7 November 2025
Zalige Clemens-August von Galen
Dierbare Vrienden,
Op 3 augustus 1941, toen het derde Duitse Rijk op het hoogtepunt van zijn macht was, durfde Mgr.. Clemens August von Galen van op de predikstoel van zijn kathedraal in Münster openlijk het monsterachtig voornemen van de nazidictatuur afkeuren om de “levens zonder waarde”, o.a. van gehandicapte kinderen en van oude personen, ook lijdend onder een handicap, en van geesteszieken uit de weg te ruimen: «Heden worden weerloze onschuldigen gedood, gedood op een barbaarse wijze: personen van andere rassen, van verschillende afkomst worden eveneens geëlimineerd. We staan tegenover een moorddadige waanzin zonder weerga… Ik kan niet meer aan hetzelfde volk toebehoren zoals deze moordenaars die met aanmatiging onze levens vertrappen!»Deze herder die door zijn moedige toespraken zijn leven riskeerde, is gelukzalig verklaard op 9 oktober 2005..
Clemens August is geboren op 16 maart 1878 op het kasteel van Dinklage in het bisdom van Münster in Westfalen (midden westenvan Duitsland). Hij was de elfde van dertien kinderen van de graaf Ferdinand Heribert von Galen en van zijn echtgenote Elisabeth. Het leven in Dinklage is hard: geen verwarming noch stromend water. Maar deze strenge opvoeding wordt verlicht door een vurig katholiek geloof. Het bijwonen van de Mis is dagelijks en de gravin zelf onderwijst de catechismus aan haar kinderen; zij leert hen Jezus Christus na te volgen en het aards leven te bekijken als een voorbereiding tot het eeuwig leven. In deze adellijke familie is de deelname aan openbare aangelegenheden een traditie; Ferdinand von Galen is dertig jaar afgevaardigde van de katholieke partij “Zentrum” in het keizerlijk parlement. Voor hem zoals voor de hele familie is ditgeen voorrecht, maar een verantwoordelijkheid: “noblesse oblige” (adeldom verplicht)
Clemens August studeert bij de Jezuïeten in Feldkirch in Oostenrijk. In oktober 1897 hoort hij de roep van God tot het priesterschap in de loop van een retraite in de benedictijnerabdij van Maria Laach. Na de theologische studies in Innsbruck werd hij tot priester gewijd op 28 mei 1904 door de bisschop van Münster. In 1906, wordt hij gezonden naar Berlijn, een bisdom dat gebrek heeft aan priesters; hij zal daar verschillende parochiebedieningen uitoefenen. In de loop van de financiële crisis van 1923 die miljoenen Duitse gezinnen verwoestte blijft pastoor von Galen niet achterwege in de dienst van zijn parochianen in moeilijkheid, en sticht ten hun behoeve een vereniging van wederzijdse hulp. Hij komt de meest behoeftigen te hulp door zijn persoonlijke inkomsten aan te spreken. Maar in alle dingen is zijn allerlaatste doel voor het zielenheil te zorgen. Die gedachte van het eeuwig leven, die in hem aanhoudend aanwezig is, zal de onwrikbare grondslag zijn van de veldslagen die hij zal moeten aangaan.
In het begin van 1929 wordt Clemens August teruggeroepen naar Münster en benoemd tot pastoor van Sint-Lambrecht. Omdat hij een zekere lauwheid vaststelt, publiceert hij in 1932 een brochure: «De pest van het laïcisme en de symptomen ervan.» Hij spoort de gelovigen aan te vechten tegen de secularisering en de ontkerstening van de maatschappij. Duitsland kent een ernstige politieke crisis; op 30 januari 1933 wordt Adolf Hitler benoemd tor rijkskanselier. Clemens August heeft geen enkel vertrouwen in het hoofd van de NDSAP (nationale-socialistische partij), waarvan de Duitse bisschoppen de ideologie hebben veroordeeld, evenals de gewelddadige methodes. Nochtans toont Hitler die dan de katholieken nodig heeft, hun zijn welwillendheid.. Op 20 juli 1933 zal tussen de Heilige Stoel en Duitsland een concordaat worden getekend. Paus Pius XI wil door dat verdrag te tekenen een vrije ruimte trachten bewaren voor de katholieke Kerk, overgeleverd aan het totalitarisme. Von Galen keurt deze strategie goed; nochtans, op 3 april herinnert hij tijdens de mis van de installatie van het stadsbestuur van Münster vóór een publiek dat talrijke nazihoogwaardigheidsbekleders telt, aan de twee uitgangspunten van de christelijke maatschappelijke orde: de rechtvaardigheid en de broederlijkheid.
Het bisdom van Münster is sinds januari 1933 onbezet. Op 18 juli kiest eenparig het kapittel van de kathedraal pastoor von Galen. In zijn eerste herderlijk schrijven commentarieert de nieuwe bisschop zijn wapenspreuk Nec laudibus nec timore aan de bewoners van zijn bisdom ten getale van 1,8 miljoen: «Noch de lof noch de vrees voor de mensen zullen me beletten de geopenbaarde Waarheid door te geven, tussen de rechtvaardigheid en de onrechtvaardigheid de goede en de slechte acties te onderscheiden noch een mening te geven en waarschuwingen elke keer dat het noodzakelijk zal zijn.»
Een misleiding van de duivel
Zeer groot in gestalte is Mgr. Von Galen eenvoudig en hartelijk in zijn privé leven, maar vol grootsheid wanneer hij op pontificale wijze celebreert. Hij houdt van processies waar de Kerk door haar religieuze pracht de strijd kan aanbinden met de neo-heidense mystiek van de nazibijeenkomsten. Vanaf 1934 veroordeelt de bisschop een werk van Alfred Rosenberg, «De Mythe van de XXe eeuw.» De officiële ideoloog van de NSDAP verheerlijkte er het Duits bloed, «bron van een superieur mensdom», op te bouwen door de levenskracht. In zijn herderlijke vastenbrief van 1934 bestempelt de bisschop van Münster deze leer als «misleiding van de duivel» en herinnert eraan dat alleen het kostbaar Bloed, uitgestort door Jezus Christus op de Calvarieberg, de macht heeft om ons te redden omdat dit het mens geworden Bloed van God is. De bisschop herhaalt een jaar later uitroepend: «We kunnen niet ophouden te belijden dat er iets verhevener is dan het ras, het volk en de natie: de almachtige en eeuwige Schepper en Heer van volkeren en naties, aan wie alle volken aanhankelijkheid, aanbidding en dienstbaarheid verschuldigd zijn, Degene zelfs die het laatste doel is van alle dingen.»
De houding van de bisschop van Münster tegenover de vervolging van de Joden is ondubbelzinnig.. Door vanaf 1934 de verheerlijking van het «arische ras» ten nadele van de andere rassen af te keuren weigert hij elke legitimering van het antisemitisme; als bisschop verliest hij geen gelegenheid om te onderstrepen dat het christendom geworteld is in de godsdienst van Israël. Hij herinnert eraan dat de plicht van de broederlijke liefde zich uitstrekt tot alle mensen, welke ook hun ras en hun godsdienst zijn. Na de Kristallnacht van 9-10 november 1938, een pogrom (gewelddadige actie tegen de Joden) tijdens dewelke de synagoge van Münster in brand gestoken wordt door de politie, biedt Mgr. Von Galen zijn hulp aan de echtgenote van de rabbijn van de stad die gevangengezet is. Na de vrijlating van die laatste ziet hij enkele dagen later af van het tussenkomen om de toestand van de Joden niet te verergeren.
Het hitleriaans bewind wil toezien op het monopolie van de jeugdopvoeding door het vak godsdienst af te schaffen, verplicht in alle scholen. De bisschop van Münster verzet zich zegevierend tegen die afschaffing, steunend op het artikel 21 van het Concordaat van 1933. In november 1936 gelast de afgevaardigde voor opvoeding in Oldenburg (het noorden van het bisdom Münster) alle kruisen en godsdienstige kentekens in de scholen en openbare gebouwen te verwijderen. Deze maatregel veroorzaakt op initiatief van Mgr. Von Galen een ware «kruistocht» van gebeden en verzoekschriften ten gunste van het behoud van het kruis. De «Gauleiter» (provinciegouverneur) van Oldenburg is uiteindelijk verplicht zijn voorgenomen maatregel in te trekken.
Tegen het neo-paganisme
Van 1933 tot 1937 heeft de Heilige Stoel vierenveertig maal verzet aangetekend tegen de schendingen van het Concordaat. Tegenover de nutteloosheid van die acties publiceert paus Pius XI een wereldbrief, opgesteld in het Duits en getiteld: «Mit brennender Sorge» («Met brandende bezorgdheid»). Hij veroordeelt er de vergoddelijking van het volk en van het ras. De encycliek is gepubliceerd door de bisschop van Münster in zijn bisdom-blad; in het grootste geheim, laat hij er 120.000 exemplaren van drukken, hetzij 40% van die welke de Kerk ertoe kwam te verspreiden in Duitsland. Op zondag 21 maart 1937 leest elke pastoor op bevel van de bisschop op de preekstoel de tekst tijdens de Hoogmis. De Gestapo (politieke politie), in snelheid genomen, zal zich door vergeldingsmaatregelen wreken. Nochtans heeft de encycliek een gunstige echo verwekt in zekere protestantse middens. Mgr. Von Galen vat dan het planopeen gemeenschappelijk front te vormen van Duitse christenen tegen het nieuw heidendom; dat laatste zal worden bestreden op een breder terrein: recht op leven, op onaantastbaarheid, op godsdienstvrijheid, recht om zijn geweten te volgen, recht van de ouders op de opvoeding van hun kinderen.
Begin 1939 oordeelt de nazimacht het ogenblik gekomen om elk confessioneel onderwijs en elke godsdienstles op school af te schaffen. Op 26 februari vraagt de bisschop van Münster in een overvolle kathedraal aan alle gelovigen van zijn bisdom te protesteren met een verzoekschrift tegen de «heidense school». Zijn oproep is gevolgd door tienduizenden personendie door te tekenen hun veiligheid en hun bezit in gevaar brengen. Op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen, wat de Frans-Engelse oorlogsverklaring uitlokt. Mgr. Von Galen, verre van op de officiële oorlogszuchtige verklaring terug te komenschrijftde gelovigen van zijn bisdom gebeden voor,voor het vaderland en voor de vrede die besloten worden met de wens dat «aan alle volken de veiligheid van de vrede in de rechtvaardigheid en de vrijheid worde aangeboden».
Vanaf de tweede helft van 1940 volgen de maatregelen die de Kerk vervolgen elkaar op: opening van de kerken uitgesteld tot 10 u in de ochtend «wegens het gevaar van luchtaanvallen», aanhouding en wegvoering van talrijke priesters, inval van kloosters waarvan de bewoners zijn uitgezet. Mgr. Von Galen voelt de plicht aan om zijn stem te verheffen. Na een ogenblik van innerlijke strijd spreekt hij op 13 juli 1941 in zijn kathedraal de eerste van drie homilieën uit die de ronde van de wereld zullen doen. Na de verdrijving van de kloosterlingen te hebben afgekeurd protesteert hij tegen het regime van willekeur en van schrik die heerst, en vraagt gerechtigheid. De volgende zondag spoort hij zijn volk aan te volhouden in de vervolging: «Gelijkend op een aambeeld dat zijn sterkte niet verliest spijts het geweld van de hamerslagen, ontvangen de gevangenen, de uitgesloten en verbannen onschuldigen van God de genade om hun christelijke standvastigheid te bewaren..»
Op 3 augustus spreekt de bisschop in de Sint-Lambertuskerk de homilie uit waarin hij de afslachting van de krankzinnigen verordend door de autoriteiten afkeurt: het «programma T4» in uitvoering van een akkoord in de medische centra voorziet dat de «gunst om te sterven» verleend wordt aan ongeneeslijke en onproductieve zieken.. Men zal het aantal van de slachtoffers van dit moorddadig programma schatten op 70.000 personen. Mgr. Von Galen barst uit in verontwaardiging: «Het betreft mannen en vrouwen, onze naaste! Arme zieke menselijke wezens. Ze zijn onproductief, indien u dat wilt. Maar betekent dat dat zij het recht op leven verloren hebben?…Indien men het principe vooropstelt volgens hetwelk de mensen gemachtigd zijnhun onproductieve naaste te doden, en het in praktijk brengt, wee ons allen, want we worden een dag oud en seniel!… Dan zal geen mens in veiligheid zijn: om het even welke commissie zal hem kunnen op de lijst van “onproductieve” personen zetten, die «onwaardig om te leven» geworden zijn. En er zal geen politie zijn om hem te beschermen, hem, geen tribunaal om zijn moord te wreken. Wie zal dus nog vertrouwen hebben in zijn geneesheer? Hij zal misschien beslissen dat deze zieke “onproductief” geworden is, wat zal neerkomen op het hem ter dood veroordelen. Men kan zich de morele verdorvenheid, het algemeen wantrouwen die zich zullen verspreiden in het hart zelf van het gezin voorstellen, indien deze verschrikkelijke leer wordt geduld, toegestaan en in praktijk gebracht. Wee de mensen, wee het Duitse volk indien het heilig gebod van God: Ge zult niet doden dat de Heer heeft gegeven op de Sinaï tijdens donder en bliksemschichten, dat God onze Schepper heeft geschreven in het bewustzijn van de mens in het begin, indien dat gebod niet alleen geschonden wordt, maar dat de schending ervan toegestaan en ongestraft plaats vindt!»
Een verzachtende dekmantel
De euthanasie is, helaas, niet met het nazisme verdwenen. In onze dagen wordt zij toegepast in talrijke landen; de wetten bevatten in het algemeen beperkende voorschriften, maar deze worden niet in acht genomen en het aantal van euthanasie vermeerdert exponentieel van jaar tot jaar. De werkelijkheid van de euthanasie, d.w.z. een eind aan je leven geven, is verdoezeld onder de verzachtende uitdrukkingen van «hulp bij het sterven» of de «onder- steunde zelfmoord». In naam van de katholieke Kerk heeft de heilige paus Johannes Paulus II volgend oordeel uitgesproken: Wij bevinden ons hier voor een van de meest verontrustende symptomen van de “cultuur van de dood”, die vooral vooruitgang boekt in de welvarende maatschappijen. Deze worden gekenmerkt door een utilitaristische mentaliteit, die het groeiend aantal oude en minder-valide mensen als een ondraaglijke last beschouwt. Deze mensen worden vaak van hun familie en van de maatschappij afgezonderd, die zich bijna uitsluitend laten leiden door criteria van productieve doelmatigheid. Onherroepelijke ongeschiktheid maakt het leven waardeloos… Ik bevestig dat euthanasie een ernstige schending is van de Wet van God, omdat het gaat om een moreel onaanvaardbare moord met voorbedachten rade op een menselijke persoon. Deze leer vindt haar grondslag in de natuurwet en in het geschreven Woord van God (Encycliek Evangelium vitæ, 25 maart 1995, nrs 64-65).
De homilie van Mgr. von Galen tegen de euthanasie wordt clandestien en uitgebreid verspreid in Duitsland evenals in het buitenland. Hitler aanvaardt om officieel het programma van de euthanasie stop te zetten eind augustus 1941. Evenwel zullen in de concentratiekampen in het oosten talrijke “ongeneeslijke” zieken gedood worden in het geheim tot aan de val van het bewind.
De waarde van elke persoon
O
nlangs nog, heeft het Dicasterium voor de Geloofsleer in de verklaring «Dignitas Infinita», goedgekeurd door Paus Franciscus, de uitspraak van de Kerk over euthanasie bevestigd: «Er is een bijzonder geval van schending van de menselijke waardigheid dat stiller is maar veel terrein wint. Het heeft de eigenaardigheid een verkeerd concept van menselijke waardigheid te gebruiken om het tegen het leven zelf te keren. Deze verwarring, die vandaag de dag heel gebruikelijk is, komt aan het licht wanneer we het over euthanasie hebben. Wetten die de mogelijkheid van euthanasie of hulp bij zelfdoding erkennen, worden bijvoorbeeld soms “wetten inzake waardig sterven” genoemd. Er is een wijdverspreide opvatting dat euthanasie of hulp bij zelfdoding in overeenstemming is met het respect voor de waardigheid van de menselijke persoon. Tegenover dit feit moet krachtig worden bevestigd dat lijden er niet toe leidt dat de zieke de waardigheid verliest die hem intrinsiek en onvervreemdbaar toebehoort, maar dat het een gelegenheid kan worden om de banden van wederzijdse saamhorigheid te versterken en zich meer bewust te worden van de kostbaarheid van elke persoon voor de hele mensheid.
«Zeker, de waardigheid van de zieke in kritieke of terminale toestand vraagt om adequate en noodzakelijke inspanningen om zijn lijden te verlichten door passende palliatieve zorg en het vermijden van agressieve behandelingen of onevenredige medische procedures Deze zorg beantwoordt aan “de constante plicht om de behoeften van de patiënt te begrijpen: zorgbehoeften, pijnbestrijding, emotionele, affectieve en spirituele behoeften. Maar een dergelijke inspanning is iets heel anders, ja zelfs tegengesteld aan de beslissing om het eigen leven of het leven van anderen onder het gewicht van het lijden weg te nemen. Het menselijk leven, zelfs in zijn pijnlijke toestand, is drager van een waardigheid die altijd gerespecteerd moet worden, die niet verloren mag gaan en waarvan de eerbied onvoorwaardelijk blijft.» (Declaratie Dignitas Infinita, 2 april 2024, nrs. 51-52).
Vanaf 1942 draait de oorlog uit in het nadeel van Duitsland en de bombardementen van de geallieerden over het land worden meer en meer frequent. De bisschop spant zich in om bij de burgerbevolking de verschrikkingen van de oorlog te verzachten. Hij waarschuwt de gelovigen van zijn diocees niet te wijken voor wraaklust, opgewekt door de propaganda; op 4 juli 1943 tijdens een mariale bedevaart te Telgte verklaart hij: «Ik heb de heilige plicht het gebod van Christus af te kondigen, te verzaken aan de haat en aan de wraak… Is het waarlijk een troost voor een Duitse moeder wier kind gedood is door een bombardement, indien men haar zegt: “Nou, we zullen heel binnenkort het kind van een Engelse moeder doden?” Neen, de aankondiging van zo’n wraak kan geen troost zijn; een dergelijk gedrag kan noch christelijk, noch Duits zijn.»
Op 1 februari 1944 onderstreept de bisschop van Münster in zijn Vastenbrief dat de diepe oorzaak van de huidige catastrofes ligt in het verwerpen van het gezag van God door de moderne mens. De oplossing bestaat in het zich onderwerpen aan Jezus Christus… En de prelaat eindigt met deze bezwering: «Duitse volk, luister! Luister naar de stem van God!» Van oktober 1943 tot oktober 1944 vernielt een reeks luchtaanvallen de stad Münster, de kathedraal inbegrepen; uitgedund door de dood of de ballingschap, is de bevolking gezakt van 150.000 tot 25.000 inwoners. Mgr. Von Galen, die nauwelijks ontsnapt is aan de dood in de loop van het bombardement van het bisschoppelijk paleis, moet zich verschuilen op het platteland; hij woont op 31 maart 1945 de zegerijke intrede van de Engels-Amerikaanse troepen bij. De bisschop wordt dan de vader van de armen en de ontelbare ongelukkigen zonder verblijf noch werk. Hij komt voor hen op in het bijzijn van de geallieerde bezettingstroepen, die de bevolking ten prooi overlaten aan plunderingen en de hongersnood onder voorwendsel van «een gezamenlijke verantwoordelijkheid» van het Duitse volk.
Een betere toekomst verhopen
Op 23 december 1945 wordt de verheffing door Pius XII tot het kardinalaat van tweeëndertighoogwaardigheids-bekleders, onder wie Clemens August von Galen bekendgemaakt. De paus wil erdoor hulde brengen aan de moedigste stem van het Duitse episcopaat onder het nationaal socialisme; door drie Duitsers te bevorderen verlangt de Heilige Vader ook te melden — hij drukt het publiek uit — dat het Duitse volk in zijn geheel niet verantwoordelijk kan geacht worden voor de wreedheden van de tweede wereldoorlog. Na een moeizame reis van zeven dagen per trein ontvangt de bisschop van Münster de kardinaalshoed op 21 februari 1946 te Rome. De Amerikaanse kardinaal Spellman zal aan de drie Duitse kardinalen een Amerikaans legervliegtuig ter hand doen om hen thuis terug te brengen.
Op 16 maart doet de kardinaal von Galen zijn intrede in Münster in puin te midden van een menigte van 50.000 personen die in hem redenen zien om te hopen op een betere toekomst. Hij drukt zijn spijt uit niet het martelaarschap waardig geacht geworden te zijn; indien hij niet aangehouden was geweest door de Gestapo, is hij dit aan de liefde en de trouw van zijn diocesanen verschuldigd. «Gij waart achter mij, en de machthebbers wisten dat het volk en de bisschop van Münster gebonden waren door een onafscheidbare eenheid, en dat, zo zij de bisschop troffen, dit het hele volk was dat zich getroffen zou achten. Dat is wat me inwendig versterkte en me zekerheid gegeven heeft.» Dat was de laatste publieke daad van de «Leeuw van Münster». Vanaf de volgende dag loopt hij een inwendige darmontsteking op waaraan hij zal sterven op 22 maart 1946.
Op 9 oktober 2005 op het einde van de ceremonie van de zaligverklaring heeft paus Benedictus XVI verklaard: «Daarin berust de altijd actuele boodschap van de gelukzalige von Galen: het geloof wordt niet herleid tot een privé-beleving, die men misschien zou moeten verbergen wanneer ze stoort, maar impliceert eveneens de consequentie en het getuigenis in de openbaarheid ten gunste van de mens, de rechtvaardigheid en de waarheid..»
Vragen we God voor ons en voor alle herders van de Kerk door tussenkomst van Maria, Moeder van de Levenden, en van de gelukzalige Clemens August, de moed ons niet te laten intimideren in het getuigenis van ons christelijk leven, «noch door de lofprijzingen van, noch door vrees» voor de mensen. We kunnen zo overal het Evangelie van het Leven verspreiden ter ere van God en voor het heil van de zielen.











