Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
8 september 2015
feest van de Geboorte van O.-L.-Vrouw


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Op 5 juli 1852 wordt eerwaarde Ernest André, jonge pastoor uit Mesnil-Saint-Loup, een arm dorp in het bisdom Troyes (Frankrijk), in particuliere audiëntie ontvangen door zalige Pius IX. Geknield voor diens voeten vraagt hij : « Zeer Heilige Vader, wilt u de in onze kerk geëerde Zeer Heilige Maagd de naam geven van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop ? » Bij die woorden heft de Paus het hoofd weer op en lijkt vervolgens, na een moment van nadenken, vervuld van vreugde en zegt op een toon die duidelijk aangeeft hoe tevreden hij is : « Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, ja ! »

Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop zal in enkele jaren, door toedoen van haar herder, niet alleen de parochie Mesnil-Saint-Loup veranderen, maar ook haar genaden tot ver buiten het dorp verspreiden.

Ernest-André, die bekend zal blijven onder de naam Pastoor Emmanuel, is geboren op 17 oktober 1826, in Bagneux-la-Fosse, in de Aube. Op negenjarige leeftijd krijgt het kind buiktyfus die hem op de rand van de dood doet belanden. Na veertig dagen vrijwel buiten kennis te zijn geweest, geneest hij als door een wonder. Enige tijd later geeft hij het verlangen te kennen priester te willen worden. In 1839 gaat Ernest naar het klein seminarie. Het sacrament van het Vormsel dat hij aan het eind van het eerste jaar ontvangt, maakt diepe indruk op hem ; later zal hij in zijn onderricht vaak de rol van de Heilige Geest in het leven van de christen onderstrepen. De jaren van zijn opleiding aan het groot seminarie liggen in de tijd waarin een missionaire wind het Franse katholicisme wat opener maakte. Medeleerlingen van eerwaarde André verlaten het seminarie en gaan naar de Broeders Maristen of de Picpus Paters voor de evangelisatie van verre landen. Hijzelf is ook door dit vuur aangestoken. Hij gaat zich uiteindelijk aan de meer klassieke missie van parochieherder in het bisdom wijden. Moet het christendom in Frankrijk zelf na de duistere jaren van de Revolutie niet worden hernieuwd ?

« Hij blijft vast niet bij ons »

Eerwaarde André is op 22 december 1849 tot priester gewijd en wordt op drieëntwintigjarige leeftijd benoemd tot pastoor van Mesnil-Saint-Loup, een parochie van driehonderdvijftig zielen, op twintig kilometer ten westen van Troyes gelegen. Op 24 december komt de nieuwe pastoor in Mesnil aan. De eerste dorpeling die hij tegenkomt vraagt hij de weg naar de kerk ; terwijl hij met hem meeloopt doet de man hem deze naïeve bekentenis die zou gelden voor de hele streek : « Weet u, meneer, we zijn hier niet erg devoot : Oh ! Naar de Mis gaan we wel ; maar na de Mis gaan we graag een glaasje drinken. » Wanneer ze hem de Nachtmis horen zingen zeggen de parochianen onder elkaar : « Die zingt veel te goed, die blijft vast niet bij ons. » Maar in werkelijkheid zal hij drieënvijftig jaar in Mesnil-Saint-Loup blijven. In dit dorp waar de mensen een arm bestaan leiden is de godsdienstige praktijk zoals gebruikelijk, als men tenminste afgaat op het aantal personen dat de Mis en de zondagse vespers bijwoont. Maar de plicht om met Pasen ter Communie te gaan wordt amper nog door de vrouwen vervuld. Eerwaarde André met zijn intens geloof en het vuur van zijn pastorale ijver kan zich niet met het minimum tevreden stellen. Hij wil meer en vooral moet het beter : enthousiaste christenen die zich graag komen laven aan de bron van de sacramenten, die zich voeden met het Woord van God en aan het gebed een echte plaats geven in hun dagelijks leven. De jonge pastoor gaat meteen aan de slag : bezoeken aan parochianen, vooral de zieken, catechismusles, voorbereidingen op de Eerste Communie. Zijn goede stemming, zijn dynamiek, zijn gulle en luide lach zijn reeds hartverwarmend. Uit zijn hele persoon spreekt een levenslust die erom vraagt zich voor het heil der zielen in te zetten ; maar de eerwaarde komt er snel achter dat de oogst niet daags na het zaaien binnen gehaald kan worden. Hij stelt vast dat maar weinig communicanten die het jaar ervoor door zijn voorganger zijn voorbereid zijn doorgegaan op de weg der sacramenten ; zal hij in 1850 meer succes hebben ? Hij doet er zijn uiterste best voor : « Zich binden in het leven, is een ernstige zaak, zegt hij ; jullie behoren Jezus toe. » Sommige jongens krabbelen echter terug. En sommigen zijn ontvankelijk voor zijn herhaalde aansporingen en stellen zijn deelname aan hun spel op prijs. Maar het blijft allemaal heel broos.

In juni 1852 onderneemt eerwaarde André een bedevaart naar Rome. Onderweg wordt hij, terwijl hij zijn rozenkrans bidt, innerlijk gegrepen door een gedachte die hem vervult van vreugde en emotie : Maria is Moeder van de Heilige Hoop, volgens de bijbelse uitdrukking (cf. Sir 24, 18). Hij ontvangt tegelijkertijd de zekerheid dat hij, eenmaal in Rome aangekomen, aan de Paus moet vragen dat hij aan het beeld van de Maagd in zijn kerk de naam “Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop” geeft en een feest tot haar eer instelt. De goedkeuring van de Paus, zo denkt hij terecht, zal het teken zijn dat deze inspiratie hem vanuit de Hemel is gegeven. Tegen alle verwachting in verkrijgt hij terstond van Pius IX de toestemming om een liturgisch feest ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop op de vierde zondag van oktober te vieren. Aan dit feest zal in 1854 een volle aflaat worden verbonden. De rol van Pius IX in de instelling van de eredienst voor Onze- Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop is geenszins bijkomstig van aard : het is een sleutelrol. De Heilige Vader in persoon heeft Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop aan de parochie Mesnil-Saint-Loup gegeven. Hij geeft persoonlijk vanaf zijn vroegste jeugd blijk van een grote devotie voor de Maagd Maria : op de dag van zijn geboorte en zijn doop, 13 mei 1792, was Giovanni Maria Mastaï door zijn ouders toegewijd aan een Madonna, Onze-Lieve-Vrouw van de Hoop genaamd. Pius IX zal ook de Paus worden van de Onbevlekte Ontvangenis, waarvan hij het dogma in 1854 zal afkondigen.

“Het kleine gebed huilen”

Wanneer hij weer terug is in zijn parochie houdt de pastoor de zopas van de Heilige Vader verkregen gunsten geheim om ze tijdens het Hoogfeest van Maria Tenhemelopnening bekend te maken. In een gedenkwaardige preek waarin hij de vrije loop laat aan zijn vreugde en zijn kinderlijk vertrouwen in Maria, richt eerwaarde André zich tot Maria met een reeks titels waaronder hij de Maagd aanroept en waarvan er een zijn parochianen meer raakt dan de andere : Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, bekeer ons ! Een eenvoudige formule waar de vroomheid van de gelovigen zich meteen meester van maakt ; ze herhalen die al biddend en huilend, zo zeer dat de uitdrukking ontstaat : “het kleine gebed huilen”. De pastoor vraagt niet aan zijn parochianen dat zij zich bekeren, maar vraagt aan Maria dat zij van haar Zoon hun bekering verkrijgt. Het christelijk leven is een voortdurende bekering ; en die bekering is een gave die middels het gebed wordt verkregen.

De eerste bekering is die van Ernest-André zelf, die is veranderd in een verlichte, efficiënte arbeider : « Vóór de Heilige Hoop, zal hij later zeggen, ging ik op goed geluk te werk, ik wist het niet ; met haar weet ik welke koers ik volg, heb ik het gezien en begrepen. » En, in de school van Maria, zal de pastoor een herder worden en een unieke leermeester voor christenen. Vanaf die dag treedt de onmetelijk grote bekeringskracht van de Heilige Maagd, omnipotentia supplex (de smekende almacht, uitdrukking van de kerkvaders), overduidelijk aan het licht. Op zondag 22 oktober 1852 wordt het eerste feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop heel eenvoudig, maar met grote blijdschap gevierd. Op een gewone zondag was men niet gewend ter communie te gaan ; op aandringen van de pastoor geven de vrouwen zich zonder al te veel mœite gewonnen, maar zullen de jonge lieden die hij om zich heen heeft verzameld de moed hebben zich openlijk toegang te verschaffen tot de sacramenten ? De meesten komen tamelijk laat biechten : vrees voor andermans oordeel heeft hen nog in de greep. Maar de volgende dag gaan ze voor het oog van iedereen tijdens de Hoogmis ter communie. Het is de eerste overwinning van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop. Door Mesnil-Saint-Loup waait dan een nieuwe wind die niemand anders is dan de Heilige Geest. De genade van het Doopsel die in de harten aanwezig was komt in al haar frisheid en kracht opnieuw naar buiten.

De ware begrippen herstellen

Om het christendom in de zeden te herstellen, zo zegt eerwaarde André, moeten eerst de ware begrippen in de geesten worden hersteld. Heel het christendom bestaat uit de wetenschap en de daadwerkelijke erkenning van wat wij in Adam zijn verloren, en van wat wij in Jezus Christus hebben gewonnen ; kerkleer van de erfzonde en haar gevolgen enerzijds en die van de genade en de noodzaak ervan anderzijds. » En later zal hij preciseren waaruit bekering bestaat : « Het werk van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, in Mesnil-Saint-Loup was eenvoudig het herstel van het christendom dat was belaagd door dat kille en snode naturalisme dat de mens niet toestaat zijn gedachten te verheffen boven hetgeen hij voelt. Hier zoals elders, won de menselijke rede (en wat voor rede !) het van de goddelijke rede, dat wil zeggen van het geloof. De genade van Onze Heer Jezus Christus was een schitterende onbekende… Alle christelijke deugden waren miskend en vervangen door die even gemakkelijke als universele deugd die de wereld “eerlijkheid” noemt. Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop kwam eraan en ogenblikkelijk begrepen alle zielen dat een grote verandering onontbeerlijk zou worden. De uiterlijke praktijken van de eredienst zouden als aantoonbaar ontoereikend worden aangemerkt ; de innerlijke motieven van wat de mensen bewoog zouden wezenlijke wijzigingen moeten ondergaan ; de liefde Gods zou niet langer bestaan uit loze woorden ; de Geest van de Heer zou dorre beenderen adem geven en een nieuw volk tot leven brengen (cf. Ez 37). »

Paus Franciscus legt in zijn catechese over de gaven van de Heilige Geest de rol van de Heilige Geest uit en van het belang van de gave van de vrees die alles met de deugd van de hoop te maken heeft. « Door de kinderlijke vrees vrezen wij inderdaad niet dat het ons zal ontbreken aan hetgeen wij hopen te verkrijgen dankzij de goddelijke hulp, maar wij vrezen juist ons te onttrekken aan die hulp. Daarom zijn de kinderlijke vrees en de hoop onderling verbonden en vervolmaken ze elkaar wederzijds » (heilige Thomas van Aquino, Theologische Som, Ia, Iae, 19, 9, ad 1um). « Wanneer de Heilige Geest, zo zegt de Paus, zich in ons hart nestelt, geeft Hij ons vertroosting en vrede, en Hij helpt ons ons te ervaren zoals wij zijn, dat wil zeggen klein, in een houding die door Jezus in het Evangelie zo vaak wordt aanbevolen, die van degene die al zijn zorgen van zich afzet en zijn verwachtingen op God richt en zich omhuld en gesteund weet door zijn warmte en zijn bescherming, precies zoals een kind met zijn papa ! Dat doet de Heilige Geest in onze harten : Hij maakt dat wij ons voelen als kleine kinderen in de armen van onze papa. In die zin is het dan ook goed te begrijpen hoe zeer de vreze Gods in ons de vorm aanneemt van onderdanigheid, van erkentelijkheid en van lofzang die ons hart vervullen van hoop. Zo vaak immers lukt het ons niet Gods plan te doorgronden en realiseren we ons dat we niet in staat zijn op eigen krachten het geluk en het eeuwig leven te bereiken. Echter juist door deze ervaring van onze beperkingen en onze armoede verschaft de Geest ons troost en maakt dat we inzien dat het enige belangrijke is dat wij ons door Jezus in de armen van de Vader laten brengen. Juist daarom hebben wij die gave van de Heilige Geest zo nodig. De vreze Gods maakt dat wij ons realiseren dat alles afhangt van de genade en dat onze ware kracht schuilt in het feit dat wij Jezus Christus navolgen en de Vader ons zijn goedheid en barmhartigheid laten schenken. Ons hart openen zodat de goedheid en de barmhartigheid van God in ons komen, dat doet de Heilige Geest met de gave van de vreze Gods : Hij opent onze harten. Een open hart, om de vergeving, de barmhartigheid, de goedheid en de liefkozingen van de Vader tot ons toe te laten, want wij zijn diep beminde kinderen » (Generale Audiëntie van 11 juni 2014).

De broederschap van het Eeuwigdurend Gebed

In de jaren 1852-1860 gaan er geen Paasfeest, meifeest, feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop voorbij zonder dat er echte bekeringen plaatsvinden die de zielen terugvoeren naar God door een radicale breuk met het wereldse leven. Er wordt veelvuldiger gebruik gemaakt van de sacramenten en men ziet ook mannen zich bij de vrouwen voegen voor het rozenkransgebed. In 1853 komt er in de kerk, ondanks het verzet van verschillende parochianen, een altaar voor Onze- Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop. In hetzelfde jaar wordt een broederschap voor het bidden van het klein gebed opgericht. Opdat het dagelijks, uur na uur als in een eeuwigdurend gebed, zal worden gebeden verbinden de leden zich ertoe in reeksen van twaalf, ieder op een vastgesteld tijdstip, een Wees Gegroet te bidden, met ervoor en erna de aanroeping : Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, bekeer ons ! Eerwaarde André wil liever trouwe en gedreven leden dan grote aantallen.

De ontwikkeling zal echter snel gaan : hoewel eind 1854 men nog maar 272 ingeschrevenen telde, zullen het er in december 1855 meer dan 4000 zijn. In 1856 verklaart de pastoor van Notre-Dame-des-Victoires in Parijs, eerwaarde Desgenettes, over het werk van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop : « Al die stormen die tegen het werk zijn opgestoken komen doordat het werk is gegrondvest op de rots van Petrus. Het is een jonge boom die groot en sterk zal worden omdat hij in de rots geworteld is en het katholieke levenssap daarvoor onttrekt aan de bron. » Het Eeuwigdurend Gebed krijgt snel zijn uitstraling tot ver buiten de parochie ; er melden zich leden uit heel Frankrijk en zelfs uit het buitenland. Het Eeuwigdurend Gebed wordt aangemoedigd in enkele breven van de Heilige Stoel en zal worden verheven tot aartsbroederschap op 27 augustus 1869. Minder dan tien jaar later zal de vereniging 100.000 leden tellen. Op 25 maart 1877 verschijnt voor het eerst het maandelijks Bulletin van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop.

De metamorfose die de parochie van Mesnil heeft ondergaan is het werk van Onze-Lieve-Vrouw ; maar de pastoor werkt er zelf met grote ijver aan mee. « Ik heb christenen nodig zoals ze door het Doopsel zijn gemaakt. De aanleg is er ; ik zal ze laten grœien en krijg ze ook. Zoals ik ze nodig heb, zo wil God ze : en ik ben de medewerker van zijn genade. Ik zal geen inmenging dulden van de geest van de wereld die de christen vervormt, verzwakt en zelfs met de schijn van religiositeit helemaal dood maakt. Christenen uit één stuk, christenen van het Evangelie, christenen die, verre van zich te verschuilen achter berekenende onwetendheid, naar het licht zoeken om in alles met het licht tot een harmonieus samenspel te komen : dat is mijn program. »

Daarvoor organiseert eerwaarde André lezingen op zondagnamiddag ; hij wil voortdurend zorg dragen voor het onderricht van zijn gelovigen en voor de verduidelijking van hun geloof. Hij becommentarieert de boeken van de Heilige Schrift, de liturgie, de sacramenten. Hij wil zijn gelovigen zelfs de grondbeginselen van het Latijn bijbrengen opdat ze de misgezangen en de Psalmen beter begrijpen : want op zon- en feestdagen komen talloze gelovigen naar de kerk om een deel van het heilig officie (Laudes, Vespers en Completen) te zingen. Het onderricht wordt onderbroken voor momenten van spel ter plaatse, en de zondag wordt afgesloten met een avondgebed waarvan het doel geen geheim is : een einde maken aan de bals en de invloed van de cabarets tegengaan. En na een paar jaar zijn er in Mesnil en omgeving ook geen cabarets en bals meer te bekennen. De bekering is ook te zien aan de eerbaarheid in de manier van kleden. De pastoor bindt de strijd aan met de ijdelheid en de onzedige kleding : « Eerbaarheid, zo zegt hij, is een van de kentekenen van de aanwezigheid van de Heilige Geest in een ziel. Mannen zullen in het algemeen niet kuis kunnen zijn als vrouwen niet zedig zijn. » In 1878 zal hij de kordaatste vrouwen bijeenbrengen in het “Genootschap van de met doornen gekroonde Jezus”.

De “wraak” van Maria

Het zou evenwel onjuist zijn te denken dat deze beweging geen tegenstand heeft gekend. Er zijn binnen de dorpsgemeenschap ook mensen die niets van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop willen weten : jeugdige vrijdenkers vormen een “tweede parochie” in een tot danszaal omgetoverde boerenstal, waarin ze de erediensten op een bespottelijke manier na-apen. Onze-Lieve-Vrouw neemt op haar manier wraak : op een zondag in de Mariamaand van 1854, terwijl de jongelieden op weg zijn naar hun pleziertjes, maakt de aanvoerder pas op de plaats en besluit terug naar huis te gaan. De metgezellen die de spot met hem drijven hebben geen vat op hem. Naderhand zal hij daarover zeggen : « Het was alsof de medaille van de Heilige Maagd op mijn hoofd was gevallen ». Hij begint de rozenkrans te bidden en gaat vervolgens in de maand oktober te biecht. Uiteindelijk wordt hij monnik in de abdij La Pierre-Qui-Vire.

Ondanks deze tekenen zal eerwaarde André zijn parochianen niet unaniem achter zich weten te scharen. Uit heel het bisdom en van nog veel verder stromen de mensen toe, aangetrokken door de faam van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, door de sfeer van gebed die er heerst, door de schoonheid van de viering van haar feest. Langzaam maar zeker wordt het feest van de vierde zondag van oktober het onderwerp van een bedevaart, en de een na de ander schrijft zich in voor het Eeuwigdurend Gebed. In zijn bulletin van november 1861 zal de pastoor schrijven : « »Je gaat dáár op bedevaart waar een bron is, een wonderdadige bron. Een paar weken geleden kwam hier een arme. Hij kwam van verre, uitgerust met twee krukken. Hij kwam een aalmoes vragen en liet ons delen in een paar van zijn overwegingen : “Oh, komt men hier op bedevaart ? Ja, in de maand oktober. Oh, hebt u dan ook een bron ?” U hebt een bron ! Dat is de echte goede verklaring van de bedevaart naar Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop. Hoeveel zielen dorsten naar de genade van God, naar de vertroosting van boven, en komen hier omdat ze geloven er een bron te vinden. En van allen die er naartoe zijn gekomen heeft nog nooit iemand gezegd : ik ben in mijn verwachtingen teleurgesteld. Ja, er is een bron in Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, in haar die de Kerk “Mater, fons amoris” noemt : Maria is moeder, moeder en bron van liefde. » Hierin ligt de genade die eigen is aan deze devotie : Maria openbaart zich hierin als bekerende almacht, Koningin van de harten.

Monastiek leven

De grote toestroom van bedevaartgangers en de slechte staat waarin de parochiekerk zich bevindt leiden ertoe dat er een nieuw heiligdom gebouwd gaat worden. De bouw zal een tiental jaren in beslag nemen. Daar is het voor de Heilige Maagd nog niet mee afgelopen, zij zal ook de wensen die pastoor André het dichtst aan het hart liggen vervullen. Hij had zich altijd al tot het monastiek leven aangetrokken gevoeld. In 1864 lukt het hem om in het dorp zelf een klein klooster te stichten en neemt dan de naam Pater Emmanuel aan. In 1886 sluit het klooster zich aan bij de Italiaanse Benedictijner Congregatie Monte Olivetti. Nadat hij vanaf 1899 is ontlast van de zorg voor zijn parochie maakt Pater Emmanuel tot zijn grote smart in 1901 de ontbinding mee van zijn communauteit, die zoals zovelen te maken kreeg met de rigoureuze toepassing van de scheiding van Kerk en Staat. Wanneer hij sterft op 31 maart 1903 wordt het klooster gerechtelijk failliet verklaard. In 1920 vestigt zich er opnieuw een communauteit in. In 1948 zullen de monniken weer vertrekken om de abdij van Bec-Hellouin nieuw leven in te blazen. Een aantal monniken keert in 1976 weer terug naar Mesnil. Hoewel het leven van Pater Emmanuel zo in armoede is geëindigd, blijven de devotie voor Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop, de bedevaart en de parochie springlevend.

In 1923 krijgt het bisdom Troyes van Rome toestemming het feest van Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop ieder jaar in heel het bisdom op 23 oktober te vieren. De aartsbroederschap telt meer dan 150.000 aangesloten leden en de bisschop stelt vast dat het Eeuwigdurend Gebed nog altijd veel goed doet. Men kan zich ook vandaag nog aansluiten bij de aartsbroederschap van het Eeuwigdurend Gebed door zich tot het parochiehuis (Place du Père-Emmanuel, F-10190 Mesnil-Saint-Loup), te wenden.

Op 6 juli 1952 gedenken in Mesnil-Saint-Loup meerdere bisschoppen de honderdste verjaardag van de aartsbroederschap, een dag van dankzegging omdat Onze-Lieve-Vrouw van de Heilige Hoop in honderd jaar ontelbaar veel zielen heeft bekeerd. Ter gelegenheid van de 150e verjaardag, op 7 juli 2002, is een mis gevierd om dank te zeggen voor de vele weldaden en te vragen dat deze blijvend vrucht mogen dragen.

Ons die tegenwoordig leven « in een wereld zonder hoop » (Benedictus XVI, Spe salvi, nr. 42), is de Moeder van de Heilige Hoop altijd genegen de genade van de bekering te verlenen ; ze wacht slechts op ons “kleine gebed” om van ons getuigen en apostelen te maken van de Hoop die niet teleurstelt ! (cf. Rom 5, 5).

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques