21 April 1999

moeder Teresa

Dierbare Vrienden,

December 1964. Paus Paulus VI begeeft zich naar Bombay om daar een internationaal Eucharistisch Congres te leiden. Miljoenen mensen verdringen zich langs de hele, twintig kilometer lange weg, die het vliegveld scheidt van de stad. Allen willen «de grootste kerkleider van de wereld» zien en horen. Onder de genodigden op het Congres bevindt zich Moeder Teresa van Calcutta. Maar op weg naar het paleis komt zij een uitgeputte man en vrouw tegen, met bloeddoorlopen gezichten en niets dan vel en been. Moeder Teresa gaat naar hen toe en probeert hen te ondersteunen. De man heeft nog juist tijd enkele woorden te zeggen voordat hij zijn laatste adem uitblaast. Zonder aarzeling neemt Moeder Teresa de vrouw dan op haar rug en brengt haar naar het Opvanghuis voor stervenden. Die uitgeputte vrouw vertegenwoordigt Jezus die men op de eerste plaats te hulp moet komen, zelfs ten koste van een zo kostbare ontmoeting met de Plaatsbekleder van Christus. Al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders hebt gij voor mij gedaan, zal Jezus zeggen bij het laatste oordeel (Mt 25, 40).

Gonxha (Agnès) Bojaxhiu, de latere Moeder Teresa, is op 26 augustus 1910 in Skopje (voormalig Joegoslavië) geboren. Haar familie, van Albanese nationaliteit, is streng katholiek. Tegen 1928 leidt een genade afkomstig van de Allerheiligste Maagd Gonxha naar het religieuze leven. Zij wordt opgenomen in Dublin (Ierland) bij de Zusters van Onze-Lieve-Vrouw van Loretto, van wie de Regel zich laat leiden door de spiritualiteit van de Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius van Loyola. Gonxha mediteert over de zin van het leven: «De mens is geschapen om God, Onze-Heer, te loven, te prijzen en te dienen, en om zo zijn ziel te redden» (Geestelijke Oefeningen, 23). Zij verlangt ernaar «alle mensen te helpen» (id., 146) de weg naar de Hemel te vinden.

Gonxha wordt aangetrokken door de missie. Haar Oversten zenden haar naar Indië, naar de stad Darjeeling gelegen aan de voet van de Himalaya, waar zij 24 mei 1929 het noviciaat begint. Het onderwijs is de voornaamste taak van de Zusters van Loretto. Gonxha zal dus aan de kleinste meisjes les geven, terwijl zij zelf studeert om haar onderwijsdiploma te behalen. Op 25 mei 1931 legt zij haar kloostergelofte af en neemt als naam aan Zuster Teresa ter ere van de heilige Teresia van Lisieux. Om haar studies te voltooien wordt zij in 1935 naar het College van Calcutta gestuurd, de overbevolkte en ongezonde hoofstad van Bengalen. Zij is daar dichtbij de ergste armoede: een hele bevolking leeft, sterft, wordt zo maar op straat geboren, met slechts als dak de bescherming van een bank, een hoek van een portaal, een verlaten wagen, enkele kranten of dozen… Nauwelijks geboren sterven kinderen en worden in de vuilnisbak geworpen of in de goot, waar dan ook. Elke ochtend worden de doden opgehaald met de stapels afval.

Op 10 september 1946 ontvangt Zuster Teresa duidelijk een uitnodiging van Onze-Heer om het klooster van Loretto te verlaten om zich volledig in dienst te stellen van de armen door onder hen te gaan leven. Zij legt dit voor aan haar Overste die haar laat wachten om haar gehoorzaamheid op de proef stellen. Na verloop van een jaar geeft de Heilige Stoel toestemming om buiten de clausuur te leven. Op 16 augustus 1947, trekt Zuster Teresa, 37 jaar, voor de eerste keer een sari aan (het traditionele kleed van de Indische vrouwen). De sari is van een grove witte katoenen stof, versierd met een blauwe bies in de kleur van de Allerheiligste Maagd. Op de schouder een zwart kruis. Voor onderweg neemt zij een klein koffertje mee met de noodzakelijke persoonlijke zaken, maar geen geld. Moeder Teresa heeft nooit geld gevraagd; zij heeft het nooit in haar bezit gehad. En toch hebben haar werken en stichtingen gote uitgaven geëist. De Goddelijke Voorzienigheid heeft daarin altijd voorzien.

Vanaf 1949 komen jonge meisjes hoe langer hoe talrijker het leven van Moeder Teresa delen, die hen lang op de proef stelt alvorens hen aan te nemen. In de herfst van 1950 erkent Paus Pius XII officiëel deze nieuwe stichting, genaamd «Congregatie van de Missionarissen van de Naastenliefde».

Een plek om «waardig» te sterven

Gedurende de winter van 1952, op een dag dat zij op zoek is naar armen, ontdekt zij een stervende vrouw op straat, te zwak om de ratten te bestrijden die aan haar tenen knagen. Zij draagt haar naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis, waar men de stervende, na enige moelijkheden, opneemt. Zuster Teresa komt dan op de gedachte het gemeentebestuur een lokaliteit te vragen om er de verlaten stervenden op te vangen. Een huis, dat eerder dienst deed als verblijfplaats van pelgrims van de hindoetempel de «Zwarte Rivier» en nu in gebruik door zwervers en allerlei soorten handelaren, wordt haar ter beschikking gesteld. Zuster Teresa neemt het aan. Jaren later zal zij over de duizenden stervenden die door dit Huis zijn gegaan zeggen: «Zij sterven zo waardig met God! Wij zijn tot heden toe nog niemand tegengekomen, die weigert «vergeving aan God te vragen», die weigert te zeggen: «Ik bemin je, mijn God»».

Moeder Teresa heeft geen van tevoren gevormd idee over te realiseren werken. Zij laat zicht leiden door de Goddelijke Voorzienigheid en de noden van de armen. Er wordt een kind gevonden dat bezig is afval te eten. Het klaagt over zijn maag: «Wat heb je gegeten vanmorgen? – Niets – En gisteren? – Niets». Twee jaar later richt Moeder Teresa een huis in om verlaten kinderen op te vangen, «het Centrum van hoop en leven». De kinderen die men daar brengt, in lompen of zelfs in papier gewikkeild, hebben in feite nauwelijks een levensverwachting hier op aarde. Zij ontvangen dan het doopsel en gaan regelrecht naar de Hemel. Vele van hen die in leven blijven zijn geadopteerd door families in allerlei landen. «Een aan zijn lot overgelaten kind dat wij hadden opgevangen, werd aan een zeer rijke familie toevertrouwd, vertelt Moeder Teresa, een familie uit de hogere kringen die een kleine jongen wilde adopteren. Enkele maanden daarna hoorde ik vertellen dat dit kind erg ziek was geweest en dat het verlamd zal blijven. Ik ging de familie bezoeken en stelde voor: «Geef mij dit kind terug: ik zal het vervangen door een ander met een goede gezondheid. – Ik zou liever sterven dan van dit kind afstand te doen!» antwoordt de vader mij met een treurig gezicht aankijkend». Wat een goed voorbeeld van liefde!

«Een hogere menselijke waarde»

In talrijke landen van de Derde Wereld veroorzaakt de vergroting van de bevolking ernstige problemen. In veel gezinnen, schrijft Moeder Teresa, is de armoede zo hevig, dat de gedachte aan een kind het verschrikkelijkste is; mijn Zusters trachten deze vrees te bedwingen en zij proberen hen ook de menselijke waarde te laten begrijpen van de methode van de natuurlijke geboorteregeling. In de taak het leven door te geven zijn de ouders feitelijk niet vrij naar eigen goeddunken te werk te gaan, alsof zij op een volkomen zelfstandige wijze de te volgen eerzame weg konden bepalen, maar zij moeten hun gedrag in overeenstemming brengen met het scheppingsplan van God, uitgedrukt in de aard zelf van het huwelijk en zijn handelingen en geopenbaard door de onveranderlijke Leer van de Kerk.

Deze Leer gaat uit van een volledig beeld van de mens en zijn roeping, niet alleen natuurlijk en aards, maar ook bovennatuurlijk en eeuwig, en het «als men slechts deze twee wezenlijke betekenissen eerbiedigt, namelijk de vereniging en de voortplanting, bewaart de huwelijksdaad integraal de betekenis van wederzijdse ware liefde en tevens de gerichtheid op de zeer verheven roeping van de mens tot het ouderschap» (Paulus VI, encycliek Humanæ vitæ, 12). Om de geboorteregeling te verwezenlijken is er «de periodieke onthouding, de methoden van geboorteregeling die gebaseerd zijn op zelfobservatie en gebruikmaking van onvruchtbare periodes zijn in overeenstemming met de objectieve criteria van de zedelijkheid. Deze methodes eerbiedigen het lichaam van de echtgenoten, ze bevorderen de wederzijdse tederheid en begunstigen de groei van waarachtige vrijheid» (Katechismus van de Katholieke Kerk, KKK, 2370).

Paus Paulus VI beschrijft zo de waarde van de natuurlijke methoden: «De beheersing van de driften door het verstand en de vrije wil legt zonder enige twijfel een strenge levenswijze op, omdat de gevoelsuitingen van het huwelijksleven behoorlijk geregeld moeten zijn in het bijzonder bij de inachtneming van de periodieke onthouding. Maar deze discipline, eigen aan de zuiverheid van de echtgenoten, verre van schade te berokkenen aan de echtelijke liefde, schenkt hen daarentegen een hogere menselijke waarde. Zij vereist een voortdurende inspanning, maar dankzij de heilzame invloed, ontwikkelen de echtgenoten volledig hun persoonlijkheid door zich te verrijken met geestelijke waarden: zij draagt het gezinsleven vruchten aan van rust en vrede en zij vergemakkelijkt de oplossing van andere problemen; zij begunstigt de aandacht aan de andere echtgenoot, helpt de echtgenoten het egoïsme uit te bannen, de vijand van de waarachtige liefde en hun verantwoordelijkheden te verdiepen voor de vervulling van hun plichten. De ouders verwerven zo het vermogen van een grotere en doelmatige invloed bij de opvoeding van de kinderen» (Humanæ vitæ, 21).

Een belangrijk verschil in mentaliteit

Trouw aan de Kerk, accepteert Moeder Teresa de anticonceptie niet, dit wil zeggen elke handeling die, hetzij in het vooruitzicht op de huwelijksdaad, hetzij tijdens het verloop ervan, hetzij in de ontwikkeling van de natuurlijke gevolgen, die doel of als middel zou beogen de voortplanting onmogelijk te maken (de pil, voorbehoedsmiddelen…). Inderdaad, «wanneer de echtgenoten, door middel van anticonceptie, de twee betekenissen scheiden die God, de Schepper, in het wezen van man en vrouw heeft gelegd, dan gedragen zij zich als «scheidsrechters» van Gods bedoeling; dan «manipuleren» en verlagen zij de menselijke seksualiteit en daarmee de eigen persoon en die van de partner en wijzigen zij de waarde van hun totale wegschenking» (Apostolische exhortatie Familiaris consortio, van november 1981, n. 32). Daarom is het verschil tussen de kunstmatige anticonceptie en de periodieke onthouding veel belangrijker en diepgaander dan men gewoonlijk denkt. Dit verschil omvat uiteindelijk twee opvattingen over de persoon en over de onveranderlijke menselijke seksualiteit. De keuze van het natuurlijk ritme vereist de aanvaarding van de tijd van de persoon, in dit geval van de vrouwelijke cyclus en ook de aanvaarding van de samenspraak, van het wederzijds respect, van de gezamenlijke verantwoordelijkheid, van de zelfbeheersing. Bij de keuze van de anticonceptie wordt de seksualiteit niet gerespecteerd, maar «gebruikt» als een «voorwerp» (vgl. ibid.).

De liefde, het leven, het vaderland

«Op 12 februari 1997, bevestigt de Pauselijke Raad voor het Gezin, dat: «De Kerk heeft altijd de innerlijke kwaadaardigheid van de anticonceptie voorgehouden, dit wil zeggen van elk van de opzettelijk onvruchtbare daden». Deze Leer moet worden beschouwd als een definitieve en onveranderlijke leerstelling. De anticonceptie staat de kuisheid van het huwelijk in de weg, zij is tegengesteld aan het goede van het doorgeven van leven (het voortplantingaspect van het huwelijk en tegengesteld aan de wederzijdse gave van de echtgenoten, het verenigingsaspect van het huwelijk). Zij verwondt de werkelijke liefde en verloochent de souvereine rol van God bij het doorgeven van menselijk leven» (Leidraad voor biechtvaders). De anticonceptie is dus objectief beschouwd een zware zonde of «doodzonde» (dit wil zeggen die de «dood» van de ziel veroorzaakt door haar te onttrekken aan het genadeleven, wanneer zij wordt begaan bij volle kennis en volledige instemming).

De mentaliteit van de anticonceptie die tegen elke prijs het kind will voorkomen, loopt volgens de regels van de logica uit op abortus in geval van mislukken van de anticonceptie. De statistieken tonen aan de toepassing van abortus zich meer ontwikkelt in landen die de anticonceptie bevorderen. Bovendien zijn vele als anticonceptiemiddel aangeboden producten in feite abortief (de morning-afterpil, ook de ‘gewone’ voorbehoedspil…). Moeder Teresa weigert dan ook een kind toe te vertrouwen aan een echtpaar, dat zijn toevlucht zou hebben genomen tot de anticonceptie, omdat zij meent dat het zich dan in een milieu van de dood zou bevinden.

Men beweert soms dat de natuurlijke methoden noch veilig, noch afdoend zijn. Dit is onjuist. Belangrijke medische studies hebben aangetoond, dat de Billings methode bijvoorbeeld een zeer doeltreffende middel is om een ongewenste geboorte te voorkomen. De meeste vrouwen kunnen zonder aanzienlijk risico op een fout hun vruchtbare periode bepalen. Hierover een getuigenis van Moeder Teresa: «In Calcutta leiden wij thans 102 centra waar men aan de families les geeft in de geboorteregeling met eerbied voor de onderlinge liefde en voor kinderen. Het afgelopen jaar zijn duizenden christelijke –, moslim – en hindoefamilies onze centra gepasseerd en hebben zo de geboorte van ongeveer 70.000 kinderen voorkomen, maar zonder een enkele ervan te doden. Men steunt eenvoudig op deze drie pilaren: de liefde, het leven en het vaderland» (Brief aan de Eerste Minister van Indië, 26 maart 1979).

Zicht richtend tot de bevolkingen van de «rijke» landen voegt Moeder Teresa eraan toe: «Als onze mensen (de armen) dit kunnen doen, hoeveel beter kent u dan niet de middelen om geen leven dat God geschapen heeft in ons te vernietigen» (11 december 1979). Als evenwel de armen vaak geldige redenen hebben om de geboorte van hun kinderen te spreiden, moeten de echtgenoten in de welgestelde landen, waar het geboortecijfer daalt, bevestigen dat hun verlangen om een nieuwe geboorte te voorkomen, «niet voortkomt uit egoïsme, maar in overeenstemming is met de vereiste edelmoedigheid van een verantwoord ouderschap» (KKK, 2368).

Uit liefde voor Jezus Christus

Moeder Teresa wordt bewogen in al haar handelingen door de liefde van Christus, door de wil «iets moois te doen voor God», in dienst van de Kerk. «Katholiek zijn heeft voor ons een grote en besliste belangrijkheid, zei zij. Wij zijn volledig ter beschikking van de Kerk. Wij belijden voor de Heilige Vader een grote liefde, diepgaand en persoonlijk… Wij moeten getuigen van de waarheid van het Evangelie door zonder vrees het woord van God te verkondigen, zoals de Kerk het leert». «Het werk dat wij tot stand brengen is voor ons slechts een middel onze liefde tot Christus vorm te geven… Wij hebben ons overgegeven in dienst van de allerarmsten, dit wil zeggen van Christenen van wie de armen het smartelijk beeld zijn… Jezus in de Eucharistie en Jezus in de armen, onder de gedaante van brood en onder de gedaante van de arme, dat is hetgeen ons maakt tot Contemplatieven in het hart van de wereld».

De aanbidding van het Heilig Sacrament vormt een belangrijke plaats in de dagindeling van de Missionarissen van de Naastenliefde. Zij gaan elke dag te communie en elke week ontvangen zij het sacrament van de biecht. «De biecht is een prachtige daad, een daad van grote liefde. Zij is dat ogenblik waarop ik Christus in staat stel al hetgeen wat verdeelt en al hetgeen wat vernietigt in mij weg te nemen. Onder de meesten van ons bestaat het gevaar te vergeten dat wij zondaars zijn en dat wij als zodanig moeten biechten».

Er bestaat bij de volgelingen van Moeder Teresa een zeer bijzondere devotie tot de Allerheiligste Maagd. «Maria is onze gids, de oorzaak van onze vreugde. Bidt tot haar. Bidt de rozenkrans, opdat de Heilige Maagd altijd bij u zal zijn, u zal beschermen en helpen. Introduceert het gebed in uw gezin. Het gezin waar men samen bidt blijft verenigd».

Ontwikkeling van het werk

In de loop van de zestiger jaren breidt het werk van Moeder Teresa zich uit over bijna alle bisdommen van Indië. In 1965 vertrekken de Religieuzen naar Venezuela. In maart 1968 vraagt Paus Paulus VI aan Moeder Teresa een huis te openen in Rome. Na de buitenwijken van de stad te hebben bezocht en te hebben vastgesteld dat de morele en materiële nood ook in de «ontwikkelde» landen bestaat, gaat zij op dit verzoek in. Tegelijkertijd werken de Zusters in Bangladesh, het door een verschrikkelijke burgeroorlog verwoeste land. Talrijke vrouwen werden door soldaten verkracht: degenen die zwanger zijn geworden, raadt men abortus aan. Moeder Teresa verklaart dan aan de regering dat zij en haar Zusters deze kinderen zullen adopteren, maar voor geen prijs van de wereld moet men «deze vrouwen die alleen maar onder het geweld hebben geleden, nu een overtreding laten begaan die hen heel het leven zal bijblijven». Moeder Teresa heeft altijd met grote kracht en een ongeëvenaarde moed gestreden tegen allerlei vormen van abortus. Zij is ervan overtuigd, met recht, dat vanaf de conceptie het embryo een mens is en dat hij het onvervreemdbare recht op leven heeft. Geen enkele mens, geen enkele autoriteit kan om een enkele reden beschikken over het leven van onschuldige kinderen.

Een heel eenvoudig geheim

Als men haar vraagt waar de morele kracht vandaan komt, zegt Moeder Teresa vertrouwelijk: «Mijn geheim is oneindig eenvoudig. Ik bid. Door het gebed word ik één in de liefde met Christus. Hem aanbidden, is Hem beminnen». De liefde is onverbrekelijk verbonden met de vreugde. «Blijdschap is gebed, door het feit dat het God looft; de mens is geschapen om te loven. De blijdschap is de hoop op het eeuwig geluk. De blijdschap is het net van liefde om de zielen te vangen. De ware heiligheid bestaat uit Gods wil te doen met een glimlach.

Na verscheidene ziekenhuisopnamen is Moeder Teresa in Calcutta op 5 september 1997 ontslapen in de vrede van de Heer. Na het bericht van haar dood vatte Paus Johannes Paulus II haar leven in het kort samen: «Haar missie begon in de vroege ochtend voor de Eucharistie. In de stilte van de overpeinzing hoorde Moeder Teresa de uitroep van Jezus aan het Kruis weerklinken: Ik heb dorst. Deze uitroep, in het diepst van het hart bewaard, dreef haar langs de wegen van Calcutta en door alle sloppenwijken van de wereld, op zoek naar Jezus, bij de armen, de verlatenen, de stervenden… Moeder Teresa, de onvergetelijke moeder van de armen, is het veelzeggende voorbeeld voor iedereen». (Angelus-gebed van 7 september 1997.)

Herhaaldelijk heeft Moeder Teresa de jongelui die haar in Indië wilden komen helpen geantwoord, in hun land te blijven om daar de naastenliefde te beoefenen bij de «armen» in hun eigen omgeving. En hier zijn enkele van haar suggesties: «In Frankrijk, evenals in New York en overal, zijn er mensen die naar liefde hongeren: dit is een verschrikkelijke armoede, niet in vergelijking met de armoede van de Afrikanen en van de bewoners van Indië… Het is niet hoeveel men hen geeft, maar het is de liefde die wij gaan geven die telt… Bidt dat dit in uw eigen gezin begint. De kinderen hebben vaak niemand om hen te verwelkomen wanneer zij uit school komen. Als zij weer met hun ouders samen zijn, is het om voor de televisie te zitten en zij zeggen dan geen woord tegen elkaar. Dit is een zeer grote armoede… U moet de kost verdienen voor uw gezin, maar hebt de moed met iemand te delen, die niets heeft – misschien gewoon een glimlach, een glas water –, om hem te vragen enkele minuten te gaan zitten; misschien schrijft u alleen een brief voor een zieke in het ziekenhuis… En het beste is, dat wij naar Nazaret gingen kijken hoe de Heilige Familie leefde: Maakt van uw gezin een ander Nazaret. Bemint Jezus! In de loop van de dag bidt u vaak: «Jezus is in mijn hart. Ik geloof in uw tedere liefde voor mij en ik bemin u, Jezus». Men moet het voortdurend bidden en het herhalen. En u zal de kracht, de vreugde en de vrede zien, die de uwe zal zijn, dankzij de liefde die u Jezus toedraagt».

Wij kunnen anderen beminnen zoals Jezus, want, als wij leven in Gods genade, woont de Heilige Geest, die Liefde is, in ons (vgl. Joh 14, 18). De monniken vragen Hem zijn Liefde in uw harten te verspreiden, opdat u zijn getuigen zult zijn, naar het voorbeeld van Moeder Teresa van Calcutta. Zij bidden voor u en voor degenen die u dierbaar zijn, levenden en overledenen.