Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
24 juni 2013
Geboorte Sint-Jan de Doper


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

«Juist de wetten van het Evangelie en de geboden van Christus leiden tot vreugde en geluk: dat is de waarheid die Philippus Neri verkondigt onder de jongeren die hij ontmoet tijdens zijn apostolisch werk. Deze verkondiging werd ingegeven door een intieme Godservaring, met name opgedaan tijdens het stil gebed» (Gelukzalige Johannes Paulus II, 7 oktober 1994, ter gelegenheid van de vierhonderdste verjaardag van de dood van de heilige). Weinig mensen hebben zo’n uitgesproken, diepgaande en duurzame stempel gedrukt op de stad Rome als Philippus Neri, de “Godsgek”. Hij heeft evenwel nooit een belangrijke plaats in de Kerk ingenomen. Maar zijn aanzienlijke persoonlijke uitstraling is vandaag de dag nog waarneembaar.

Philippus is op 21 juli 1515, als tweede in een gezin van vier kinderen geboren in Florence, in Toscane. Zijn vader, Francesco, is notaris. Zijn moeder, Lucrezia, overlijdt wanneer hij vijf jaar is. Zij wordt in het huisgezin weldra vervangen door Alessandra, tweede echtgenote van Francesco, die het kind bijzonder teder behandelt. Florence was destijds de hoofdstad van de kunsten en de bankiers die tot in de wijde omtrek haar uitstraling heeft. Al heel jong komt Philippus, die opviel door zijn speels en onderdanig karakter, in contact met de Paters Dominicanen van het San Marco klooster. Daar ondergaat hij een tweevoudige invloed: die van de kunstzinnige schoonheid, dankzij de muurschilderingen die zijn gemaakt door de gelukzalige Fra Angelico en die van Savanarole, de dominicaan die de stad dertig jaar tevoren met zijn prediking in rep en roer bracht. Philippus houdt er een vurige liefde voor Jezus en de roep om bekering aan over, maar in tegenstelling tot de geëxalteerde Savanarole, is hij een toonbeeld van evenwicht en zachtmoedigheid.

Na de “plundering” van Rome toen de stad werd leeggeroofd door de keizerlijke landsknechten, in 1527, gevolgd door de beroving van Florence, in 1530, wordt Philippus naar een rijk familielid gestuurd dat fortuin had gemaakt in de textiel. Daar begint hij een leven vol rentabiliteitsberekeningen van stoffen en wolgoed waarin het enkel op winst aankomt. Weldra vraagt de jongeman zich in zijn verwarring af hoe men op geoorloofde wijze zoveel geld kan vergaren terwijl er zoveel armen zijn. Hij besluit zijn gulle weldoener te verlaten om in Rome een meer evangelisch leven te gaan leiden. Daar wordt hij opgevangen door een Florentijnse stadgenoot, directeur van het tolkantoor, wordt huisonderwijzer van de twee zonen van zijn gastheer en leidt een zeer ascetisch leven, zich voedend met olijven, brood en water. Rome herrijst met moeite uit de verwoestingen van de verschrikkelijke plunderingen van 1527. Het is een stad met een slechte naam; het is evenwel ook de plek van geestelijke stromingen die tekenen van een wederopleving van het godsdienstig leven te zien geeft. Philippus profiteert van de nabijheid van de pauselijke Universiteit van Rome, de “Sapientia”, om er wijsbegeerte en godgeleerdheid te studeren, niet door het volgen van een systematisch programma, maar door de stoffen uit te diepen die het nuttigst zijn om mensen te helpen die zich tot hem zullen wenden.

In vuur en vlam van naastenliefde

De jongeman gaat vaak ’s nachts naar de catacombe  van H. Sebastianus om er te bidden. Daar verleent de H.Geest, op de vooravond van het Hoogfeest van Pinksteren in 1544, hem een uitzonderlijke genade: hij voelt hoe zijn hart van naastenliefde in vuur en vlam staat en ziet een vlam in de vorm van een wereldbol zijn mond ingaan; hij voelt hoe die vlam doordringt tot zijn hart waardoor hij intens begint te trillen. Deze genade zal zijn weerslag hebben op heel zijn verder leven daar zijn hart als het ware vergroot werd door de liefde van God. Tijdens een medisch onderzoek voor een onschuldige bronchitis zal een dokter tot zijn stomme verbazing vaststellen dat er ribben zijn gebroken door de fysieke vergroting van het hart. Vervolgens zal Onze-Lieve-Heer Philippus vaak begunstigen met extases en bovennatuurlijke gaven.

Philippus put uit zijn lange uren van gebed een intense liefde voor de naaste die hem ertoe brengt de ziekenhuizen te bezoeken en een gedegen bekwaamheid als verpleger op te doen. Destijds was dat een vorm van ambtsbeoefening die bijna heldhaftig is te noemen, gezien de staat waarin de instellingen van zorg voor de armen verkeren; de jongeman begrijpt evenwel al spoedig dat de zieken er vooral behoefte aan hebben zich bemind te voelen. Hij zorgt ook voor de arme, zieke pelgrims die in Rome komen en voor wie hij, met zijn biechtvader, Persiano Rosa, een opvanghuis opent. Hij ontvangt er weldra ook herstellenden die, zodra hun toestand zich begint te verbeteren, uit de ziekenhuizen worden verjaagd om plaats te maken voor anderen en dan vaak op straat staan, met groot risico opnieuw ziek te worden. Dit werk breidt zich dermate uit dat hij in 1548 de “Broederschap van de Drie-eenheid van de Pelgrims” opricht.

Tijd om goed te doen

Philippus Neri ontmoet regelmatig H. Ignatius van  Loyola en zijn eerste metgezellen, vooral H.Franciscus Xaverius. Hij overweegt zelfs even zich bij hen te voegen. Dankzij zijn invloed wordt de zogeheten “Veertig Uren” eucharistische devotie, een tijd van aanbidding ter herstel van de schandalen als gevolg van de carnavalsfeesten, in Rome geïntroduceerd. Hij neemt deel aan het organiseren van groepen voor die aanbidding en maant degenen die hun tijd van stil gebed beëindigd hebben aan met de woorden: «Ga maar, uw gebedstijd is voorbij, maar niet die om goed te doen.»

Overtuigd door zijn biechtvader en ondanks het verzet dat hij uit eigen nederigheid biedt tegen het priesterschap, wordt hij op 23 mei 1551, op 35 jarige leeftijd gewijd. Bewust van zijn onwaardigheid stelt hij de viering van zijn eerst Mis uit, maar langzaam maar zeker begint hij het H.Misoffer te beschouwen als een goddelijk geluk en de meest sublieme daad die een mens kan volbrengen. Daar zijn extases en levitaties steeds veelvuldig optreden vermijdt hij het evenwel de mis in het openbaar te vieren. Anderzijds maakt het toedienen van het sacrament van Boetvaardigheid zijn ambtsuitoefening onder de hem toevertrouwde zielen veel vruchtbaarder. Vanaf 1551 vestigt hij zich in de priestergemeenschap van San Girolamo della Carità. Van ’s morgens vroeg tot het middaguur neemt hij in de kerk de biecht af; vervolgens viert hij de heilige mis, ontvangt mensen en neemt opnieuw biecht af in zijn kamer. Hij weet zijn biechtelingen op hun gemak te stellen en hun meteen het gevoel te geven dat hij hen welwillend en met priesterlijke naastenliefde wil bejegenen, tot iedereen sprekend namens Onze-Lieve-Heer, met de raadgeving veelvuldig ter communie te gaan. De mensen komen opgelucht en gesterkt weer bij hem vandaan. Het aantal gelovigen neemt gestaag toe. Maar zijn invloed komt hem te staan op vervolgingen en laster; hij wordt dan overvallen door een diepgaande ontreddering en een intens gevoeld lijden, wanneer hij bedenkt dat zijn tegenstanders verhinderen dat het goede wordt volbracht . «O, Jezus, zegt hij in zijn gebed, ik heb U onophoudelijk gevraagd mij de deugd van geduld te geven, waarom staat U mij die niet toe? Waarom laat U toe dat ik zo vaak wordt overvallen door ongerustheid, woede en ongeduld?» Zijn vraag is terecht want, zoals H.Teresia van Avila het benadrukt in een beroemd gedicht: «Geduld bereikt alles.»

Philippus Neri weet jonge mensen om zich heen te verenigen. Hij beheerst de kunst moeilijke dingen uit te leggen, maar weet ook hoe hij zijn gehoor moet laten deelnemen aan het gesprek. Zijn soms gedurfde humor levert hem de achting van vele jonge nieuwsgierigen die zich weldra laten meeslepen in het kielzog van zijn vurig geloof. Op een dag geeft een student hem een uiteenzetting van zijn dromen en ambities en de heilige volstaat met hem te antwoorden door een vraag, altijd dezelfde, te stellen: «En dan?» De jongeman ziet uiteindelijk in hoe ijdel zijn plannen zijn wanneer men ze weegt met de maat van de eeuwigheid.

In zijn vastenboodschap van 2012 schreef Paus Benedictus XVI: «Ik wil graag een aspect van het christelijk leven in herinnering brengen dat naar mijn mening in onbruik is geraakt: de broederlijke vermaning met het oog op het eeuwig heil. In het algemeen is men tegenwoordig erg gevoelig voor het thema zorg en naastenliefde ter wille van het fysieke en materiële welzijn van de naasten maar er wordt hoegenaamd niet gesproken over onze geestelijke verantwoordelijkheid voor onze broeders en zusters... In gemeenschappen met een waarlijk rijp geloof bekommert men zich niet alleen om de lichamelijke gezondheid van de naaste, maar ook om die van zijn ziel met het oog op zijn uiteindelijke bestemming».

In Zijn Naam verenigd

Op de bijeenkomsten voor de jongeren wordt gespro- ken over de Heilige Schrift, vooral over het Evangelie van H.Johannes, maar ook over spirituele schrijvers zoals Jean Cassien, H.Gertrude, enz. Ieder mag vrijelijk zijn mening geven over de gelezen passage, onder het toeziend oog van Philippus; deze is er diep van overtuigd dat de H.Geest volop werkzaam is op die bijeenkomsten; want waar er twee of drie verenigd zijn in mijn Naam, daar ben Ik in hun midden, heeft Jezus beloofd ( Mt 18, 20). Stap voor stap krijgen de jongeren hun vorming voor het spiritueel leven, waarborg voor geestdrift en vernieuwing der harten. Het is de geboorte van het “Oratorium”. Deze term duidt eerst op het lokaal waar men bijeenkomt om te bidden, vervolgens op de groep van hen die er regelmatig komen en met “Oratorianen” worden aangeduid. De bijeenkomsten bestaan uit twee zittingen, één voor het gebed en één voor overweging op vier gebieden: Kerkgeschiedenis, Heiligenlevens, vraagstukken die de moraal betreffen, tenslotte het stil gebed met zijn moeilijkheden. De jongeren bereiden zelf de exposé’s voor; Philippus wenst dat er wordt gesproken over concrete zaken uit de realiteit die worden geïllustreerd met ervaringen die men uit de heiligenlevens of uit de Kerkgeschiedenis heeft gehaald. Na de bijeenkomsten neemt hij zijn volgelingen mee op bezoek aan een kerk of een ziekenhuis; vervolgens zit iedereen weer in de open lucht, op de Janicule Berg bijvoorbeeld. Daar lopen de muzikale recreaties spoedig uit op ware concerten, dankzij de deelname van musici als Palestrina en leden van de pauselijke kapel. Die muziek van de eerste klasse trekt op haar beurt weer andere mensen aan. In zijn overtuiging dat het schone tot het goede leidt neemt Philippus Neri kunst op in zijn educatief plan en bevordert initiatieven die naar het ware en het goede voeren.

Onder de bekende personen voor wie Philippus de vertrouwensman is, rekent men Gianni Battista Salviati, verre neef van koningin Catharina de Medici. Deze bekeert zich en ruilt zijn leven van weelde in voor een uiterst nederig bestaan; de heilige moet tussenbeide komen om hem van al te veel verootmoediging te weerhouden.

Cesare Baronius wordt al jong lid van het Oratorium, in 1557. Philippus die begrijpt met wat voor ziel hij te maken heeft, onderwerpt hem aan een reeks beproevingen die hem geduld en nederigheid bijbrengen. Vervolgens adviseert hij hem – met apologetische bedoelingen ten opzichte van de protestantse geschiedschrijving – Kerkgeschiedenis te gaan studeren waarin hij zal uitblinken, met name door de Kerkelijke Annalen, een monumentaal oeuvre dat een van de grondvesten zal worden van de moderne wetenschap van de kerkgeschiedenis. Later zal hij tot kardinaal worden gecreëerd.

Gabriele Tana, een door tbc aangetaste jongeman, komt tegen zijn ziekte in opstand. Hij gaat door een periode waarin hij ten prooi dreigt te vallen aan de wanhoop en waarin hij wordt geconfronteerd met geestelijke leegte die gepaard gaat met duivelse visioenen. Philippus brengt weer vrede in zijn ziel: de jongeman hervindt rust en wanneer hij op sterven ligt geeft hij blijk van grote vreugde. Philippus Neri wordt vaak aan het bed van stervenden geroepen. De uitwerking die zijn aanwezigheid heeft is indrukwekkend en gaat veelvuldig samen met wonderbaarlijke genezingen. Met zijn volgelingen gaat hij vaak op ziekenbezoek en zijn jongeren stuurt hij uit om aan de kerkpoort te gaan bedelen voor de armen, hetgeen niet bepaald gemakkelijk is voor heren die naar de laatste mode zijn gekleed.

Ingetogen en blij

Vanaf 1559 begint Philippus met de pelgrimstochten  naar de zeven grote basilieken van Rome, in de geest van boetedoening. De sfeer wordt gekenmerkt door ingetogenheid en geestelijke blijheid. In het begin nemen zo’n dertigtal jongeren deel aan deze pelgrimstocht, maar later worden het honderden en zelfs duizenden. Aan de vooravond begint men met een bezoek aan de Sint-Pieter; de volgende dag zit men in de Sint-Paulus, vervolgens in de catacombe van Sint-Sebastianus, in de Sint-Jan van Lateranen, in het Heilig Kruis van Jeruzalem, in de Sint-Laurentius buiten de Muren en tenslotte in de Santa Maria Maggiore. In dezelfde tijd wordt er opnieuw gedebatteerd over Savonarole en sommigen willen dat zijn werken worden veroordeeld. Mede dankzij Philippus wordt dit plan losgelaten, maar zijn stellingname heeft de aandacht op hem gevestigd en heeft hem verdacht gemaakt in de ogen van hen die weinig waardering hebben voor Savonarole. De kardinaal-vicaris (dat wil zeggen de vicaris van de Paus voor het bisdom Rome) komt tussenbeide en, gezien hij vreest dat de grote processies van het Oratorium uitlopen op rellen, legt Philippus twee weken lang een verbod op om samenkomsten te organiseren of biecht te horen. De heilige onderwerpt zich en ontraadt zijn getrouwen tegen de beslissingen van het kerkgezag te protesteren: «Voor mij zijn de bevelen van mijn meerderen altijd voor al het overige gegaan en ik houd ervan gehoorzaam te zijn.» Toen de kardinaal-vicaris plotseling kwam te sterven zijn alle sancties opgeheven.

Het komt voor dat de Kerk, in de persoon van haar dienaren, haar kinderen leed bezorgt. Onder dergelijke omstandigheden weten de heiligen haar trouw te blijven. Het geloof herinnert hun eraan dat «in Christus onze Heer, de bruidegom, en de Kerk, zijn bruid, het een en dezelfde Geest is die ons bestuurt en leidt naar het heil van onze ziel. Want door dezelfde Geest en Heer die de tien geboden gaf, wordt ook onze heilige Moeder de Kerk geleid en bestuurd» (Geestelijke Oefeningen van H. Ignatius van Loyola, 365).

Een delegatie van Florentijnen, zijn landgenoten, vraagt Philippus Neri de zorg voor de kerk San Giovanni dei Fiorentini, op de oevers van de Tiber, op zich te nemen; er vestigt zich een gemeenschap van het Oratorium. Overweldigd door het aantal mensen dat een beroep op hem doet, heeft de stichter inderdaad een paar van zijn oud-leerlingen uitgenodigd zich op hun beurt te laten wijden om zich aan de volgelingen van het Oratorium te wijden. Hij geeft hun geen Regel: daarvoor in de plaats biedt hij hun geestelijke leiding, samen met enkele voorschriften die in alle eenvoud van gezond verstand getuigen.

Bekritiseerde voorkeur

In 1567, onder Paus H. Pius V, loopt een onverkwikke- lijk complot bijna uit op opheffing van het Oratorium. Heilige Carolus Borromeus, destijds aartsbisschop van Milaan, slaagt erin deze stichting te redden. Twee dominicanen die op bevel van de Paus naar de preken van Philippus waren komen luisteren, zijn er zo tevreden over en er tevens door gesticht dat ze na hun opdracht blijven komen om naar de preken te luisteren. Zeven jaar later start een jongeman die het Oratorium wegens wangedrag is uitgezet een lastercampagne. De voorkeur van de stichter voor het spectaculaire en zijn grappen, twee middelen die hij voor zijn apostolaat graag aanwendt, zijn het voorwerp van kritiek. Philippus vindt het erg droevig; de vervolgingen van zijn persoon raken hem altijd ten diepste. Na de dood van H.Pius V, vertrouwt de nieuwe Paus, Gregorius XIII aan het Oratorium een vervallen en aan Maria gewijd kerkje toe, de Santa Maria in Vallicelli. Weldra blijkt dat het noodzakelijk is de kerk geheel en al te herbouwen. De architect slaat de schrik om het hart: «Hoe bouw je zo’n belangrijke kerk?» Maar toen men op de door de heilige aangegeven plaats begon te graven trof men een stevige muur aan die uitstekend als fundering kon dienen.

In 1575 wordt het Oratorium officieel opgericht door de Paus en in 1577 wordt de stichter gekozen voor de taak van generaal-overste. De postulanten stromen toe. Philippus ziet niet graag dat het Oratorium buiten Rome uitwaaiert. Er komen echter toch stichtingen van een onafhankelijk Oratorium tot stand in San Severino, Milaan, Padua, enz. die het huis in Rome als voorbeeld nemen, maar zich er niet aan onderwerpen. In 1586 spreekt de voltallige vergadering van het Oratorium zich evenwel uit ten gunste van een stichting in Napels. Vervolgens ontwikkelt deze stichting zich in de richting van een meer aan regels gebonden religieus leven, in tegenstelling tot het Oratorium van Rome dat de informele stijl van zijn stichter behoudt.

In maart 1583 wordt Paolo Massimo, veertienjarige zoon uit een adellijk gezin, ernstig ziek; Philippus bezoekt hem elke dag. Wanneer hij op sterven ligt laat de jongeling Philippus bij zich komen. Omdat hij aankomt als deze reeds dood is, drukt de heilige hem aan de borst, begint te bidden en roept hem tweemaal bij zijn naam. De jongen opent de ogen. Philippus vraagt hem of hij wil leven of liever wil sterven. De jongen antwoordt duidelijk verstaanbaar dat hij liever sterft: «Ga! zegt Philippus tegen hem, wees gezegend en bid voor mij», en Paolo overlijdt. Tot op de dag van vandaag wordt de gebeurtenis ieder jaar op 16 maart in het Massami paleis, dichtbij de Piazza Navona, gevierd. Deze opwekking en andere buitengewone genezingen worden snel bekend in de stad; zij dragen bij tot de faam van heiligheid van Philippus Neri, die allerlei buitenissige dingen bedenkt in een poging zijn mensen hun dwaling te doen inzien. Hij vindt het verrukkelijk te horen dat men over hem zegt: «Moet je die oude gek zien!» Hij schrijft zijn metgezellen en boetelingen ook voor om die en die vernedering te ondergaan, om zich voor hovaardigheid te behoeden. In 1590 biedt hij Gregorius XIV, nieuw gekozen Paus, het hoofd, als deze hem wil verheffen tot het kardinaalschap.

Philippus Neri kent een grote waarde toe aan de sacramenten. «De biechtvaders, zo zegt hij, moeten hun boetelingen doordringen van iets van de tederheid van Gods liefde... Probeer altijd de zondaars naar God te voeren door uw beminnelijkheid en uw liefde... Probeer hun die liefde van God bij te brengen die als enige in staat is werkelijk grote dingen te volbrengen». De liefde van Christus is de basis van het apostolaat van de heilige, dat wordt gekenmerkt door beminnelijkheid en zachtmoedigheid: vriendelijk verwelkomt hij iedereen die op zijn pad komt, hij weet te luisteren, zich te verheugen met hen die blij zijn, is bedroefd met hen die treuren. Een depressieve religieuze verklaart dat ze is verloren. Philippus verklaart: «Ik zeg je dat je voor het paradijs bent bestemd en ik zal het je bewijzen. Zeg me eens voor wie Christus is gestorven. – Voor de zondaren. – Precies. En wie ben jij? – Een zondares. – Dan is het paradijs voor jou want je hebt spijt van je zonden.» Voor hem hoort nederigheid bij liefde: «We moeten voor alles zeer nederig zijn», herhaalt hij vaak ten overstaan van zijn leerlingen. Hij weet dat we in het geestelijk leven «afdalen als wij ons verheffen (door de hoogmoed) en wij door nederigheid omhoogklimmen» (Regel van H.Benedictus, hfdst. 7). Hij beoogt de heiliging van allen: «Zij die in de wereld leven, zo verklaart hij, moeten proberen tot heiligheid te geraken in hun eigen huis. Het leven aan het hof, het beroep, het werk zijn geen belemmeringen voor hen die God willen dienen».

«Ik weet wat ik zeg!»

Wanneer zijn gezondheid steeds meer achteruit gaat  neemt Philippus Neri in december 1593 ontslag uit zijn functie als generaal-overste en kiest de voltallige vergadering van het Oratorium Baronius als zijn opvolger. Maar de heilige gaat door met mensen ontvangen op zijn kamer en gaat van tijd naar beneden naar de kerk om de biecht van drie of vier arme oude vrouwen te horen. Wanneer zijn krachten het hem toestaan gaat hij op bezoek bij vrienden die het moeilijk hebben of bij zieken voor wie hij een cadeautje meebrengt. In de lente van 1594 verschijnt de Heilige Maagd hem in zijn kamer. Tegenover de artsen verklaart hij: «Ik heb u niet meer nodig. De Madonna heeft me genezen», hetgeen juist blijkt te zijn. Philippus heeft altijd grote devotie voor de Heilige Maagd gehad: «Kindertjes, wees Maria-devoten, is zijn geliefde aanbeveling: ik weet wat ik zeg! Wees Maria-devoten!»

Een jaar later, op 12 mei 1595, heeft hij een ernstige malaise en verliest het bewustzijn. Wanneer hij de heilige Eucharistie ontvangt, uit handen van eerwaarde Baronius, komt hij plotseling weer bij en zegt: «Hier is mijn God! Geef Hem mij snel!» Op de ochtend van 26 mei, Sacramentsdag, vraagt hij heel vroeg dat zij die bij hem willen biechten worden binnengebracht. Overdag merkt de arts op: «Ik heb u nog nooit in zo goede gezondheid gezien!» De volgende ochtend doet zich een nieuwe malaise voor en al zijn broeders verschijnen aan zijn ziekbed. Eerwaarde Baronius beveelt de ziel aan God aan en vraagt om de zegen van de stervende. Philippus heft de hand op en houdt die positie enige ogenblikken aan terwijl zijn ogen ten hemel zijn opgeslagen; vervolgens is zijn hand weer neergedaald en zijn de ogen gesloten en ademt hij even rustig uit als iemand die slaapt.

Gregorius XV heeft hem op 12 maart 1622 heilig verklaard. Zijn lichaam wordt in een glazen kist gelegd en bewaard in “zijn kerk” Santa Maria in Vallicelli. Toen de heilige stierf telde men in Italië zeven Oratoria. Nu bestaat er een federatie van ongeveer 80 communauteiten die “Congregatie van het Oratorium” heet en die ongeveer 500 over 19 landen verdeelde religieuzen telt.

Deze heilige van de vreugde heeft in een moeilijke tijd van de kerkgeschiedenis geleefd (verslapping van de moraal onder talloze leden van de clerus, Protestantse Hervorming en politieke omwentelingen), maar hij leert ons dat de Kerk die op Petrus is gegrondvest (cf. Mt 16, 18), nooit ophoudt de beloften van het eeuwig leven in zich te dragen.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques