29 januari 2025
Zalige Alberto Marvelli
Dierbare Vrienden,
«Alberto Marvelli heeft laten zien hoe in veranderende tijden en situaties christelijke leken zich zonder voorbehoud weten te wijden aan de opbouw van het Koninkrijk Gods, in het gezin, op het werk, in de cultuur, in de politiek, door het Evangelie naar het hart van de maatschappij te dragen, zei Paus H. Johannes Paulus II, in Rimini in 1992. Bij de zaligverklaring van deze jonge Italiaan die vroegtijdig is overleden in 1946 op achtentwintigjarige leeftijd, verklaarde dezelfde Paus: «Alberto had van de dagelijkse Eucharistie het middelpunt van zijn leven gemaakt. In het gebed zocht hij eveneens de inspiratie voor zijn politiek engagement, overtuigd als hij was van de noodzaak volledig te leven als zoon van God in de geschiedenis, om daarvan een heilsgeschiedenis te maken» (5 september 2004).
Alberto Marvelli is op 21 maart 1918 in Ferrare (Italië) geboren als zoon van Luigi Alfredo Marvelli, bankdirecteur in Rovigo en voorzitter van de plaatselijke afdeling van de conferenties van Sint Vincentius a Paulo. Zijn moeder, Maria, geboren Mayr, is van Beierse adellijke afkomst. Alberto is het tweede van zes kinderen. Na meerdere verhuizingen vestigt het gezin zich in Rimini. Wanneer Alberto nog geen vijftien jaar is, sterft zijn vader, geveld door een hersenvliesontsteking. Daarover zal de jongeman schrijven: «Ik zal nooit het voorbeeldig leven vergeten van mijn vader dat hij sereen en godvruchtig heeft geleid, zelfs op de moeilijkste momenten. Hij was een christen in de volle betekenis van het woord, compromisloos, zonder vrees voor andermans oordeel, zonder uiterlijk vertoon, oprecht, goedlachs, altijd goedgunstig, sereen… Hij heeft altijd de wijze stem van het geweten gevolgd en niet geaarzeld af te zien van eerbetoon en rijkdom wanneer die slechts verkregen konden worden ten koste van de heldere transparantie van de ziel.» Gertrude, zus van Alberto verklaart dat Mevrouw Marvelli een onuitputtelijke bron van leven en liefde was; maar zij was ook een beetje de moeder van alle kinderen van de parochie. Als lid van meerdere christelijke verenigingen, zal ze aan het eind van de Tweede Wereldoorlog gemeentelijk raadslid worden.
Op school blijkt Alberto een briljante leerling te zijn, zelfs in de letterkundige vakken waarvoor hij de minste belangstelling heeft. Het kind is vroegrijp en heeft veel overwicht op zijn klasgenoten; hij heeft een impulsief temperament dat hij met de hulp van zijn moeder leert te beheersen. Op twaalfjarige leeftijd sluit hij zich aan bij de kindergroep van de Katholieke Actie en bezoekt eveneens met regelmaat de salesianer huiskapel. De Salesianen waken over de kinderen, leiden hun spelletjes, corrigeren goedmoedig hun gebreken, zorgen voor een vredig en blijmoedig leven. Het pedagogisch principe is: «Het de jongere moreel onmogelijk maken te zondigen.» Alberto’s ziel wordt diep geraakt door het voorbeeld van Domenico Savio (1842-1857), een leerling van H. Don Bosco, gestorven op veertienjarige leeftijd en tegenwoordig vereerd als heilige. Hij ontleent aan hem de liefde voor de Eucharistie, de dienstbaarheid en de vriendelijkheid. De Salesianen steunen op Alberto voor de leiding die moet worden gegeven aan een deel van hun activiteiten, vooral de recreatieve. Als muziekliefhebber zet hij een klein orkest op. Hij geeft catechismusles en zorgt bij voorkeur voor gehandicapte of in moeilijkheden verkerende jongens.
«Op deze dag, zo schrijft op 8 december 1934, heb ik, na de heilige communie, mijn hart toegewijd aan Maria Onbevlekt Ontvangen opdat zij het zuiver en onbevlekt als het hare moge bewaren.» Vanaf die dag staat zijn geestelijk leven onder de bescherming van de Maagd Maria: «Mijn moeder, mijn vertrouwen» luiden de bewoordingen waarin hij de Madonna voortdurend aanroept. Hij bidt het rozenhoedje iedere dag, in het gezin of alleen, soms op de fiets..
Alberto houdt van alle sporten: tennis, volleybal, atletiek, voetbal, zwemmen, zeilen, maar zijn voorkeur gaat uit naar de wielersport. De sport is voor hem een middel bepaalde karaktertrekken te verbeteren, zijn luiheid aan te pakken, zijn persoonlijkheid te sterken, maar ook om zich naar God te verheffen. In augustus 1935 brengt hij een maand in de bergen door. Het contact met de schoonheid van de natuur maakt hem geestdriftig. «De bergen, zo schrijft hij: als ik God niet zou beminnen, denk ik dat ik erin zou slagen Hem te beminnen door in de bergen te blijven. Wat een vredigheid, wat een rust, wat een schoonheid: alles spreekt ons van God… Alleen een oneindig goede en barmhartige God kan zulke prachtige dingen scheppen!» Vanaf 1933 houdt hij een dagboek bij waarin hij noteert waarnaar hij streeft als christelijke leek. Bladzijden vol van intieme gesprekken met Jezus. «Wat is het vermaak van de wereld, zo schrijft hij, in vergelijking met de vreugde die zij die U liefhebben ervaren? Wat is het plezier, de fictieve geneugte naast het zuiver welbehagen dat men ervaart door U te beschouwen en U in ons te ontvangen, in ons hart? Minder dan niets…!»
Is zuiverheid iets moeilijks? Alberto wenst zijn zuiverheid te behouden, als middel ter communicatie met God. «Er is een verband tussen de zuiverheid van het hart, van het lichaam en van het geloof, verklaart de Catechismus van de Katholieke Kerk… De zuiverheid van hart is de voorwaarde om te komen tot de aanschouwing van God. Zij geeft ons nu reeds de mogelijkheid om te zien in het licht van God en om de ander te verwelkomen als onze “naaste”’. Zij maakt het ons mogelijk het menselijk lichaam, het onze en dat van de naaste, te zien als de tempel van de heilige Geest, als een blijk van de goddelijke schoonheid» (nrs. 2518-2519).
«Is zuiverheid moeilijk te veroveren? vraagt de jongeman zich af. Het is moeilijk voor hen die denken erin te slagen met menselijke middelen, maar voor hen die zich laven aan de onuitputtelijke bronnen van de genade en de liefde, ondersteund door de Eucharistie, meditatie en wilskracht, is ze bereikbaar… Een zuiver hart smaakt de vreugden van de ziel, van de intieme en voortdurende eenwording met God, van de aanschouwing van het Heilig Sacrament. Welk een nieuwe wereld, van oneindige indrukken van zachtheid en kracht… heeft zich voor mij geopend door Jezus te aanschouwen in het Heilig Sacrament!» De op beslissende, vreugdevolle wijze beleefde zuiverheid verschijnt op zijn gezicht. Hij ervaart geen schaamte in zijn contact met jonge meisjes, maar gaat met hen om in gezonde vrijheid van geest, teken van kuisheid. De strijd om de zuiverheid dooft zijn gevoeligheid niet uit, maar stelt hem in staat het wezen van de ware liefde te vatten. In een mooi gebed drukt hij zich aldus uit: «Ik keer me tot U, Vader van Barmhartigheid, opdat Gij mijn hart zuivere en blank, stralend van schoonheid moge bewaren. Moge het goddelijk en bovennatuurlijk licht in mijn hart stralen, het wikkelen in een aureool van licht, voorzien van zijn hemelse geur, drenken in water des levens en leven gevende dauw, het behoede voor de hinderlagen van de duivel! Leid het naar de heldhaftigste deugden!»
Omdat hij niet naar de Zeevaartacademie van Livorno kon vanwege een licht astigmatisme schrijft hij zich in aan de faculteit Werktuigbouwkunde van de Universiteit van Bologna, en zet zijn werk voor Sint Vincentius a Paulo voort en dat voor de Italiaanse Federatie van Katholieke Universiteiten FUCI). Het doel van deze Federatie is katholieke studenten zich meer laten inzetten voor de evangelisatie van het land. Mgr. Giovanni Battista Montini, de latere Paus Paulus VI, staat aan het roer van de FUCI van Bologna.
De financiële middelen van zijn familie staan hem niet toe zijn studies te betalen. Alberto moet daarom zoals zoveel andere studenten in de zomer werken. Om een Mis om twaalf uur te kunnen bijwonen verlaat hij zijn familie vroegtijdig en zonder iets te eten, vanwege de eucharistische vasten (niets eten vanaf middernacht) die dan van kracht is. Een docent verwijt hem dat hij overdrijft, maar de jongeman antwoordt met een stralende lach: Voor mij is het onontbeerlijk!» Hij schrijft in zijn dagboek: «O, Jezus, die in mijn hart leest, die ik probeer iedere dag in mij te ontvangen, die ziet hoe ik mijn best doe U lief te hebben opdat Uw heilige en barmhartige aanwezigheid mijn ziel moge zuiveren en heiligen, help deze arme zondige man, die zich aan Uw voeten werpt om U om vergeving te vragen, blaas mij zuivere, heilige, welwillende, geduldige gedachten in. Met Uw Kruis, Jezus, bezoek mij, Gij die blij zijt mij te helpen het te dragen voor het welzijn van de naaste en mijn arme ziel. Leid mij niet in bekoring en laat mij mijn beloften gestand blijven, die ik onophoudelijk aan Uw voeten hernieuw. Alleen met Uw hulp, en die van de Heilige Maagd en alle heiligen, zal ik kunnen toewerken naar die lichtgevende doelen die ik soms ontwaar, maar die zo ver zijn, heel ver. Ik wil, o Jezus, een heilige worden! Help mij en help ons!»
Een rigoureus en nederig programma
Alberto weet dat heiligheid een gave Gods is, maar dat zij ook de medewerking van de mens vereist.. Hij verbindt zich dan tot de uitvoering van een rigoureus en nederig programma: «Stilte is het beste middel om je te heiligen, geen domme dingen te zeggen en minder zonden te begaan, de trots te verminderen, nederigheid te betrachten en geduld en te leren met God te spreken.. Ik moet absoluut mijn opwellingen van ongeduld overkomen en daarvoor in de plaats tegenover allen liefdevol geduld en vurige naastenliefde betrachten. Voor ik iets doe moet ik bedenken hoe ik het doe… Ik moet absoluut van de gewoonte af over mijn naaste te oordelen, als ik niet door God geoordeeld wil worden… Indien nodig, me de christelijke naastenliefde, de barmhartigheid van God, de bijzondere omstandigheden waarin de naaste verkeert herinneren. “Doe een ander niet wat gij niet wilt dat u wordt gedaan”: goddelijk wijze woorden die heel wat gelegenheden tot ruzies vermijden… Door het inroepen van het Heilig Hart van Jezus en van de Maagd Maria iedere onzuivere gedachte verjagen die, al was het maar van verre, de blanke ziel zou kunnen verduisteren. Om de opwellingen van het hart en overdreven sentimentaliteit een halt toe te roepen, altijd in het achterhoofd de gedachte bewaren aan Jezus aan het Kruis». Een nauwgezet reglement is eveneens onontbeerlijk: «Zo vroeg mogelijk ’s morgens opstaan en op het uur dat ik heb vastgesteld. Een half uur mediteren iedere ochtend zonder het ooit te veronachtzamen, behalve in onvoorziene gevallen. Een half uur geestelijke lezing per dag en misschien zelfs meer. De Heilige Mis bijwonen iedere ochtend en ter communie gaan, en nooit verstek laten gaan, behalve in gevallen van force majeure. Ik ga gewoonlijk een keer per week biechten en ik ontmoet zeer vaak mijn geestelijk leidsman. Dagelijks de Rozenkrans bidden en het Angelus klokslag twaalf» (22 september 1938). Bij dit alles rookt hij zelden en eet en drinkt met mate. Pier Giorgio Frassati (1901-1925 – student in Turijn, gestorven na zijn leven te hebben gewijd aan apostolaatswerk, en zaligverklaard in 1990) is voor hem een toonbeeld: «Oh, als ik hem zou kunnen navolgen in zijn zuiverheid, zijn goedheid, zijn naastenliefde, zijn vroomheid. Hij heeft Christus goed nagevolgd en nageleefd.» In de jaren aan de universiteit leest Alberto de encyclieken en redevoeringen van de Paus. Zijn overpeinzingen haalde hij uit «De ziel van ieder apostolaat» van dom Chautard, uit «De navolging van Jezus-Christus», uit «Christus, leven van de ziel» en uit «Christus in zijn mysteries» van dom Columba Marmion (zaligverklaard in 2000).
Een onuitsprekelijke vreugde
Paus Pius XI definieerde de Katholieke Actie als «de deelname van katholieke leken aan het apostolaat ter verdediging van de religieuze en morele principes, ter ontwikkeling van een heilzame en gezonde maatschappelijke actie, onder de leiding van de kerkelijke hiërarchie teneinde het katholieke leven in de gezinnen en in de maatschappij te herstellen». Alberto die er lid van is geworden in 1933, oefent er de verantwoordelijkheid als voorzitter van de jongeren in uit, vervolgens als vicevoorzitter van het diocees. Hij bezit een gave om te luisteren naar hen die zich tot hem wenden. «Als jongeman van de Katholieke Actie, schrijft hij, heb ik de gebiedende plicht voortdurend en overal apostolaatswerk te verrichten… De vreugde van het christelijk apostolaat is onuitsprekelijk. De mens is gemaakt om niet fysiek, maar geestelijk vooruitgang te boeken.»
Het IIe Vaticaans Concilie leert ons dat apostolaat niet alleen in het getuigenis van het leven bestaat.. «De ware apostel zoekt naar wegen om Christus ook door zijn woord te verkondigen, hetzij aan de niet-gelovigen om hen tot het geloof te brengen, hetzij aan de gelovigen om hen te onderrichten, te versterken en tot een vuriger leven op te wekken, want de liefde van Christus laat ons geen rust (2 Kor. 5,14)» (Decreet Apostolicam actuositatem, nr.6).
Alberto is ook in andere verenigingen actief, met name in de ACLI (Katholieke Vereniging van Italiaanse Arbeiders), waaraan hij zijn beste krachten wijdt, door de controverses te overwinnen, door zichzelf te laten zien als een teken van samenwerking en vereniging. Hij is er evenwel van overtuigd dat de apostolische actie niet volstaat, maar dat men veel tijd moet besteden aan gebed. In zijn dagboek schrijft hij ook: «De grootste tekortkomingen overwinnen: luiheid, verzotheid op lekker eten, ongeduldigheid, nieuwsgierigheid en vele andere. De hulp van Jezus inroepen op ieder moeilijk moment.»
Italië is in oorlog op 10 juni 1940. Alberto wordt gemobiliseerd in Triëst, in een eenheid van de gemotoriseerde infanterie. Hij schrijft: «Het nationaal en internationaal recht moet gebaseerd zijn op een christelijke grondslag. Het Evangelie en de pauselijke encyclieken moeten de norm zijn in het leven, niet alleen voor de mensen afzonderlijk, maar voor de volken, de naties, de regeringen, de wereld.» De diepere oorzaak van de oorlog «is onze weinige liefde voor God en voor de mensen. De geest van naastenliefde ontbreekt in de wereld en dus haten we elkaar als vijanden in plaats van elkaar lief te hebben als broeders, allen verlost door Christus.»
Paus Pius XII had zojuist zijn eerste encycliek gepubliceerd, waarin hij verklaarde: «De eerste en diepste oorzaak van alle kwalen, waaraan de moderne maatschappij lijdt, is gelegen in de ontkenning en verwerping van een algemeen geldende zedelijke norm, zowel voor het bijzondere als voor het openbaar leven en voor de betrekkingen tussen de volken en natiën onderling. De natuurwet zelf wordt verworpen en vergeten..
Deze natuurwet steunt, als op haar grondslag, op God…Wanneer Gods eeuwig wezen in dwaze verblinding wordt geloochend, dan wankelt en valt terstond de grondslag van alle zedelijkheid…de eerste stap tot verwerping van de grondslag van alle zedelijkheid is indertijd in Europa geweest: de grote afval van de leer van Jezus Christus, waarvan de Stoel van Petrus de bewaarder en de leraar is» (Summi Pontificatus, 20 oktober 1939).
Moedig geloofsgetuigenis.
Direct na aankomst in de kazerne roept Alberto de leden van de Katholieke Actie bijeen en zij die bereid zijn een moedig geloofsgetuigenis te geven door middel van vormingsbijeenkomsten en deelname aan de Mis. Een van zijn compagnons in het peloton waarin hij zijn opleiding volgt zal hierover berichten: «Vaak moesten wij om beurten het geweermitrailleur dragen. Op slechte wegen in de bergen was dat heel lastig. Wanneer het de beurt was van een niet bepaald uit de kluiten gewassen compagnon, liep Alberto op hem af en in een oogwenk wisselde het instrument van schouder.. Vervolgens besteeg hij snel de helling, legde de mitrailleuse neer en hernam zijn plaats in het gelid in, zonder op een bedankje te wachten..» Weldra wordt hij uit de krijgsdienst ontslagen want drie van zijn broers bevinden zich al aan het front Dan pakt Alberto de studie van de projecten van de FIAT in Turijn weer op. Zijn beroepsmatige activiteit belet hem niet zijn universitaire studieprogramma af te maken. Op 30 juni 1941 behaalt hij zijn ingenieursdiploma met een 90/100 als eindcijfer.
Tijdens de Duitse bezetting van Italië, vanaf 1943, keert Alberto terug naar Rimini. Hij laat zich opnemen in de Arbeiders Maatschappij, een vereniging van leken die is gesticht in Rome in 1942, ter ontwikkeling van een vroom, op het mysterie van Christus’ Lijden in Getsemane gericht leven. Eind 1943, en begin 1944, wordt de stad Rimini verwoest door de bombardementen. Alberto is altijd daar waar gevaar is: hij loopt door de rokende puinhopen en ontziet zich niet om de gewonden te hulp te komen, de overlevenden moed in te spreken, de stervenden bij te staan, en mensen uit het puin te bevrijden die erin vast zaten of er levend onder bedolven lagen. Hij stelt zich ten dienste van een organisme van de Burgerlijke Bescherming Bevolking: zijn positie stelt hem in staat zich vrij rond te bewegen, mensen te helpen die geen onderkomen meer hebben en talloze levens te redden op gevaar van eigen leven af. Hij slaagt er zelfs in wagons open te maken die al verzegeld waren en op weg naar de concentratiekampen.
Tegen het eind van 1944 vluchten zijn familie en vele anderen naar San Marino. Alberto geeft al zijn krachten aan hen: hij deelt alles uit wat hij heeft, bezoekt boeren en kooplieden, koopt met zijn geld allerlei soorten voedsel en begeeft zich vervolgens, op de met manden beladen fiets, naar de mensen die overal gebrek aan hebben. Na de bevrijding van Rimini (september 1944), wordt hij lid van de opnieuw gevormde gemeenteraad en wordt hij belast met openbare werken (wederopbouw, vervolgens toekenning van woningen); hij hoort nog bij geen partij maar iedereen waardeert zijn geweldig werk ter ondersteuning van de behoeftige medemens. Zijn moed in de moeilijkste situaties en zijn beschikbaarheid hebben hem geliefd gemaakt. Binnen meerdere overheidsinstanties is het gebruikelijk geworden voor onoplosbare problemen te zeggen: «Ga naar ingenieur Marvelli, hij zal zeker een oplossing vinden!»
Christelijke visie op de cultuur
Hij wordt vervolgens lid van de Christen Democratische Partij. Voor hem is politiek een gevolg van maatschappelijke naastenliefde: «Hij is tussen beiden gekomen, zei een van zijn vrienden, en heeft duidelijk gemaakt dat hij zo handelde omdat hij dacht dat op dit moment werken in de Partij het beste middel was om zijn apostolaat uit te oefenen; hij had eraan toegevoegd dat hij de politiek zou verlaten op de dag dat werken in de Partij niet meer nuttig zou zijn voor de katholieke wereld.» Hij voegt zich ook bij de groep van gediplomeerde katholieken die voor de eerste keer bij elkaar komen in september 1945; hij aanvaardt het voorzitterschap ervan, op verzoek van zijn bisschop. De acties van de groep, die bestaat uit advocaten, professoren, artsen en rechters, zijn geïnspireerd door de christelijke visie op cultuur en maatschappelijk leven. Opdat cultuur niet zou blijven voorbehouden aan intellectuelen, organiseert Albert met de Gediplomeerden in de winter van 1945-1946 een volksuniversiteit.
Alberto aarzelt tussen het huwelijk en het priesterschap. Reeds meerdere jaren is hij verliefd op een meisje, Marinella geheten, maar hij betoont diep respect voor haar vrijheid wanneer zij, hoewel ze hem op prijs stelt, niet ingaat op zijn avances. Hij schrijft haar brieven waarvan meerdere onbeantwoord blijven. Reeds op 24 augustus 1939 schreef hij in zijn dagboek: «Ja, er gaan veel gedachten door mijn geest, gedachten over hoe mijn leven morgen richting te geven, een richting die al besloten lijkt, maar die me tegelijk in onzekerheid laat. Ook hierin, Heer, schenk mij licht. Ik wil echter een heilige worden: daarvoor ben ik bereid af te zien van iedere droom of aardse genegenheid, om geheel en al van God te zijn.» Op 27 juli 1946 schrijft hij evenwel nog aan Marinella een brief vol liefde en respect, die niet wordt beantwoord.
Op de avond van 5 oktober 1946, in Rimini, wordt Alberto, terwijl hij rondreed op een fiets, omvergereden door een legertruck die zeer onvoorzichtig bestuurd werd. Hij raakt bewusteloos en sterft enkele uren later, in de armen van zijn toegesnelde moeder. Een priester heeft hem het Heilig Oliesel kunnen toedienen. De volgende dag ligt hij opgebaard in de kerk van de Salesianen. Honderden mensen brengen hem een laatste groet: de voormalige socialistische burgemeester, politici, administratoren, vrienden, armen. De begrafenis vindt plaats op 8 oktober. Heel Rimini is uitgelopen: het is geen begrafenis, het is een triomftocht! De doodkist wordt gedragen door vrienden, van de kerk naar het kerkhof, gevolgd door een processie van ongeveer drie kilometer lang.
Alberto is zaligverklaard op 5 september 2004 door Paus H. Johannes Paulus II tijdens het Nationaal Congres van de Katholieke Actie, in het heiligdom Onze-Lieve-Vrouw van Loreto. «Ontelbare wegen staan voor de leken open, zo verklaart het IIe Vaticaans Concilie, om hun apostolaat van evangelisatie en heiliging uit te oefenen. Reeds het getuigenis van een christelijk leven en de goede werken, verricht in de bovennatuurlijke geest, bezitten de kracht, de mensen tot het geloof en tot God te brengen. De Heer zegt immers.. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken, die in de hemel is (Mt. 5,16)» (Decreet Apostolicam actuositatem, nr.6). Laten wij God vragen, op voorspraak van Zalige Alberto, ons te sterken in de beoefening van goede werken die de mensen aantrekken naar de Heer!












