Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
25 december 2015
Kerstmis


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

«Ik kan onmogelijk nalaten het belang te onderstrepen van het getuigenis van christelijke gezinnen, zei Paus Franciscus, in Korea, op 16 augustus 2014. In een tijd dat het gezinsleven in een crisis verkeert, zijn onze christelijke gemeenschappen geroepen de getrouwde stellen en de gezinnen te steunen bij het volbrengen van hun missie in de Kerk en de maatschappij.»

Eurosia is geboren in 1866 in een Italiaans boerengezin. Luigi en Maria Fabris, haar ouders, wonen in de gemeente Quinto Vicentino, in Venetië. Het meisje wordt kort na haar geboorte gedoopt en ontvangt de naam van een maagd martelares uit de IXe eeuw, zalige Eurosia, prinses uit Bohemen die door de Saracenen gevangen werd gezet en is gestorven voor haar geloof.

Hartstochtelijke belangstelling voor het Evangelie

In 1870 verhuist het gezin naar Marola, gemeente Torri di Quartesolo. Eurosia zal hier heel haar leven blijven. Door haar werk op de boerderij en in huis gaat ze slechts van 1872 tot 1874 naar de lagere school. Die twee jaar onderwijs stellen haar in staat te leren lezen en schrijven. Ze maakt zich vertrouwd met de Heilige Schrift, de catechismus en de Bijbelse geschiedenis; ze leest de Inleiding tot het Godvruchtig Leven van H.Franciscus van Sales en de Eeuwige Maximen van heilige Alfonsus van Liguori. Haar toekomstig vak van naaister wordt haar door haar moeder aangeleerd. Vanaf haar eerste Communie, op twaalfjarige leeftijd, gaat ze op ieder feest ter communie. Wanneer ze is ingeschreven bij de vereniging van de Dochters van Maria in haar parochie, neemt ze nauwgezet de voorschriften ervan in acht. Haar devotie voor Maria neemt toe onder invloed van het naburig heiligdom La Madone de Monte Berico waar de Maagd was verschenen in de xve eeuw en de streek had bevrijd van een pestepidemie. Eurosia bidt er tot Maria opdat de spiritueel gezien dodelijke ziekte van de onverschilligheid en de goddeloosheid uit het land zou worden verbannen. Haar devotie richt zich ook op de Heilige Geest, de Kribbe, het Kruisbeeld en de zielen in het Vagevuur. Ze heeft hartstochtelijke belangstelling voor het Evangelie en de catechismus waarin ze vanaf haar vijftiende de kinderen van de parochie onderwijs geeft; later zal ze hetzelfde doen voor de meisjes in haar naaiatelier. Ze heeft een heel bijzondere manier om haar onderwijs interessant te maken voor haar jeugdige toehoorders, door de uiteenzetting van de leer te doorspekken met anekdotes en morele en praktische richtlijnen. Maar voor alles merken de kinderen de grote naastenliefde op die haar eigen is: ze voelen zich bemind en begrijpen wat het betekent God te beminnen. Eurosia vindt de bron voor deze grote liefde in het gebed. Sinds haar vroegste jeugd bidt en mediteert ze regelmatig.

Op haar achttiende is ze een ernstig, vroom en vlijtig meisje. Ondanks de armoede van het gezin worden orde en netheid betracht. Haar deugden en charme blijven niet onopgemerkt: ze ontvangt verschillende huwelijksaanzoeken die zij afslaat. In 1885 sterft een jonge buurvrouw, mevrouw Barban, en laat drie jonge dochters achter waarvan de jongste kort daarna ook overlijdt. De twee anderen zijn respectievelijk twintig en vier maanden oud. Een oom en de chronisch zieke grootvader wonen in bij de vader van de twee weesmeisjes. Het zijn mannen met een uitgesproken temperament die vaak ruzie met elkaar maken. Zes maanden lang zal Eurosia iedere ochtend voor deze kinderen zorgen en het huishouden doen. Carlo Barban, de weduwnaar, zal haar weldra ten huwelijk vragen. Na lang tot God te hebben gebeden om te weten wat de wil van Onze-Lieve-Heer is, en wel bewust van de moeilijkheden die haar te wachten staan, volgt ze de raad op van haar ouders en van de pastoor en stemt ermee in met Carlo te trouwen. Het huwelijk dat ze beschouwt als een opdracht van God wordt op 5 mei 1886 gesloten; het zal worden gezegend met de geboorte van negen kinderen, de twee weesmeisjes en drie geadopteerde kinderen niet meegerekend.

Verenigd door het sacrament van het huwelijk zijn mevrouw en meneer Barban als echtelieden op weg naar hun heiligheid door de zorg voor hun talrijke kinderen op zich te nemen. Waar moeten ze de middelen vinden om deze op te voeden? Carlo bezit weliswaar vruchtbare akkers, maar hij heeft ook zware schulden geërfd. Eurosia moedigt hem aan tot vertrouwen: «De kinderen zijn ons door God geschonken als een schat. Laten we op Hem vertrouwen, want Hij zal niet toestaan dat het ons aan het noodzakelijke ontbreekt.»

Vertrouwen en verantwoordelijkheid

Hoewel vertrouwen vereist is om een groot gezin op te voeden, ontslaat het de echtelieden niet van de plicht verantwoord ouderschap te betrachten. Om het aantal van hun kinderen te bepalen «zullen de echtelieden inzicht moeten verwerven in de door de omstandigheden van tijd en levensstaat vereiste materiële en geestelijke levenscondities, en tenslotte ook rekening houden met het welzijn van het gezin, van de maatschappij en ook van de Kerk. In laatste instantie moeten de echtelieden zelf ten overstaan van God deze gewetensbeslissing nemen» (Vaticaan II, Gaudium et spes, n. 50). In de encycliek Humanae vitae, preciseert de zalige Paulus VI: «Voor wat de fysieke, economische, psychologische en sociale omstandigheden aangaat, kan men zeggen, dat diegenen verantwoord ouderschap uitoefenen die ofwel het weloverwogen en edelmoedig besluit nemen om een groot gezin te stichten, ofwel, om ernstige redenen en met inachtneming van de voorschriften van de moraal, voor een bepaalde of een onbepaalde tijd de geboorte van een kind besluiten te vermijden» (25 juli 1968, n. 10).

In dit laatste perspectief kunnen de echtelieden hun toevlucht nemen tot natuurlijke methodes om geboortes te reguleren die, indien op de juiste manier toegepast, tegenwoordig zeer betrouwbaar zijn. Maar de Kerk heeft altijd onderwezen hoe anticonceptie intrinsiek bedrieglijk is omdat deze iedere huwelijksdaad opzettelijk onvruchtbaar maakt. Dat onderricht staat vast en is onherroepelijk. Anticonceptie staat ernstig de huwelijkse kuisheid in de weg. Zij is in strijd met het goede van het door te geven leven (voortplantingsaspect van het huwelijk), en doet afbreuk aan de wederzijdse zelfgave van de echtelieden (aspect echtelijke verbintenis). Zij kwetst de waarachtige liefde en ontkent de soevereine rol van God in het doorgeven van menselijk leven (cf. Humanae vitae n. 14). Het gebruik van middelen met een vruchtafdrijvend effect bevat een nog ernstiger moreel kwaad omdat zij de dood van het embryo met zich meebrengen.

Mamma Rosa, zoals Eurosia sindsdien wordt genoemd, vervult haar huwelijkse plichten met de grootst mogelijke trouw en leeft in volmaakte harmonie met haar echtgenoot wiens raadgeefster en steun en toeverlaat zij wordt. Zij voedt haar kinderen op tot gebed, gehoorzaamheid, Godvrezendheid, opofferingsgezindheid, liefde voor het werk. Waar zij naar verlangt is dat ieder Gods plan met hem ontdekt en uitvoert. «De kinderen die God ons gegeven heeft zijn van Hem voor zij van ons zijn, is ze gewoon te zeggen. En als Hij ze voor Hem wil, moeten wij erkentelijk en zelfs blij zijn: hierdoor bewijst Hij ons een grote eer. Het betekent extra werk, maar God zal ons helpen.» De Heilige Maagd onthult haar dan dat haar drie oudste zonen priester zullen worden; voor de drie anderen heeft de Heer andere plannen. Zij antwoordt: «Lieve Madonna, ik ben zo blij. Ik dank u van ganser harte voor deze drie uitverkorenen, want ik verdien een dergelijke genade, zoveel voorrechten, niet. Maar van nu af aan bied ik U al mijn kinderen aan en wijdt ze U toe.» Overeenkomstig de verkondiging van de Heilige Maagd zullen Giuseppe, de oudste, en Alberto, de tweede, in 1918 en 1921 tot priester gewijd worden; Matteo-Angelo, de derde zal intreden bij de Franciscanen onder de naam van Broeder Bernardino; hij zal de eerste biograaf van zijn moeder worden. Drie andere jongens zullen vroegtijdig komen te overlijden. Twee van de geadopteerde zonen en een dochter zullen in het huwelijk treden. Een van de geadopteerde dochters, Clara, zal kloosterzuster worden onder de naam van Zuster Theophania. De laatste geadopteerde zoon wordt Broeder Giorgio bij de Franciscanen.

Nog meer bemind

Eurosia beheert de financiën van het gezin en houdt tevens rekening met de naastenliefde die ze in acht wil nemen jegens de armen met wie ze graag de maaltijd deelt. Zij biedt zieken voortdurend en langdurig, liefdevol en zorgzaam steun. Haar leven speelt zich voornamelijk binnen de muren van haar huis af, in armoede: «Ik wens een arme vrouw te zijn en ben er blij om, verklaart ze, omdat ik denk dat ik op die manier nog meer door God wordt bemind. Als ik rijk zou zijn, zou ik bijna vrezen dat de Heer me niet zozeer zou beminnen en Hij minder van mij zou vragen... Je kan beter arm dan rijk zijn!... Niet rijkdom schenkt het hart voldoening, maar het feit Gods wil te volbrengen.» Nadat ze is toegetreden tot de Franciscaner Derde Orde put ze uit een intens gebedsleven, en in het bijzonder uit het dagelijks bijwonen van de Mis, de kracht om in de behoeften van de armen te voorzien. Zij grijpt iedere gelegenheid aan om goed te doen, en deelt met de ongelukkigen, de pelgrims en de voorbijkomende reizigers de producten van de moestuin en het kippenhok. «De Heer voorziet nog meer in onze behoeften wanneer we uit liefde voor Hem naastenliefde beoefenen, zegt ze. Wanneer we iets aan de armen geven is het alsof we het aan Jezus persoonlijk aanbieden. Die gedachte ontroert me zozeer dat, indien het mogelijk was, ik mezelf zou geven!» Nadat de Eerste Wereldoorlog is uitgebroken ontbreekt het niet aan weduwen die vaak in grote ellende leven, met de zorg voor meerdere kinderen. Eurosia komt zo goed als ze kan alle mensen om haar heen te hulp, met een goedhartige glimlach, blijk van haar innerlijke vreugde dat ze de wil van God doet, ondanks de moeilijkheden en beproevingen.

In zijn boodschap ter gelegenheid van de Vasten in 2012 spoorde Paus Benedictus XVI de christenen aan hun «blik op de ander te richten, allereerst op Jezus, zich niet vreemd of onverschillig te betonen jegens het lot van de medemens. Vaak heeft de tegenovergestelde houding juist de overhand: onverschilligheid, desinteresse die voortkomen uit zelfzucht die schuil gaat achter ogenschijnlijk respect voor de “privésfeer”... Aandacht voor de ander houdt in dat men voor hem of haar het goede verlangt in al zijn hoedanigheden: fysiek, moreel en geestelijk. De hedendaagse cultuur schijnt de zin voor het goede en het kwade te zijn verloren, terwijl het noodzakelijk is met nadruk te herhalen dat het goede bestaat en zegeviert, omdat God de goede, de goeddoener is (Ps 118, 68). Het goede is dat wat leven, broederschap en eendracht opwekt, beschermt en bevordert. Verantwoordelijkheid jegens de naaste betekent dan ook het goede voor de ander te willen en te doen met het verlangen dat hij zich op zijn beurt openstelt voor de logica van het goede; belangstelling tonen voor de medemens wil zeggen de ogen openen voor zijn noden. De Heilige Schrift waarschuwt voor het gevaar van een hart dat door een soort van “geestelijke anesthesie” is verhard en ons blind maakt voor het lijden van anderen.

Wat belemmert die blik van menselijke genegenheid ten opzichte van de medemens? Dat zijn vaak materiële rijkdom en zelfgenoegzaamheid, maar ook het feit dat onze belangen en onze persoonlijke zorgen voorrang krijgen... Daarentegen kunnen nederigheid van hart en persoonlijk ervaren leed een bron van innerlijk ontwaken voor compassie en empathie blijken te zijn: De rechtvaardige erkent het recht van de armen, maar de zondaar heeft er geen begrip voor (Spr 29, 7). Zo begrijpen we het geluk van hen die diepbedroefd zijn (Mt 5, 5), dat wil zeggen van hen die bij machte zijn uit zichzelf te kruipen om met medelijden vervuld te kunnen worden voor het lijden van anderen. De ander ontmoeten en zijn hart openen voor hetgeen hij nodig heeft zijn van gunstige invloed op ons heil en onze zaligheid (3 november 2011).

Tact en diplomatie

Eurosia staat aan het hoofd van een klein naaiatelier dat werk biedt aan tien tot vijftien aankomende naaisters. Ze geeft hun gratis een beroepsopleiding en bereidt hen op christelijke wijze voor op hun toekomstige rol van moeder van een gezin. Ze staat niet toe dat er onbetamelijke kleding wordt gemaakt. Ze wordt vooral gevraagd voor het maken van bruidsjurken; het lukt haar vaak met tact en diplomatie de klant te laten kiezen voor een even elegant als betamelijk model.

In de momenten van stilte geeft Eurosia zich over aan gebed, en met name het dagelijks rozenkransgebed. Op een avond gaat ze uit om bij een buurvrouw voor een zojuist geboren baby te zorgen. Op dat moment komt de vader van de kleine tevoorschijn, ziet de rozenkrans in de hand van Eurosia en begint te schreeuwen: «Gooi die kralen weg... wat wil je daarmee bereiken?» Onbewogen antwoordt ze: «Dit is het machtigste wapen om genaden te verkrijgen. Als u van iemand gedaan wilt krijgen dat hij u een dienst bewijst, is het noodzakelijk dat u dit vriendelijk vraagt, zo nodig biddend en smekend, en dan krijgt u het voor elkaar. Wij horen hetzelfde met Onze-Lieve-Heer en Onze-Lieve-Vrouw te doen.» De man begint na te denken, kalmeert en antwoordt uiteindelijk: «Ja, u hebt gelijk.»

«De rozenkrans van de Maagd Maria is een gebed dat geliefd was bij veel heiligen en aangemoedigd door het leerambt. In zijn eenvoud en diepzinnigheid blijft de rozenkrans ook in het zojuist begonnen millennium een gebed van grote betekenis, dat is voorbestemd vruchten van heiligheid te oogsten. Dit gebed past goed in de spirituele weg van christelijk leven, dat na tweeduizend jaar niets van zijn frisheid van het prille begin heeft verloren, en dat zich door Gods Geest gesterkt voelt om naar het diepe te gaan om telkens opnieuw ten overstaan van de wereld te verklaren en zelfs te roepen dat Jezus Christus Heer en Redder is de weg, en de waarheid en het leven (Joh 14, 6) en dat hij “het doel van de mensengeschiedenis is, het punt waarnaar alle verlangens van de geschiedenis en de beschaving samenkomen”. Het rozenkransgebed, hoezeer het ook betrekking heeft op de Maagd Maria, is eigenlijk een gebed dat ten diepste verband houdt met Christus... Met het rozenkransgebed zitten christenen op de school van Maria om de schoonheid op het gezicht van Christus te overdenken en om de diepten van Zijn liefde te ervaren... Een gebed voor de vrede, is de rozenkrans ook, en altijd geweest, een gebed van en voor het gezin. Ooit was dit gebed bijzonder dierbaar voor christelijke gezinnen, en het bracht hen zeker dichter bij elkaar. Het is belangrijk deze rijke erfenis niet te verliezen... Een gezin dat samen bidt blijft bij elkaar... Veel van de problemen waarmee hedendaagse gezinnen worden geconfronteerd, vooral in economisch ontwikkelde samenlevingen, zijn het gevolg van hun toenemende onkunde om met elkaar te communiceren. Het lukt gezinnen zelden om tijd voor elkaar vrij te maken, en de zeldzame momenten dat ze het wel doen, worden vaak besteed aan het kijken naar de tv. Teruggaan naar het bidden van de rozenkrans in gezinsverband betekent dat het dagelijks leven wordt gevuld met andere beelden, beelden van het geheim van de Verlossing: het beeld van de Verlosser, het beeld van Zijn meest gezegende Moeder. Het gezin dat de rozenkrans gemeenschappelijk bidt, brengt iets van de sfeer van het huisgezin van Nazareth opnieuw tot leven. De leden plaatsen Jezus in het centrum, zij delen in Zijn vreugde en smart, zij plaatsen hun noden en hun plannen in Zijn handen en zij putten uit Hem de hoop en de kracht om door te gaan» (Apostolische Brief Rosarium Virginis Mariae, 16 oktober 2002, nr. 1).

Aandacht schenken

De grote zorg van Eurosia is de bekering van de zondaren: voor hen bidt ze en laat ze bidden. «Aandacht schenken aan de naaste, verklaarde Paus Benedictus XVI houdt tevens in dat men zich bekommert om zijn geestelijk welzijn. Ik wil hier graag een aspect van christelijk leven in herinnering brengen dat in onbruik lijkt te zijn geraakt: de broederlijke terechtwijzing met het oog op het eeuwige heil. Vandaag zijn wij in het algemeen zeer gevoelig voor de idee van de liefdadigheid en het zorgen voor het lichamelijk en materieel welzijn van de ander, maar wij hullen ons bijna geheel in stilzwijgen wanneer het gaat om onze geestelijke verantwoordelijkheid voor onze broeders en zusters. Dit was niet het geval in de vroege Kerk of in die gemeenschappen die waarlijk volwassen zijn in het geloof, die niet alleen bezorgd zijn om de lichamelijke gezondheid van hun broeders en zusters, maar ook om hun geestelijke gezondheid en hun uiteindelijke bestemming... Christus zelf gebiedt ons een broeder terecht te wijzen die een zonde begaat (cf. Mt 18, 15)... Wij moeten ten opzichte van het kwaad niet zwijgen. Ik denk aan al die Christenen die vanuit menselijk standpunt of uit louter persoonlijke gemakzucht zich aanpassen aan de heersende mentaliteit in plaats van hun broeders en zusters te waarschuwen tegen een manier van denken en handelen die tegengesteld zijn aan de waarheid en niet de weg van het goede volgen. Christelijke vermaning wordt, wat dit betreft, nooit gemotiveerd door een geest van wederzijdse beschuldiging. Zij wordt altijd gedreven door liefde en barmhartigheid en komt voort uit een echte bezorgdheid voor het welzijn van de ander... Er zal altijd behoefte zijn aan een blik die liefheeft en vermaant, die kent en begrijpt, die onderscheidt en vergeeft(cf. Lc 22, 61), zoals God heeft gedaan en blijft doen met ieder van ons. Dit «hoeden» van de ander is het tegenovergestelde van een mentaliteit die, door het leven uitsluitend te herleiden tot zijn aardse dimensie, niet in staat is het in een eschatologisch perspectief te zien en iedere morele keuze accepteert in de naam van de persoonlijke vrijheid. Een samenleving als de onze kan blind worden voor het lichamelijk lijden en de geestelijke en morele eisen van het leven. Dit mag niet het geval zijn in een christelijke gemeenschap!

De leerlingen van de Heer, met Hem verenigd door de eucharistie, leven in een broederschap die hen met elkaar verbindt als leden van één lichaam. Dit betekent dat de ander een deel van mij is en dat zijn of haar leven, zijn of haar heil mijn eigen leven en heil aangaan... ons bestaan staat in verband met dat van de ander, in voor- en tegenspoed. Zowel onze zonden als onze daden van liefde hebben een sociale dimensie. Deze wederkerigheid ziet men in de Kerk, het mystiek lichaam van Christus: de gemeenschap doet voortdurend boete en vraagt om vergeving voor de zonden van haar leden, maar verheugt zich zeker ook over de voorbeelden van deugd en liefde die in haar midden aanwezig zijn» (3 november 2011).

Onze bestemming

Eurosia laat zien hoe moedig ze is tijdens de laatste ziekte van haar man, in de lente van 1930. Ze heeft aandacht voor iedere vorm van zorg, maar weet ook hoe ze hem, wanneer de gelegenheid zich voordoet, een paar woorden van hoop in het oor moet fluisteren: «Wij moeten allemaal sterven... Het paradijs is onze uiteindelijke bestemming... Daarboven zullen we elkaar allemaal weer tegenkomen en hoeven dan nooit meer uit elkaar te gaan.» Wanneer Carlo komt te sterven is Eurosia 64 jaar; hun huwelijk heeft 45 jaar geduurd.

Om te volharden in de verbintenis die men door het huwelijk is aangegaan, hebben de echtelieden de genade van Christus nodig. «De liefde van Jezus, die de vereniging van de echtgenoten gezegend en gewijd heeft, zei Paus Franciscus, is in staat hun liefde in stand te houden en te vernieuwen wanneer ze menselijk gesproken verloren gaat, verscheurd wordt, uitgeput raakt. De liefde van Christus kan de echtgenoten de vreugde terug geven van samen op weg te gaan; want het huwelijk is dit: een man en een vrouw samen op weg, waarbij de man tot taak heeft zijn echtgenote te helpen meer vrouw te worden en de vrouw tot taak heeft haar echtgenoot te helpen meer man te worden... Het is een veeleisende reis, soms moeilijk, soms ook conflictueus, maar dat is het leven!... Het is normaal dat echtgenoten ruzie maken: het is normaal. Dat gebeurt altijd. Maar ik geef u de raad: eindig de dag nooit zonder vrede te sluiten. Nooit. Een klein gebaar volstaat. En zo gaat men verder op weg. Het huwelijk is het symbool van het leven, van het werkelijke leven, het is geen “fictie”! Het is het sacrament van de liefde van Christus en de Kerk, een liefde die in het kruis zijn verificatie en waarborg vindt» (Homilie van 14 september 2014).

Sinds de dood van haar man wordt het gebedsleven van Eurosia steeds intenser. Op een dag vertrouwt ze een van haar zonen die priester is geworden toe dat de Heer haar het uur van haar dood, die over achttien maanden zou komen, heeft onthuld. Ze bereidt er zich op voor door steeds meer naastenliefde te betrachten: «Ik verlang nergens anders naar dan naar onophoudelijk in de liefde tot God te groeien. De rest heeft voor mij geen enkele waarde.» Tijdens de herfst van 1931 worden haar voet- en handgewrichten door reumatische pijnen geplaagd. Het kwaad trekt ook naar haar knieën en schouders en maken dat ze aan haar bed gekluisterd is, maar ze klaagt niet. Op 1 januari 1932 krijgt ze een longontsteking en haar ademhaling wordt door aanhoudende hoestbuien steeds moeilijker. Tot aan het eind behoudt ze haar helderheid van geest en biedt haar leven uit liefde aan Onze-Lieve-Heer aan. Ze sterft op 8 januari 1932. Haar lichaam wordt in een heel eenvoudig graf op het kerkhof van Marola gelegd, maar weldra komen vele mensen het versieren met bloemen, ten teken van erkentelijkheid voor de vele genaden die door haar tussenkomst zijn verkregen. Haar liturgische gedenkdag is vastgesteld op 9 januari.

Dat het voorbeeld gegeven door de gelukzalige Eurosia ons zou aansporen tot de verdediging van het gezin, waartoe de Pausen van onze tijd de christenen bemoedigen.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques