Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
24 augustus 2016
feest van H. Bartholomeus, apostel


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Op 2 oktober 1979 komt in de Saint Patrick kathedraal van New York, tegenover een immense menigte gelovigen die de Paus is komen begroeten, onder de Amerikaanse bisschoppen een eerbiedwaardige tachtigjarige moeizaam naar voren en maakt een kniebuiging. Johannes Paulus helpt hem weer op, omhelst hem en zegt: «U heeft goed geschreven en gesproken over de Heer Jezus Christus. U bent een loyale zoon van de Kerk.» De menigte is geroerd door het gebaar, maar de prelaat is ontroerd door de woorden van de Paus: niets kon Mgr. Fulton Sheen meer vreugde geven aan het einde van zijn leven dat geheel en al gewijd was aan de liefde voor Jezus Christus en zijn Kerk. In zijn eigen woorden: «De Kerk is de Tempel van het Leven en ik ben er een levende steen van; zij is de Boom van de eeuwige Vrucht en ik ben er een tak van; zij is het mystiek Lichaam van Christus op aarde waarvan ik een ledemaat ben. De Kerk is dus meer voor mij dan ik voor mezelf ben. Zij neemt mij zo zeer in beslag dat haar gedachten mijn gedachten, haar liefdes mijn liefdes, haar idealen mijn idealen zijn. Ik ben van mening dat het feit in haar leven te delen het grootste geschenk is dat God ons ooit heeft gegeven, zoals ik van mening zou zijn dat het feit je leven te verliezen het grootste ongeluk is dat mij zou kunnen overkomen. Mijn leven is haar leven, mijn wezen is haar wezen, zij heeft mijn liefde, mijn toewijding.»

Mgr. Sheen is op 8 mei 1895 in El Paso (Illinois, Verenigde Staten), als eerste van vier jongens ter wereld gekomen. Op de dag van zijn doop wordt hij op het altaar van de H.Maagd gelegd, ten teken van zijn bijzondere toewijding aan de Koningin van de Hemel. Hij ontvangt dan de namen Petrus Johannes, maar hij wordt gewoonlijk met zijn moeders meisjesnaam, Fulton, aangesproken, en onder die benaming zal hij bekend worden. Zijn hele leven zal hij dankbaar zijn dat hij door en door katholieke ouders heeft gehad. «De invloeden waarvan men het meeste profijt heeft, zo zal hij schrijven, zijn de onbewuste, niet overwogen invloeden, wanneer niemand kijkt, of wanneer de reactie op de goede daad niet is waarnaar we op zoek zijn. Zo is de invloed op de lange termijn van een moeder in huis; door haar dagelijkse plichten met liefde en opofferingsgezindheid te vervullen, legt haar spoor zich in haar kinderen vast, een spoor dat met de jaren dieper wordt.»

Fulton ontvangt een klassieke schoolopleiding en ontpopt zich in alle opzichten als een uitstekende leerling. Tijdens de zomer helpt hij zijn vader op de boerderij, ondanks dat hij dit soort werk niet aantrekkelijk vindt, want zijn interesses gaan meer uit naar intellectuele zaken. Een buurman zegt op een dag tegen zijn vader: «Van jouw zoon zal nooit iets terechtkomen: hij zit altijd met zijn neus in de boeken.» Na zijn middelbare school gaat de jongeman naar de universiteit waar hij het zo goed doet dat hij een beurs krijgt met het oog op het behalen van een doctoraat. Hij heeft echter de roeping van de Heer tot het priesterschap gehoord. Hij vraagt raad aan een goede priester, eerwaarde Bergan, die hem heel precies antwoordt: «Zie af van je studiebeurs: dat wil de Heer dat je doet. En als je op Hem je vertrouwen stelt, zul je, na je wijding, een veel betere universitaire opleiding ontvangen.» Fulton besluit dan naar het seminarie te gaan; hij zal er nooit spijt van hebben.

Een opmerkelijke tijd

Op 20 september 1919, dag van zijn priesterwijding, doet hij twee beloftes: iedere dag van zijn leven een uur doorbrengen voor het Allerheiligste, en iedere zaterdag de Mis opdragen ter ere van de Heilige Maagd ten einde de Koningin der Hemelen te vragen om bescherming van zijn priesterschap. Later zal hij spreken over het «diepe, extatische gevoel van liefde dat met de wijding komt en dat iedere andere liefde oninteressant maakt.» Het heilig Uur zal veelvuldig het onderwerp zijn van zijn overpeinzingen en zijn preken, vooral wanneer hij zich tot de priesters richt. Hij beweert dat het voor een priester onmogelijk is Christus aan de anderen te geven als hij niet iedere dag een gerede tijd doorbrengt in zijn aanwezigheid: «Noch theologische kennis, noch maatschappelijke actie alleen, kunnen volstaan om verliefd op Christus te blijven, als deze niet door een persoonlijke ontmoeting met Hem zijn voorafgegaan. « Want het gaat om liefde, en liefde vereist dat men tijd doorbrengt met de geliefde: «Heel weinig zielen mediteren: hetzij omdat het woord ze bang maakt, hetzij omdat ze niet eens van het bestaan ervan weten. In de menselijke logica draagt een verliefd persoon de geliefde altijd in zijn hart, hij leeft in de aanwezigheid van de ander, besluit de wil van de ander te doen, en waakt er angstvallig voor zich in de zelfgave niet te laten overtreffen, in welke geringe mate dan ook. Pas dit toe op de verliefde ziel van God en je kent de grondbeginselen van het mediteren.

«Nauwelijks priester gewijd of Fulton schrijft zich in aan de Catholic University of America, in Washington, waar hij zijn graden in de theologie en het canoniek recht behaalt. In plaats van zijn studie ter plaatse voort te zetten vraagt hij om zijn doctoraat te mogen doen aan een Europese universiteit, en zijn keuze valt op die van Leuven (België). Na het doctoraat, in juli 1925, behaalt Sheen zijn aggregatie in de wijsbegeerte aan dezelfde universiteit. Hij wordt dan als kapelaan aangesteld in een arme parochie van het bisdom waar hij vandaan komt (Peoria). Na de studie die hij achter de rug heeft zijn velen verbaasd over deze aanstelling die een vernedering lijkt voor een priester die zo briljant is. Maar hij aanvaardt deze post zonder tegen te stribbelen; hij werpt zich met hart en ziel op de pastorale zielzorg, wordt in korte tijd de vriend van allen en bereikt talloze bekeringen die er het gevolg van zijn. Na verloop van acht maanden bekent de bisschop hem: «Drie jaar geleden had ik u aan de Catholic University of America beloofd als lid van het docentencorps. Maar vanwege uw successen in Europa wilde ik weten of u gehoorzaam zou blijven. U kunt nu met mijn zegen gaan doceren.» Eerwaarde Sheen zal meer dan twintig jaar in Washington blijven en de waardering genieten van de studenten: «Tijdens zijn colleges, zal een van hen zeggen, kwamen we net zo min op het idee onze hand op te steken als om de zon te zeggen even op te houden te schijnen. Het kwam gewoon niet in ons op, zo boeiend was hij als professor.» De jonge priester beschouwt onderwijs als «een van de edelste roepingen op aarde, want in wezen is het doel van iedere vorm van opvoeding kennis van en liefde voor de waarheid». Zijn intellectuele capaciteiten zullen hem niet beletten zijn leven lang dichtbij de eenvoudige gelovigen te staan. Hij geeft altijd blijk van een grote vriendelijkheid jegens allen en probeert nooit op iemand indruk te maken met zijn kennis; hij probeert eerder altijd van iedereen met wie hij een gesprek heeft iets te leren. In zijn onderwijs plaatst hij zich eerst op het niveau van zijn studenten om ze geleidelijk aan op een hoger peil te brengen.

De maskers afleggen

Zijn voltijdse taak van professor aan de universiteit belet hem niet talloze uitnodigingen te aanvaarden om retraites te preken of lezingen te geven. Hij bereidt zijn betogen met grote zorg voor, spreekt altijd staand en gebruikt geen aantekeningen; hij zegt graag dat men geen vuur ontsteekt wanneer men is gezeten. Zijn heldere en juiste voorstelling van de katholieke geloofswaarheden zijn doorspekt met grapjes die de aandacht vasthouden. Weldra is hij tot in de wijde omtrek bekend. Het echte geloof is wat, in zijn ogen, het deerlijkst ontbreekt in deze wereld. Hij aarzelt dan ook niet om vastberaden de grote waarheden van het Evangelie in herinnering te brengen, die door de overpeinzing ervan bekering van zielen teweeg brengt: de dood, het oordeel, de hemel en ook de hel. Volgens hem wil de moderne mens het onmogelijke: een godsdienst zonder kruis, een Christus zonder kruisweg, een koninkrijk zonder gerechtigheid, en, in zijn kerk, «een pastoor die nooit over de hel spreekt». Maar zo is het geloof van de Kerk niet. Tijdens het oordeel, zo brengt hij inderdaad in herinnering «zal ieder mens zelf moeten ervaren dat de poort nauw en de weg smal is die naar het eeuwig Leven leiden en dat weinigen die poort vinden, en alle maskers afgelegd zullen worden; de mens zal zijn rang verlaten, ver van de menigte, en de enige stem die hij zal horen zal de stem van zijn geweten zijn die hem zal onthullen wie hij in werkelijkheid is. Er zullen geen drugs voor nodig zijn om hem te helpen te vergeten of hem in de slaap van de onverantwoordelijkheid te sussen; geen cocktails om hem doof voor zijn geweten te maken». Een halve eeuw later zal H. Johannes Paulus II schrijven: «Zonder haar essentiële, bijzondere en universele boodschap ernstig te verminken kan de Kerk ook niet een blijvende catechese achterwege laten over wat men in het christelijk spraakgebruik traditioneel de vier uitersten van de mens noemt: dood, oordeel (bijzonder en algemeen), hel en hemel... Alleen in zijn juiste waarde te schatten en zich vastberaden gedreven voelen tot boete en verzoening.» (Exhortatie Reconciliatio et Poenitentia, n. 26)

Vanaf 1928 klinkt de stem van pastoor Sheen regelmatig op de radio in het programma “Catholic Hour”. Meer dan 20 jaar doet hij zijn best zijn luisteraars in eenvoudige bewoordingen de inhoud van het katholiek geloof over te brengen dat hij verdedigt tegen de aanvallen van de modernisten. Deze uitzendingen leveren hem een overvloed aan brieven op; veel schrijvers sturen hem geld, dat hij met ruime hand weer onder de armen verdeelt: «God vervangt al wat aan tijd, energie of geld gegeven wordt», antwoordt hij hen die zich beklagen over zijn vrijgevigheid. Bekend als hij is wordt hij in 1934 benoemd tot pauselijk kamerheer met de titel van “Monsignor”. In 1951 nodigt de televisie hem uit het Evangelie te preken in de reeks uitzendingen “Life is Worth Living” (Het leven is de moeite waard geleefd te worden). Dit apostolaat wordt zeven jaar voortgezet.

Boegbeeld

Al die tientallen jaren blijft Mgr. Sheen een boegbeeld van de strijd tegen het communisme. In plaats van niet zozeer de Russische revolutionairen als enige de verantwoordelijkheid te geven voor het succes van deze ideologie, aarzelt hij niet die ook bij het geseculariseerde Westen dat zijn geloof, bron van zijn grandeur, heeft verloren, te leggen: naarmate het Westen meer en meer zijn christendom kwijtraakt, verliest het zijn superioriteit. De communistische ideologie is voortgekomen uit de geseculariseerde resten van een westelijke beschaving waarvan de ziel ooit christelijk was.» Het moreel verval van het Westen laat zijn overmijdelijke instorting vermoeden als het niet komt tot een serieuze hervorming. Sheen haalt de historicus Arnold Toynbee aan als hij benadrukt dat «zestien beschavingen, van de negentien die zijn ingestort sinds het begin van de geschiedenis, van binnen uit uiteen zijn gevallen.»

Het schrijven van zijn boeken evenals de zorgvuldige voorbereiding van zijn preken nemen aanzienlijk veel van zijn tijd in beslag; desondanks ziet hij kans de armen, de zieken en de ver afgelegen missies in de derde wereld te bezoeken, persoonlijk tienduizenden brieven te beantwoorden en in zeer groten getalen mensen die tot het geloof komen of ernaar terugkeren te onderrichten. Hij benadrukt het feit dat de genade van God een ziel zoekt die open voor Hem staat. Met genoegen herhaalt hij dat «de klink aan onze kant zit», want «God forceert geen deuren: wij zijn het die Hem de toegang versperren». Het modern verschijnsel atheïsme is voorwerp van zijn overpeinzingen: «Negen op de tien keer komt atheïsme voort uit een slecht geweten, beweert hij. Ongeloof komt voort uit zonde, niet uit de rede.» En hen die zich in deze situatie bevinden raadt hij aan: «Als jullie God willen leren kennen, is er maar één middel: neerknielen. Als jullie God niet aanbidden, aanbid je iets anders, en negen van de tien keer zal dat jezelf zijn.» Het is onmogelijk het aantal mensen te noemen dat zich heeft bekeerd dankzij deze onvermoeibare apostel: «Ik houd geen register bij van de bekeerlingen, bekent hij, uit vrees de vergissing te maken te denken dat ik degene ben die ze voor Christus heb gewonnen. De Goede God zou me er wel eens geen meer kunnen geven. Hij zou me voor mijn hoogmoed straffen. Een man die onder appelbomen wandelt vangt de rijpe vruchten met gemak op: zo ook, erkent hij, is iedere bekering op de eerste plaats een gave van God, ter verhoring van gebed, zonder hetwelk in de staat van genade niets goeds kan worden voortgebracht.»

Waar zijn je goden?

In de oorlogen die hij in de loop van zijn leven heeft gekend ziet Fulton het resultaat van een massa zonden. Schending van de morele wet brengt op zich inderdaad ernstige gevolgen met zich mee: de zonde leidt tot ongeluk. Over hen die God met de vinger nawijzen om Hem voor het kwaad verantwoordelijk te stellen schrijft hij: «Dergelijke mensen denken aan God alleen als ze een zondebok zoeken voor hun eigen zonden. Zonder het ooit te zeggen nemen ze aan dat de mens de maker is van al wat goed en mooi is in de wereld, maar dat God verantwoordelijk is voor het kwaad en voor de oorlogen. Zij weten niet dat God lijkt op een schrijver die een toneelstuk had geschreven. Hij heeft het aan de mensen gegeven met alle aanwijzingen om het zo perfect mogelijk te spelen, maar ze hebben knoeiwerk geleverd.» De ongelovigen die wanneer alles slecht gaat vragen: «Waar is God?» geeft hij ten antwoord: «Waar zijn jullie goden nu? Waar is jullie “god Vooruitgang” tegenover die twee wereldoorlogen binnen een tijdsbestek van eenentwintig jaar? Waar is jullie “god Wetenschap”, nu energie wordt gebruikt om te vernietigen? Waar is jullie “god Evolutie” nu de wereld achteruit gaat en één groot slachthuis wordt?»

Nadat hij in Rome op 11 juni 1951 de bisschopswijding heeft ontvangen wordt Mgr. Fulton Sheen benoemd tot hulpbisschop van New York. Hij zal dit ambt vijftien jaar lang vervullen en tegelijkertijd de leiding hebben over de Society for the Propagation of the Faith, een organisme dat is belast met het coördineren van de hulp aan de missies van alle Amerikaanse bisdommen, in samenwerking met de Heilige Stoel. In die hoedanigheid brengt hij aanzienlijke bedragen bijeen voor de missies. Maar zijn beroemdheid enerzijds en het geld dat door zijn handen gaat anderzijds komen hem te staan op jaloezie en kritiek. Een strijd met een kerkelijke hoogwaardigheidsbekleder over een gift van de regering ten gunste van de missies zal tien jaar lang voor hem een pijnlijke doorn in het vlees blijven. Paradoxaal genoeg zal deze tegenstrijdigheid hem vooruit brengen in de nacht van het geloof en de mysterieuze vreugde doen ontdekken van lijden met de Heiland: «Als er geen Goede Vrijdag in ons leven is zal er ook nooit een Paaszondag zijn, schrijft hij. Sterven aan zichzelf is de wezenlijke voorbereiding op het ware leven voor zich.» Tijdens een reis in het Heilig Land en op andere plekken die zijn verbonden met de bijbelse geschiedenis, stopt Mgr. Sheen in Efeze, stad die is geëvangeliseerd door H.Paulus die er bijna zijn leven had verloren (cf. Handelingen, 19). «Efeze, zo zegt de prelaat, heeft me geleerd dat het Woord prediken altijd tegenstellingen zal veroorzaken. Of het nu tegen het communisme of tegen de vrekkigheid, tegen scheiding of abortus is, de prediker zal niet alleen achtervolgd worden, maar ook het doelwit zijn van georganiseerd oproer.»

Mgr. Sheen neemt deel aan alle zittingen van het Tweede Vaticaans Concilie: meerdere malen neemt hij het woord in de aula van het concilie. In 1966 wordt hij tot bisschop van Rochester benoemd, een taak die hij drie jaar zal vervullen. In 1969 gaat hij officieel met pensioen en ontvangt bij die gelegenheid de eretitel van aartsbisschop. Hij wordt echter niet minder actief: preken en lezingen voor de uiteenlopendste gehoren voeren hem dwars door de Verenigde Staten en Europa. Hij vindt zelfs de kracht een nieuwe televisieserie “What now, America?” (Wat nu te doen, Amerika?) te maken. Hij wil in het harnas sterven! De jaren die volgen op het concilie worden getekend door groot lijden: terwijl hij zich verheugt over bepaalde hervormingen, is hij diep bedroefd over de wanorde die binnen de Kerk schijnt te heersen: «Wij zijn ver afgeraakt van het vaandel van Christus om naar dat van de wereld over te gaan. Wij vragen ons niet af “behaagt dit Christus?” maar “behaagt dit de wereld?” Vanuit dit oogpunt zal ik me kleden, denkt men, en ik zal zo handelen dat ik me niet scheid van de wereld; met haar wil ik zijn. Wij trouwen met die wereld en wij worden weduwnaar van de wereld die komen gaat. Wij nemen haar woordenvloed en haar manieren over. Dat is een van de redenen van zoveel instabiliteit in de Kerk van tegenwoordig: het zand waarop we lopen is drijfzand. Wij hebben de rots die Christus is verlaten.»

Kijkgat

In 1976 gaat de emeritus aartsbisschop naar Rochester voor de wijding van de “Sheen Archieven”, de collectie van zijn geschriften en opnamen die in het bisschoppelijk seminarie liggen. Bij die gelegenheid doet hij hen die zich verbeelden daar zijn “geheim” te vinden een vertrouwelijke mededeling: op zijn reizen naar Parijs gaat hij graag op bezoek in een oud Karmelietenklooster dat tegenwoordig een studentenhuis is. In dat gebouw «is een kamer die ik altijd bezoek, zegt hij. Die ligt aan het eind van een gang. Boven het bureau zit een kijkgat. Het was de kamer van de grote predikheer Lacordaire: wanneer hij aan dat bureau zat kon hij door het kijkgat kijken. En wat zag hij? Hij zag het tabernakel, hij zag het Allerheiligste! Dat was de grootheid van Lacordaire. Er staat geen volledige uitleg van Fulton J. Sheen in die boeken, in die strips. Je moet een van elders komend geheim zoeken, daar waar de wetenschap wordt omgezet in wijsheid, dat wil zeggen uitsluitend aan de voeten van Christus en van zijn Allerheiligste. Moge bij gevolg allen die deze zaal betreden zich dit kijkgat herinneren. Kijk er door en je zult de uitleg van Fulton John Sheen krijgen!»

Vanaf 1977 begint zijn gezondheid af te nemen. Hij ondergaat een open hart operatie die op een man van zijn leeftijd nog nooit is uitgevoerd. Zodra het kan komt een priester aan de voet van zijn bed de Mis opdragen. De zieke aartsbisschop slaagt erin heel zacht de woorden voor de consecratie uit te spreken en, hijgend, geeft hij een uitleg van de Mis aan een van de aanwezigen die niet katholiek is. Tot in deze extreme situatie neemt hij de woorden van H. Apostel Paulus serieus: Wee mij als ik het evangelie niet verkondigde! (cf. 1 Kor 9, 16). Op een avond als hij op de intensieve afdeling ligt en nauwelijks bij bewustzijn, hoort hij een verpleegster tegen een andere patiënt die in een bed naast hem op sterven ligt praten. Niet bekwaam zijn hand op te heffen, verheft Sheen een vinger en maakt het kruisteken in de richting van de stervende en geeft hem op die manier de voorwaardelijke absolutie op de drempel van de eeuwigheid.

Op de rug

In september 1978 keert hij voor vier maanden terug naar het ziekenhuis. Aan een neef schrijft hij: «Ik beklaag me niet over mijn toestand: ik geloof vast dat Onze-Lieve-Heer ons vaak op de rug legt opdat wij voortdurend naar de hemel kijken.» Tijdens dit verblijf troost hij een bejaarde man die hij weer tot het geloof brengt nadat hij 45 jaar van de Kerk verwijderd is geweest en geprobeerd heeft zelfmoord te plegen. Nadat ze meerdere uren met elkaar hebben gesproken, neemt Mgr. Sheen hem de biecht af, verzoent hem met de Kerk en geeft hem de heilige Eucharistie. Deze gebeurtenis is een immense troost voor de oude aartsbisschop die hierin een vrucht van zijn eigen vrijwillig aanvaarde lijden ziet: «Ik had Onze-Lieve-Heer gevraagd mij toe te staan dat mijn lijden een ziel ten goede zou komen en Hij heeft mijn gebed verhoord.»

Onvermoeibaar hervat hij vervolgens zijn activiteiten. In januari 1979 wordt hij uitgenodigd voor het National Prayer Breakfast in Washington, in aanwezigheid van Jimmy Carter, destijds president van de Verenigde Staten. De eerbiedwaardige prelaat begint zijn rede als volgt: «Meneer de President, u bent een zondaar.» Na een ogenblik stilte vervolgt hij: «Ik ben een zondaar.» Vervolgens richt zijn blik zich op de aanwezige beroemdheden: «Wij zijn allemaal zondaars en wij hebben het allemaal nodig ons naar God te keren.» Billy Graham, protestants evangelist, zal verklaren dat het een van de welsprekendste en stimulerendste preken was die hij ooit had gehoord.

Op Goede Vrijdag beklimt Mgr. Sheen, zeer verzwakt door zijn zware lijden, voor de laatste maal de preekstoel van de kerk van H.Agnes in New York, vastbesloten een preek te geven al moest deze hem het leven kosten. Hij is altijd van oordeel geweest dat de preekstoel een goede plek was om te sterven. De maanden gaan echter voorbij. Eindelijk, op 9 december 1979 verkrijgt Fulton Sheen de genade die hij zo vaak heeft gevraagd: sterven voor het Allerheiligste. Kort tevoren had hij bekend ernaar te verlangen te vertrekken: «Niet dat ik niet van het leven houd; juist wel. Maar ik wil de Heer zien. Ik heb uren doorgebracht tegenover Hem in het Allerheiligste. Ik heb biddend tot Hem gesproken, en ik heb over Hem gesproken met iedereen die naar mij wilde luisteren, en nu wil ik Hem zien van aangezicht tot aangezicht!»

Het zaligverklaringsproces van Mgr. Fulton Sheen, geopend in 2002, is in 2012 uitgelopen op de verklaring van heldhaftigheid der deugden; hij draagt dus voortaan de titel van “eerbiedwaardige”.

Laten we al biddend voor zijn zaligverklaring hem vragen zijn liefde voor Jezus-Eucharistie en zijn bezorgdheid om het eeuwig heil der zielen met ons te delen.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques