Brief

Blason   Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


Downloaden als pdf
[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
[Esta carta, em Português]
28 oktober 2021
feest van heiligen Simon en Judas, apostelen


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Veel ontgoochelde christenen zijn van oordeel dat het in het begin van het derde millennium voor een jongere niet meer mogelijk is de weg van de heiligheid te volgen in de wereld van de adolescentie, tenzij je je opsluit in een luchtbel waar tijd en omgeving niet in kunnen doordringen. Carlo Acutis, een vijftienjarige Italiaanse jongen, in 2006 overleden, die door Paus Franciscus wordt geprezen in zijn apostolische exhortatie Christus vivit (25 maart 2019), bewijst het tegendeel. Deze jongeman, vol energie en uitzonderlijk begaafd, met name op het gebied van de informatica, zag de Eucharistie als «zijn autobaan naar de Hemel».

Carlo is geboren op 3 mei 1991 uit een jong Italiaans echtpaar, Andrea en Antonia Acutis, die dan in Engeland werkzaam zijn. Zijn ouders zijn niet praktiserend; het kind wordt echter wel al op 15 mei gedoopt en hij zal worden onderricht in het katholiek geloof. Carlo beziet alles om hem heen met grote belangstelling; dat waarnemingsvermogen en vervolgens hoe hij in zijn overdenkingen doorgaat tot het uiterste, zal een van zijn voornaamste kwaliteiten worden. Over het Doopsel zal hij zeggen: «Het is iets heel belangrijks, omdat het de zielen in staat stelt zich te redden dankzij hun opname in het goddelijk Leven. De mensen die deelnemen aan een Doop staren zich vaak blind op de confetti, het snoepgoed en de witte jurk, die deel uitmaken van het feest, maar ze proberen hoegenaamd niet iets te begrijpen van de betekenis van deze belangrijke gave die God de mensheid schenkt.» Die gave is de mogelijkheid kinderen van God te worden (Joh 1,12) en erfgenamen van zijn eeuwig Koninkrijk (cf. Rom 8,17).

«De Heer zou niet blij zijn»

De familie Acutis keert in september 1991 al terug naar Milaan. Met zijn gemakkelijk karakter is Carlo een vredelievend kind; zijn Poolse voedster die hem aanraadt met agressieve kinderen hardhandiger op te treden geeft hij ten antwoord: «Onze-Lieve-Heer zou niet blij zijn als ik met geweld zou reageren.» De zomerperiode brengt hij door aan zee, in Centola, dichtbij Salerno. Het kind wordt snel door de hele bevolking van dit rustig dorp opgenomen, en hij wordt ieders vriend. Hij bidt met vuur de rozenkrans en gaat iedere dag naar de Mis sinds zijn eerste Communie die hij deed op zevenjarige leeftijd. Zijn ingetogenheid wanneer hij ter communie gaat maakt indruk op de omstanders.

In Milaan krijgt Carlo onderwijs op het Instituut Tommaseo van de Zusters Marcellinen. Hij blijft trouw aan de dagelijkse Mis en vindt altijd een «volwassene» om hem te begeleiden. Onderweg stopt het kind om een praatje te maken met de conciërges, over het algemeen buitenlanders, die niet gewend zijn van de zijde van de bewoners van de Lombar-dische metropool zoveel aandacht te krijgen. Door zijn tact is hij in staat zich in te leven in de mensen met wie hij spreekt, ongeacht hun maatschappelijke status. Hij toont het grootste respect voor arme, zwakke en in de steek gelaten mensen, en is van oordeel dat een hoge rang of materiële rijkdom hen die deze bezitten verplichten de minder bedeelden ervan te laten profiteren. Een werkloze die stond te bedelen bij de ingang van een kerk herinnert zich Carlo’s naastenliefde omdat hij hem iedere dag een muntstuk gaf en vriendelijk met hem sprak. Deze man had met de jongen gesproken over een behoeftige vriendin van hem die van verdriet en ellende zou omkomen. Carlo en zijn moeder lukte het haar te laten opnemen in het ziekenhuis. «Carlo was te goed en te zuiver voor deze aarde», concludeerde de goede man.

Carlo is geen heilige uit een glas-in-loodraam. Hij houdt veel van dieren, in het bijzonder van katten en honden (zijn ouders hebben er meerdere), die hij laat optreden in komische video’s. Hij voetbalt graag, leert als autodidact saxofoon, en is vooral bezeten van informatica. Deze belangstellingssferen zijn evenwel nooit een doel op zich. De van God ontvangen talenten uitbuiten is voor hem een middel Hem te loven, en zijn naaste goed te doen; zijn bescheidenheid is overigens even groot als zijn intelligentie. Carlo houdt nooit voor zichzelf wat hij heeft geleerd; hij staat altijd klaar het met anderen te delen. Nooit hoort men hem zich beroemen op wat hij heeft of wat hij weet. De tirannie van de mode (het moeten hebben van merkkleding, overeenkomstig de laatste trends) laat hem onverschillig; hij ziet in die dingen het resultaat van commerciële speculaties en kleedt zichzelf eenvoudig zonder er veel zorg aan te besteden. Op school knoopt hij sterke vriendschapsbanden aan, maar wordt niet altijd begrepen. Sommigen vragen zich bijvoorbeeld af waarom hij zijn vakanties altijd in Assisi doorbrengt, terwijl de financiële middelen van zijn ouders ruim genoeg waren om zich reizen te permitteren naar verre landen en in de mode zijnde plekken. Kort voor zijn dood, zal Carlo tegenover zijn geestelijk leidsman verklaren: «Assisi is de plek waar ik me het gelukkigst voel!»

De talloze mannelijke zowel als vrouwelijke vriendschappen van de jongeling blijven altijd binnen de perken van compromisloze kuisheid. Hij laat familiariteiten onder jongeren van verschillend geslacht niet toe, noch samenwonen voor het huwelijk. Een jong meisje legt getuigenis af van zijn trouw aan de Kerk en haar leer, met name op het gebied van de seksualiteit en de gezinsmoraal. Tijdens een discussie over abortus, in een godsdienstles, neemt Carlo het op voor het menselijk leven waarbij hij erop wijst dat het embryo een menselijk wezen is vanaf de bevruchting en dat het weghalen ervan moord is.

Gelukkig en authentiek

Op veertienjarige leeftijd wordt Carlo ingeschreven op het lyceum van het Instituut Leo XIII in Milaan, dat wordt gehouden door jezuïeten. Hij biedt zijn diensten aan ter verbetering van de internetsite van de instelling, een werk waar hij de hele zomer van 2006 mee bezig is. Hij is ook belast met de voorbereiding van kinderen op het sacrament van het Vormsel. Op school heeft hij in het bijzonder aandacht voor de klasgenoten die het moeilijk vinden het studieritme te volgen; de een en de ander krijgen van hem bijlessen in wiskunde. Een jezuïetenpater, die in die jaren in Carlo’s nabijheid verkeerde, geeft in het kort deze indruk van hem: «Ik ben ervan overtuigd dat hij als het gist in het deeg was, of nog beter als de graankorrel die in de aarde is verborgen; hij maakte geen geluid, maar zette aan tot groei… Van hem kon men zeggen: dat is nou een jonge, echte, gelukkige christen.»

Carlo is urenlang bezig met het ontwikkelen van computerprogramma’s die beantwoorden aan de behoeften van zijn vrienden. Hij is altijd bereid ze in te wijden in de geheimen van de informatica, want hij is van mening dat een jongere tegenwoordig goed moet weten om te gaan met een computer. Een beroeps-programmateur getuigt: «Ik was stomverbaasd over zijn capaciteiten op het gebied van programmering; op vijftienjarige leeftijd was hij op hetzelfde niveau als ik die meerdere boeken over dit onderwerp heb gepubliceerd die worden gebruikt op universiteiten en in bedrijven…, hij was buitengewoon intuïtief.» Voor de examens biedt Carlo al zijn vrienden aan ze te helpen bij het gebruik van de computer. Maar hij blijkt een levend voorbeeld te zijn, een soort van kompas, die iedereen leert hoe te voorkomen op hol te slaan, zelfs ware rampen te voorkomen die het gevolg kunnen zijn van een veelvoud aan mogelijke verbindingen op het “net”. Waar het in de eerste plaats spaak loopt is als men zich laat meeslepen in een virtuele wereld, ten koste van de werkelijke wereld waar God aanwezig is en ons een taak geeft om onder zijn aanblik te volbrengen. Dan verzwakt de stem van het geweten en worden de aansporingen die te overschrijden alleen maar aantrekkelijker, juist omdat ze virtueel lijken.

Fotokopieën

In de apostolische exhortatie Christus vivit, richt Paus Franciscus zich aldus tot de jongeren: «De numerieke wereld kan je blootstellen aan het gevaar je in jezelf terug te trekken, je te isoleren of je te verliezen in oninteressante genoegens. Maar vergeet niet dat er jongeren zijn die ook creatief en zelfs geniaal zijn op dit gebied. Dat was het geval van de zalige Carlo Acutis. Hij wist heel goed dat die mechanismen in de communicatie, de reclame en de sociale netwerken gebruikt kunnen worden om ons te laten indutten, afhankelijk te maken van consumptie en de nieuwigheden die in ons bereik komen, geobsedeerd als we zijn met onze vrije tijd en in de greep van de negativiteit. Hij is evenwel in staat geweest de nieuwe communicatietechnieken te gebruiken om het Evangelie te verkondigen, om waarden en schoonheid door te geven. Hij is niet in de val gelopen. Hij zag dat veel jongeren, zelfs al leken ze anders, uiteindelijk in de werkelijkheid op elkaar gingen lijken, door achter de dingen aan te lopen die de machtigen hen opleggen via de mechanismen van consumptie en afstomping. Op die manier komen de gaven die ze van de Heer hebben ontvangen niet tot uiting; ze schenken deze wereld niet de vermogens die zo persoonlijk en uniek zijn, die de Heer in ieder van hen heeft gezaaid. Aldus, zo zei Carlo, gebeurt het dat “alle mensen worden geboren als oorspronkelijke wezens, maar sterven als fotokopieën”. Sta niet toe dat jou dit overkomt!» (nrs. 104-106).

Carlo Acutis heeft altijd de vier «uitersten» in gedachten: dood, oordeel, hel en paradijs, de uiteindelijke zaken waar het om draait in ieders leven. Door de aandacht die hij heeft voor deze onderwerpen wordt hij soms beschouwd als excessief of kwezelachtig, zelfs door zijn vrienden. Hij heeft priesters ontmoet die niet geloven in het bestaan van de hel, zelfs niet in het Vagevuur, hetgeen hem choqueerde. Voor hem staat dit punt in de katholieke leer, menigmaal onderwezen door Jezus Christus en door de Leerstoel van de Kerk, buiten kijf: «Als de zielen het gevaar lopen zichzelf te verdoemen, waar zoveel heiligen inderdaad van getuigd hebben en zoals is bevestigd door de verschijningen van Fatima, vraag ik me af waarom men tegenwoordig bijna nooit spreekt over de hel, terwijl het zoiets verschrikkelijks en angstwekkend is dat ik er bij de gedachte alleen al schrik van heb… het enige dat wij zouden moeten vrezen is de zonde.» Inderdaad, «Vanuit het geloof beschouwd, bestaat er geen groter kwaad dan de zonde en niets heeft ernstiger gevolgen voor de zondaars zelf, voor de Kerk en voor de gehele wereld» (Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1488).

Carlo vergeet de zielen in het Vagevuur niet; hij is ervan overtuigd dat de efficiëntste hulp die wij de overledenen kunnen bieden bestaat uit het bijwonen van de Mis te hunner intentie, om hen uit het Vagevuur te bevrijden. De Paus en de Kerk zijn zijn hart dierbaar. Hij was diep onder de indruk gekomen, tijdens een bezoek aan het Vaticaan in 2000, van de toewijding aan de Madonna door heilige Paus Johannes Paulus II, in eendracht met de bisschoppen van de hele wereld. Carlo bidt dat alle volken van de aarde Jezus Christus mogen leren kennen en beminnen. Op de televisie ziet hij de interreligieuze ontmoeting van Assisi in 2002 en geeft als commentaar: «De Paus is vast en zeker geïnspireerd door God want door deze ontmoeting wordt iedereen de mogelijkheid geboden Christus, de enige Verlosser van de wereld, van wie het heil van allen afhangt, te leren kennen en lief te hebben.»

Volwaardige mensen

De jongeman sluit vriendschap met Rajesh, een huisbediende van zijn familie, hindoe van geloof en behorend tot de brahmaanse kaste. Hij doet zijn best om hem te evangeliseren en maakt diepe indruk door zijn kennis van de Catechismus van de Katholieke Kerk, die hij bijna van buiten kent en buitengewoon helder kan uitleggen. Rajesh vraagt uiteindelijk om gedoopt te worden en zal met groot verlangen uitkijken naar de dag waarop hij het Lichaam en Bloed van Christus zal mogen ontvangen, dat sacrament waarover Carlo zo vurig met hem heeft gesproken: «De deugden, zo zei de jongeling, worden voornamelijk verworven door een intens sacramenteel leven, en de Eucharistie is daar bepaald het hoogtepunt in; door dit sacrament maakt de Heer volwaardige mensen, gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis, van ons.» Carlo bereidt Rajesh ook voor op het Vormsel waarbij hij hem toevertrouwt dat hij door dit sacrament een mysterieuze kracht heeft ontvangen, in het bijzonder door een toegenomen eucharistische devotie; op de dag van zijn Vormsel ervaart zijn vriend dezelfde kracht bij het ontvangen van de Heilige Geest.

Carlo brengt het grootste deel van zijn vakantie door in Assisi, in een huis van zijn familie. Hij raakt vertrouwd met de voorbeelden van heilige Franciscus, in het bijzonder met diens nederigheid. Hij is speciaal gesteld op het heiligdom Alverno waar heilige Franciscus de stigmata heeft ontvangen in 1224, in buitengewone gelijkenis met het Lijden van Christus; daar dringt Carlo in de loop van meerdere retraites dieper door in het mysterie van de Mis, volmaakt offer dat op niet bloedige wijze, het bloedige offer van de Lijdensweg tegenwoordig stelt.

In het geestelijk leven van Carlo Acutis staat de dagelijkse Mis centraal. De enkele keren dat hij er geen deel aan kan nemen vanwege een verplichting op school, bidt hij in stilte en gaat “geestelijk” ter communie. «De Eucharistie is mijn autoweg naar de Hemel!» zegt hij heel vaak. Zijn leven lijkt voor hem op een Mis in eenheid met het offer van Christus de Verlosser.» «Zielen heiligen zichzelf zeer efficiënt dankzij de vruchten van de dagelijkse Eucharistie, beweert hij, en op die manier lopen ze niet het gevaar in hachelijke situaties te geraken die hun eeuwig heil op het spel kunnen zetten.» Carlo is heel gevoelig voor de in mindere of meerdere mate ingekeerde overgave waarmee priesters de Heilige Mis vieren. Voor of na de Mis besteedt hij tijd aan Aanbidding. Hij weet dat de Kerk een volledige aflaat verbindt aan een half uur Aanbidding van het Heilig Sacrament, en hij laat deze geestelijke weldaad vaak toepassen op de «meest in de steek gelaten» zielen in het Vagevuur. Hij treedt op als de overtuigde apostel die deelname aan de zondagsmis bepleit tegenover mensen die niet meer naar de kerk gaan, en meerdere vrienden van hem vatten deze godsdienstige praktijk weer op, sommigen na zijn dood.

Een internetsite

Carlo is hartstochtelijk geïnteresseerd in de eucharistische wonderen die zich in de loop der eeuwen veelvuldig hebben voorgedaan. Hij benut zijn competentie om een internetsite te maken die aan deze wonderen wordt gewijd (www.miracolieucaristici.org; deze site die nog altijd bestaat, is in vele talen vertaald). Het wonder van Lanciano raakt hem in het bijzonder: in dit dorp in de Abruzzen, wordt sinds het jaar 750 een hostie vereerd die in lichaam en bloed veranderde op het moment dat de priester de woorden van de consecratie uitsprak; bij analyse door specialisten in 1970 bleek het lichaam hartweefsel te zijn; het bloed dat vers lijkt hoort tot de groep AB. Dit verbazingwekkende wetenschappelijk gegeven versterkt Carlo in zijn bijzondere devotie voor het Heilig Hart van Jezus, dat het verdient aanbeden te worden als «het natuurlijke en meest sprekende symbool van de onuitputtelijke liefde, waarvan onze goddelijke Verlosser nu nog gloeit voor de mensen.» (Pius XII, Haurietas aquas, nr. 42). Van zijn ouders die onder zijn invloed zijn teruggekeerd naar de religieuze praktijk krijgt hij toestemming de familie Acutis aan het Heilig Hart toe te wijden. Communiegang en offergaven worden aangeboden ter «herstel van de keren dat Jezus onwaardig is bejegend in het sacrament van zijn Liefde», volgens het verzoek van de Heer zelf aan heilige Marguerite-Marie (Paray-le-Monial – 1675).

Wanneer hij in aanbidding is voor het Heilig Sacrament overpeinst Carlo de mysteries van het leven van Christus, in het bijzonder zijn kinderjaren. De gekozen armoede door de enige Zoon van God in zijn Menswording en zijn geboorte in de stal van Bethlehem treffen hem in het bijzonder. Kort voor zijn dood zal hij zijn geestelijk leidsman toevertrouwen dat hij door de regelmatige beoefening van de eucharistische aanbidding aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt in bidden; voortaan is hij minder verstrooid en is zijn liefde voor Jezus sterk toegenomen. Om zijn tekortkomingen: verzotheid op lekker eten, luiheid, neiging tot kletsen, gauw afgeleid zijn tijdens het bidden van de rozenkrans… te corrigeren, neemt de jongeman iedere week zijn toevlucht tot het sacrament van Boetedoening en Verzoening. «Om beter op te stijgen, zo zegt hij, heeft de heteluchtballon het nodig de ballast te laten vieren, precies zoals de ziel, om zich naar de hemel te verheffen, het nodig heeft zich te ontdoen van zelfs de lichtste gewichten van de dagelijkse zonden… Doe zoals ik en jullie zullen de resultaten zien!»

Vanaf zijn kinderjaren heeft Carlo respect en genegenheid voor slotzusters. Hij heeft zijn eerste Communie gedaan in de kerk van de kluizenaarsters van San Ambrosio in Perego; hij heeft ook zusters ontmoet uit meerdere andere kloosters. Aan de tussenkomst van zusters zal hij als adolescent, de genade toeschrijven om de vleselijke verleidingen te weerstaan en de matigheid in acht te nemen qua alcohol- en drugsgebruik, oorzaak van zo vele zonden en verwoesting onder jongeren van zijn leeftijd. Indachtig Apostolicam actuositatem, nr. 11, IIe Vaticaans Concilie, dat het gezin «als een heiligdom van de Kerk in huis» moet zijn, raadt hij ouders aan met hun kinderen te bidden om te verkrijgen dat ze doorzetten in de staat van genade op het moment van de adolescentie. Zijn devotie voor Maria wordt concreet in zijn bijzondere genegenheid voor het heiligdom Madonna di Pompeï, in de buurt van Napels, waar hij zich meerdere malen toewijdt aan Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans. Op die plek verkrijgt hij van Maria de genade van bekering van een vrouw die al dertig jaar geen sacramenten meer ontving. Carlo gaat ook naar Lourdes en Fatima, plekken waar Maria is verschenen en die grote invloed hebben op zijn geestelijk leven.

Regelrecht naar de Hemel

«Mijn zoon leidde een volstrekt normaal leven, zo getuigt de vader van Carlo, maar hij was zich er altijd van bewust dat wij allemaal op de een of andere dag zullen moeten sterven. Wanneer iemand tegenover hem gewag maakte van een plan voor de toekomst, antwoordde hij: “Ja, als wij morgen en overmorgen nog in leven zijn, want alleen God kent de toekomst”». Begin oktober 2006 wordt Carlo die dan vijftien en een half jaar oud is, ziek. De symptomen lijken te wijzen op eenvoudige angina; ouders noch huisarts maken zich ongerust. Maar de jongeman zei alsof hij plotseling een ingeving had gekregen, tegen zijn ouders: «Ik bied de Heer, voor de Paus en voor de Kerk, al het lijden aan dat ik te verduren zal krijgen, en ook om regelrecht naar de Hemel te gaan zonder oponthoud in het Vagevuur.» De zondag erna is hij uiterst verzwakt en wordt hij onmiddellijk naar een kliniek gebracht. Onderzoeken brengen de verschrikkelijke werkelijkheid onder ogen: acute M 3, leukemie, een van de meest agressieve vormen van bloedkanker. Wanneer hij van zijn ouders hoort hoe ernstig ziek hij is, roept de jongen onbewogen uit: «De Heer maakt me wakker!» Wanneer blijkt dat ademhalingsondersteuning weinig uithaalt wordt Carlo overgebracht naar het gespecialiseerde ziekenhuis in Monza. Tot hun innige tevredenheid krijgen zijn moeder en grootmoeder toestemming om in zijn kamer te slapen. Een priester dient hem de sacramenten toe. Zijn toestand verergert snel en hij krijgt veel pijn te lijden. Het geduld van de jongeman wekt de bewondering van het verplegend personeel; wanneer men hem vraagt hoe hij zich voelt antwoordt hij met een glimlach: «Goed, zoals altijd», of: «Het kon erger».

Wanneer hij in coma ligt wordt Carlo op 11 oktober het slachtoffer van een bloeding die hem hersendood maakt. De stervende krijgt echter kunstmatige beademing totdat het hart er de 12e in de ochtend vanzelf mee ophoudt. De ouders van Carlo laten zijn lichaam naar huis overbrengen, naar zijn kamer. De vier dagen daarna zien ze een voortdurende stroom aan bezoekers aan zijn stoffelijk overschot voorbijtrekken. Een enorme menigte woont zijn begrafenis bij, en velen moeten bij gebrek aan plaats buiten blijven. Wanneer het Ite Missa est klinkt beginnen de klokken uit alle macht te luiden, want het is precies twaalf uur, Angelus tijd… Dit toeval wordt door veel aanwezigen opgevat als een teken dat Carlo de hemelse heerlijkheid is binnengegaan.

In juni 2018 wordt het lichaam van Carlo, dat op zijn verzoek is begraven in Assisi, met het oog op het zaligverklaringsproces, weer opgegraven en in ongeschonden staat aangetroffen. In april 2019 wordt het lichaam overgebracht naar het franciscaner heiligdom in Spogliazone. Op 21 februari 2020 wordt een wonder dat wordt toegeschreven aan zijn tussenkomst officieel erkend: de menselijk gesproken onverklaarbare genezing, in 2010, van een Braziliaans kind dat een ernstige en noodlottige misvorming van de alvleesklier had. De familie van het kind had de hulp van Carlo ingeroepen. De zaligverklaring van de dienaar Gods zal op 10 oktober 2020 in Assisi worden gevierd.

«Met Jezus verenigd te worden, zo verklaarde Carlo Acutis, dat is het doel van mijn leven… Wat ons werkelijk mooi maakt in de ogen van God is de wijze waarop wij Hem en onze naasten zullen hebben bemind.» Laten we deze jonge heilige vragen in onze harten, door zijn tussenkomst, het heilig vuur brandend te houden dat Jezus op aarde is komen ontsteken.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij https://www.clairval.com.