16 Juli 1997

Gelukzalige Elisabetta Canori Mora

Dierbare Vrienden,

Onder de problemen van de hedendaagse maatschappij is de crisis van het gezin een van de ernstigste. Door de heftige discussies die regelmatig in de media gevoerd worden over het huwelijk als instelling, houdt men niet op de positie van het huwelijk te verzwakken: de duurzaamheid van de gezinnen wordt door de vrijere wetgeving bedreigd, wat de echtscheiding bevordert; de taak van de huismoeder wordt niet meer op de juiste waarde geschat; de kinderrijke gezinnen ontvangen niet de steun die zij nodig hebben; de kuisheid en de huwelijkstrouw worden vaak belachelijk gemaakt; een «cultuur van de dood» moedigt onvermoeibaar aan tot abortus en anticonceptie; op talrijke plaatsen is het kind overgelaten aan zedenbederf (aanstootgevende reclame en pornografie, drugs, prostitutie, enz.); nieuwe samenlevingspatronen worden ingevoerd: het vrije huwelijk, bewust ongehuwd moederschap, homoparen.

De maatschappij vernietigt zichzelf door het gezin te vernietigen, dat volgens de wil van de Schepper de grondslag is. «Het menselijk en christelijk welzijn van de persoon en van de gemeenschap hangt nauw samen met een gezond huwelijks-en gezinsleven» (Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et spes, 47). Zullen de kinderen van vandaag niet de burgers zijn van morgen? Welnu, in de schoot van het gezin beleeft het kind zijn eerste ervaringen van het gemeenschappelijk leven, waar hij de zin van het gezag, de verantwoordelijkheid en onbaatzuchtigheid leert kennen… In het tegenovergestelde geval, welke voorbeelden kunnen de kinderen vinden in patronen die gebaseerd zijn op het individualisme en onstandvastigheid?

Tegenwoordig wordt de katholieke Kerk sterk becritiseerd op grond van haar Leer over het gezin. Men beschuldigt haar ervan «niet met de tijd mee te gaan», en dat zij door haar «verboden» de vooruitgang van de volkeren en van personen zou verhinderen. Deze aanvallen moeten ons noch verrassen, noch ontmoedigen: Jezus-Christus, onze Heer, heeft immers zijn apostelen voorspeld: Als de wereld u haat, bedenkt dan dat zij mij eerder heeft gehaat dan u. Als gij van de wereld zoudt zijn, zou de wereld liefhebben wat haar behoort. Weliswaar leeft gij in de wereld in verdrukking, maar hebt goede moed: Ik heb de wereld overwonnen (Joh 15, 18-19; 16, 33). In navolging van de Verlosser waarschuwt de Kerk ons: «Richt u niet op de tegenwoordige wereld» (Johannes Paulus II, Veritatis splendor, 6 augustus 1993, hfst 2), en naar Zijn voorbeeld vreest de Kerk niet een «Teken van tegenspraak» te zijn.

Door het tegen de Kerk gevoerde proces plaatsen haar tegenstanders ongewild haar heiligheid op de voorgrond; zij bekennen dat de Kerk zich doeltreffend verzet tegen de bandeloze verheerlijking van het genot en het eeuwig verlies van zielen. Door haar verdediging van het menselijk leven, waarvan het gezin het heiligdom is, toont de Kerk zich trouw aan Christus, Die op aarde gekomen is, niet om de mensen een ondraaglijke last op te leggen, doch integendeel om hen uit de slavernij van de zonde te verlossen. Door bovendien te herinneren aan «de noodzakelijke overeenstemming van de burgerlijke wetten met de zedenleer» (Johannes Paulus II, Evangelium vitae, 25 maart 1995, n. 72), dit wil zeggen met de natuurwet vermeld in de Tien Geboden, is de Kerk pleitbezorger van de echte waarden van de menselijke persoon en verdedigt zij de grondbeginselen, die alleen het maatschappelijk leven rechtvaardig en vreedzaam kunnen maken. Zij vestigt zo de grondvesten van een voorspoedige wederopbouw van de samenleving. Tot de waarachtige vooruitgang van de mensheid draagt de Kerk bij door haar onderricht en nog meer door het voorbeeld van de Heiligen.

Met hun leven geven de Heiligen kleur aan het Leergezag van de Kerk en geven haar een kracht en onvergelijkbare aantrekkingskracht. Zij bewijzen bovendien dat het met de goddelijke genade mogelijk is om in volstrekte overeenstemming met de Leer te leven. Ter gelegenheid van het Jaar van het Gezin heeft Paus Johannes Paulus II Elisabetta Canori Mora zaligverklaard. Deze echtgenote en huismoeder «heeft te midden van talrijke huwelijksproblemen zich volledig trouw getoond aan de verbintenis aangegaan door het sacrament van het huwelijk en aan de verantwoordelijkheden die daaruit voortvloeien» (Preek van 24 april 1994). Het onderricht van de Kerk, gelezen in het licht van dit voorbeeld van christelijk leven, zal ons de weg wijzen die Christus ons heeft voorbereid en die leidt naar het gelukzalige leven in de Hemel.

Een belangrijke voorbereiding

Op 21 november 1774 komt Elisabetta ter wereld. Haar ouders bezitten een landgoed bij Rome (Italië). Zij is de dertiende in een gezin van veertien kinderen, waarvan er reeds zes zijn gestorven. In de schoot van dit grote gezin ontvangt zij haar eerste opleiding. «Het gezin is de eerste school, een belangrijke school voor het maatschappelijke leven; als in een gemeenschap van liefde, vindt zij in de zelfopoffering de wet die haar leidt en haar laat groeien. De zelfopoffering die de echtgenoten bezielt onder hen, dient zich aan als het voorbeeld en de norm waardoor de verhoudingen tussen broers en zussen en tussen de verschillende generaties die aan het familieleven deelnemen tot stand moet komen» (Johannes Paulus II, Apostolische Exhortatie Familiaris consortio, FC, 37). In dit diep gelovig gezin met grote aandacht voor de opvoeding van de kinderen, is Elisabetta gelukkig en zeer evenwichtig. In 1796 trouwt zij met een jonge advocaat, Cristoforo Mora, de zoon van een rijke en befaamde arts. Elisabetta heeft zich met zorg op deze verbintenis voorbereid en hiervoor een geestelijke retraite gevolgd. «In deze tijd is de voorbereiding van de jongeren op het huwelijk en op het gezinsleven noodzakelijker dan ooit. Veel negatieve verschijnselen, die men tegenwoordig betreurt in het gezinsleven, komen door het feit dat in de nieuwe omstandigheden de jongelui geen oog meer hebben voor de juiste belangrijkheid van de waarden en dat zij niet meer de juiste gedragsregels bezitten, zij weten niet meer hoe de nieuwe moeilijkheden te trotseren en op te lossen zijn. De ervaring heeft geleerd dat jongelui die goed op het gezinsleven zijn voorbereid, beter slagen dan anderen » (FC, 66).

Elisabetta heeft het verlangen met haar echtgenoot een echt christelijk gezin te stichten. Zij weet, dat door de plechtige belofte voor God en de Kerk afgelegd, zij alle twee gaan beloven om trouw te blijven in het geluk en in de beproeving, bij ziekte en in goede gezondheid, om elkander lief te hebben en te respecteren alle dagen van hun leven (de liefde, de eerbied en de trouw tot in de dood), de Kerk vraagt hun tijdens de plechtigheid of zij bereid zijn de kinderen, die God hun zal geven, te ontvangen en christelijk op te voeden. «Volgens Gods plan is het huwelijk het fundament van die gemeenschap die veel groter is dan het gezin, daar de instelling zelf van het huwelijk en de echtelijke liefde gewijd zijn aan de voortplanting en de opvoeding van kinderen, waarin zij hun bekroning vinden» (FC, 14). De eensgezindheid van de echtgenoten verstevigt zich gewoonlijk dank zij de geboorte en de opvoeding van kinderen, die de mooiste vrucht zijn van hun echtelijke liefde.

Gewetste liefde

De eerste tijd van het huwelijk is zeer gelukkig. Maar weldra bevindt het gemeenschappelijke leven zich in gevaar door de psychologische zwakheid van Cristoforo. Eerst zijn het de onverklaarbare buien van jalousie, en later wordt de jonge advocaat verliefd op een andere vrouw en bedriegt zijn echtgenote. Diep gekwetst in haar liefde, maakt Elisabetta haar man toch geen verwijten. Zij gaat door hem al haar tederheid te betuigen in de hoop hem weer terug te winnen. De beproeving is des te zwaarder als zij vlak achter elkaar twee kinderen verliest, die kort na de geboorte stierven.

Aan het einde van het jaar 1799 brengt zij een meisje ter wereld, Marianne, vol levenskracht. Helaas verslechtert de gezinssituatie: de advocaat verwaarloost zijn praktijk en geeft zich over aan onbedachtzame speculaties, die hem weldra op de rand van het faillissement brengen. Elisabetta aarzelt niet: zij verkoopt al haar sieraden om de schulden te betalen van haar echtgenoot, doch die zijn zo aanzienlijk dat zij er niet in slaagt. Verre van dankbaar en zelf vernederd door zijn mislukkingen, wordt Cristoforo onhebbelijk en steeds lastiger. Zijn ouders, Francesco en Agatha Mora, stellen hem voor om financiële redenen het mooie appartement te verlaten, waar zij sinds hun huwelijk gevestigd zijn en met Elisabetta bij hen te komen wonen. Deze verhuizing vormt voor Elisabetta een nieuwe beproeving, want zij verliest de vertrouwelijkheid van haar huwelijksleven. De jonge vrouw accepteert toch gaarne dit offer voor de bekering van haar ontrouwe man.

De zonde van overspel is inderdaad een ernstige stoornis. De Katechismus van de Katholieke Kerk haalt het in deze woorden aan: «Het woord «overspel» wordt gebruikt om de ontrouw in het huwelijk aan te duiden. Overspel is een onrecht. Wie overspel bedrijft, schiet tekort in de aangegane verplichtingen. Hij schendt het teken van het verbond namelijk de huwelijksband; hij schendt het recht van de andere partner en brengt schade toe aan de instelling van het huwelijk door het contract te verbreken waarop het steunt. Hij benadeelt het welzijn van het menselijk geslacht en van de kinderen, die behoefte hebben aan een stabiele verbondenheid tussen de ouders» (KKK, 2380-2381). Elisabetta weet vooral dat degene die zich schuldig maakt aan de zonde van overspel het Koninkrijk Gods niet kan erven (vgl 1 Kor 6, 9; Mt 19, 18). Door haar liefde voor Cristoforo, die steunt op het geloof en de bovennatuurlijke naastenliefde, is zij bevreesd voor het eeuwige heil van haar echtgenoot. Zij vermeerdert dan ook haar offers en gebeden. Haar vertrouwen in God en haar volharding zullen haar niet teleurstellen.

In juli 1801 komt een vierde zwangerschap het beproefde leven van deze bewonderenswaardige vrouw verlichten. Maar kort na de bevalling wordt de jonge vrouw door een ziekte geveld en raakt daardoor in levensgevaar. Menselijkerwijze gesproken is Elisabetta veroordeeld. Door een wonderbaarlijke genezing wordt zij weer gezond, zoals zijzelf zal toegeven. Deze ziekte is de aanleiding van een belangrijke geestelijke vooruitgang. Haar met God verbonden leven en haar godsvrucht verdiepen zich; de Biecht en de veelvuldige Communie worden de twee polen van haar geestelijk leven. In 1804 neemt zij door God geïnspireerd drie besluiten: 1) het beoefenen van de mildheid, het geduld en nimmer kwaad te zullen worden; 2) in alles Gods Wil vervullen; 3) zich toeleggen op de deugden van versterving en boete.

Zij zal uit het intense geestelijke leven de kracht putten om haar moeilijke gezinssituatie te verdragen. Want schrijnende vernederingen blijven op haar afkomen. Haar schoonzussen, waarvan zij genegenheid en steun zou hebben kunnen verwachten, stellen haar verantwoordelijk voor de financiële tegenslagen van Cristoforo, en verwijten haar de aanleiding te zijn van zijn overspel: «Met een andere vrouw, zeggen zij, zou Cristoforo ook anders zijn!» Het voorbeeld van Jezus volgend, antwoordt Elisabetta op alles met zachtheid, met geduld en met vergevingsgezindheid. Maar de meest pijnlijke beproeving komt door de lichamelijke en psychologische pressie van haar echtgenoot en van de kant van haar schoonfamilie die haar een ontoelaatbare toestemming willen afdwingen: «Deze woedende leeuw (Cristoforo had haar met een mes bedreigd) wilde tot elke prijs de schriftelijke toestemming om zijn vriendin te bezoeken, leest men in haar dagboek. Het is goed voor mij twee uren in gehed te hebben doorgebracht! God schonk mij zoveel kracht, dat ik eerder bereid was mijn leven te geven dan mijn Heer te kwetsen.»

Voor het leven

Elisabetta kan niet zonder zwaar te zondigen, instemmen met het overspel van Cristoforo, zelfs niet om de situatie te redden en zich met hem te verzoenen. Het is nooit toegestaan het kwade te doen om het goede dat daaruit volgt (vgl Rom 3, 8). De huwelijksband is door God-Zelf ingesteld, opdat het huwelijk gesloten en volvoerd tussen gedoopten nooit ontbonden kan worden.

Paus Johannes Paulus II heeft over dit wezenlijk punt aan het onderricht van de Kerk herinnert: «De gemeenschap van het huwelijk wordt niet alleen door de verbintenis gekenmerkt, maar meer nog door haar onontbindbaarheid. Het definitieve kenmerk van deze huwelijksliefde vindt in Jezus-Christus haar grondslag en haar kracht. Ingeworteld in de volledige en persoonlijke overgave van de echtgenoten en vereist voor het welzijn van de kinderen, vindt de onontbindbaarheid haar definitieve waarheid in het plan, dat God heeft verkondigd in Zijn Openbaring: Hij heeft het gewild en Hij geeft de onontbindbaarheid van het huwelijk als een vrucht, een teken en een eis van de volmaakt trouwe liefde, die God voor de mens heeft en die de Heer doet blijken jegens Zijn Kerk.

«De gave van het sacrament is voor de christelijke echtgenoten een roeping – tevens een gebod – voor altijd trouw te blijven, vooral in de beproevingen en moeilijkheden, in een edelmoedige gehoorzaamheid aan de Wil van de Heer: Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden (Mt 19, 6). In onze dagen is het getuigen van de onschatbare waarde van de onontbindbaarheid van het huwelijk en van de echtelijke trouw, voor de christelijke echtgenoten een van de belangrijkste en meest dringende plichten» (FC, 20).

Gesterkt door haar geloof in de Leer van het Evangelie, verzet Elisabetta zich dus moedig tegen de bedreigingen die tegen haar gericht zijn. Zij is er trouwens van overtuigd, dat als eens de verzoening met haar man plaatsvindt, dit de vrucht zal zijn van haar trouw aan de goddelijke wet.

Onvervangbare getuigenis

Met de dood van dokter Francesco Mora, die in 1812 plotseling stierf, verliest Elisabetta haar laatste steunpilaar. Haar schoonzusters geven haar te verstaan, dat zij met haar twee dochters een last is voor de familie. Zij moet dus een woning in Rome zien te bemachtigen. Ondanks de hevige armoede breekt er na de verhuizing een vreedzame periode voor haar aan. Zij profiteert ervan om met meer aandacht de opvoeding van haar kinderen te vervolgen wat zij steeds beschouwd heeft als een van de belangrijkste taken. Haar eerste zorg is hun een behoorlijke godsdienstige opvoeding te geven. Haar huis wordt een blije «huiskerk», waar de Heer wordt bemind, waar het goed leven is. «Vanaf hun prille jeugd moeten de kinderen leren God te ontdekken en Hem te eren evenals de naaste. Het werkelijke voorbeeld van de ouders is een fundamentele getuigenis en onvervangbaar voor de opvoeding tot het gebed: alleen door samen met hun kinderen te bidden, kunnen zij diep in het hart van hun kinderen doordringen en daar een spoor nalaten dat door de gebeurtenissen van het leven niet is uit te wissen. Laten wij luisteren naar de oproep, die Paus Paulus VI gericht heeft tot de ouders: «Moeders, leert u uw kleinen het christelijk gebed? Bereidt u hen samen met de Priesters voor op de sacramenten van hun jeugd: de Biecht, de H. Communie, het Vormsel? Went u hen eraan, als zij ziek zijn, om te denken aan het Lijden van Christus, de hulp in te roepen van de Heilige Maagd en van de Heiligen? En u, vaders, kunt u samen bidden met uw kinderen?… U zult zo de vrede brengen onder uw gezinsleden».

«Behalve het ochtend- en avondgebed, wordt nadrukkelijk aangeraden het lezen en mediteren van het Woord van God, de devotie en toewijding tot het Heilig Hart van Jezus, de verschillende vormen van godsvrucht voor de Heilige Maagd Maria, het tafelgebed en de beoefening van volksdevoties» (FC, 60 en 61). Het bidden van de rozenkrans in het gezin wordt warm aanbevolen: «Er bestaat geen twijfel dat het rozenhoedje van de Maagd Maria beschouwd moet worden als een van de voortreffelijkste en heilzaamste «gemeenschappelijke gebeden», waartoe het christelijk gezin wordt uitgenodigd te bidden» (id.).

Je zult tot God terugkeren

Zichzelf wegcijferend, steeds meer de liefde tot de Heilige Drieëenheid uitstralend, waar zij zich aan toegewijd heeft door lid te worden van de Derde Orde van de Drieëenheid, maakt Elisabetta van haar huis een plaats van samenkomst voor de mensen die materiële en geestelijke verlichting zoeken, daarbij een bijzondere aandacht inruimend voor gezinnen in moeilijkheden. Haar ziel is gezuiverd door de beproeving en tot volle wasdom gekomen voor de Hemel. Op Kerstmis 1824 openbaart zich een gezwel, dat haar enkele maanden tevoren reeds was opgevallen. Elisabetta zegt tegen haar dochters, dat dit de laatste ziekte zal zijn. Zij is blij dat haar man weer zijn plaats in huis heeft teruggevonden en dat hij vele uren aan haar bed doorbrengt. De zieke maakt hem geen enkel verwijt over het treurige verleden, waaronder zij zoveel geleden heeft. Integendeel, als liefhebbende echtgenote bemoedigt zij hem en voorspelt hem zijn terugkeer tot God: «Na mijn dood zul je tot God terugkeren, zegt zij tegen hem, je zult terugkeren om God te eren».

Op de avond van 5 februari 1825 is Elisabetta omringd door haar dochters, als zij zacht ontslaapt met een uitdrukking van iemand die heengaat om een dierbare te ontmoeten. Cristoforo komt zoals gewoonlijk tegen de ochtend naar huis. Verrast dat de deur openstaat, begeeft hij zich naar de kamer van zijn vrouw, die hij daar levenloos op bed aantreft. In tegenwoordigheid van de vrouw, die hem tot het einde toe trouw was, wordt hij gegrepen door een hevige wroeging over een heel leven van nalatigheid, ondankbaarheid en ontrouw en hij laat dan zijn tranen de vrije loop. Deze zuiverende tranen zijn een aankondiging van zijn bekering, die Elisabetta voorspeld heeft. In 1834 treedt hij in bij de Paters Minderbroeders Conventuelen en zal zelfs Priester gewijd worden. Hij sterft vroom op 8 september 1845, de feestdag Maria Geboorte, een bijzonder dierbaar feest van zijn vrouw.

Het voorbeeld van Elisabetta is een krachtige aanmoediging voor al de gezinnen in moeilijkheden. Het herinnert eraan, «dat men nooit moet wanhopen aan de barmhartigheid van God» (Regel van de heilige Benedictus, hfst 4), en getuigt van de getrouwheid van de Heer, de «Stichter en Beschermer van het huwelijk», die in de moeilijkste situaties iedereen de genade geeft die men nodig heeft. De gezinnen die in eendracht leven, worden uitgenodigd God dank te zeggen voor de genade van vrede (een van de vruchten van de devotie tot het Heilig Hart). De voor allen zo kostbare genade kan alleen voortduren en groeien door het wederzijdse gebed en vergeving. Vooral het geduld, dat de uitdrukking en ondersteuning van de liefde is, is het middelpunt van alle duurzame menselijke relaties. De liefde is lankmoedig, verzekert Sint Paulus (1 Kor 13, 4).

Als besluit van zijn Apostolische Exortatie over het Gezin nodigt Paus Johannes Paulus II de gezinnen uit zich onder de bescherming de stellen van de Heilige Familie, «voorbeeld van al de families»:

«Laten wij kijken naar deze unieke Familie, die onvergelijkbaar op een verheven en zuivere wijze God verheerlijkt heeft. Zij zal niet nalaten al de families te helpen in hun trouw aan hun dagelijkse plichten, met de manier de onzekerheden en tegenspoed in het leven te verdragen, met de edelmoedige openheid voor de noden van anderen en ook te helpen met de voltooiïng van Gods plan voor de families». De Heilige Maagd en Sint Jozef, die door een waarachting huwelijk verenigd zijn, geslagen door moeilijkheden en beproevingen, zullen degenen die hen met vertrouwen aanroepen, ondersteunen en bemoedigen.

Aan de Heilige Familie vertrouwen wij u toe, evenals al degenen die u dierbaar zijn, levend en overleden.