Beata Maria-Antonia de Paz y Figueroa

16 Oktober 2024

Zalige Maria-Antonia de Paz y Figueroa

Dierbare Vrienden,

«Waar meer zoetheid vinden dan in de herinnering aan de hemelse genaden en onuitwisbare vertroostingen die de beoefening van de Geestelijke Oefeningen ons laat smaken? schreef Paus Pius XI in zijn encycliek over de Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius… Is het daar niet dat Wij het licht vonden om de goddelijke wil te kennen en de aansporing hem te vervullen?… Wij zien in de een onvergelijkbaar werkinstrument voor het eeuwig heil van de zielen» (Encycliek Mens nostra, 20 december 1929). Op 27 augustus 2016 werd een vrouw zalig verklaard die eveneens overtuigd was van de uitzonderlijke waarde van de Geestelijke Oefeningen en die haar leven inzette opdat de beoefening ervan niet zou onderbroken worden door de opheffing van de Sociëteit van Jezus in Argentinië in de 18e eeuw.

Zalige Maria-Antonia de Paz y Figueroa In Argentinië, waar zij algemeen gekend is onder de naam Mamá Antula, is María Antonia de Paz y Figueroa in 1730 geboren in Villa Silípica, in de provincie Santiago del Estero, in het noorden van het land. Haar ouders behoren tot de aristocratie. María Antonia en haar drie broers krijgen een degelijke opvoeding waarin vroomheid een primordiale rol krijgt. Zij is een mooi jong meisje, intelligent en dynamisch en haar ouders hopen een «goede partij» voor haar te vinden. Maar María Antonia heeft besloten zich door maagdelijkheid en apostolaat helemaal aan God toe te wijden.

In 1585, richtten de eerste paters jezuïeten die in de streek zijn aangekomen, een school op. Zij wenden voor het apostolaat hun krachtigste middel aan, namelijk de Geestelijke Oefeningen van hun stichter, de heilige Ignatius van Loyola. Zij deinzen er niet voor terug van deur tot deur te gaan om voor de retraites, die zeven tot tien dagen duren, vooral mannen uit te nodigen. In Santiago del Estero krijgen zij hulp van godgewijde vrouwen, “vrome vrouwen” genoemd, zeer bezield en tot allerlei dienstbetoon bereid. Deze vrouwen bidden dagelijks samen de drie delen van de Rozenkrans en leiden een heel arm en streng leven. Tijdens de retraites onder leiding van de paters jezuïeten, doen zij de huishouding. Bovendien bezoeken zij zieken en armen en helpen bij het onderwijs voor kinderen.

Op de leeftijd van vijftien, legt María Antonia private geloften af, draagt een zwart kleed dat gelijkt op de soutane van de jezuïeten, waarmee zij haar wijding publiek kenbaar maakt, en neemt de naam aan van María Antonia van de Heilige Jozef. Zij is in contact met een gemeenschap van “vrome vrouwen” uit Santiago, die hun geestelijke leiding gewoonlijk van jezuïeten krijgen. Zij is ook in correspondentie met de contemplatieve karmelietessen en dominicanessen in Córdoba en Buenos Aires, maar wordt door hun levenswijze niet aangetrokken. Haar spiritualiteit is gericht op het Heilig Misoffer en een tedere devotie voor het Kind Jezus. Zij heeft een grote verering voor de Heilige Maagd, de heilige Jozef, de heilige Ignatius, de heilige Franciscus Xaverius en de heilige Stanislas Kostka. Zij zal in Argentinië de eredienst invoeren tot de heilige Gaetan van Thiène (1480-1547), die de Theatijnen stichtte voor de vernieuwing van het priesterambt, voor onderwijs en missionering.. Hij is patroon van werklieden en werkzoekenden, en wordt in Argentinië nog altijd veel aangeroepen. María Antonia valt op door haar glimlach en aandacht voor anderen, en werkt gedurende meer dan twintig jaar samen met de jezuïeten van Santiago del Estero om het apostolaat van de Oefeningen te bevorderen..

Maar in de 18e eeuw krijgt het gezag van de Kerk tegenkanting. Paus Pius XI zal in die tijd schrijven: «wij zien dat de menselijke rede buitensporig verheven wordt; al wat de krachten en de maat van de mens te boven gaat of niet tot het domein van de natuur behoort, wordt verworpen en geminacht. Zelfs de driemaal heilige rechten van God, worden individueel of maatschappelijk voor niets geacht» (Apostolische Brief Meditantibus Nobis, 3 december 1922). De jezuïeten die toen een grote rol speelden als raadgevers van prinsen en als opvoeders van jongeren die bestemd waren om hoge openbare functies te bekleden, zijn het slachtoffer van alle soorten aanvallen en vervolging. De protestantse historicus Sismondi (1773-1842) kon schrijven: «Het concert van beschuldigingen en meestal kwaadsprekerij dat wij tegen de jezuïeten vinden, heeft iets schrikwekkends. Heel de juridische orde, een groot deel van de geestelijkheid, alle “filosofen” en libertijnen hebben zich verenigd om de jezuïeten aan te klagen» (Histoire des Français, deel XXIX). De vorsten van Portugal, Frankrijk en Spanje keren zich tegen hen. In 1767, beveelt Karel III, de koning van Spanje, de uitdrijving van de jezuïeten uit al zijn staten, de kolonies in Amerika inbegrepen. Paus Clemens XIII protesteert tevergeefs. In Santiago del Estero verloopt de uitdrijving even brutaal als elders: soldaten voeren de Paters mee als misdadigers. In 1773, heft Paus Clemens XIV die op zijn beurt misleid is, de Sociëteit van Jezus op. Zij wordt pas in 1814 door Paus Pius VII hersteld.

Verweesd

Na het vertrek van de jezuïeten voelt María Antonia zich verweesd en telkens zij voorbij hun college gaat, breekt haar hart. Als zij ziet hoe de geestelijkheid zich aan deze onrechtvaardigheid lijkt aan te passen, is dat voor haar een groot lijden: alles wat van ver of dichtbij met de Sociëteit van Jezus te maken heeft, is afkeurenswaardig geworden en men wil haar naam zelfs niet meer vernoemen. María Antonia, die de waarde van de Geestelijke Oefeningen goed kent omdat zij ze jarenlang beoefend heeft en er de overvloedige vruchten van zag, voelt zich gedreven om te reageren nu de beoefening ervan verworpen wordt. Zij legt zich erop toe de reputatie van de Paters tegen de vijandige publieke opinie te verdedigen en zegt openlijk hun volgeling te zijn. Zij richt in Santiago del Estero, op uitdrukkelijk bevel van Onze Heer – zoals zij zal beweren – en met toelating van de kerkelijke autoriteiten, een grote woning in waar zij retraites organiseert. Zij geeft blijk van de bijzondere aanleg om goede priesters te vinden die de retraites willen leiden volgens de methode van de heilige Ignatius. Zij toont de universaliteit van de Geestelijke Oefeningen aan door ze te laten preken door paters franciscanen of dominicanen. Haar onderscheidingsvermogen lijkt op dit vlak, zoals ook op andere vlakken, zo trefzeker dat men daarin een bijzondere bijstand van God mag zien. De talrijke vruchten van deze retraites tonen dat zij een spirituele therapie zijn die honderden leken en priesters geneest door hen af te leiden van de brede weg die naar het verderf leidt (Mt 7,13) en hen te transformeren in trouwe volgelingen van Christus, apostelen van zijn Evangelie. Overtuigd geworden dat zonde het grootste kwaad is (cfr Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1488), gehoorzamen velen opnieuw aan de geboden van God, volgen gelovig het onderricht van de Kerk, en keren terug naar een leven van gebed en naar de sacramenten.

«Het bewijs is er, zal Paus Pius XI schrijven, dat onder alle methoden… er één is die altijd de eerste plaats heeft ingenomen, en vereerd werd met de volle en meermaals herhaalde goedkeuring van de Heilige Stoel…, die gedurende bijna vier eeuwen talloze vruchten aan deugd heeft voortgebracht; het is de methode van de heilige Ignatius van Loyola, die Wij graag de belangrijkste Leraar en Geestelijke deskundige noemen van de Geestelijke Oefeningen. Zijn bewonderenswaardig boek van de Oefeningen, hoe dun ook, maar gewichtig door hemelse wijsheid…, is op een schitterende manier de meest wijze en universele van alle wetten gebleken voor het heil en de vervolmaking van de zielen, de nooit opdrogende bron van de meest verheven en degelijke vroomheid, een onweerstaanbare aansporing en zeer ervaren gids om de zielen te helpen zich opnieuw te vormen en de toppen van het geestelijk leven te bereiken» (Encycliek Mens nostra). De bijzondere vruchtbaarheid van de Geestelijke Oefeningen heeft te maken met het aangeboden programma. De retraitant laat zijn gewone bezigheden en zorgen achter zich om naar een huis te gaan waar hij rust, stilte en ingetogenheid vindt. Zo kan hij zich meerdere keren per dag op zijn eentje aan het gebed wijden en voordeel halen uit de begeleiding van een priester. De heilige Ignatius houdt de retraitant vooreerst zijn oorsprong en uiteindelijke bestemming voor ogen. Dat is het Principe en Fundament, waarvan Paus Leo XIII zei: «De befaamde meditatie in de Geestelijke Oefeningen over de eindbestemming van de mens volstaat voor de volledige wederopbouw van de Stad» (audiëntie van 1894). De retraitant wordt vervolgens naar een diepe zuivering van de ziel geleid door het beschouwen van zijn zonden en de eeuwige consequentie die zij hebben voor wie niet op de oneindige barmhartigheid van God vertrouwt. Dan volgt de beschouwing van het leven van Jezus Christus, de Verlosser, dat de retraitant steeds beter leert kennen om Hem vuriger te beminnen en trouwer te volgen. De heilige Ignatius biedt ook verschillende beschouwingen over het geestelijk leven aan, meer bepaald regels voor de onderscheiding der geesten.

De “vrome vrouw van de Geestelijke Oefeningen”

Vurig bezield om de zielen de weg naar de Hemel te wijzen, verlaat María Antonia de stad op zoek naar retraitanten. Zij trekt te voet door het platteland van heel Noord-Argentinië, waarbij zij duizenden moeilijkheden en tegenspraak ontmoet. Zij valt op door haar uitzonderlijke voorzichtigheid: voor iedere beslissing vraagt zij raad aan wijze mensen en wendt zij zich tot de kerkelijke overheid, hetzij bisschoppen of pastoors, telkens een toelating nodig is om retraites met affiches aan te kondigen of ter gelegenheid van de zondagsmis.. María Antonia getroost zich ook de moeite om ze van deur tot deur en op de markt kenbaar te maken. Zij rekent op de Voorzienigheid om eten te vinden voor de retraitanten, maar bedelt ook. Daarvoor schaft zij zich een ezel met kar aan. Met haar wandelstok in kruisvorm wordt zij in heel de streek een bekende figuur.. Het ontbreekt haar inderdaad niet aan eten, ongeacht het aantal retraitanten. María Antonia is zelf vol bewondering voor Gods goedheid: niets ontbreekt op de gestelde tijd en de retraitanten stromen toe. Zij wordt voor velen een voorbeeld van nederige en spontane eenvoud en krijgt de bijnaam “de vrome vrouw van de Geestelijke Oefeningen“.

«Deze volheid aan christenleven die de Geestelijke Oefeningen ons geven, heeft niet als enige vrucht de innerlijke vrede des harten. Een andere vrucht vloeit daar heel natuurlijk uit voort, een kostbare vrucht, een weldaad voor de samenleving, al komt zij weinig voor: namelijk vurige ijver voor het heil van de zielen, de geest van het apostolaat. Trouwens, is de uitwerking van de naastenliefde in een rechtvaardige ziel die God met Zijn genade vervult, niet dat Hij haar met bovennatuurlijke ijver ontvlamt om andere zielen op te roepen deze kennis en liefde voor het oneindig Goed te delen?» (Pius XI, Mens nostra).

De Heer ondersteunt María Antonia met de gave wonderen te doen.. Op een dag is het huis vol retraitanten en is er brood te kort. María Antonia wordt ervan op de hoogte gebracht door haar nicht met wie zij op dat moment samen aan het werken is. Zij zegt haar nicht aan de deur te gaan kijken. Deze ontdekt daar manden met heerlijk wit brood waarvan niemand weet waarvan het komt. Een andere keer blijkt de kleine ton waarin wijn bewaard wordt, leeg te zijn. Hij wordt met water gevuld om te voorkomen dat het hout uitdroogt.. Degenen die er daarna water uitnemen, stellen vast dat het uitstekende wijn is, die de priesters zelfs voor de Mis zullen gebruiken.

Het toekomstig herstel

María Antonia begeeft zich naar Córdoba, de hoofdstad van de streek.. Daar krijgt zij sterke tegenkanting: men ergert zich aan een vrouw die armoedig gekleed gaat, geen hogere opleiding genoten heeft en de boodschap van het Evangelie verkondigt. Doch haar nederigheid, geduld en zachtmoedigheid stellen haar in staat de hindernissen te overwinnen. Zij huurt een woning en vindt priesters om de Geestelijke Oefeningen te preken. In het begin van het jaar 1778, volgen in een tijdsspanne van drie maanden en een half, ongeveer 3.000 mannen en vrouwen deze retraites. Er gebeuren veel bekeringen. Dit succes zegt haar dat er in de grote steden veel goed kan gedaan worden. In Córdoba kondigt de Heer haar het toekomstig herstel van de Sociëteit van Jezus aan: te midden van het puin, opgehoopt na de uitdrijving van de jezuïeten, ziet zij dat hun kerken als het ware ondergedompeld zijn in duisternis. Daarna dalen een lichtpuntje en een engel van God uit de Hemel neer en ontsteken een lont die alle heiligdommen verlicht waar het liturgische leven in zijn volheid en schoonheid terugkeert. Dit visioen is haar steun in donkere en moeilijke momenten. Door deze zekerheid gesterkt, zal zij op de 19e van elke maand, een Mis laten opdragen ter ere van de heilige Jozef, patroon van haar werk, om de genade van dit herstel te bekomen.

Als María Antonia in Córdoba zeventig retraites georganiseerd heeft en alle voorzieningen getroffen heeft opdat dit werk er kan doorgaan, keert zij naar Santiago del Estero terug.. Sinds de opening van het eerste Huis van de Geestelijke Oefeningen in deze stad, zijn elf jaar verlopen. Zij heeft ongeveer drieduizend kilometer te voet afgelegd. Bisschoppen en een groot aantal priesters, maar ook provinciegouverneurs en heel veel mensen uit alle standen van de samenleving, zijn door hun ontmoeting met haar veranderd. Zij schrijft naar Pater Juárez, een jezuïet in ballingschap: «Het is mijn groot verlangen de geest te erven van degene die de Geestelijke Oefeningen heeft opgesteld… met het verlangen de geest van heel de wereld opnieuw te vormen, te beginnen met de christenheid.»

Met haar kruis in de hand, roept María Antonia “God wil het” en gaat op weg naar Buenos Aires waar de Heer haar roept. Zij onderneemt deze reis van ongeveer duizend kilometer met enkele gezellinnen, vrome vrouwen, en komt in 1779 in de hoofdstad aan. De intrede van deze kleine groep vrouwen wordt opgemerkt.. Enkele jongeren werpen stenen naar hen. Zij zoeken hun toevlucht in een klein heiligdom, Onze-Lieve-Vrouw van Medelijden (dat een grote basiliek zal worden). Dit heiligdom zal María Antonia dierbaar blijven. Zij vraagt er begraven te worden. De vrome vrouwen worden vervolgens opgenomen in een gezin afkomstig uit Santiago del Estero. María Antonia begint onmiddellijk over bekering en boete te spreken, wat in de stad slecht aankomt. Zij geeft zich innig over aan gebed en boete. Zij heeft de gewoonte aangenomen blootsvoets te gaan en een haren boetekleed te dragen. Ook wil zij naar de bisschop gaan, maar krijgt geen audiëntie. Zij zal meerdere maanden regelmatig moeten terugkomen vóór zij hem kan ontmoeten, in een context die nog getekend is door de uitdrijving van de jezuïeten. «Geduld is goed, zegt zij graag, maar volharding is beter.» Tenslotte overtuigd, verleent de bisschop haar alle nodige toelatingen. María Antonia organiseert de eerste retraites. In 1781, hebben negenentwintig retraites plaats, soms met tweehonderd deelnemers. Heel tevreden met de resultaten, is de bisschop bereid om zelf bepaalde conferenties te geven. De pastoor van de kathedraal van Buenos Aires, die als predikant aan de Geestelijke Oefeningen heeft deelgenomen, doet afstand van zijn post en bezittingen om María Antonia in haar dienstwerk te begeleiden. Dankzij de Voorzienigheid en aalmoezen, worden de retraites gratis gegeven. Het eten voor de retraitanten komt zo overvloedig dat men er kan van uitdelen aan de armen.

Aandachtige zorg

In 1791-1793 verblijft María Antonia drie jaar in Montevideo in Uruguay, aan de overkant van de la Plata rivier, waar zij een huis voor Geestelijke Oefeningen inricht. Na haar terugkeer naar Buenos Aires, kan zij door een grote schenking aan grond, in 1797 het “Heilig Huis van de Geestelijke Oefeningen” stichten, voor retraites met honderd personen, en aparte huisvesting voor de vrome vrouwen. Zij onthaalt er retraitanten, waakt erover dat zij al het nodige hebben, vindt het middel om hen aan te moedigen met een glimlach of vriendelijk woord en zet feestelijke momenten in de verf. Voor de meest ontwikkelde personen worden boeken ter beschikking gesteld. Sommige oefeningen wordt geïllustreerd met godsdienstige afbeeldingen, voorstellingen en sketches. De kapel en de gangen zijn van veel schilderijen en beelden voorzien. Men kan in het huis een Jezus van Nazareth zien, bekend om Zijn wonderen.

Tijdens de Geestelijke Oefeningen, «zal de retraitant die gevormd wordt door de hemelse Leraar, meer de echte waarde van het menselijk leven waarderen, dat heel zijn waarde ontleent aan de dienst aan God; hij zal een gruwelijke hekel krijgen aan de boosheid van de zonde; hij zal een heilige vreze des Heren krijgen; de sluier die de ijdelheid van aardse bezittingen verbergt, zal vallen en zij zullen heel hun ware aard tonen; aangespoord door de lessen en voorbeelden van Hem die de weg, de waarheid en het leven is (cfr Joh 14,6) zal hij de oude mens afleggen, zich vernieuwen en zich door de beoefening van de nederigheid, gehoorzaamheid en vrijwillige zelfverloochening met Christus bekleden en ernaar streven de volmaakte Man te worden, en de gehele omvang van de volheid van de Christus te worden (cfr Ef 4,13) waarover de Apostel spreekt. Tenslotte zal hij zich met alle kracht inspannen opdat ook hij met dezelfde Apostel zal kunnen herhalen: ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij (cfr Gal 2,20)» (Pius XI, Mens nostra).

Wanneer zij over een beetje vrije tijd beschikt, bezoekt María Antonia de armen en verzorgt zij hen naar lichaam en ziel. In haar verlangen naar de bekering van mensen die ver van God staan, neemt zij met grote liefdadigheid vrouwen op die berouw tonen na een verdorven leven. Zij draagt ook zorg voor verlaten kinderen. Door haar voorbeeldige nederigheid worden ruzies in families of zelfs in kerkelijke kringen bijgelegd, troost zij gevangenen en brengt zij iedereen vertrouwen en sereniteit bij.

“Dochters van de Goddelijke Redder”

María Antonia heeft zich omringd met een aantal vrouwen die zich naar haar voorbeeld helemaal aan God en het werk van de retraites wijden. Zij geven ook catechese in parochies. Het begijnhof dat in 1795 voor hen zal gesticht worden, zal het ontstaan geven aan de “Vereniging van de Dochters van de Goddelijke Redder”. Dat zal het werk van de retraites voortzetten. Het zal zich ook inzetten voor godsdienstonderricht op alle niveaus, voor missionering van de plattelandsbevolking en hulp aan de armsten.

Op haar zestigste zou María Antonia die nog brandt van ijver voor de zielen, aan veel meer mensen retraites willen aanbieden.. Zij wordt gevraagd terug te komen naar Tucumán en Santiago, maar wijst het af omdat zij denkt voortaan haar krachten op Buenos Aires te moeten richten. De brieven die zij naar jezuïeten in ballingschap schrijft, zullen dikwijls gekopieerd worden en vertaald in het Italiaans, Frans en Latijn, en zullen over heel Europa verspreid worden. Sommigen komen zelfs in handen van Mevrouw Louise van Frankrijk, dochter van koning Lodewijk XV, die onder de naam van Moeder Thérèse van Sint-Augustinus, priorin geworden is van de karmel van Saint-Denis. Vanaf 1791 verschijnt in Rome een korte uiteenzetting over María Antonia onder de titel De standaard van de sterke vrouw (cfr Pred 31,10), die de grote achting toont die men ook in Europa voor haar heeft.

María Antonia gaat door met haar streng leven, zij eet alleen brood en enkele groenten. Haar innerlijk lijden is groot. Haar gezondheid gaat achteruit en zij stelt haar geestelijk testament op, waarin zij een begrafenis zonder uiterlijke luister vraagt, maar die wel met vurig gebed zou begeleid worden. Drie dagen vóór haar dood, laat zij zich naar de stenen bank dragen die aan de huisdeur staat en zegt daar aan de voorbijgangers dat zij zich moeten bekeren en boete doen voor hun zonden. Zij kondigt grote kastijdingen aan voor de stad, vooral omwille van de onbescheiden kleding. Op 6 maart 1799 overvalt haar hevige koorts. Zij sterft ’sanderendaags op de leeftijd van 69 jaar. Haar lichaam rust in de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Medelijden in Buenos Aires, waar zij door vele pelgrims vereerd wordt.

Het innerlijk leven van de zalige María Antonia werd gevoed door groot geloof in God en Zijn Voorzienigheid.. Als onbekende vrouw, zonder macht of aanzien, wijdde zij al haar krachten aan het oproepen van de gelovigen tot bekering door de beoefening van de Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius. Als onvermoeibaar apostel, pionier in de vorming van leken en priesters, heeft zij een groot deel van Zuid-Amerika naar Christus geleid. Men schat dat 80.000 personen genoten hebben van de retraites die zij organiseerde.

«De Geestelijke Oefeningen aanbieden, betekent uitnodigen om God, Zijn liefde en Zijn schoonheid te ervaren. Wie ze op een authentieke manier beleven, ondergaan de aantrekking van God en komen er getransfigureerd uit. Wanneer zij het gewone leven hernemen, hun werk en dagelijkse relaties, dragen zij de geur van Christus met zich mee» (Paus Franciscus, 3 maart 2014, op Radio Vaticaan). Vragen wij aan de zalige María Antonia voor vele personen de genade om de Geestelijke Oefeningen te doen en er groot geestelijk voordeel uit te halen voor het heil van hun ziel, voor vele andere zielen, het welzijn van de Kerk en de wereld.

Kapitein Auguste Marceau

H. Philippe Smaldone

Zalige François Faà di Bruno

Zalige Henri Planchat