25 Maart 1998
Gelukzalige Anwarite, martelaar
Dierbare Vrienden,
Zie, Ik houd u vandaag het leven en het geluk voor, maar ook de dood en het ongeluk… Leven en dood houd ik u voor, zegen en vloek. Kies dan het leven… (Dt 30, 15-19).
De Heer geeft ons de keus tussen de weg naar het leven en de weg naar de dood (Jr 21, 8). Jezus-Christus herinnert ons eraan in het Evangelie, als hij bevestigt dat er slechts twee wegen zijn: de ene leidt naar het
eeuwig leven en de andere naar de ondergang (vgl Mt 7, 13). Deze leer over de twee wegen blijft voortdurend aanwezig in de katechese van de Kerk. Zij is een beroep op het verantwoordelijkheidsgevoel waarmee de mens gebruik moet maken van zijn vrijheid met het oog op zijn eeuwige bestemming (vgl Katechismus van de Katholieke Kerk, KKK, 1696, 1036). Zij nodigt ons uit na te denken over de belangrijkheid van onze keuze.
Een illusie
«Kies het leven! Wat betekent dat? Wat moet men doen? Wat is het leven? Zoveel mogelijk bezitten? Alles kunnen doen, zich alles veroorloven, geen andere grenzen kennen dan alleen zijn eigen verlangens?… Gaat het er heden niet om of het unieke antwoord als vanouds mogelijk is? Maar als wij naar onze wereld kijken, dan zien wij een levensstijl die uitdraait op een duivelse omgeving waar alcohol, seks en drugs in zwang zijn, dat deze schijnbare keuze de ander als concurrent gaat beschouwen, dat de goederen waarover men beschikt altijd onvoldoende zijn; het leidt juist naar de cultuur van de dood, naar de narigheid van het leven, tot een afkeer van onszelf, wat wij tegenvoordig overal waarnemen. De glans van deze keuze is een illusie door de duivel ingegeven. Werkelijk, deze keuze verzet zich tegen de waarheid, want hierdoor wordt de mens voorgesteld als een god, een valse god, die de liefde niet kent, maar alleen zijn eigen ik en die alles aan zichzelf toeschrijft… Deze vorm van levenskeuze is een leugen, want zij laat God buiten beschouwing en op die manier misvormt het alles» (Kardinaal Ratzinger, 5 maart 1997). De weg van de zonde vereist geen inspanning, maar dat duurt niet lang, want hij leidt naar de ondergang.
Het christelijke leven, wanneer het op een edelmoedige en oprechte wijze geleid wordt, is veeleisend, het is een nauwe poort, een smalle weg, maar die ware vreugde verschaft en naar de hemel leidt: «Kies het leven!… dit wil zeggen: kies God. Immers, Hij is het leven: Als gij luistert naar de geboden van de Heer uw God, die ik u heden geef, als gij de Heer uw God bemint, zijn wegen gaat en zijn geboden, voorschriften en bepalingen nakomt, dan zult gij leven (vgl Dt 30, 16)… Volgens het Deuteronomium betekent het leven kiezen: liefhebben (God), met Hem eensgezind zijn in denkwijze en wilskracht, zich aan Hiem toevertrouwen, in zijn voetsporen treden… Jezus toont ons hoe wij het leven kunnen kiezen: Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen. Maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, die zal het redden (Lc 9, 24). Het Kruis is geen ontkenning van het leven, geen ontkenning van de vreugde en van de volheid mens te zijn. Integendeel, zij toont ons nanwkeurig het echte middel, de manier om het leven te verwerven. Wie zijn leven voor zichzelf houdt en er bezit van neemt, verliest zijn leven. Het is slechts door zichzelf te verliezen, dat men de weg vindt om zichzelf te ontdekken en het leven te verwerven. Veel mensen hebben onverschrokken geprobeerd zich te verliezen, zich te geven, hoe meer zij hebben geleerd zichzelf te vergeten, hoe rijker en verhevener hun leven is geworden; het is voldoende om te denken aan Franciscus van Assisi, Teresia van Avila, Vincentius à Paulo, Pastoor van Ars, en aan Maximiliaan Kolbe: zij zijn allen voorbeelden van waarachtige volgelingen, die ons de weg van het leven wijzen, want zij tonen ons Christus. Zij kunnen ons leren hoe voor God te kiezen, om Christus te kiezen en zo het leven te kiezen» (Kardinaal Ratzinger, id.).
«Ik wil het werk van God»
Een jonge hedendaagse Afrikaanse religieuze heeft het voorbeeld gegeven van de keuze van het leven in navolging van Christus zelfs tot het uiterste getuigenis van het martelaarschap. Volgens de zegswijze van de heilige Benedictus, heeft zij «met het volle vuur van haar ziel naar het eeuwige leven verlangd» (Regel, h. 4). Paus Johannes Paulus II heeft haar op 16 augustus 1985 zaligverklaard.
Anwarite is een meisje van de Belgische Congo, tegenwoordig Democratische Republiek Congo (ex-Zaïre; een land in equatoriaal Afrika). Zij is hartstochtelijk, wilskrachtig, uitbundig zelfs, wat lichtgeraakt en mokkend. Daarentegen is zij erg hulpvaardig en zeer vroom. Zij is op 29 december 1939 geboren en werd in 1941 gedoopt. Zij was 14 jaar toen zij tegen haar moeder zei: «Ik wil het werk van God », anders gezegd: «Ik wil religieuze worden». «Wacht, wacht nog!», antwoordt de moeder die haar nodig heeft voor het huishouden en het werk op het veld. Maar met haar zenuwachtige aard kan Anwarite niet wachten en zij treedt in bij de Congregatie van de Heilige Familie. Haar moeder legt zich bij het voldongen feit neer. Ondanks haar ontstuimige karakter of misschien daardoor toont de nieuwe religieuze zich volledig trouw aan haar roeping. Zij
schrijft in haar aantekeningen: «Ik ben hier gekomen om wie te volgen? De oversten? De zusters? De kinderen? Al de mensen? Helemaal niet. Ben ik niet gekomen voor die ene Beminde, Jezus?… O Jezus, geef mij de genade liever nu te sterven dan jou te verlaten om naar de slechte wereld terug te keren. Jij kunt mij niet verlaten, tenzij ikzelf jou ga verlaten.» En tegen haar moeder die probeert haar te laten terugkeren: «Ik heb mij serieus toegewijd aan God en niet voor de grap. Degene die de hand aan de ploeg slaat en achterom kijkt, is het koninkrijk Gods niet waardig… Men moet zich losmaken van zijn volk, van zijn clan, van zijn stam».
Het gebed krijgt voor haar een grote betekenis: «Het uur van de meditatie, tekent zij aan, is de tijd van rust en van het gesprek met Onze-Heer, geheel zoals twee verloofden met elkaar praten zonder te denken aan de inspanning en de vermoeidheid. Zelfs als je hart dor is, bidt dan toch. De Heer Jezus zal zich verbazen en zeggen: «Zelfs als ik je de rug toekeer, krijgt zij er geen genoeg van». Wij zijn godgewijden, men moet aan de Gemaal van onze zielen denken, om de geest van stilte vragen, in het inwendige gebed met God kunnen praten. Heer Jezus, geef mij ijver en een grote liefde voor het gebed, opdat ik in het geestelijke leven vooruit zal kunnen komen».
Innige vriendschap
Inderdaad zijn het gebed en het christelijke leven onafscheidelijk. Het leven van de christen is een leven van innige verbondenheid met God. En, zonder het gebed vergeten wij Degene die ons Leven en onze Hoofdzaak is. Bidden is noodzakelijk voor onze volharding in het goede: als wij ons niet laten leiden door de Heilige Geest, komen wij weer terecht onder het juk van de zonde; en hoe kan de Heilige Geest de gids van ons leven zijn als ons hart van Hem is afgekeerd? «Niets weegt op tegen het gehed, zegt de heilige Johannes Chrysostomus, want wat onmogelijk is, maakt het mogelijk, wat moeilijk is, gemakkelijk. De mens die bidt, kan met geen mogelijkheid zondigen (ernstig).» Onze Heer spoort ons aan voortdurend te bidden (vgl Lc 18, 17), en in navolging daarvan zegt de heilige Apostel Paulus ons: Bidt zonder ophouden (1 Tes 5, 17). «Het is ons niet opgedragen voortdurend te werken, te waken en te vasten, terwijl het voor ons een wet is ononderbroken te bidden» (KKK, 2742). «Men moet vaker aan God denken, dan men ademhaalt» (H. Gregorius van Nazianze). Deze onvermoeibare ijver in het gebed kan alleen maar komen door de liefde. Het gebed is de strijd van de nederige, vertrouwende en volhardende liefde tegen onze traagheid en luiheid. Bidden is altijd mogelijk: «Het is zelfs mogelijk op de markt of op een eenzame wandeling. Het is mogelijk in uw zaak terwijl u koopt of verkoopt, het is ook mogelijk als u in de keuken bezig bent, om herhaald en vurig te bidden» (H. Johannes Chrysostomus).
Het gebed is niet het enige voedsel van het geestelijk leven van zuster Anwarite. Zij schenkt ook veel waarde aan de sacramenten en in het bijzonder aan de Biecht: «Jezus laat zijn oog vallen op de zondaar, schrijft zij in haar aantekeningen, Hij doordringt hem innerlijk, opdat hij zich zal bekeren. Als je een grote zonde bekent, denk dan niet dat je geminacht zal worden, doch de priester zal respect voor je hebben wegens jouw eenvoud. Degene die zijn zonden zonder schaamte biecht, zelfs als zij groot zijn, is een held». Zij wil ook de gezindheid van het offer ontwikkelen, dit noemt zij: «bittere pillen slikken». De Heer Jezus vroeg ons, toen hij ons geroepen heeft, het offer van de wereldse zaken, van de menselijke liefde, van onze persoon zelf.
Haar hart is geheel toegewijd aan Maria. Zij houdt veel van de Rozenkrans bidden, haar lievelingsgebed. Zij heeft heel wat Weesgegroeten en Rozenkransen gebeden!… in de linnenkamer, in de keuken, in de sacristie of tijdens het toezicht houden op de leerlingen… Zij leest graag de «Lofzang van Maria» van de heilige Alfonsus van Liguori.
Luidruchtige vrolijkheid
Anwarite, nu zuster Marie-Clémentine geworden, houdt haar kinderlijke aard, ongekunsteld, overgevoelig, enthousiast en een luidruchtige vrolijkheid. Zij zou iedereen van dienst willen zijn en ingewikkeld genoeg, stelt zij niemand tevreden. Zij heeft altijd zin om te zingen, blinkt uit in het slaan van de tam-tam, komedie spelen en tranen te laten lachen. Zij doet alles haastig, vliegt de trappen op en spreekt soms zo vlug dat zij brabbelt. Toch is haar oprechtheid geweldig, haar godsvrucht ongeveinsd, haar naastenliefde buitengewoon. Zij legt zich op haar werk toe met een nederige eenvoud, toont zich volhardend in haar taken en is volkomen gehoorzaam. «Mijn Overste slaapt slecht, merkt zij op, want zij denkt aan wat zij moet doen om haar dochters vooruit te laten komen. Mijn plicht is haar te helpen door aan haar opdrachten te gehoorzamen. Als de oversten je verwijten maken of je vernederen, probeer je je te verdedigen, dat wil zeggen: je bezit nog niet de nederigheid… Als wij willen gehoorzamen uit liefde tot God, moet onze gehoorzaamheid tot stand komen in de geest van het geloof».
Een kostbare stimulance
«In zoverre de zuiverheid van de ongehuwde mannen en vrouwen de gave van God zichtbaar maakt van een onverdeeld hart, is zij een weerspiegeling van de eindeloze liefde die de drie Goddelijke Personen samenbindt… een liefde die een reactie uitlokt van totale liefde voor God en de medemensen» (Johannes Paulus II, Vita consecrata, 25 maart 1996, n. 21). De wens van kuisheid van godgewijde personen beantwoordt aan de uitdaging tot de Kerk gericht door de cultuur van het genot dat in de wereld heerst.
«De eerste uitdaging gaat uit van een hedonistische cultuur die de seksualiteit losmaakt van iedere objectieve maatstaf, er vaak een spel en een consumptieartikel van maakt, en met medeplichtigheid van de media toegeeft aan een soort verafgoding van het instinct. Ieder ziet met eigen ogen wat de gevolgen hiervan zijn: allerlei overtredingen die vaak gepaard gaan met psychisch en moreel leed van individuen en gezinnen. Het antwoord hierop van het godgewijde leven bestaat allereerst in het vreugdig beleven van algehele zuiverheid als een getuigenis van de kracht van Gods liefde in de broosheid van het menselijk bestaan. De godgewijde mens is een bewijs dat hetgeen door de meeste mensen voor onmogelijk wordt gehouden, met de genade van de Heer Jezus mogelijk en werkelijk bevrijdend is. Ja, in Christus is het mogelijk God met heel zijn hart te beminnen, en zo ieder schepsel met de vrijheid van God lief te hebben! Meer dan ooit is dit getuigenis thans noodzakelijk, juist omdat het door onze wereld zo weinig wordt begrepen. Het is een getuigenis voor iedereen – jonge mensen, verloofden, gehuwden, christelijke gezinnen –, en toont dat de kracht van Gods liefde grote dingen tot stand kan brengen ook binnen alles wat de menselijke liefde met zich meebrengt. Het is een getuigenis dat beantwoordt aan een groeiend verlangen naar helderheid in de menselijke betrekkingen.»
«Het godgewijde leven dient aan de moderne wereld voorbeelden te bieden van zuiverheid, beleefd door mannen er vrouwen die blijk geven van evenwichtigheid, zelfbeheersing, initiatief, psychologische en affectieve volwassenheid. In dat getuigenis vindt de menselijke liefde het vaste steunpunt van de zuivere liefde die de godgewijde mens vindt in de beschouwing van de liefde van de Drie-eenheid die ons door Christus geopenbaard werd. Gedompeld in dat mysterie voelt hij zich in staat tot een radicale en alomvattende liefde die hem de kracht geeft tot de zelfbeheersing en discipline die nodig zijn om niet slaaf te worden van de zinnen en instincten. De godgewijde zuiverheid blijkt zo een vreugdig en bevrijdend gebeuren. Verlicht door het geloof in de verrezen Heer en door het uitzien naar de nieuwe hemelen en de nieuwe aarde (vgl. Apk 21,1) is zij ook een kostbare stimulans voor de opvoeding tot kuisheid die in andere levensstaten geboden is» (Johannes Paulus II, ibid., 88).
De Simba’s
Zuster Anwarite is vastbesloten om trouw te blijven aan de goddelijke Gemaal, desnoods tot het martelaarschap toe. Zij benijdt de heiligen, maagden en martelaressen, Maria Goretti, Agnès, Blandine, Agathe, Lucie, Cécile: «Als mij iets dergelijks overkomt, zou ik trouw blijven en ik zou Jezus volgen zonder tot het einde een woord te zeggen… Ja, wanneer het zover is, moet men de moed hebben, met de genade van God, liever te sterven dan een zonde te begaan.» God verhoorde haar wens.
De Congo, sinds vier jaar onafhankelijk, is blootgesteld aan een burgeroorlog. De opstandelingen van Patrice Lumumba, die in 1961 vermoord is, hebben een «volksleger van de bevrijding» opgericht. Dit leger wordt aangevoerd door generaal Olenga, die zijn toevlucht neemt tot de diensten van een volksstam, de Simba’s. De Simba’s (die op 26 november de bisschop van Wamba, Mgr. Wittehois hebben gedood) komen op 29 november 1964 om 12 uur aan bij het klooster van de Zusters van de Heilige Familie. Verschillende religieuzen vluchten de wildernis in, waar zij Moeder Kasima, de generale Overste, tegenkomen, die met een groep weeskinderen terugkomt van het maniokbladeren plukken. Zeer kalm voert Moeder Kasima iedereen naar huis. De commandant van de Simba’s verzekert de geschrokken religieuzen: ik kom om hen naar een veilige plaats te brengen, naar Wamba. De zusters pakken snel hun bagage. Zuster Anwarite neemt haar aantekeningenboekje mee en een beeld van de Heilige Maagd, dat men drie maanden tevoren haar gegeven heeft. De vrachtwagen die de zusters wegvoert, vertrekt tegen vier uur’s middags. Zij zijn met 34 zusters en zij bidden de rozenkrans, terwijl de rebellen hun dubbelzinnige liedjes toezingen.
Aangekomen in Isiro, wordt de kloostergemeenschap gebracht naar het verblijf van kolonel Yuma Deo. Later kondigt men, onder voorwendsel dat er geen voldoende plaats is, de zusters aan dat men hen in een ander huis zal onderbrengen. Maar de man die hen begeleidt heeft opdracht gekregen zuster Anwarite achter te houden, want kolonel Ngalo wil haar als vrouw hebben. Van zijn kant wil kolonel Olombe zuster Bokuma voor zich reserveren. Moeder Kasima komt tussenbeide en protesteert. Men slaat haar en Yuma Deo zegt dan tegen haar: «Daar u zo spreekt, ga ik mijn soldaten roepen om al uw dochters te bezoedelen.» Zuster Anwarite
grijpt in: «Waarom wilt u Moeder Kasima doden? U moet mij alleen doden».
Kolonel Olombe geeft zuster Anwarite bevel in de auto te stappen om naar het huis van Ngalo te gaan en hij laat haar met geweld in de auto zetten evenals zuster Bokuma. Maar als hij zich even verwijdert, stappen de twee religieuzen uit en weigeren weer de auto in te gaan: «Ik wil deze zonde niet gaan bedrijven; als u wilt, dood mij!», schreeuwt Anwarite. Olombe begint dan de twee religieuzen woest te slaan met de kolf van zijn geweer. Zuster Anwarite zegt tegen hem: «Ik vergeef u, omdat u niet weet wat u doet». Met een gebroken arm en een gezwollen gezicht herhaalt zuster Anwarite voordat zij bewusteloos raakt: «Het is zoals ik het heb gewild.» De Simba’s, getuigen van het tafereel, denken dat Olombe gek geworden is en nemen hun wapen op. Olombe legt hun handeling verkeerd uit en roept: «Simba! snel komen, men wil mij doden». Twee jonge Simba’s snellen toe met de bajonet in de hand. «Doorsteek deze zuster, steek het mes in haar hart! »Vier of vijf keer of meer zelfs, doorsteken zij haar, terwijl zij kreunt. Olombe neemt dan zijn revolver en schiet een kogel in de borst van Anwarite, die nog ademt. Zij sterft op 1 december 1964 om een uur ’s ochtends als maagd en martelares, zoals zij het zozeer gewenst heeft. Na de moord kalmeert Olombe en laat zuster Bokuma naar het ziekenhuis overbrengen. De andere religieuzen worden vervoerd naar Wamba, veilig voor de gevechten.
Trouw in het dagelijks leven
«De Kerk biedt de voorbeelden van talrijke heiligen, die de zedelijke waarheid gepreekt hebben en tot het martelaarschap verdedigd hebben of de voorkeur aan de dood boven ook maar een doodzonde, gegeven hebben. Met hun heiligverklaring heeft de Kerk hun getuigenis bevestigd en hun overtuiging voor juist verklaard, volgens welke de liefde tot God ook onder de moeilijkste omstandigheden bindend inhoudt, dat men zich houdt aan de geboden en weigert deze te verraden, en al zou het zijn met het doel het eigen leven te redden.
«Het martelaarschap is uiteindelijk een lichtend teken van de heiligheid van de Kerk: de met de dood betuigde trouw aan de heilige wetten van God is plechtige getuigenis en missionaire inzet «usque ad sanguinem» (tot aan het bloed), opdat niet de schittering van de zedelijke waarheid in de gewoonten en denkwijzen van de mensen en de maatschappij van zijn lichtende kracht beroofd wordt. Een dergelijk getuigenis geeft een buitengewoon waardevolle bijdrage, opdat men, niet alleen in de burgerlijke maatschappij, maar ook binnen de kerkelijke gemeenschappen, niet in de gevaarlijkste crisis terecht komt, waarin de mens maar terecht kan komen: de verwarring inzake goed en kwaad, wat de opbouw en het bewaren van de zedelijke orde van het individu en de gemeenschappen onmogelijk maakt. De martelaren en, in bredere zin, alle heiligen van de Kerk verspreiden licht door het welsprekende en facinerende voorbeeld van een geheel door de luister van de zedelijke waarheid omgevormd leven van elk tijdperk uit de geschiedenis, door het zedelijke gevoel nieuw leven in te blazen. Door hun uitmuntende getuigenis van het goede zullen ze een levend verwijt worden aan al degenen die de wet overschrijden (vgl W 2, 12) en laten ze ook in deze, onze tijd de woorden van de profeet nieuw opklinken: Wee hen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die van het duister licht maken en van het licht duisternis, van bitter zoet en van zoet bitter (Js 5, 20).
«Als het martelaarschap het hoogtepunt van het christelijke getuigenis is voor de zedelijke waarheid, waartoe slechts betrekkelijk weinigen geroepen worden, dan is het toch nog een coherent getuigenis, dat alle christenen dagelijks bereid zouden moeten zijn te geven, ook ten koste van lijden en zware offers. Inderdaad is de christen gezien de veelvuldige moeilijkheden, die de trouw aan de absoluutheid van de zedelijke orde ook onder normale omstandigheden kan verlangen, met het smeken om goddelijke genade in het gebed tot af en toe heroïsche inspanningen opgeroepen, waarbij hem de deugd van heldhaftigheid zal steunen, met welke hulp hij, zoals de heilige Gregorius de Grote leert, «de moeilijkheden van de wereld met het oog op de eeuwige beloning lief kan hebben»» (Encycliek Veritatis splendor, 6 augustus 1993, nrs. 91, 93)
Zalige Clémentine-Anwarite verkrijg voor ons van God de moed volgens al de eisen van het Evangelie te leven en in de Hemel te komen met al degenen die ons dierbaar zijn, levend en overleden.






