10 december 2025
Zalige Conchita Cabrera de Armida
Dierbare Vrienden,
«Wees waakzame christenen… Ik smeek u, geef door onderricht en voorbeeld uw geloof door aan uw kinderen, deins voor geen enkel offer terug om hun een christelijke opvoeding te waarborgen…» Deze zinnen komen uit het testament van een Mexicaanse vrouw, de zalige Conchita Cabrera de Armida, dat zij in 1928 voor haar kinderen opstelde. Wie is deze huismoeder die zo begaan was met het doorgeven van het geloof?
María Concepción Cabrera de Armida, Conchita genoemd, is op 8 december 1862 geboren in een welgestelde familie uit San Luis Potosi, in het midden van Noord-Mexico. Haar ouders bezitten uitgestrekte landerijen, over vijf “haciendas” (landbouwbedrijven) verspreid en zijn diep gelovig. Conchita schrijft: «In de haciendas leidde mijn vader dagelijks het rozenhoedje in de kapel, waar heel het gezin, de boeren en de mensen van het platteland bij aanwezig waren.» Als zevende van twaalf kinderen gaat Conchita korte tijd naar school. Zij erkent: «Mijn scholing is heel elementair gebleven omwille van mijn dwaasheid, luiheid en ook de vele verplaatsingen en reizen tijdens mijn schooltijd… Voor het huishouden heeft mijn moeder ons alles geleerd: van het onderhouden van parket tot broderie… Zij zorgde ervoor dat wij niets om handen hadden… Bovendien waakte zij erover dat wij diep nederig bleven en ons niet door ijdelheid zouden laten meeslepen… Vanaf mijn prilste kinderjaren, voelde ik in mijn ziel een grote neiging naar gebed, boete en vooral naar zuiverheid.» Tijdens de lange wandelingen op de buiten geeft zij zich over aan langdurige overwegingen of gebeden waarbij zij langzaam mediteert over de woorden die zij van buiten kent en waarbij zij de natuur beschouwt. Zij brengt ook vele uren door met piano en zang.
Het meisje doet haar eerste Communie op de dag van haar tiende verjaardag. In haar dagboek verwijt zij zich haar frivoliteit. Maar stilaan groeit haar devotie tot de Eucharistie en eens zestien geworden, gaat zij dagelijks te communie: «Het was een absolute behoefte in mijn leven.» Conchita is eenentwintig wanneer zij zich met Francisco Armida verlooft. «De verloving is voor mij nooit een beletsel geweest om aan God toe te behoren, schrijft zij. Die twee zaken leken mij zo gemakkelijk met elkaar te verenigen.» De nacht vóór haar huwelijk, bidt zij de vijftien geheimen van de Rozenkrans… Zij schrijft: «Op het bruiloftsmaal (8 december 1884) kwam de gedachte in mij op aan hem die al mijn echtgenoot was, twee dingen te vragen: mij de vrijheid te laten dagelijks te communiceren en niet jaloers te zijn.» Later erkent zij: «Mijn man is altijd een volmaakt voorbeeld geweest van respect en tederheid… Mijn liefde voor hem heeft mij nooit belet God te beminnen. Ik hield van hem in grote eenvoud, alsof zij helemaal door mijn liefde voor Jezus was omhuld.» Maar zij erkent ook: «Toen wij trouwden had mijn man een heel opvliegend karakter, als buskruit; maar eens het onweer voorbij, schaamde hij zich erg. Na enkele jaren deed zich bij hem zo een verandering voor dat zelfs zijn mama en zussen er zich over verbaasden.»
Tussen 1885 en 1899 geven Conchita en haar man het leven aan negen kinderen. «Mijn moeder, zo vertelt haar zoon Ignacio, had een heel eenvoudige kijk op haar echtelijke relatie… Zeker, zij drong in onze opvoeding sterk aan op zuiverheid, maar ik begreep dat zij menselijke dingen beoordeelde zonder overal zonde in te zien… Toen zij mij later sprak over mijn echtelijke plichten tegenover mijn vrouw, gaf ik mij rekenschap dat haar gevoel voor zuiverheid geen kwestie van onwetendheid was.»
Het gezinsleven is niet altijd gemakkelijk: «De Heer liet mij grote vernederingen ondergaan vanwege mijn schoonzussen, schrijft Conchita. Hij wou dat ik in hun ogen nutteloos en weinig aangenaam leek. Wat ik ook deed, ik kon hen niet behagen… Die loutering was voordelig voor mij, vooral omdat mijn man hen dikwijls gelijk gaf. Het onthechtte mij aan mezelf… Wanneer ik sprak, wat mij in het begin veel kostte omwille van mijn hoogmoed, sprak ik altijd met lof over mijn schoonzussen… Mijn schoonvader hield veel van mij… Mijn schoonmoeder erkende daarentegen dat zij het in het begin van mijn huwelijk moeilijk met mij had, maar later veel genegenheid voor mij kreeg.»
In de liefde verankerd
«Het christelijke huwelijk en het gezinsleven worden in heel hun schoonheid en aantrekkelijkheid begrepen als ze verankerd zijn in Gods liefde, opdat wij Hem kunnen eren als iconen van Zijn liefde en heiligheid in de wereld, zei Paus Franciscus op 25 augustus 2018… Gods genade helpt om elke dag als uit één hart en één ziel te leven. Zelfs schoonmoeders en schoondochters! Niemand zegt dat het gemakkelijk is, dat weet u beter dan ik… Dag na dag verwarmt Jezus ons met Zijn liefde omdat Hij heel ons wezen doordringt. Uit de schat van Zijn Heilige Hart spreidt Hij over ons de genade uit die wij nodig hebben om onze zwakheden te genezen en onze geest en ons hart open te stellen om naar elkaar te luisteren, elkaar te begrijpen en te vergeven» (Dublin, Ierland).
Na op 28 september 1885 een eerste jongen gekregen te hebben, Pancho, brengt Conchita op 28 maart 1887 Carlos ter wereld. Zij beschrijft haar mystieke ervaringen en overwegingen in een dagboek dat 60.000 bladzijden telt. Mgr. Luis María Martínez die later haar geestelijke leider en aartsbisschop van Mexico wordt, schrijft haar: «Ik geloof dat u zichzelf geen rekenschap kan geven van de rijkdom die in uw dagboek besloten ligt… Zolang ik uw geestelijke leider ben, zal ik u niet toelaten er één brief van te vernietigen.» In deze geschriften deelt Conchita de verschijningen van Christus of van de Heilige Drie-eenheid mee. Zij schrijft boodschappen van Jezus neer over Zijn Heilige Hart, de Drie-eenheid, de goddelijke Barmhartigheid, het priesterschap en de Eucharistie.
In 1889 neemt zij deel aan een retraite: zij loopt naar de onderrichtingen, neemt enkele ogenblikken tijd voor stilte en inkeer, en keert dan haastig terug naar huis om voor de haren te zorgen. De Heilige Geest inspireert haar: «Op een dag hoorde ik duidelijk in het diepste van mijn ziel, zonder enige twijfel, deze woorden die mij verbaasden: “Het is uw zending zielen te redden”.» En een andere keer: «Gij zult de ingang van de hel voor vele zielen blokkeren…» De eschatologie neemt in de openbaringen aan Conchita namelijk veel plaats in: het visioen van God, wat het hoogste doel is van ons leven hier beneden, maar daarnaast ook de mogelijkheid zichzelf door eigen fout te verdoemen. Onze-Lieve-Heer toont haar de hel opdat zij zou beseffen waarover het gaat: «De hel, dat is vooral ontzettende haat tegen Mij», zegt Hij. Na deze retraite begeeft Conchita zich naar haar broer Octaviano. Daar verzamelt zij een zestigtal vrouwen om hun enige geestelijke oefeningen te geven. Het innerlijke vuur dat in haar brandt, zet de harten in vlam. Nochtans ondergaat zij grote innerlijke strijd; zij wordt heen en weer getrokken tussen de aantrekkingskracht van de wereld – soms brengt zij haar tijd door met modebladen – en haar verlangen naar volmaaktheid. De Heer stuurt haar dan een geestelijke leider, Pater Alberto Mir, Jezuïet, van wie zij veel hulp krijgt. Haar verdriet is groot wanneer haar tweede zoon, Carlos, op de leeftijd van zes jaar aan tyfus sterft, in maart 1893.
«Ik wil dat het Kruis regeert!»
Met de goedkeuring van haar geestelijke leider, graveert Conchita het monogram IHS (Jezus) in haar borst. Van dan af verlangt zij op de gekruisigde Christus te gelijken en Zijn dorst naar zielen te lessen: «De vereniging op het Kruis doet de ziel oplaaien door de meest verheven en belangloze liefde. Het is de zuiverste liefde, zonder vermenging van egoïsme noch eigenliefde.» Op een dag verschijnt de Heilige Geest haar in de vorm van een duif, boven een Kruis waarop zich in het midden een hart bevindt omringd door doornen. De Heer zegt haar: «De wereld dompelt zich onder in sensualiteit, men houdt niet meer van offers en men kent er de zoetheid niet van. Ik wil dat het Kruis regeert…» De Heer maakt haar kenbaar dat zij de “mannelijke en vrouwelijke religieuzen van het Kruis” moet oprichten, waarvan het apostolaat de boodschap zal voortzetten en vervolledigen die de heilige Margarata Maria in de 17e eeuw doorgaf: het gaat erom, zegt Jezus haar, «de innerlijke pijnen van Mijn Hart kenbaar te maken waarvoor men geen aandacht heeft en die voor Mij een meer pijnlijke Passie zijn dan die Mijn lichaam geleden heeft op Calvarië».
Tijdens een nieuwe retraite volgens de Geestelijke Oefeningen van de heilige Ignatius, in september 1894, neemt Conchita een vast voornemen in 42 punten, om de relatie met haar man, haar kinderen en degenen die met haar huis verbonden zijn, te vervolmaken. Het volgende jaar vestigt het gezin zich in Mexico. Conchita sticht er het Werk van het Kruis dat leken, priesters en religieuzen samenbrengt: het is hun enige regel zich op te dragen voor de vrijkoping van de zonden van de wereld, door zich te identificeren met Christus op het Kruis. In 1897 sticht zij de Congregatie van de Zusters van het Heilige Hart van Jezus. Dat zijn contemplatieve religieuzen die zich wijden aan aanbidding van het Heilige Sacrament en gebed voor de heiliging van de priesters; zij geven ook catechese en stellen huizen open voor geestelijke retraites (in 2017 telt de Congregatie 269 zusters in 20 huizen). Deze Werken wekken bij de enen begeestering, bij anderen tegenkanting. De aartsbisschop van Mexico geeft in 1900 de opdracht voor een onderzoek naar het leven en de geschriften van de stichteres. «Vandaag, 1 oktober, heeft E. P. Melé, visitator van de Congregatie van het Hart van Maria, mij na nauwkeurig onderzoek en gebed verzekerd dat mijn gedachten van God zijn en dat hij bereid is het te bevestigen», schrijft Conchita.
Conchita’s man spreekt haar over zijn vrees bij de gedachte aan de dood. Als de dood dan effectief nadert, doet hij een algemene biecht en slaat zijn angst om in volledige instemming met Gods wil. Conchita die een pijnlijke afloop verwachtte, schrijft: «Naarmate ik de scheiding zag naderen, werd de tederheid van mijn hart voor hem steeds groter. Ik voelde dat ik hoofd, geloof noch verstand had, alleen nog een hart…» Op 17 september 1901, na zeventien jaar huwelijk, sterft Francisco Armida. De 38-jarige Conchita zal de kwetsuur van dit overlijden in haar ziel behouden. Als zij terugblikt op het verleden ziet zij hoe innig, zuiver en heilig haar liefde voor haar man was. Toch bemerkt zij vele fouten in haar leven als echtgenote en verwijt zij zich dat zij met haar man niet heeft kunnen spreken over de geheimen van haar ziel… Op 3 februari 1903 ontmoet Conchita Pater Felix de Rougier (1859-1938), overste van de paters Maristen in Mexico, die ooit eerbiedwaardig zal verklaard worden. Zij stelt zich onder zijn geestelijke leiding en vertrouwt hem toe dat hij de stichter zal zijn van een nieuwe religieuze familie. De tekens die zij hem van de goddelijke oorsprong van haar boodschap geeft, zijn van die aard dat de pater er onmiddellijk in gelooft. Uit voorzichtigheid raadpleegt hij niettemin meerdere personen en vertrekt daarna naar Frankrijk waar hij aan zijn oversten toelating vraagt om een nieuwe congregatie te stichten. Hun eerste antwoord is heel duidelijk een weigering…
Mystieke incarnatie
Op 7 april van hetzelfde jaar 1903 verdrinkt één van haar zonen, vier jaar oud, wanneer hij in de vijver valt waaruit hij water gaat putten. Onder tranen aan de voet van het kruisbeeld, probeert Conchita dit offer aan te bieden. In maart 1906 doet zij opnieuw een retraite. De 25e van die maand, feest van Maria Boodschap, zegt de Heer haar: «Zie, Ik wil mij mystiek in uw hart incarneren…» Daarna, wanneer zij denkt dat het om een geestelijke communie gaat, zegt Jezus nog: «Nee, nee, zo niet, ge hebt Mij vandaag op een andere manier ontvangen. Ik heb bezit genomen van uw hart. Ik incarneer Mij daar mystiek om niet meer van u gescheiden te zijn…» Een dergelijke genade evoceert het gebed van de heilige Elizabeth van de Drie-eenheid, karmelietes in Dijon, dat zij schreef op 21 november 1904:
«Geest van liefde, Vuur dat verteert, “kom over mij” en laat het Woord als het ware weer mens worden in mij. Mocht ik Hem nog een mens-zijn erbij aanbieden waarin Hij heel zijn Mysterie opnieuw kan doorleven.»
Door deze genade wordt Conchita op een heel bijzondere manier een slachtoffer voor de Kerk in vereniging met Christus, Priester en Hostie. «Door Mij in uw hart te incarneren, zegt Jezus, had Ik een plan: u te transformeren in Mij, man van smarten. Gij moet leven van Mijn leven en ge weet dat het Woord is mens geworden om te lijden…» Conchita draagt aldus bij tot het heil van duizenden zielen, naar het profetische woord uit 1889.
In 1906 treedt haar zoon Manuel, geboren op 28 januari 1889, in bij de Jezuïeten, op de leeftijd van zeventien jaar… Conchita had liever gezien dat hij een Priester van het Kruis was geworden, maar zij respecteert zijn keuze volledig. «Het spreekt voor zich, schrijft zij hem, dat mijn moederhart eronder geleden heeft maar ik ben gelukkig dit offer aan de Heer te kunnen brengen… Bid altijd, bid veel voor mij… Wees edelmoedig tegenover God. Het leven is te kort om ons niet uit liefde voor Hem te offeren…» Na haar drie eerste jongens, gaf Conchita het leven aan een bijzonder gekoesterd meisje, Concha. Op de leeftijd van vijftien, doet zij de gelofte van maagdelijkheid, maar daarna maken jongens haar het hof omdat zij een heel rein en mooi meisje is. Het brengt haar in de war en zij wil enige tijd niet meer naar het klooster. Doch na een retraite zegt zij stralend: «Mama, ik heb Christus gekozen voor altijd!» In 1908 treedt zij in bij de contemplatieve Zusters van het Kruis. Zij zal sterven na een ziekte, op 19 december 1925.
Moeder van smarten
In 1909 sticht Conchita de Liefdesalliantie met het Heilige Hart van Jezus, een vereniging van gelovigen die priesters helpen, vooral door gebed. Zij sticht in 1912 de Broederschap van Christus Priester, een vereniging van religieuzen en gelovigen, ook bestemd voor de bevordering van de heiligheid van gewijde priesters. Eind juni 1913, sterft haar zoon Pablo, een jongeman van achttien, aan tyfus, in de armen van zijn moeder. «O Moeder van Smarten, schrijft zij aan de Heilige Maagd, Moeder die een moeder begrijpt die een veel geliefde zoon komt te verliezen, wil door Uw Onbevlekte Hart mijn zoon aan de Allerheiligste Drie-eenheid aanbieden!»
De Mexicaanse bisschoppen die verlangen dat Pater de Rougier de Priesters van het Kruis zou stichten, richten zich daarvoor met een petitie tot Rome, maar door laster kan het niet doorgaan. De Congregatie voor de Religieuzen vraagt dan aan Conchita, die deze stichting voorspeld had, haar geschriften op te sturen. Om de zaak te bespoedigen, besluit Mgr. Ramón Ibarra, aartsbisschop van Puebla, ze zelf naar Rome te brengen ter gelegenheid van een bedevaart uit Mexico naar het Heilige Land. Het vertrek uit Mexico heeft plaats op 26 augustus 1913. Conchita neemt twee van haar kinderen mee, Ignacio, twintig jaar, en Lupa, een meisje van vijftien. In Nazareth zegt Jezus tot Conchita: «Het is geen toeval dat ge op deze plaats bent… Hier zult ge u op een heel bijzondere wijze toevertrouwen aan de Allerheiligste Drie-eenheid. De mystieke menswording in uw ziel is geen bedrog, al hebt ge ze niet weten te waarderen. Het is een realiteit die zich over de verkilde wereld en vooral over de priesters zal verspreiden.» De bedevaart gaat vervolgens naar Rome. Op 13 november knielt Conchita in tranen voor de heilige Paus Pius X: «Zeer Heilige Vader, ik wil geen hinder zijn voor deze Werken. Men mag mij terzijde schuiven en geen rekening met mij houden». De stichting van de “Priesters van het Kruis” wordt erkend onder de naam “Missionarissen van de Heilige Geest”. De bedevaarders gaan vervolgens naar Paray-le-Monial, Lisieux en daarna naar Lourdes in Frankrijk. Vervolgens naar Spanje, waar Manuel, de zoon van Conchita die Jezuïet is, zijn vijfentwintigste verjaardag viert. De terugkeer naar Mexico heeft plaats op 14 maart 1914. Pater de Rougier sticht op de daarop volgende 25e december de Missionarissen van de Heilige Geest, in de basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe. Doel van deze nieuwe congregatie is de evangelisatie en de bevordering van priesterroepingen (in 2022 telden de Missionarissen van de Heilige Geest 259 religieuzen onder wie 205 priesters in 51 huizen). In heel het leven van Conchita was Mexico getekend door een laicale politiek en Kerkvervolging. Soms heeft zij zelf priesters en religieuzen, zelfs bisschoppen verborgen…
In juni 1920 biedt Manuel, de zoon die Jezuïet is, de Heer het offer aan nooit meer naar zijn land terug te keren en de zijnen terug te zien. Conchita heeft er veel verdriet van maar is tegelijk heel fier op deze zoon die het hart en de liefde van het Kruis zo goed begrepen heeft… Wanneer hij twee jaar later tot priester wordt gewijd, verenigt zij zich innig in gebed met hem. Zij is trouwens op een heel bijzondere manier geestelijk verbonden met alle priesters, voor wie zij haar lijden aanbiedt en aan wie zij de vertrouwelijke mededelingen van Jezus’ Hart doorgeeft… Conchita heeft nog drie zonen en een dochter. Pancho, de oudste, was zeventien toen zijn vader stierf; hij heeft zijn moeder veel geholpen. Ignacio (geboren in 1893) heeft een christelijk gezin gesticht van acht kinderen. Salvador (geboren in 1896) en zijn zusje Lupe (geboren in 1898) zijn moeilijkere kinderen. Over de laatste schrijft Conchita: «Zij is zo afstandelijk en moeilijk dat ik geen toenadering tot haar kan krijgen.» Zij geeft eveneens toe: «Mijn kinderen zijn zo koel, zo lichtgeraakt dat ik goed zie dat God iedere band en menselijke zoetheid van mij wil afnemen…» Iedereen zal nochtans getuigen van de trouw van hun moeder aan haar plichten van echtgenote en moeder. Het enige gebrek dat Lupe van haar moeder zal laten opmerken is dat zij een fijnproever is en graag snoept.
Het christengezin wordt huiskerk genoemd «omdat het gezin het gemeenschaps- en gezinskarakter van de Kerk als gezin van God laat zien en verwerkelijkt. Ieder lid oefent, overeenkomstig de eigen rol, het in de doop verleende priesterschap uit, door ertoe bij te dragen van het gezin een gemeenschap van genade en gebed te maken, een school voor menselijke en christelijke deugden en de plaats waar de kinderen de eerste geloofsverkondiging ontvangen» (Compendium van de Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 350). Men behoort tot de Kerk door het Doopsel: «De Kerk is de familie van de kinderen van God, zei Paus Franciscus… Een familie waarin men voor elkaar zorg draagt, omdat God onze Vader ons allen tot Zijn kinderen gemaakt heeft in het Doopsel… Daarom blijf ik ouders aanmoedigen de kinderen zo vlug mogelijk te laten dopen opdat zij zouden deel uitmaken van Gods grote familie… Laat ons een vergelijking maken: een kind dat niet gedoopt is omdat de ouders willen wachten tot het groot zal zijn; en een kind dat wel gedoopt is en de Heilige Geest in zich draagt: dit kind is sterker omdat het Gods kracht in zich heeft!» (25 augustus 2018).
Lange en laatste beproeving
Het ene kind na het andere trouwt en verlaat hun moeder Conchita, die haar externe apostolaat geleidelijk ziet afnemen. Dan kent zij de eenzaamheid van het hart en ook die van de ziel, terwijl God zelf schijnbaar veraf is… «Ik vertoef in de meest totale eenzaamheid van de ziel, schrijft zij in november 1917… Ik begrijp niets meer, het is chaos in mij…» Tijdens de twintig laatste jaren van haar leven imiteert zij de deugden die Maria beoefende in Haar eenzaamheid na de Hemelvaart. Zo wil zij genaden verkrijgen voor de Werken van het Kruis. De laatste drie maanden van haar leven brengt zij door in Mexico in grote lichamelijke pijnen. Haar ziel kent zo een beproeving dat het haar lijkt of Jezus helemaal verdwenen is: «Het is alsof wij elkaar nooit gekend hebben», herhaalt zij. De Heer is nochtans altijd met haar om haar met Zijn genade te helpen. Zij sterft op 3 maart 1937. Op 4 mei 2019 wordt zij in Mexico zalig verklaard en haar feestdag valt op 3 maart.
«O Jezus, hoe aanbiddelijk zijt Gij! schrijft Conchita. Gij sluit in Uw tabernakel alle heerlijkheden van de Hemel in die de wereld niet kan kennen… Alleen liefde heeft Uw zeer Heilige Hart ertoe kunnen brengen om zo te verdwijnen! Daar bevindt zich het leven van mijn ziel en het enige geluk van mijn hart.» Vragen wij aan de zalige Conchita dat zij een diepe en innige liefde voor Christus en Zijn Eucharistie voor ons wil bekomen!











