemakkelijk worden vanwege de overbelasting van het schip. Op 2 december ontwaren de passagiers de Mexicaanse kust, maar door een hevige storm raken ze er ver van verwijderd.. De 4e komt de bemanning in oproer tegen de kapitein en de stuurman. De missionarissen komen bijeen om te bidden en besluiten de heilige die ze op goed geluk uitkiezen te zullen eren als ze het er levend van af brengen. Het wordt Heilige Barbara, martelares uit de 4e eeuw wier feest juist op die dag viel. Op 9 december komen ze te Vera Cruz aan en dragen de volgende dag een mis op als dankzegging ter ere van heilige Barbara, aan wie Junipero later een missie in Californië, oorsprong van de stad Santa Barbara, zal wijden.
8000 kilometer te voet
Terwijl zijn metgezellen de reis afleggen op bespannen strijdwagens die hun ter beschikking zijn gesteld door de overheid, besluit Pater Serra met een van zijn confraters, om tijd te winnen, de afstand van 500 km tot Mexico te voet af te leggen. Onderweg veroorzaakt een insectenbeet een ontsteking in zijn been die hij niet verzorgt; het heeft een geïnfecteerde wond tot gevolg waar hij zijn hele leven door gekweld zal worden. Ze komen tenslotte aan in de hoofdstad waar ze, op 1 januari 1750, een Mis ter dankzegging opdragen in het heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Guadeloupe, alvorens naar het franciscaner seminarie in San Fernando te gaan. Voor hij aan zijn apostolaat begint vraagt Pater Junipero Serra aan zijn superieuren om hem een geestelijk leidsman voor hemzelf aan te wijzen: zijn voornaamste zorgt blijft het bewandelen van de weg naar de volmaaktheid. Hij wordt weldra naar een missie gestuurd die is gevestigd in het bergmassief Sierra Gorda, in het noordwesten van Mexico (tegenwoordig in de staat Querétaro), bij de Pames Indianen die dan nog heidenen zijn. Nadat hij snel, niet zonder de hulp van de Heilige Geest, de taal van de inboorlingen heeft geleerd, vertaalt hij de gebeden en de catechismus; hij preekt in de inlandse taal en leert de Indianen de kerkliederen. Hij spant zich in voor de verbetering van hun levensomstandigheden door ze de grondbeginselen bij te brengen van de landbouw, handwerksnijverheid en handelsverkeer. Junipero zal overal dezelfde methodes van welwillend toezien en zich aanpassen aan de plaatselijke levensomstandigheden toepassen. In de loop van zijn negen jaren in Sierra Gorda, zet Pater Serra vier missies op (tegenwoordig opgenomen in het cultureel erfgoed van de mensheid door de UNESCO), legt meer dan 8000 km af, vaak te voet, ondanks de handicap door de wond aan zijn been waarvoor hij altijd met een wandelstok loopt. Wanneer hij wordt teruggeroepen naar Mexico zijn de meeste Indianen met wie hij in contact is gekomen, katholiek geworden; hun economische situatie en hun maatschappelijke en individuele levenswijze zijn verbeterd.
In 1767 verordent de koning van Spanje, Carlos III de uitzetting van de Jezuïeten uit alle kroondomeinen waaronder die van het vice-koninkrijk Nieuw-Spanje: de ministers en de van de «filosofische» geest doortrokken hovelingen hebben de vorst ervan overtuigd dat de Jezuïeten het gerucht verspreidden dat hij een bastaard was. In Spaans Amerika moeten de verjaagde Jezuïeten dus vervangen worden; daarvoor doet de regering een beroep op de Franciscanen. Pater Serra wordt benoemd tot administrator van de missies in Neder-Californië (in het westen van Mexico gelegen schiereiland). Kort na zijn aankomst op de missie van Loreto hoort hij dat Spanje de kust van Boven-Californië waar de Engelsen en de Russen hun zinnen op hebben gezet, wil koloniseren door er missies en militaire posten te vestigen. Dan doet zich een gelegenheid voor waar Fray Junipero van droomde en waarvoor hij al lang bad: het goede graan van het Evangelie zaaien op een nog onbewerkte aarde. Hij meldt zich onmiddellijk aan als vrijwilliger «om het heilig Kruis op te richten en het bijbehorend vaandel te hijsen», en wordt aangewezen als hoofd van de nieuwe missie.
In het begin van 1769 aanvaardt Junipero Serra zijn reis met geestdrift, hoewel zijn ontstoken been hem dwingt op een ezel plaats te nemen. Bij zijn aankomst in San Diego (tegenwoordig in de Verenigde Staten, in het zuiden van de staat Californië), loopt hij over van blijdschap. Toch is het niet allemaal even mooi: onderweg is een twintigtal soldaten gestorven aan de scheurbuik en de voorraden zijn opgeraakt. De Pater schrijft dan aan zijn superieuren: «Zorg dat iedereen die hier naartoe komt niet denkt dat hij voor iets anders komt dan beproevingen doorstaan uit liefde voor God en het heil der zielen.» San Diego zal de plek worden van de eerste Californische missie. De Indianen in die streek leefden nog heel primitief: ze kenden geen landbouw en hun voedingswijze beperkte zich tot het plukken van vruchten en wilde wortels, jacht en visserij. Ze droegen geen kleren en, om zich te beschermen tegen de kou in de winter, bedekten ze hun lichamen met huiden, veren en modder.
De dringende noodzaak te evangeliseren
Om een missie op te zetten gaat Pater Junipero altijd op dezelfde manier te werk. Na een goede plaats te hebben gevonden waar water is, laat hij achtereenvolgens een kapel bouwen voor de eredienst, een hut als logies voor de Broeders, vervolgens een klein fort (klein versterkt bouwwerk), waarin men kan vluchten in geval ze worden aangevallen. Vervolgens verwelkomt hij hartelijk de Indianen die graag uit nieuwsgierigheid een kijkje komen nemen. Wanneer er eenmaal voldoende vertrouwensrelaties zijn gevestigd, nodigt hij ze uit om zich in de buurt van de missie te komen vestigen. Op zijn reizen ter ontdekking van het land en stichting van communauteiten, vergeet de Pater nooit landbouwwerktuigen en vee (in het bijzonder paarden) mee te nemen om de Indianen ervan te laten profiteren. De Franciscanen en hun hulpkrachten leren de Indianen eveneens de technieken voor hout- en ijzerbewerking en weverij. De missionarissen beperken zich niet tot het laten profiteren van de Indianen van de technische vooruitgang van de Europese beschaving. Hun uiteindelijk doel is deze mensen die tot dan de gevangenen waren van animistisch bijgeloof, hekserij en talrijke slechte gewoonten, het licht van het Evangelie en het heilsplan van Jezus Christus voor ieder van hen te brengen. Bekeringen en Dopen volgen elkaar in snel tempo op.
In zijn encycliek Redemptoris Missio (7 december 1990), heeft heilige Johannes Paulus II sterk de nadruk gelegd op de legitimiteit van de evangelisatie en de plicht van de Kerk missionair te zijn: «Als de verkondiging en het getuigenis van Christus met eerbied voor de gewetens geschied, schenden zij de vrijheid niet. Het geloof vraagt om de vrije instemming van de mens, maar moet aangeboden worden, want de mensenmenigten hebben het recht de rijkdommen van het mysterie van Christus te kennen; waarin, zoals wij geloven, heel de mensenfamilie op de meest volledige en onverwachte wijze alles kan vinden wat zijzelf al tastend vraagt over God, over de mens en zijn toekomstig lot, over het leven en de dood, over de waarheid (…). Daarom houdt de Kerk ook haar missie-ijver levendig, tracht die zelfs te vergroten in ons historisch tijdsbestek» (nr. 8). «De Kerk kan niet nalaten te verkondigen dat Jezus gekomen is om het gelaat van God te openbaren en om door het kruis en de verrijzenis het heil te verdienen voor alle mensen» (nr.11). «Zij die ingelijfd zijn in de katholieke Kerk moeten zich bevoorrecht voelen en juist hierom meer verplicht om te getuigen van het geloof en het christelijk leven als dienst aan de broeders en als aan God verschuldigd antwoord. Zij dienen te bedenken, dat zij hun verheven levensstaat niet aan hun eigen verdiensten, maar aan een bijzondere genade van Christus te danken hebben.. Indien zij aan die genade niet beantwoorden in gedachte, met woord en werk, zullen ze geenszins gered, maar veeleer strenger veroordeeld worden» (nr. 11 – IIe Vaticaans Concilie, Lumen gentium). Dezelfde Paus benadrukt in de post-synodale apostolische exhortatie Ecclesia in Asia (6 november 1999) dat «de evangelisatie als een blijde, geduldige en geleidelijk toenemende prediking van de heilzame dood en de Verrijzenis van Jezus Christus, een absolute prioriteit moet zijn». Onder de hemel bestaat inderdaad geen andere naam / dan die van Jezus / gegeven aan de mensen door welke wij gered moesten worden (rede van heilige Petrus, Hand. 4, 12).
Altijd voorwaarts!
In 1770 gaat Junipero Serra mee met een Spaanse expeditie over land in Hoog-Californië, die wordt geleid door Gaspar de Portolά i Rovira. Deze reis eindigt met de stichting van het «presidio» (militaire en civiele post) van Monterey (80 km ten zuiden van San Francisco), waar Pater Serra op 3 juni 1770 de missie Heilige Carlos Borromeo vestigde. Het jaar daarna verplaatst hij de missie meer naar het zuiden, dichtbij de Carmel rivier, ten einde protesten van de gouverneur van het presidio te voorkomen en betere grond ter bebouwing te vinden. Hij vestigt er zijn hoofdkwartier voor de veertien jaar die hij nog te leven zal hebben. Tussen 1770 en 1782 zal hij, getrouw aan zijn lijfspreuk «Altijd voorwaarts!», de negen eerste missies in Alta Californië opzetten, ondanks de tegenwerking van de gouverneur van Californië, Neves, volgeling van Voltaire. In 1794 zullen deze 4650 Indianen en 38 Franciscanen omvatten. Twaalf andere Franciscaner missies zullen na de dood van Pater Serra, tot in 1823 worden opgezet. In 1776, in de loop van een andere ontdekkingsreis, viert Pater Palou de Mis voor een hut en vestigt er, onder het gezag van Pater Serra, de missie Heilige-Franciscus van Assisië, oorsprong van de wereldstad San Francisco. Een andere missie, Heilige-Maria-der-Engelen, zal de naam van het heiligdom Assisië dragen waar heilige Franciscus gestorven is. Rondom deze missiepost verheft zich tegenwoordig de metropool Los Angeles..
Junipero en zijn medebroeders komen soms in conflict met de burgerlijke gezagsdragers. In augustus 1770 laat Pedro Fages, gouverneur van het presidio van Monterey, sommige vormen van ordeverstoring toe; soldaten mishandelen de inboorlingen en ontvoeren Indiaanse vrouwen om er concubines van te maken. Daar de gouverneur compleet de controle heeft over de briefpost, besluit Serra zelf naar Mexico te gaan, om bij de vicekoning Bucareli kracht bij te zetten aan een «Representaciόn» (klachtenlijst), en te eisen dat de Indianen behandeld worden als gewone mensen en concrete maatregelen in die zin voor te stellen. De reis (3200 km te voet) is ingewikkeld door het clandestiene karakter ervan en gezondheidsproblemen van de zestigjarige Pater; de reis zal drie jaar duren. De «Representaciόn» van Pater Serra die men soms heeft gekwalificeerd als «Verklaring van de rechten van Indianen», wordt geaccepteerd door de Spaanse burgerlijke macht en zal vrijwel overal in praktijk worden gebracht.
Meer bereiken met zachtheid
Op 4 november 1775 vallen Kumeyaay Indianen de missie van San Diego aan, vernielen de gebouwen en doden Broeder Luis Jaime. Deze gewelddadigheden leiden tot gerechtelijke vervolgingen door de burgerlijke macht; twee jaar later worden twee autochtonen ter dood veroordeeld. Het zijn niet allemaal moordenaars; Pater Serra schrijft terstond naar de onderkoning en brengt een eerder verzoekschrift in herinnering: «Als sommige autochtonen zover mochten komen om mij of andere Broeders te doden, zouden zij vergeven moeten worden.» Onderkoning Moncada weet uit ervaring dat de Franciscanen meer bereiken met zachtheid dan de soldaten met strengheid; daarom willigt hij opnieuw dit verzoek in: de opstandelingen ontkomen aan de doodstraf.
Junipero Serra heeft in Californië meer dan 5000 Indianen gedoopt. Nadat hij van de Paus een destijds zeer zeldzame delegatie van bevoegdheden heeft gekregen, heeft hij 6000 anderen het sacrament van het Vormsel toegediend, een daad die normaal gesproken is voorbehouden aan de bisschop. Wanneer hij zijn einde voelt naderen vertrekt hij voor een laatste rondgang langs zijn geliefde missies. «Mijn leven is in Californië, schrijft hij, en als God het wil, hoop ik hier te sterven.» Wanneer hij op 20 augustus 1784 uitgeput is teruggekeerd in Monterey gaat hij even goed door met bidden, zingen en dansen met de inboorlingen. Een arts die hem de volgende dag onderzoekt waarschuwt hem dat zijn gezondheidstoestand ernstig is en hij zich in acht moet nemen. Maar de behandelingen die de zieke ontvangt leveren niets op. In de nacht van 27 op 28 augustus vraagt de Pater of hij de laatste sacramenten mag ontvangen. Hij bidt met de aanwezige missionarissen de boetpsalmen en de litanieën van alle heiligen; hij probeert af en toe neer te knielen op zijn bidstoel. Vervolgens ontvangt hij de absolutie met volle aflaat. ’s Ochtends treft Pater Palou hem aan in zijn bed met een uitdrukking van grote sereniteit op het gelaat, een groot kruisbeeld in de handen dat hij met zich meedroeg sinds zijn aankomst in de Nieuwe Wereld: Pater Junipero Serra heeft de geest gegeven, praktisch zonder doodsstrijd.
Onmiddellijk verspreidt zich het bericht van zijn dood en het volk stroomt toe. Het lichaam wordt eerbiedig vervoerd naar de kerk. De leken krijgen toestemming de kist de hele nacht open te laten opdat ze bij hem kunnen waken. De volgende dag wordt de plechtige teraardebestelling gevierd. 6000 Indianen zijn er gekomen ondanks de korte tijd die er is verstreken sinds het overlijden; het kleine plaatselijke garnizoen en de bemanning van een voor anker liggend Spaans schip zouden volledig onmachtig zijn als er enige ordeverstoring zou optreden; maar alles verloopt rustig en met een en al vrome toewijding. Men betrekt de wacht om te voorkomen dat er relikwieën worden gestolen door indiscrete gelovigen. Tegenwoordig nog kunnen de relikwieën van heilige Junipero worden vereerd in Monterey Karmel, in de basiliek van deze missiepost die hij zelf had opgericht.
Vooruit op zijn tijd
Hoewel heilige Junipero wordt gevierd sedert meer dan twee eeuwen, door Amerikaanse, zowel religieuze als wereldse kopstukken, wordt zijn gedachtenis ter discussie gesteld sedert enkele decennia door Amerikaanse revolutionaire bewegingen; deze Franciscaan die de Paus «een van de grondleggers van de Verenigde Staten»(in 1848 heeft dit land Hoog-Californië losgemaakt van Mexico) heeft genoemd, wordt ervan beschuldigd het kolonialisme te hebben bevorderd en de Indianen tot slavernij te hebben veroordeeld. Deze ophef heeft geleid tot het woest omverhalen van standbeelden van de heilige in Los Angeles en San Francisco door oproerkraaiers in juni 2020. In een reactie op deze krankzinnige daden hebben de bisschoppen van Californië op 22 juni verklaard: «De historische waarheid is dat Junipero Serra er herhaaldelijk bij de Spaanse autoriteiten op heeft aangedrongen dat de Indianen gemeenschappen beter behandeld zouden worden. Junipero Serra was niet eenvoudig alleen een man van zijn tijd.. Toen hij met de Indianen werkte was hij een man die vooruit was op zijn tijd, die zeer grote offers heeft gebracht om de autochtone bevolking te verdedigen en te dienen en zich te verzetten tegen een onderdrukking die ver boven de missieposten uitging.» Van zijn kant vertrouwt Mgr. José H. Gomez, aartsbisschop van Los Angeles en voorzitter van de Amerikaanse bisschoppenconferentie, ons toe: «Ik geloof dat broeder Junipero een heilige voor onze tijd is, de geestelijke grondlegger van Los Angeles, een verdediger van de mensenrechten en de eerste Spaanse heilige van dit land. Heilige Junipero is niet gekomen om te veroveren; hij is gekomen om een broeder te zijn. “Wij zijn hier allemaal gekomen en gebleven met als enig doel het welzijn van de Indianen en hun heil na te streven”, heeft hij over zichzelf en over zijn broeders geschreven».
Junipero is heiligverklaard op 23 september 2015 door Paus Franciscus in Washington D.C. (Verenigde Staten). Het betreft een “equipollente heiligverklaring”: vanwege de gebleken volksverering voor de Heilige is de vaststelling van een wonder niet noodzakelijk. Broeder Junipero Serra, zegt de Paus in zijn preek, heeft voorgeleefd wat de “naar buiten tredende Kerk” is, de Kerk die weet hoe ze naar buiten moet treden en de wegen op en de paden in moet gaan, om de verzoenende liefde van God te delen. Hij wist zijn land, zijn gewoonten en karakteristieken los te laten. Hij heeft geleerd het leven van God te dragen en ermee om te gaan in het aangezicht van hen die hij ontmoette en die hij tot zijn broeders maakte. Junipero heeft geprobeerd de waardigheid van de autochtone gemeenschap te verdedigen door die te behoeden voor hen die misbruik van haar hadden gemaakt..»
Heilige Theresia van Lisieux zei, aan het eind van haar kort aardse leven, op een dag tegen een medezuster die was geroerd haar zo ziek te zien en zich met zoveel moeite te zien voortbewegen in haar klooster: «Ik loop voor een missionaris!» Zoals zij kan ieder van ons deelnemen aan de missie, direct of indirect, door God gebeden, offers en lijden aan te bieden opdat, volgens de wens van Jezus Christus, het Evangelie krachtig te verkondigen tot aan de uiteinden van de aarde (cf. Hand. 1,8).












