25 Juli 2025
Zalige Nicolas Sténon
Dierbare Vrienden,
Op 24 juni 1666 woont een protestantse Deense geleerde, Niels Steensen, de Sacramentsprocessie bij in Livorno (Italië). Hij is beroemd om zijn werken van anatomie. Terwijl hij de ingetogen menigte hulde ziet brengen aan het Allerheiligste Sacrament, kan hij niet beletten te denken: «Ofwel is deze hostie niets anders dan een klein stukje brood en zijn allen die het aanbidden, gestoord, of het is waarlijk het Lichaam van Christus en waarom eer ik Het ook niet?» Zijn overwegingen brengen hem ertoe het katholiek geloof te omhelzen. De heilige paus Johannes-Paulus II heeft hem op 23 oktober 1988 zaligverklaard.
Niels Steensen is geboren op 11 januari 1638 te Kopenhagen, hoofdstad van Denemarken. Gekend in Frankrijk, voornamelijk in geneeskundige middens, onder de naam eerst verlatijnst dan verfranst van Nicolas Stenon, is hij de zoon van een goudsmid aan het koninklijk hof, afstammeling van een familie van Lutherse predikanten. De uren doorgebracht in de werkplaats van zijn vader laten het kind toe zijn aangeboren handige bekwaamheid, zijn voorliefde voor wetenschap en techniek te ontwikkelen; hij meet het gewicht en het volume van het goud, bouwt een microscoop en bestudeert de lichtbreking. Op tienjarige leeftijd bezoekt hij de Onze-Lieve-Vrouw-school, doet er zijn humaniora, studeert het Latijn en het Grieks, maakt kennis met de wiskunde en vreemde talen, waarvoor hij een uitzonderlijke aanleg blijkt te hebben. Paus Johannes-Paulus II zal verklaren: «Heel het leven van Nicolas Stenon is een onvermoeibare pelgrimstocht naar het zoeken van de waarheid, zowel de wetenschappelijke als de godsdienstige, in de overtuiging dat elke ontdekking, zelfs een bescheidene, een stap betekent naar de absolute waarheid, naar die God waarvan het hele heelal afhangt.» (Homilie uitgesproken bij de zaligverklaring, 23 oktober 1988)
In 1654-1655 wordt Kopenhagen verwoest door de pest die een derde van de bevolking doet omkomen. «Maak, Heer, zal veel later Nicolas vragen, dat we altijd aan die woorden moeten denken : “Memento mori” – “Gedenk te sterven!”. Aan de universiteit van Kopenhagen studeert hij onder de leiding van een uitmuntende geneesheer, Thomas Bartholin, in de moeilijke context van een oorlog die Denemarken confronteert met Zweden vanaf 1657 tot 1659. In de herfst van 1659 raadt zijn meester hem aan zijn studies voort te zetten in Amsterdam, daarna in Leiden in de Nederlanden, waar de stoffelijke welvaart samengaat met de culturele ontwikkeling. De grote schilder Rembrandt, burger van Leiden, is nog in volle activiteit wanneer Nicolas zich er begeeft.
In maart 1660, komt Nicolas in Amsterdam aan, stad waar men zich bezighoudt met anatomische opzoekingen. Op 7 april ontleedt hij een schaapskop en ontdekt hij de buis die, bij de zoogdieren, aan de mond het grootste deel van het speeksel bezorgt, en die men later “het kanaal van Stenon” zal noemen. Bescheiden spreekt hij van een kleine uitvinding, die hem nochtans een beroemde geleerde zal maken, gekend dor de geneesheren van de hele wereld, zal maken. In juli 1660 schrijft hij zich in aan de Leidense universiteit; hij ontdekt talrijke klieren en publiceert een tiental verhandelingen. Met andere befaamde wetenschapslui bestudeert hij de structuur van de spieren, van de bloedvaten en van de schedel. Hij knoopt betrekkingen aan met Spinoza (1632-1677), pantheïstische wijsgeer en determinist die hij later zal trachten te overtuigen, maar tevergeefs, zich met hem aan te sluiten bij de katholieke godsdienst. Op terugkeer naar Kopenhagen in maart 1664 legt hij koning Frederik III de vruchten van zijn werk in een verhandeling voor, “Klieren en spieren” die zal bestempeld worden door een naturalist van de XVIIIe eeuw als “klein boek van goud”. Om zijn uitzonderlijke wetenschap te eren benoemt de universiteit van Leiden hem tot doctor in de geneeskunde “in absentia” zonder hem te verplichten een bijzondere stelling te schrijven.
Na zijn moeder te hebben verloren in de maand januari 1660 beslist Stenon zijn studies voort te zetten in Frankrijk en komt aan in Parijs bij Melchisedech Thévenot (1620-1692), humanist en mecenas. Deze laatste houdt vergaderingen van geleerden die in 1666 zullen uitmonden in de stichting van de Academie van Wetenschappen. Nicolas gaat over tot dissecties en spreekt over de anatomie van de schedel een redevoering uit die een grote weerklank zal hebben. Hij stelt ook verhandelingen op over de embryologie, en blijkt één van de pioniers van de vergelijkende anatomie, d.w.z. die een bepaald orgaan in verscheidene,verschillende soorten vergelijkt. Stenon is getroffen door de schoonheid van de schepping (bijvoorbeeld een kostbare steen of het menselijk lichaam), maar hij blijft daar niet stil bij, want zegt hij: «het ware doel van de anatomie is toe te laten aan de waarnemers, door het meesterwerk dat het menselijk lichaam is, de waardigheid van de ziel te bereiken, en dankzij hun beider schoonheden, toegang te krijgen tot de kennis en de liefde van hun Auteur» (Opera Philosophica, t. II p.254). In de loop van zijn verblijf in Parijs ontmoet hij meerdere personen die bijdragen tot zijn godsdienstige ontwikkeling, voornamelijk een jezuïet, Pater de la Barre..
Zijn tweede vaderland
Op het einde van de zomer 1665 reist Nicolas in Frankrijk en doet Montpellier aan waarvan de faculteit van geneeskunde een specifieke reputatie geniet. Hij maakt er kennis met toonaangevende Engelse naturalisten, met wie hij een studie van de geologie begint. Aangekomen in Italië in de lente van 1666 vestigt hij zich in Florence waar hij met de beroemdste geneesheren werkt. Hij zal van deze stad houden als van zijn tweede vaderland. Door zijn anatomische studies vestigt hij de aandacht van de groothertog van Toscanië, Ferdinand II de Medici. Benoemd tot anatomist in het hospitaal Santa Maria Nuova beoefent en onderwijst hij de geneeskunde. Op het hoogtepunt van zijn wetenschappelijke loopbaan, op achtentwintigjarige leeftijd is hij verkozen in de «Academia del Cimento, een college van onderzoekers geïnspireerd door het onderzoek van Galileï. In Florence, daarna ontmoet hij in Rome verscheidene katholieke geleerden van grote bekendheid onder wie Marcello Malpaghi. Hun besprekingen betreffen eveneens geloofsvragen en betrekkingen tussen geloof en wetenschap.
«Geloof en rede zijn als de twee vleugels waarmee de menselijke geest opstijgt tot de beschouwing van de waarheid. Het verlangen om de waarheid, en uiteindelijk God zelf, te kennen is door God in het mensenhart neergelegd opdat de mens, door Hem te kennen en lief te hebben, omtrent zichzelf tot de volle waarheid zou kunnen komen» (Johannes-Paulus II, encycliek Fides et ratio, 14 september 1998, inleiding). En de Catechismus van het Katholieke Kerk: «Daarom zal het methodisch onderzoek op welk wetenschappelijk gebied dan ook, mits het echt wetenschappelijk en overeenkomstig de normen van de moraal geschiedt, nooit werkelijk in strijd zijn met het geloof, omdat de profane werkelijkheden en de geloofswerkelijkheden hun oorsprong hebben in dezelfde God. Sterker nog: wie met nederigheid en volharding tracht door te dringen in de geheimen der dingen, wordt, zelfs als hij het zich niet bewust is, als het ware geleid door de hand van God, die alles in stand houdt en maakt dat alles is wat het is» (CKK, n°159).
In de lente van 1667 publiceert Stenon een verhandeling over de “Elementen van Myologie” (studie van de spieren). Hij gaat over tot de dissectie van de kop van een haai waarvan hij de tanden vergelijkt met die van versteende haaien; hij besluit eruit dat de fossielen de overblijfsels zijn van versteende levende organismen, originele gedachte voor die tijd. In 1669, terwijl hij kristallen van kwarts van verschillende oorsprong en vormen bestudeert, bemerkt hij dat hun zijden altijd dezelfde hoeken onder elkaar vormen. Deze ontdekking duidt het begin van de moderne kristallografie aan. Hij beschrijft het verschijnsel van sedimentatie en formuleert het begrip van “stratum”, daarna toont hij aan dat men de geologische geschiedenis van een streek kan reconstrueren.
«Ik zou mijn leven geven»
Tijdens zijn verblijf in Florence, reeds geschokt in Parijs door de welsprekendheid van Bossuet, zet Nicolas Stenon zich aan het lezen van katholieke boeken en aan het vergelijken van de verschillende christelijke belijdenissen. Zijn wetenschappelijke geest en nauwgezetheid op zoek naar absolute zekerheden verwijzen hem door naar de theologische studies. Twee vrouwen met een vurig geloof oefenen een diepgaande invloed op hem uit: zijn vaste apothekeres in Florence, zuster Maria Flavia, een religieuze die zijn ongeloof heeft opgemerkt, en die hem leert bidden om het ware geloof te bekomen. De andere is Lavinia Cerami Adolfi, echtgenote van een diplomaat tegelijk met een sterke en zachtzinnige persoonlijkheid: geholpen door haar biechtvader, een geleerde jezuïet, brengt zij geestelijke gesprekken met Nicolas tot stand die hem in zijn ontwikkeling aanmoedigen. Een dag waarop Stenon haar heeft verklaard geen voldoende redenen te vinden om te beslissen de godsdienst van zijn voorouders te verlaten, antwoordt zij hem met vastberadenheid: «Indien mijn bloed u kon overtuigen dat het noodzakelijk is, weet God dat ik mijn leven zou geven op dat ogenblik zelf voor uw heil!» Uiteindelijk brengt zijn vergelijkende studie van het katholicisme en het lutheranisme gesteund op de geschriften van de oude auteurs hem ertoe te besluiten dat de katholieke Kerk de waarachtige Kerk van Christus is. In november 1677, verlicht door een plotse genade, hangt hij geheel het katholiek geloof aan en zweert hij in het openbaar te Florence het Luthers geloof af. Op 8 december erop volgend ontvangt hij het vormsel uit de handen van de apostolische nuntius. In een brief aan een vriend kent hij zijn bekering tot de levenswijze en het gedachtegoed van de katholieken toe in de loop van zijn eerste reizen in de Nederlanden, in Frankrijk en in Italië, aan hun zachtmoedigheid, hun naastenliefde, eveneens aan de lange gesprekken over de godsdienst die tussen hen vriendschapsbanden hebben geknoopt.
«Na alle twijfels en duisternissen te hebben overwonnen, zal paus Johannes Paulus II zeggen, heeft Stenon, vervuld van innerlijke vreugde, zijn “ja” gezegd aan wat God hem had gegeven helder te begrijpen.» (Homilie van de zaligverklaring)
Een onzekere toestand
Nicolas begeeft zich in de lente van 1670 naar Amsterdam. Daar vindt hij de geleerden van zijn wetenschap terug met wie hij zich onderhoudt over wetenschappelijke en godsdienstige onderwerpen. Deze ontmoetingen brengen hem zijn leven ertoe te wijden aan andere gelovigen terug te brengen naar het katholieke geloof. In 1672, op uitnodiging van de koning, is hij bereid terug te keren het land, komt hij terug naar Denemarken en vestigt zich bij zijn zuster, wier echtgenoot de winkel van goudsmeedkunst van zijn vader heeft overgenomen. Hij bekomt de post van koninklijke anatomist, maar bemerkt weldra dat de overheden van het land niet bereid zijn hem goede arbeidsvoorwaarden te verlenen. Men wantrouwt die katholiek, en zijn toestand blijft onzeker. Zonder toekomst in dat zeer protestantse Denemarken verlaat hij Kopenhagen op 14 juli 1674 om terug te keren naar Italië. Hij trekt door Hannover, waar de hertog Jan-Frederik, bekeerd tot het katholicisme, hem vraagt een werk van anatomie te verwezenlijken. Hij verricht verscheidene dissecties vóór het hof om de bloedsomloop aan te wijzen en de constructie van het hart te laten zien.. Aan de tafel van de hertog heeft hij godsdienstige gesprekken met de hovelingen en de predikanten van de stad. Eind 1674 komt hij aan in Florence waar hij belast is met de opvoeding van de twaalfjarige prins, de toekomstige Ferdinand III, wie hij de natuurwetenschappen leert, maar ook de godsdienstige en zedelijke plichten.
In 1675, acht jaar na zijn bekering, een lang geestelijk traject en zware theologische studies is hij tot priester gewijd in Florence. «Hij was, zei paus Johannes-Paulus II, de grote wetenschapper die God erkent als zijn opperste Heer, door zijn innerlijke oproep te volgen om zich totaal te geven aan Christus en zijn krachten uitsluitend in dienst van het Evangelie te stellen. Alzo wilde Stenon, niet tevreden met de apostolische inzet van een leek, priester worden, overtuigd dat dit geen breuk in zijn leven en zijn traject vormde, maar veeleer een stap voorwaarts naar een volwaardiger leven, een zelfgave voor het welzijn van de mensheid.» (Homilie van de zaligspreking). Achteraf, wanneer men hem zal vragen waarom hij priester is geworden, zal Nicolas antwoorden: «Wanneer ik tracht me een idee te maken van de weldaden van God jegens mij, en ik nooit er volledig zal toekomen, vind ik ze zo groot dat dit me dwingt Hem aan te bieden wat ik als beste heb, en dat zo het best mogelijk. Ook door de waardigheid van de priester te erkennen die elke dag op het altaar zijn dank aanbiedt voor de ontvangen weldaden, zijn uitboeting voor de bedreven zonden en elke offerande die God kan behagen, heb ik gevraagd en bekomen de gunst te kunnen aanbieden aan de eeuwige Vader, voor mij en de anderen, de zuivere en onbevlekte offerande..» De geestelijke werkwijze van Nicolas: dankbaarheid en offergave van zichzelf is gelijkwaardig aan die van Sint-Ignatius in diens beroemd gebed: Exercises spirituels, n° 234. (Geestelijke oefeningen, n° 234)
Stenon onderhoudt de hertog Cosimo III de Medici over de betrekkingen tussen zijn politiek leven en het heil van zijn ziel. Het stemt hem ertoe in het bijzonder tot bepaalde onthechting aan het weelderig leven van zijn familie en zijn hof ten voordele van een verlichting van de belastinglasten die op het volk wegen. Hij preekt graag over de verhoudingen tussen het geloof en de rede, en hij stelt talrijke geschriften op om de veelvuldige kritieken te weerleggen waarvan hij het voorwerp is in de geleerde middens van zijn land, maar ook van Duitsland en de Nederlanden. De bekering van een zo beroemde geleerde is niet onopgemerkt gebleven onder hen, en zij oordelen dat «ze hun groot kwaad doet». Hij zet zijn geologische opzoekingen voort, vergemakkelijkt door de aanwezigheid in de omgeving van Florence van steengroeven waar men talrijke fossielen vindt.
Verklaring en bron van het verlangen
In 1677 brengt de koningin van Denemarken aan de paus het verlangen over van haar broer, de hertog van Hannover, om Nicolas te hebben als bisschop. De kerkvorst aanvaardt dit verzoek. De verkozene begeeft zich dan naar Rome te voet als arme pelgrim, om zijn dagelijks brood bedelend om zich voor te bereiden op de bisschopswijding. De gelukzalige paus Innocentius XI laat hem bisschop wijden door de heilige kardinaal Gregorius Barbarigo en vertrouwt hem de zorg toe voor de katholieken van alle landen van Noord-Europa overgegaan tot het protestantisme. «Rijk aan liefde, zelfs aan lijden, zal de paus Johannes Paulus II zeggen, was Mgr. Stenon geboeid door de gekruisigde Christus, de hogepriester… Het blazoen dat hij heeft gekozen, een hart bekroond met een kruis, symboliseert en vat helder samen de ingrijpende voorkeur van zijn bestaan. Hij heeft heel zijn leven willen in dienst stellen van het kruis van Christus, waarin hij het definitief woord van God voor de mensheid heeft gezien… De diepe overtuiging dat Christus het licht der wereldis en dat slechts door Hem te ontmoeten de mens kan genieten van het licht van het leven is de drijvende kracht die Nicola Stenon heeft aangezet om geen energie te sparen om het evangelie te verkondigen. Zijn verlangen van missionaris vindt hier zijn verklaring en zijn oorsprong.» (ibid.)
In Hannover ontmoet Mgr. Stenon Leibniz (1646-1717); wiskundige en idealistische wijsgeer die van hem zal zeggen: «Hij was een grote anatomist en sterk onderlegd in de kennis van de natuur, maar hij liet ongelukkig het onderzoek ervan varen, en van een grote fysicus werd hij een middelmatige theoloog.» Leibniz was protestant, maar hij kwam nooit tot het aannemen van de goddelijke Openbaring als een historisch onbetwistbaar feit..
De protestantse Hervorming had in de XVIe eeuw nagenoeg de gehele verdwijning van de katholieke Kerk in onmetelijke gebieden veroorzaakt, en de Heilige Stoel moest het geheel van de bisdommen van het noorden van Duitsland en van Scandinavië afschaffen. Alleen kleine groepen waren trouw gebleven aan het katholiek geloof. In 1667 werd dit gebied toevertrouwd aan een apostolische vicaris (bisschop afhangend van de Heilige Stoel). Mgr. Stenon, de tweede om die opdracht te vervullen, werkte samen in Hannover en omgeving tot in 1680, predikend niet alleen in het Duits, maar ook in het Frans en in het Italiaans, want de katholieken waren vooral vreemdelingen. Hij beurt de kleine katholieke kudde op en dialogeert met allen, de Lutheranen, de geleerden al waren het ongelovigen. Zijn leven is «een lichtend voorbeeld van openheid en dialoog» (heilige Johannes-Paulus II, ibid.) Zijn getuigenis toont «hoe, door rechtschapenheid verbonden met voornaamheid en met fijngevoeligheid, met voorbeeldige zeden en met heiligheid van het leven, men die betrekkingen kan vastleggen en moet die de wederzijdse verstandhouding, de liefde en de éénheid vergemakkelijken» (ibid.). De heilige paus Johannes XXIII zal van Nicolas Stenon zeggen: «Na zelf het moeizame traject te hebben doorlopen dat hem leidde naar het hart van de Kerk van Jezus Christus, ondervond hij een inwendige ware kwelling bij de gedachte aan de talrijke zielen — deze in het bijzonder van zijn landgenoten — die beroofd waren van het volle licht van de Openbaring, en hij brandde van een hevig verlangen om hen te leiden tot de weg van de waarheid… Die kwelling was de bron van een onvermoeibare activiteit, gekenmerkt door twee trekken waaraan men de echte zonen van de Kerk herkent: een onaantastbare gehechtheid aan alle punten van de geopenbaarde leer en een grote eerbied en een tedere liefde ten opzichte van degenen die onze overtuigingen niet delen» (14 oktober 1959).
Een enorme bescheidenheid
De groothertog van Hannover sterft in 1679, en zijn broer, een protestant, volgde hem op. Spijts een zekere welwillendheid van die laatste, heeft Mgr. Stenon niet meer dezelfde vrijheid. Hij aanvaardt dan een opdracht in Münster, in Westfalen, die weldra verandert in een verantwoordelijkheid van hulpbisschop van de prins-bisschop van Paderborn. Wanneer de gezondheid van die laatste verslechtert, vervangt Mgr. Stenon hem dikwijls en, uit nederigheid, verplaatst hij zich te voet. Zijn woorden zijn een ware troost voor de katholieken; hijzelf vergelijkt zich graag met een geneesheer die elk van zijn zieken moet kennen. Hij «toonde een grote waardigheid en een buitengewone bescheidenheid», zal zijn kapelaan zeggen. Hij wordt ook een bedelaar bij de prins-bisschop voor de gelovigen, die vaak in armoede zijn. Bij de dood van de prins-bisschop, in 1683 maakt het kapittel van de kanunniken bezwaar tegen Mgr. Stenon die hem had moeten opvolgen. Omdat belangrijke financiële belangen aan de wortel van het conflict lagen, beslist de prelaat zich terug te trekken
In 1684 verzaakt hij aan het actief dienstwerk en begeeft hij zich naar Schwerin (Mecklenburg — Noord-Duitsland) waar hij in de onthechting leeft terwijl hij zijn wetenschappelijke werkzaamheden over de schedel en het zenuwstelsel herneemt. Armoedig gekleed, voedt hij zich vier dagen per week met brood en bier. Hij gaat zelfs zo ver dat hij zijn bisschopsring verkoopt om tegemoet te komen aan de noden van de armen, gebaren die meer opbouwen dan een mooie homilie. Hij beschouwt zich als een grote zondaar die zijn fouten moet herstellen; maar uitwendig is hij zeer opgewekt. Hij begrijpt dat hij voortaan niet meer zijn opdracht in de noordelijke landen kan vervullen beslist hij Italië te bereiken. Maar een darmziekte treft hem en veroorzaakt bij hem grote pijnen. Eer te sterven wendt hij zich tot de Heer: «Jezus, wees mijn Redder»! Ik zal uw barmhartigheid bezingen gedurende de eeuwigheid!» Hij sterft op 26 november (of 5 december) 1866 te Schwerin. Zijn lichaam is overgebracht naar Florence en begraven in de basiliek van San Lorenzo bij de Medici, zijn beschermers.
Voor zijn merkwaardige deugd en vroomheid, heeft de heilige Johannes Paulus hem gelukzalig verklaard: «Het geheim van zijn bestaan, zei de paus, is volledig hierin gelegen: indien hij beroemd is door de ontdekkingen gedaan in het domein van de anatomie, wat hij door zijn levenskeuze aanduidt is veel belangrijker. Dankzij de “wetenschap van het hart” heeft Nicolas Stenon God ontdekt, Schepper van al wat bestaat en Redder van de wereld, en hij heeft zich de hartstochtelijke boodschapper ervan gemaakt te midden van zijn broeders’» (ibid.)
Vragen we de gelukzalige, gevierd op 5 december door de katholieke Kerk, ons te helpen te getuigen van de waarheid van God, oneindige Goedheid, en van Diens Liefde.











