Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
29 september 2016
eest van HH. Michaël, Gabriël en Raphaël


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Wanneer hem wordt gevraagd naar de bron waaruit hij zoveel diepzinnige kennis put wijst H.Bonaventura met de vinger naar zijn crucifix: «Daar is het boek waaruit ik leer.» Op een dag wanneer hij met hem over theologie spreekt, ziet Thomas van Aquino Jezus aan het kruis boven het hoofd van zijn vriend; uit de heilige wonden van zijn Verlosser komen stralen die op de geschriften van Bonaventura vallen. Uit eerbied voor de goddelijke Meester durft Thomas niet meer te redetwisten.

Bonaventura die de bijnaam “serafijnse” kerkleraar zal krijgen (vanwege het verband dat hij heeft gelegd tussen de theologie en de contemplatieve liefde tot God), ziet het levenslicht in 1217, of 1221, in Bagnoregio, stadje in midden Italië, gelegen aan het meer van Bomsena. Als zoon van Gianni di Fidanza, arts, en Maria Ritella, ontvangt hij bij het Doopsel dezelfde voornaam als zijn vader. In de loop van zijn kinderjaren wordt Gianni ernstig ziek. Zijn vader probeert tevergeefs alle geneesmiddelen uit; zijn moeder waakt aan zijn ziekbed en bidt God dat het kind voor haar bewaard mag blijven. Ter verkrijging van zijn genezing doet ze een gelofte aan Franciscus van Assisi, die kort tevoren, in 1226, is overleden, maar reeds door heel Italië wordt aangeroepen. Gianni geneest: «O, buona ventura!» (oh! Zalige gebeurtenis!) roept zijn moeder uit. Die uitdrukking wordt de bijnaam van haar kind. Hij weet, diep in zijn hart, dat hij na God het leven van zijn lichaam ook dankt aan Franciscus die hij zal vragen het leven van zijn ziel te voeden als hij toetreedt tot de Orde der Franciscanen.

«Wat te doen met mijn leven?»

Parijs is destijds het licht van het Westen waar leergierige geesten zich door aangetrokken voelen. Het theologisch onderwijs schittert er in al zijn pracht. In 1235 stuurt Gianni di Fidanza er zijn zoon heen die zich eerst stort op de studie van de vrije kunsten (grammatica, retoriek, logica, rekenkunde, meetkunde, sterrenkunde en muziek). Hij is een serieuze student en zeer vroom en behaalt het diploma van Meester in de Kunsten. Dan stelt hij zich de cruciale vraag: «Wat moet ik met mijn leven doen?» Aangetrokken door het getuigenis van geloofsijver en door het evangelisch ideaal van de Minderbroeder, klopt Gianni op de poort van het franciscaner klooster in Parijs dat is gesticht in 1219. In H.Franciscus en in de beweging die hij op gang heeft gebracht herkent de student de werking van Jezus Christus. Later zal hij de redenen van zijn keuze uitleggen: «Ik beken voor God, zo zal hij schrijven, dat de reden die mij het meest het leven van de zalige Franciscus heeft doen beminnen is dat het lijkt op de beginjaren en de groei van de Kerk. De Kerk begon met eenvoudige vissers en mag zich vervolgens verheugen in het bezit van zeer vermaarde en wijze kerkleraren; de religie (dat wil zeggen de religieuze familie) van de zalige Franciscus is niet tot stand gekomen door beleid van mensen, maar door Christus.»

Tijdens zijn bedevaart naar Assisi op 4 oktober 2013 vroeg Paus Franciscus zich af: «Wat is het vertrekpunt van de weg van Franciscus naar Christus? Dat is de blik van Jezus op het Kruis. Zich door Hem laten bezien op het moment dat Hij zijn leven geeft voor ons en ons naar Zich toe trekt. Franciscus ervaart dit in het bijzonder in het kerkje van H.Damiano. Op dat crucifix is Jezus niet dood, maar levend te zien! Het bloed stroomt uit de wonden van zijn handen, zijn voeten en zijn zij, maar dat bloed drukt het leven uit. Jezus heeft zijn ogen niet dicht, maar open: een blik die tot het hart spreekt. En de gekruisigde spreekt noch van nederlaag, noch van mislukking: paradoxaal spreekt er een dood uit die leven is, die leven voortbrengt, omdat het gaat over liefde, omdat het de liefde van de vleesgeworden God is, en de liefde sterft niet, in tegendeel, die zegeviert over het kwaad en de dood. Hij die zich door de gekruisigde Jezus laat bezien wordt herschapen, hij wordt een “nieuw schepsel”. Daar begint alles mee: de genade ervaren die omvormt, het feit bemind te worden zonder enige verdienste, terwijl wij zondaren waren. (cf. Rom 5,8-10)»

In 1243 ontvangt Gianni de franciscaner monnikspij en krijgt de naam Bonaventura. Vanaf het begin van zijn kloosterleven vertoont hij een grote nederigheid, altijd op zoek naar de achterste plaats en de minste werkjes. Hij is bezield van een grote liefde voor de H.Eucharistie; toch durft hij soms het goddelijk Sacrament niet te naderen, zo zeer is hij vervuld van schaamte over zijn tekortkomingen. Op een dag als hij daardoor wordt weerhouden, komt een engel hem de Communie brengen om hem aan te moedigen er niet verre van te blijven onder het voorwendsel van een verkeerd begrepen nederigheid. De naastenliefde van de jonge Broeder is altijd wakker, in het bijzonder jegens zijn medebroeders die hij nooit een dienst weigert, zelfs als het hem stoort en moeite kost. Hij krijgt het advies aan de Theologische Faculteit in Parijs te gaan studeren. Daar ontmoet hij de vooraanstaande professor die op zijn hele leven een stempel zal drukken. Sinds 1231 wordt deze Faculteit inderdaad bestuurd door Alexandre de Halès die in het klooster ging toen hij grote wereldse bekendheid genoot. Als hij eenmaal franciscaan is, zal hij tot aan zijn dood in 1245 de geestelijk leider van zijn studenten worden die zijn onderwijs uitermate op prijs stellen. Broeder Alexandre de Halès merkt al snel de morele waarde op van zijn nieuwe volgeling: «Adam, verklaart hij, schijnt in Broeder Bonaventura niet te hebben gezondigd.» En wat de volgeling aangaat, die spreekt met de grootste lof over zijn meester: «De onwraakbare (onmogelijk tegen te spreken) leraar zal mijn vader en mijn gids blijven. Nooit zal ik van zijn opinies afwijken.» Op basis van dit vertrouwen bereidt Bonaventura een baccalaureaat in de theologie voor. Ondanks een gezondheid die heel zijn leven delicaat zal blijven, schittert hij door zijn indringende geest, zijn werklust, en nog meer door een voorbeeldige beoefening van de geestelijke deugden. Reeds gewonnen voor de poëzie en de muziek ontpopt hij zich langzaam maar zeker als diepzinnige filosoof en betrouwbare theoloog, gaven die hij benut om zich vol ijver voor te bereiden op het priesterschap. In het bezit van zijn baccalaureaat krijgt hij in 1248 van de gelukzalige Gianni di Parma, Ministergeneraal van de Franciscanen, de bevoegdheid in Parijs onderwijs te geven. Terwijl hij zijn studie van de heilige wetenschappen voortzet geeft de nieuwe leraar hoorcolleges die van meet af aan talloze toehoorders aantrekken.

Het primaat van de liefde

Benedictus XVI wijst in de geschriften van Bonaventura op de manier waarop deze de theologie benadert: «Er bestaat een aanmatigende manier van theologie bedrijven, een hovaardige wijze van redeneren die zich boven het Woord van God plaatst. Maar de ware theologie, het rationele werk van de ware en goede theologie heeft een andere oorsprong dan de trots van de rede. Hij die liefheeft wil altijd beter en meer de geliefde leren kennen; de ware theologie zet de rede en haar onderzoek in, niet op grond van trots, maar op grond van de liefde voor Hem aan wie zij haar toestemming heeft gegeven. De geliefde beter leren kennen, dat is de fundamentele bedoeling van de theologie. Voor H.Bonaventura is het primaat van de liefde dus bepalend» (Generale Audiëntie, 17 maart 2010).

Van 1248 tot 1257 schrijft Broeder Bonaventura ook theologische werken en verzorgt preken. Of hij zich richt tot eenvoudige gelovigen, religieuze communauteiten, tot de koning of tot geleerden, hij preekt altijd met dezelfde eenvoud, helderheid en dezelfde zalving het Woord van God. Hij wordt uitgeroepen tot eerste predikheer van zijn tijd. In die jaren echter, beginnen leden van de universiteit van Parijs een felle polemiek tegen de Bedelorden (Franciscanen en Dominicanen). Broeder Bonaventura en zijn rivaal Thomas van Aquino worden erdoor vertraagd in het behalen van de meesterstitel, een graad die noodzakelijk is om aan de universiteit les te kunnen geven; hoewel beiden al in 1253 de doctorstitel hebben behaald, weigert de universiteit van Parijs hun lesbevoegdheid te verlenen. De authenticiteit van hun Godgewijd leven wordt zelfs in twijfel getrokken. De door de Bedelorden (die van aalmoezen leven en geen vast inkomen hebben) ingevoerde nieuwigheid in de manier waarop het religieuze leven wordt beschouwd geeft aanleiding tot onbegrip; maar door jaloezie en naijver wordt het conflict op de spits gedreven. Om een antwoord te geven aan hen die de rechtsgeldigheid van de Bedelorden betwisten, stelt Bonaventura een geschrift op met als titel: De evangelische perfectie. Daarin toont hij aan dat de Minderbroeders door de radicaliteit waarmee ze hun geloften van armoede, kuisheid en gehoorzaamheid in praktijk brengen de adviezen die Jezus zelf in het Evangelie geeft opvolgen. Het conflict bedaart, tenminste voor enige tijd; dankzij de persoonlijke tussenkomst van Paus Alexander IV, worden Bonaventura en Thomas van Aquino in 1257 officieel erkend als doctors en meesters van de Parijse universiteit.

Ministergeneraal

In hetzelfde jaar wordt Gianni di Parma, Ministergeneraal van de Franciscanen sinds tien jaar, door sommige Broeders ervan beschuldigd de ketterijen van Gioacchino da Fiore (1202; in zijn ogen zou de Kerk af moeten zien van iedere vorm van organisatie en hiërarchische structuur, ten einde rechtstreeks door de Geest geleid te worden) aan te hangen. Als geboren verzoener roept hij een buitengewone algemene kapittelvergadering bijeen waarin hij zijn ontslag aanbiedt en voorstelt in zijn plaats Broeder Bonaventura te kiezen. Het Kapittel geeft aan dit advies gehoor. Broeder Bonaventura hoort het nieuws in Parijs. De Orde van de Minderbroeders waarover hij met enige terughoudendheid de leiding neemt is in minder dan een halve eeuw wonderbaarlijk gegroeid: deze telt vijfendertigduizend leden, verdeeld over tweeëndertig provincies, van Zweden tot Egypte, van Portugal tot Hongarije, met missievoorposten in het Midden-Oosten en tot in Peking. Zeventien jaar lang zal Bonaventura deze functie met wijsheid en toewijding uitoefenen, de provincies bezoeken, de Broeders schrijven, ingrijpen, soms met enige strengheid, om misbruiken uit te bannen. In oktober 1259 wil hij zich doordringen van de geest van H.Franciscus en trekt zich terug op de berg Alverne waar de laatste in 1224 de stigmata heeft ontvangen. Uit deze retraite is het beroemdste geschrift van H.Bonaventura voortgekomen: De weg die de geest naar God voert, handboek van mystieke contemplatie.

«H.Bonaventura, zo onderstreepte Benedictus XVI, deelde met H.Franciscus van Assisi ook de liefde voor de schepping, de vreugde over de schoonheid van de schepping van God. Wat dit punt aangaat haal ik graag een zin uit het eerste hoofdstuk van De weg aan: “Wie door zo’n grote schittering van de geschapen dingen niet wordt verlicht, is blind; wie door zulk een luid geroep niet wakker wordt, is doof; wie op grond van deze werken God niet prijst, is van spraak verstoken; wie op grond van zo grote tekenen het Eerste Beginsel niet opmerkt, is dwaas” (I, 15). De hele schepping spreekt luid van God, van de goede en mooie God, van zijn liefde. Heel ons leven is dus voor H.Bonaventura een weg, een bedevaart, een opstijgen naar God. Maar op onze eigen krachten alleen kunnen we niet opstijgen naar de hoogten van God. God zelf moet ons helpen, moet ons omhoog trekken. Daarvoor is het gebed noodzakelijk. Het gebed is de moeder en de oorsprong van de verheffing, een handeling die ons verheft, zo zegt Bonaventura» (Generale Audiëntie van 17 maart 2010).

Een misverstand uit de wereld helpen

Broeder Bonaventura wil de expansie van de Orde bestendigen en deze, volledig getrouw aan het charisma van H.Franciscus, vooral eenheid van handeling en geest verlenen. Onder de volgelingen van de Poverello van Assisi treedt inderdaad een ernstig misverstand aan het licht aangaande de boodschap van de stichter, over zijn nederige trouw aan het Evangelie en de Kerk; en die misvatting heeft een verkeerde visie op het christendom in zijn geheel ten gevolge. Een stroming van zogenoemde “spirituele” Broeders is de mening toegedaan dat met H.Franciscus een geheel nieuwe fase van de geschiedenis is ingegaan, en dat het eeuwig Evangelie zou zijn verschenen waarover de Apocalyps (Ap 14,6) spreekt en dat in de plaats zou komen van het Nieuwe Testament. Deze groep beweert dat de Kerk voortaan haar historische rol zou hebben vervuld en vervangen zou worden door een zuiver charismatische groep vrije mensen, innerlijk door de Geest geleid, de “spirituelen”. Broeder Bonaventura merkt onmiddellijk dat met deze spiritualistische zienswijze, ingegeven door de geschriften van Giacchomo da Fiore, de Orde niet bestuurbaar is, maar logischerwijze de anarchie tegemoet gaat. Om dit gevaar te bezweren keurt het Generaal Kapittel dat in 1260 in Narbonne werd gehouden, een tekst goed waarin de normen die het dagelijks leven van de Minderbroeders reglementeren zijn opgenomen en tot een geheel gemaakt.

Bonaventura heeft evenwel het gevoel dat de wettelijke beschikkingen, ook al zijn ze met wijsheid en gematigdheid bedacht, niet voldoende zijn om de eenheid van geesten en harten te verzekeren. Om die reden probeert hij het authentiek charisma van H.Franciscus evenals de voornaamste leidraden in zijn leven en leer zo precies mogelijk te beschrijven en bekend te maken. Om de biografie van de heilige stichter te schrijven verzamelt hij alle beschikbare documenten en doet een oproep op iedereen in zijn directe omgeving die herinneringen aan hem bewaart. Broeder Thomas van Aquino die hem op een dag dat hij aan het schrijven is komt opzoeken, ziet hoe hij geheel en al in contemplatie is verzonken: «Laten we ons terugtrekken, zegt hij, en laten we een heilige het leven van een heilige schrijven.» Deze biografie, Legenda Maior getiteld, biedt het getrouwste portret van de stichter en ontvangt de goedkeuring van het Generaal Kapittel van Pisa (1263). Het Latijnse woord “Legenda”, anders dan het Franse woord dat ervan is afgeleid, duidt niet op een vrucht van de verbeelding; het betekent in tegendeel een tekst die gezaghebbend is, die in het openbaar “gelezen moet worden”.

«Wat is het beeld van Franciscus dat uit het hart en de pen van zijn godvruchtige zoon en opvolger, heilige Bonaventura, tevoorschijn komt? vroeg Benedictus XVI zich af. Het kernpunt is: Franciscus is een “alter Christus” (een andere Christus), een man die hartstochtelijk op zoek was naar Christus. In de liefde die hem tot navolging dreef, heeft hij zich geheel met Hem vereenzelvigd. Bonaventura hield dit levende ideaal voor aan alle volgelingen van Franciscus.» En Benedictus XVI benadrukte dat het specifiek accent van H.Bonavenura’s theologie «te verklaren is op grond van het franciscaanse charisma: de Poverello van Assisi oversteeg de intellectuele debatten van zijn strijd door te laten zien dat zijn leven lang de liefde de boventoon voerde. Hij was een levend en Christus beminnend icoon en zorgde voor de aanwezigheid in zijn tijd van de figuur van de Heer. Hij slaagde erin zijn tijdgenoten te overtuigen, niet met woorden, maar met zijn leven. In alle werken van heilige Bonaventura is deze franciscaanse inspiratie te zien en te vinden; dat wil zeggen dat te zien is dat hij denkt vanuit de ontmoeting met de Poverello van Assisi» (Generale Audiëntie van 3 en 17 maart 2010).

De grote schat

Ondanks het groot aantal religieuzen zorgt Bonaventura ervoor dat hij voor iedereen benaderbaar is. Zijn naastenliefde voor zijn Broeders kent geen grenzen. Een lekenbroeder, Egyptisch, van een bewonderenswaardige eenvoud, zet het probleem waarmee hij worstelt uiteen: «Wanneer ik aan het licht denk dat leraren zoals jij van de hemel ontvangen, stel ik mezelf de vraag: hoe kan een onkundige zoals ik zijn heil bewerkstelligen? Als God een mens geen ander talent toestaat dan de genade Hem lief te hebben, antwoordt Bonaventura, zou dat alleen voldoende zijn en een grote schat. Wil je beweren dat een ongeletterde de Heer meer kan liefhebben dan een geleerde? Natuurlijk, Broeder Egidius; niet alleen even zeer, maar zelfs meer dan dat. Je ziet soms heel eenvoudige oude vrouwen die op dit kapitale punt de grootste theologen overtreffen.» Na deze woorden loopt de Broeder, in vervoering van blijdschap, de grote weg op en begint te roepen: «Komt eenvoudige en ongeletterde lieden, komt vrouwen, komt allen Onze Heer beminnen. Jullie kunnen Hem even zeer en zelfs meer beminnen dan Pater Bonaventura en de knapste theologen!»

Op 24 november 1265 benoemt Clemens IV Broeder Bonaventura tot aartsbisschop van York, in Engeland. Het land is deze niet onbekend; hij is er al eens geweest als apostolisch visitator. In York wordt de Kerk echter verscheurd door conflicten; de Paus is ongetwijfeld blij er een verstandig man, van onbesproken gedrag, vastberaden en beminnelijk, heen te kunnen sturen, van wie men mag hopen dat hij alle aanwezige partijen met elkaar zal verzoenen. Bonaventura die dan in Parijs is vertrekt onmiddellijk naar Italië, ondanks de winter, om aan de Paus te vragen hem juist dan niet te ontrukken aan de taken van zijn Orde. Zijn argumenten hebben hun uitwerking, maar het is slechts uitstel van executie: zijn activiteit, zijn behoedzame bestuur, zijn hervormingsijver en de grote werken die hij tot stand brengt vestigen de aandacht. De kardinalen die bijeen zijn in Viterbe om een opvolger voor Clemens IV te kiezen kunnen het ondanks drie jaren discussies niet met elkaar eens worden, met name wegens politieke interventies. Bonaventura’s mening wordt gevraagd wanneer hij in 1271 even in de stad is. Hij houdt voor de kardinalen een preek over hun plichten jegens de Kerk en schetst in halftinten het portret van de ideale Paus. Dankzij het daarmee gebrachte licht wordt Teobaldo Visconti gekozen die op dat moment pauselijke afgezant in Syrië is; hij neemt de naam Gregorius X aan. De nieuwe Paus dwingt de minister generaal van de Franciscanen om hem vier Broeders af te staan om ambassadeurs in het Oosten te worden en daar te onderhandelen over de unie met de Grieken.

Kapittelvergadering van zijn Orde in Lyon in 1272 te hebben voorgezeten, woont Bonaventura weer in Parijs waar hij aan de universiteit een reeks lezingen verzorgt onder de titel Hexaemeron. Het betreft een allegorische uitleg van de zes scheppingsdagen. Maar op 3 juni 1273 onderbreekt Gregorius X deze prediking door Bonaventura kardinaal-bisschop van Albano te creëren. Deze keer moet de uitverkorene wel accepteren; hij begeeft zich onmiddellijk op weg naar de Paus. Van zijn kant heeft de Heilige Vader hem legaten tegemoet gestuurd om hem de kardinaalshoed te brengen. Ze treffen hem in het klooster van Mugello, dichtbij Florence: Broeder Bonaventura die staat af te wassen verzoekt ze te wachten tot hij daarmee klaar is. Weldra vraagt de Paus aan de nieuwe kardinaal hem te helpen bij de voorbereiding van het tweede oecumenisch concilie van Lyon dat tot doel heeft de communio tussen de Latijnse en de Griekse Kerk die sinds 1054 gescheiden zijn, te herstellen. Zonder zich te laten ontmoedigen door de mislukte pogingen van zijn voorgangers, wil Gregorius X de unie herstellen.

Het tweede concilie van Lyon

Nu hij de officiële onderhandelaar van de Heilige Stoel met de Grieken is geworden, legt Bonaventura op 20 mei 1274 zijn functie van minister generaal neer en draagt hij Broeder Jeronimo d’Ascoli voor als zijn opvolger. Geheel opgaand in zijn rol leidt hij de debatten tijdens het concilie; op 6 juli, tijdens de vierde sessie, aanvaarden de vertegenwoordigers van de Griekse keizer Michael Palaiologos de ondertekening van een geloofsbelijdenis die het primaatschap van de Paus erkent, opname van het Filioque in het Credo (de Heilige Geest komt voort uit de Vader en de Zoon), het bestaan erkent van het Vagevuur en de instelling van de zeven sacramenten door Christus. «De Heilige Roomse Kerk, zo wordt erkend, bezit het primaatschap en het opperste en algehele gezag over de katholieke Kerk. Zij erkent oprecht en nederig die, samen met het volle bezit van de macht, te hebben ontvangen van de Heer zelve, in de persoon van Petrus, eerste of hoofd van de Apostelen, van wie de Romeinse Bisschop de opvolger is. En daar zij voor alles de waarheid van het geloof moet verdedigen, moeten de vragen die worden opgeworpen en het geloof betreffen, zo precies mogelijk op basis van haar oordeel worden geformuleerd. Alle Kerken waarvan de prelaten haar gehoorzaamheid en ontzag betuigen zijn aan haar onderworpen.» Jammer genoeg zal deze unie met de Grieken die met zoveel moeite tot stand is gekomen niet lang voortbestaan.

De volgende dag wordt Bonaventura ernstig ziek; hij sterft in de nacht van 13 op 14 juli 1274. Zijn lichaam wordt begraven in de kerk van zijn Orde in Lyon, in aanwezigheid van de Paus en de concilievaders. Een anonieme pauselijke notaris stelt de volgende lofzang voor de overledene op: «Een goede man, beminnelijk, vroom en barmhartig, een en al deugdzaamheid, bemind door God en de mensen. God had hem inderdaad zo veel genade gegeven dat allen die hem zagen werden overweldigd door een liefde die het hart niet kon verbergen.»

In 1434 zou, naar aanleiding van de overbrenging van zijn lichaam, zijn hoofd in een perfect geconserveerde staat zijn gevonden, hetgeen de zaak van zijn heiligverklaring aanzienlijk heeft begunstigd. Vervolgens werd een van zijn armen van zijn romp losgemaakt en naar Bagnoregio, zijn geboortestad, gebracht. Het is het enig overblijfsel dat nog van zijn lichaam over is nadat zijn graf in Lyon werd geschonden door de Hugenoten tijdens de plundering van deze stad in de XVIe eeuw. Op 14 april 1462, heeft Sixtus IV, de franciscaanse Paus, Bonaventura ingeschreven op de lijst van heiligen. Sixtus de Vijfde, nog een franciscaan, heeft hem verheven tot de rang van Kerkleraar in 1587.

De leer van heilige Bonaventura is doordrongen van een onmetelijke liefde voor Christus. «Het geloof, zo verklaarde heilige Bonaventura, is in de geest van dien aard dat het genegenheid teweeg brengt. Weten dat Christus voor ons is gestorven, bijvoorbeeld, blijft geen kwestie van kennis, maar wordt noodzakelijkerwijs genegenheid, liefde» (Proemium in Sent., q.3). Laten we hem vragen voor ons een aan het geloof onderdanige geest te verkrijgen en een hart dat brandt van liefde.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques