Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Aquesta carta en català]
[Questa lettera in italiano]
9 november 2011
feest van de Wijding van de Basiliek van Lateranen


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

«Men kan een zeer volledige «intellectuele» kennis bezitten van  het christendom en er toch niet van «leven» . Wat men moet  proberen te bereiken is de volheid van het innerlijk leven, het innerlijk geloof dat de ziel omvormt en juist die gave moet men voortdurend aan God vragen Die de enige is die ons deze kan verlenen». Deze diepzinnige woorden van Elisabeth Leseur, gericht aan een vriendin, geven ons een kijkje in haar ziel; zij verklaren en verduidelijken haar eigen geestelijke levensweg.

Elisabeth is op 16 oktober 1866 als eerste kind van Antoine en Marie-Laure Arrighi in Parijs geboren. Drie jongens en een meisje zullen na haar geboren worden. Haar vader, van oorsprong Corsicaan, is doctor in de Rechten; dankzij zijn degelijke instelling, bekleedt hij in het Paleis van Justitie een benijdenswaardige positie. Haar moeder leert haar kinderen bidden en maakt dat ze zich openstellen voor de liefde van God. Elisabeth schrijft een eerste dagboek waarin zij op 14 november 1877 noteert: «Gisteren ben ik voor de derde keer op catechismusles geweest! Oh! Daar heb ik grote belangstelling voor!... Ik ben heel blij, want deze week ga ik te biecht; daar heb ik grote behoefte aan.» Ze stelt een levensregel voor zichzelf op en doet haar best om iedere dag te mediteren voor zover haar leeftijd dat toelaat. Ze put er het verlangen uit haar tekortkomingen te verbeteren, maar dat is niet gemakkelijk. «Eigenlijk niet dus! Ik ben niet braver, integendeel, zo schrijft ze... Wanneer men iets tegen mij zegt, doe ik juist het tegenovergestelde, vooral met Pierre (haar broer)... Ik wil nooit toegeven dat ik ongelijk heb.» In mei 1879 doet zij haar eerste communie en ontvangt het sacrament van het Vormsel. Haar uitgesproken voorkeur voor alles wat intellectueel en artistiek is belet haar niet de ernst van het leven uit het oog te verliezen: «De predikpater heeft het gehad over de opdracht van christelijke meisjes en jonge vrouwen, zo schrijft ze tijdens een retraite. Hij zei ons dat deze opdracht goddelijk was. Wij konden tijdens ons verblijf op aarde veel goed of veel kwaad doen... Hij zei ons ook dat we uit moesten kijken voor zelfzucht, het alleen aan zichzelf denken.» Elisabeth is ongeveer twintig wanneer ze Félix Leseur leert kennen.

Félix is op 22 maart 1861 als derde kind in een welgesteld gezin in Reims geboren. Zijn vader, een briljant advocaat is lid van verscheidene katholieke groeperingen. Zijn moeder, vrouw van grote vroomheid, heeft een huisgezin weten te stichten waarin men van elkaar houdt en men ook aan een ander weet te denken. Félix brengt zijn schooljaren door in katholieke instellingen. Als verwoed lezer verslindt hij in het geheim de libertijnse schrijvers van de XVIIIe eeuw en de grote romanschrijvers van de XIXe eeuw. Hij houdt hartstochtelijk van aardrijkskunde en richt zich op een loopbaan in dienst van de Franse koloniën. Hij studeert echter eerst geneeskunde in Reims, in een milieu van overtuigde materialisten, hij doet dat in het belang van de verre streken waarheen hij hoopt te worden gestuurd. Hijzelf komt zo ver dat hij ieder dogma verloochent en iedere godsdienstige overtuiging laat varen. Zolang hij echter nog deel uitmaakt van de familie, breekt hij niet openlijk met de Kerk, uit angst zijn ouders verdriet te doen. Hij maakt zijn opleiding aan de Faculteit Geneeskunde van Parijs af. De sfeer van koortsachtige activiteit van de hoofdstad vindt hij meteen prettig; overal valt iets te leren en te genieten voor hem: schouwburgen, concerten, kunstkringen... Hij schrijft artikelen voor de krant over de koloniën waarin te zien is hoe groot zijn kennis van zaken en hoe trefzeker zijn oordeel zijn. In een paar overtuigende en goed gedocumenteerde regels plaatst hij de feiten in een perspectief dat het publiek zou kunnen interesseren.

Dezelfde voorkeuren

Via vrienden leert hij Elisabeth Arrighi kennen die hij  waardeert om haar blijmoedigheid, scherpzinnigheid, gedistingeerde manieren, zeer verfijnde gevoeligheid en zeer breed georiënteerde algemene ontwikkeling. Ondanks een verschil van zienswijze op godsdienstig gebied, delen beide jonge mensen dezelfde voorkeuren, dezelfde reacties op wat in de wereld gebeurt, dezelfde intellectuele nieuwsgierigheid. Ze verloven zich op 23 mei 1889. Enige tijd daarna geven de ouders van Elisabeth Félix te verstaan dat zij nooit zouden accepteren dat hun dochter met hem naar de overzeese gebiedsdelen zou gaan. Hij ziet dan af van een loopbaan in de koloniën om met Elisabeth te kunnen trouwen. Deze blijk van ware, diepgaande liefde evenals de belofte van Félix haar volkomen vrij te laten in de uitoefening van haar godsdienst geven Elisabeth de hoop dat zij hem zal kunnen helpen naar het geloof van zijn kinderjaren terug te keren. Het huwelijk vindt plaats op 31 juli 1889. Tegen het einde van de zomer krijgt Elisabeth last van een abces aan het darmkanaal. Ze zal er pas na maanden geheel van herstellen en de kwaal zal heel haar verder leven sporen nalaten.

In maart 1892 treedt Félix in dienst bij een dagblad, «La République Française», dat uitgesproken antiklerikaal is. Daarin publiceert hij artikelen over de buitenlandse politiek en de koloniën. In oktober 1894 wordt hij redacteur bij de «Siècle», eveneens een zeer antiklerikale Parijse krant. Korte tijd daarna wordt hij benoemd tot lid van de Hoge Raad voor de Koloniën, met een verblijfsadres in Afrika. Maar Félix weigert deze baan en treedt toe tot de raad van beheer van een grote verzekeringsmaatschappij waarvan de broer van mevrouw Arrighi de directeur is. Weldra neemt hij de plaats van deze oom in.

Proberen niet te geloven

De echtelieden Leseur leiden een zeer werelds  bestaan. Elisabeth begint genoegen te scheppen in laat thuiskomen, diners in de nieuwste populaire restaurants en schouwburgbezoek. Bedwelmd door deze materialistische sfeer zoekt Félix «naarstig naar redenen om niet te geloven, zoals een echte christen op zoek is naar zijn redenen om wel te geloven.» Hij heeft een verzameling boeken aangelegd waarin alle grote meesters van de vrijdenkerij, het modernisme en het protestantisme zijn vertegenwoordigd. Langzaam maar zeker wordt hij onverdraagzaam en zelfs agressief jegens de overtuigingen van zijn vrouw. De liefde die de echtelieden voor elkaar koesteren en de gemoedelijkheid binnen het huisgezin worden door deze vergaande onenigheid evenwel niet aangetast. Elisabeth van haar kant breidt haar algemene ontwikkeling verder uit, met name door haar studie Latijn, Russisch en Italiaans. Maar ze leest ook schrijvers wier gedachtegoed een vernietigende invloed hebben op haar geloof en het komt zover dat zij de gewoonte verliest zich regelmatig in stil gebed terug te trekken.

Van 1893 tot 1897 maken Félix en zijn echtgenote lange reizen naar het buitenland: Rome, Algerije, Tunesië, Duitsland en Oost-Europa. Na terugkeer van de laatste reis geeft Elisabeth ieder relatie met God op. Op een dag in 1898 zegt ze tegen haar man: «Ik heb niets meer te lezen. Geef jij me iets.» In de hoop haar geloof volledig teniet te doen stelt Félix haar de werken voor van Renan, een briljant, maar rationalistische schrijver. Elisabeth begint met «Het leven van Jezus». Weldra begrijpt ze dankzij haar bijzondere intelligentie en haar gedegen algemene ontwikkeling dat achter de aantrekkelijke stijl een gebrek aan oprechtheid en zwakke hypotheses schuil gaan. Ze neemt de Evangeliën weer ter hand: door het contact met de persoon en het woord van Jezus wordt het intense religieuze leven van haar jeugdjaren weer opgewekt. Geërgerd door de onvoorziene verandering van zijn vrouw wordt Felix dubbel kritisch jegens het christendom en steekt hardnekkig de draak met wat Elisabeth het dierbaarst is. Maar zij verdraagt zachtmoedig alle tegenwerking en doet haar best een toegewijde, liefderijke, zorgzame echtgenote te blijven.

Op 11 september 1899 begint Elisabeth aan een nieuw Dagboek. «Ik ben begonnen met de studie Wijsbegeerte, zo schrijft ze, en dat interesseert me zeer. Deze studie verheldert vele dingen en schept orde in mijn gedachten. Ik begrijp niet dat de opvoeding van alle vrouwen er niet mee wordt bekroond.» Ze overpeinst met regelmaat het Evangelie en leest de geschriften van de Kerkvaders en de heiligen. Door haar kennis van zaken is ze in staat strakke discussies met haar atheïstische echtgenoot of vrienden te voeren; hun argumenten worden even zachtmoedig als oordeelkundig weerlegd.

Hernieuwd door Hem

Van 1899 tot 1901 maken de echtelieden Leseur nieu- we reizen: ze bezoeken Rusland, Klein Azië, Griekenland, Italië, Spanje, Marokko, België en Nederland. Na afloop van de laatste reis gaan ze linea recta naar Parijs, want Elisabeth heeft last van haar lever. In 1902 vestigen ze zich voor de zomer in het huis dat ze in Jougne, in de Jura, hebben laten bouwen. De vredige tijd die ze hier doorbrengen heeft een weldadige invloed op Elisabeths gezondheid. Het jaar daarop gaan ze samen met een bevriend echtpaar naar Rome. De woensdag van de Goede Week ontvangt Elisabeth in de Sint-Pietersbasiliek een tamelijk bijzondere genade na de Communie: «Ik voelde, zo zal ze schrijven, hoe de geprezen Christus in mij leefde, aanwezig was en mij onnoemelijk lief had« Ik voelde me door en door vernieuwd door Hem.» Ze zegt er niets over tegen haar man, in afwachting van het moment dat de genade ook hem deelachtig zal zijn.

Om aan Félix van haar genegenheid blijk te geven schrijft Elisabeth hem in 1904: «Dank voor alles en vooral dat je jezelf bent . En vergeef dat ik mezelf ben, dat wil zeggen iemand die van zichzelf niet veel waard is en alleen een beetje beter is geworden onder de invloed van lijden dat werd aanvaard, en aanvaard dankzij een steun en een kracht die groter is dan de mijne. Om die reden moet je begrip opbrengen voor overtuigingen die door de tijd en door God verdiept zijn, en dankzij welke ik geen verzuurd en zelfzuchtig mens ben geworden.» Maar haar grote gehechtheid aan Félix belet haar niet van tijd tot tijd standpunten in te nemen die haar met hem in conflict brengen. Ze weigert met name het huwelijk van een vriend van hem met een gescheiden vrouw goed te keuren. Félix ontsteekt in hevige woede, maar Elisabeth bewaart haar kalmte en wacht tot ze zich nader kan verklaren. Dit geschil was reden voor de enige ernstige woordenwisseling tussen de echtelieden Leseur in de vijfentwintig jaar van hun huwelijk. Elisabeth houdt veel van haar echtgenoot en verlangt voor alles naar de dag dat hij naar God terugkeert. Ze biedt God alle verdriet aan, alle tegenslagen, alle vernederingen «waar onze dagen zo rijk aan zijn», evenals de pijnlijkste beproevingen van ziekte en moreel leed.

In de lente van 1905 sterft Juliette, de zus van Elisabeth, aan tuberculose. Deze is er diep door aangedaan en in haar ziel voltrekt zich een verandering: ze aanvaardt het lijden met grotere berusting. De geestelijke banden die met Juliette na haar dood blijven bestaan maken dat ze opeens het dogma van de gemeenschap der heiligen begrijpt: «Dankzij dit onvolprezen dogma, zo schrijft ze, kan de meest geïsoleerde, de armste mens, hij die aan een smartelijk ziekbed is gekluisterd of wiens leven bestaat uit nederige zelfverloochening en dagelijks te brengen offers, op anderen een invloed uitoefenen en door de goddelijke genade diegenen bereiken die hij wellicht al handelend niet had geraakt... Geen traan, geen gebed van ons gaat verloren en zij bezitten een kracht waar te veel mensen geen idee van hebben.» Verder zal ze nog schrijven: «Iedere ziel die zich verheft, verheft de wereld.»

Oog krijgen voor verborgen leed

God heeft Elisabeth de vreugde van het moederschap  niet vergund, maar heeft haar een bijzondere vaardigheid geschonken om met kinderen om te gaan. Ze kan ze uitstekend bezighouden, vermaken en aan het werk krijgen. Ze is medewerkster bij de Gezinsunie, een geheel van instellingen die zijn opgericht om arbeidersgezinnen te hulp te komen. Enige tijd later biedt ze haar diensten aan bij de katholieke Volksunie, een werk dat berust op twee beginselen: naastenliefde beoefenen zonder zichzelf daarbij te ontzien; voortdurend de verheffing van de zielen en hun eeuwig heil nastreven, ongeacht de gekozen vorm van naastenliefde. Dankzij deze werken leert Elisabeth het menselijk lijden meer van binnenuit kennen. «Hoe vaak leggen een woord, een gebaar dat niemand opmerkt, een onbekend leed bloot, schrijft ze, en als men daar oog voor zou krijgen zoals men oog heeft voor zoveel dingen die er niet toe doen, zou men heel wat ontdekkingen doen en zich veel gestuntel besparen.» Wat haar zelf betreft, ontvangt ze de mensen die naar haar komen met een glimlach, zelfs wanneer hun bezoek niet gelegen komt.

In juli 1910 gaan de echtelieden Leseur op bezoek in Hôtel-Dieu, het beroemde hospice van Beaune dat wordt beheerd door religieuzes. Er ontstaat een innige band tussen Elisabeth en zuster Marie Goby: de vriendschap van deze zuster, zo schrijft ze aan haar moeder, «geeft mijn leven iets heel lieflijks, en daarbij vergeet ik echt niet een paar ziektes en operaties!» In die jaren lijdt Elisabeth inderdaad aan een chronische leverkwaal die meerdere malen vereist dat ze volledige rust houdt. Wanneer ze begin maart 1911 aan borstkanker wordt geopereerd, biedt ze God haar leven aan. Soms wordt ze zo door het lijden overweldigd dat ze onmogelijk nog iets doen kan: «U weet dat ik onlangs een grote beproeving heb doorstaan, schrijft ze aan zuster Goby. Het was een ware uitputtingsslag met pijn die het onmogelijk maakte nog na te denken of te bidden, ik moest alles loslaten... Zo ontving ik de communie; toen kwam alles inderdaad van Hem, het enige wat ik aan te bieden had was mijn lijden.» Haar eigen lijden maakt haar begripvol voor andermans leed. Aan een vriend die zich bij haar over iets beklaagde schreef ze: «Laat hem die in woorden of in zichzelf zich nog nooit heeft beklaagd u de eerste steen toewerpen; ik zal het niet zijn... Er zijn momenten waarin onze menselijke natuur zo gebukt gaat onder het leven dat zij de kreet uitstoot die de Calvarieberg zelf heeft gehoord en wij ons verlaten wanen... Ik denk dat het lijden zo op u heeft ingewerkt dat het u een vermogen tot medelijden en menselijke sympathie heeft geschonken die u door geluk nooit in die mate zouden zijn gegeven».

In 1912 gaat het echtpaar Leseur naar Lourdes. De aanblik van de zieken maakt indruk op Félix : «Ik zat naast een jonge Spaanse priester, liggend in een wagen omdat hij door verlamming niet meer kon lopen, zo vertelt hij... Bij mezelf zei ik: «Het is misdadig een dergelijke zieke hier naartoe te brengen... Dit is een man die overduidelijk niet zal worden genezen, hij zal diep teleurgesteld naar huis keren...» De zieke werd weliswaar niet genezen maar tot mijn grote verrassing lag er op zijn gezicht een uitdrukking van diepe vreugde en vrede. Toen zei ik bij mezelf: zou er toch iets zijn? Dit is werkelijk vreemd! Als het mij was overkomen, zou ik in opstand zijn gekomen!» Even later merkt Félix zijn echtgenote op die voor de grot zit te bidden: «Onder mijn ogen speelde zich een schouwspel af van iets dat mij ontging, dat ik niet begreep, maar dat ik duidelijk voor ogen had, «iets bovennatuurlijks»... Danig in de war keerde ik terug naar Parijs... Maar in mijn geest werd het allemaal snel uitgewist, ogenschijnlijk tenminste...» Op hetzelfde moment vroeg Elisabeth aan Maria inderdaad om de bekering van haar man. Kort tevoren had ze aan zuster Goby geschreven: «Ik volg met eerbied en ontroering het werk dat God verricht in de ziel van mijn geliefde echtgenoot; het lijkt erop dat Hij bezig is iemand gelovig te maken. Maar om dit laatste te verkrijgen moeten we meer dan ooit onze gebeden en opofferingen met elkaar verenigen.» De daarop volgende zomer voorspelt Elisabeth tijdens een wandeling met zuster Goby haar voortijdige dood, de bekering van Félix en zijn intreden in een klooster.

Bad van vredige rust

In 1913 zaait de kanker zich overal uit. Een novene tot  zuster Theresia van het Kindje Jezus biedt enig respijt. Elisabeth heeft voor de heilige karmelietes een grote devotie waar haar man mee spot: «Wat een kinderachtig gedoe, je zusje, het stelt allemaal niets voor. – Het is integendeel heel groots, antwoordt zij, maar dat kan jij niet begrijpen.» Het respijt is echter van korte duur en het kwaad gaat door met het aanrichten van zijn verwoestingen. Félix verbaast zich over de uitstraling van zijn echtgenote: «Wanneer ik weer thuis was, zo zal hij schrijven, en ik weer bij haar was... werd ik terstond rustig en kreeg opnieuw een soort vertrouwen dat ik niet kon verklaren... Het kwam ongetwijfeld door de uitstraling van die innerlijke vrede, van die rust die God verleent aan zielen die geheel van Hem zijn geworden.» Andere mensen die bij Elisabeth in de buurt komen ervaren tot hun verbazing een zelfde gevoel. Een vriend van het echtpaar geeft zijn echtgenote wanneer zij angstig is de raad: «Ga maar naar Elisabeth, ga je bad van vredige rust nemen.»

Op 24 april 1914 begint Elisabeth te hallucineren. Wanneer ze even volledig bij kennis is steekt ze in een gebaar van onmetelijke liefde de armen naar haar echtgenoot uit. Even later raakt ze in coma. Félix laat haar het Heilig Oliesel toedienen. Zondag 3 mei blaast ze in de armen van Félix de laatste adem uit. Wanneer hij naar het ontspannen gezicht van Elisabeth kijkt voelt hij dat alle schoonheid van dit leven niet kan worden vernietigd. Wanneer hij het testament dat voor hem is opgesteld opent, voelt hij haar aanwezigheid dichtbij hem : «Heb de zielen lief, heeft ze geschreven, bid, lijd en werk voor hen. Zij verdienen al onze pijnen, al onze inspanningen, al onze opofferingen.» Hij ontdekt dan het Dagboek van Elisabeth en wordt zich bewust van het leed dat hij haar ongewild heeft aangedaan, en de offers die zij zich heeft getroost om zijn terugkeer naar God te verkrijgen. Elisabeth had die vredige rust, die verheven denkwijze alleen bereikt door haar innige vroomheid. Hij is er diep door gegrepen...

«Daar, dichtbij mij...»

In juni 1914 gaat Félix met een vriend op reis. In de  auto bemerkt hij plotseling Elisabeths aanwezigheid: «Ik voelde heel duidelijk, zo zal hij later schrijven, dat zij daar, dichtbij mij was; ik zei onmiddellijk tot mezelf: «Ze leeft dus, haar ziel is aan mijn zijde, ik heb zo-even welhaast fysiek haar aanwezigheid ervaren.» De emotie was zo intens dat ik die onmogelijk kon beheersen... Maar, zo herhaalde ik voor mezelf, als Elisabeth leeft zoals ik zojuist onweerstaanbaar intuïtief heb gevoeld, dan betekent het dat de ziel onsterfelijk is; dus bestaat God en is de bovennatuurlijke wereld waar.»

Een paar dagen daarna dringen er in de basiliek van Paray-le-Monial opnieuw dingen tot hem door: «Ik voelde nog duidelijker de dierbare aanwezigheid; ik viel zo maar op een bidstoel op de knieën... Ik richtte me tot Onze-Lieve-Heer... Ik had echt het gevoel dat Hij daar was, in het tabernakel en dat zijn oneindige goedheid zich naar mij voorover boog.» Wanneer hij echter weer in Parijs terug is, overtuigt hij zichzelf ervan dat hij de speelbal van een illusie is geweest, te wijten aan de gevoelsmatige schok die het overlijden van Elisabeth had veroorzaakt.

De eerste wereldoorlog breekt uit en Félix vertrekt naar Bordeaux. Onderweg fluistert Elisabeth hem in naar Lourdes te gaan. Daar gaat hij naar de grot en vraagt de Heilige Maagd vergeving van zijn zonden voor hem te verkrijgen. God ontfermt zich dan over zijn ziel, wikkelt hem in zijn Goedheid en schenkt hem een rust en een vrede die hij nog nooit had gevoeld. Er voltrekt zich in hem een volledige omwenteling, zonder enige bijzondere inspanning van zijn kant: «Ik was gewonnen! Het licht had geschenen.» Terug in Parijs, bestudeert hij het katholiek geloof en put daarbij volop uit de boeken die Elisabeth had nagelaten en waaronder zich allerlei werken bevinden met aantekeningen van haar hand. Weldra komt hij in contact met pater Janvier, gerenommeerde Dominicaan, die langdurig naar hem luistert en vervolgens hem de sacramentele biecht afneemt. De volgende dag gaat hij in de mis ter communie met het idee dat hij een genade zal ontvangen zoals die in Lourdes. Maar dat is allesbehalve het geval: ontnuchterd en teleurgesteld keert hij weer naar huis. Dan hoort hij in zijn binnenste de stem van Elisabeth: «Dat zou ook al te gemakkelijk zijn! Als jij, na een heel leven God en Jezus Christus te hebben ontkend en bestreden en nu omdat je gebiecht en de communie hebt ontvangen, jij op slag alle begrip zou verwerven, alle mogelijke troost zou ontvangen, dat zou bijna immoreel zijn. Het komt nu niet meer aan op jouw gevoel, maar op je wil die jij voortaan in dienst moet stellen van Christus.» Verbijsterd besluit Félix de volgende dag weer ter communie te gaan.

In de lente van 1917 laat hij op aandringen van talloze vrienden het Dagboek van Elisabeth publiceren. Op een moment waarop Frankrijk een tragische periode van haar geschiedenis doormaakt is hij van mening dat de zielen behoefte hebben aan innerlijk leven en vooral aan begrip van de oneindige waarde dat lijden kan hebben. Deze publicatie wordt met groot succes bekroond. Maar weldra voelt Félix zich geroepen om zich volledig aan God te wijden in het religieuze leven. In 1919 gaat hij naar het noviciaat van de Dominicanen in Parijs; op 8 juli 1923 wordt hij tot priester gewijd. Het apostolaat dat hem wordt toevertrouwd bestaat voornamelijk uit het bekend maken van het leven en de werken van Elisabeth. Nadat hij zich met groot succes tot aan zijn ouderdom van deze taak heeft gekweten, geeft hij eind februari 1950 de geest. Dankzij zijn werken wordt het proces van zaligverklaring van Elisabeth in oktober 1955 geopend.

Tijdens zijn algemene audiëntie op 18 augustus 2010 verklaarde Paus Benedictus XVI: «De basis van ons apos–tolisch handelen, op de verschillende gebieden waarop wij werkzaam zijn, moet altijd zijn gelegen in een persoonlijke intieme band met Christus die van dag tot dag moet worden onderhouden en verdiept... Alleen als wij de Heer liefhebben zullen we in staat zijn de mensen naar God te voeren en te maken dat zij zich openstellen voor zijn barmhartige liefde en op die manier de wereld voor Gods barmhartigheid open te maken.» Moge het voorbeeld van Elisabeth Leseur ons bemoedigen in ons leven in vereniging met de Heer.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques