Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
18 oktober 2010
feest van H. Lucas


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Tijdens zijn reis naar Angola heeft Paus Benedictus XVI verwezen naar  een bezwaar dat vaak wordt aangevoerd tegen de missionarissen die  het Evangelie uitdragen: «Waarom de mensen niet met rust laten? Zij hebben hun waarheid en wij de onze. Laten we proberen in vrede te leven en daarbij ieder te laten hoe hij is opdat hij zo volmaakt mogelijk zijn eigen identiteit kan verwezenlijken». De Paus heeft daarop geantwoord: «Als wij ervan overtuigd zijn en ervaren hebben dat het leven zonder Christus onaf is en dat het een werkelijkheid – een fundamentele werkelijkheid – mist, moeten wij ook overtuigd zijn van het feit dat wij niemand onrecht aandoen als wij Christus aan hem of haar voorstellen en hem of haar de mogelijkheid bieden op die manier niet alleen zijn of haar ware authenticiteit te vinden, maar ook de vreugde het leven te hebben gevonden. Sterker nog: wij hebben de plicht dit te doen; het is een plicht iedereen de mogelijkheid te bieden het eeuwig leven te bereiken» (Preek in de kerk São Paulo van Luanda, 21 maart 2009). Onder de predikers die deze plicht tot het verkondigen van het heil aan allen serieus hebben genomen neemt heilige Leonard de Porto Maurizio een speciale plaats in.

Op 20 december 1676 kwam in Porto Maurizio, op de Ligurische kust in Noord-Italië een jongetje ter wereld dat bij zijn doop Paulus (Paul) en Hieronymus (Jeroen) als patroonheiligen ontvangt. Hij zal later zeggen dat het een grote genade was dat hij zulke goede ouders heeft gehad. Zijn jeugd is voorbeeldig; moeiteloos sleept hij zijn vrienden mee wanneer hij gaat bidden of goede werken doen. Een van zijn lievelingsschrijvers op geestelijk gebied is H.Franciscus van Sales wiens boek Inleiding op het Devote Leven hij altijd bij zich heeft. Hij vindt morele en geestelijke steun in de bijeenkomsten van jongeren onder het beschermheerschap van de jezuïeten en de oratorianen; daaraan ontleent hij een steeds groter wordende ijver voor het beoefenen van de deugden, met het verlangen penitentie te doen. Op feestdagen loopt hij de straten en pleinen van Rome af en terwijl hij de blijken van minachting en de beledigingen moedig trotseert, spoort hij al degenen die naar hem willen luisteren aan om in de kerken naar de preken te gaan luisteren.

Woorden die rechtstreeks tot het hart spreken

Paul-Jeroen voelt zich geroepen tot het religieus  leven. Zijn biechtvader stimuleert hem zijn gebedsleven en de beoefening van penitentie te intensiveren om zodoende de genade te verkrijgen Gods wil te ontdekken. Op een dag voelt hij bij de aanblik van twee armoedig geklede en eenvoud uitstralende religieuzen, Minderbroeders Observanten van het «teruggetrokken leven à la H.Bonaventura», het verlangen in hem opkomen om hun levenswijze na te volgen. Wanneer hij de kloosterkerk betreedt op het moment dat de broeders beginnen met het bidden van de Completen, hoort hij deze woorden: «Bekeer ons, o God, onze Heiland!» Deze woorden spreken rechtstreeks tot zijn hart en hij besluit een aanvraag in te dienen om te worden toegelaten. In het noviciaat opgenomen, ontvangt hij op 2 oktober 1697 het kloosterkleed en de naam Leonard. Een jaar later legt hij zijn geloften af. De jonge kloosterling is een stichtend voorbeeld voor allen, in het bijzonder door zijn trouw aan de naleving van de regels, zelfs de regels die het onbeduidendst lijken. Hij zegt graag: «Als we in onze jonge jaren weinig belang toekennen aan kleine dingen en er bewust in tekort komen, zullen we op gevorderde leeftijd en wanneer we meer vrijheid hebben, ons permitteren ook op de belangrijkste punten in gebreke te blijven».

Met ijver werpt hij zich op de studie van de heilige schrift en hamert op de noodzaak van nieuwe kennisverwerving ter meerdere glorie van God en voor het heil van de zielen. Na zijn priesterwijding wordt hij benoemd tot leraar wijsbegeerte. Maar hij wordt ernstig ziek. Zijn superieuren sturen hem naar Porto-Maurizio, zijn geboortestreek; deze verandering van lucht blijkt echter geen goed idee. De jonge priester smeekt dan de Maagd Maria van haar goddelijke Zoon een krachtige gezondheid voor hem te verkrijgen, die hij zal gebruiken voor het winnen van zielen voor de Hemel. Zijn gebed wordt verhoord; het gebrek waaraan hij leed verdwijnt volledig.

In 1708 preekt pater Leonard, niet ver van Porto-Maurizio, zijn eerste «volksmissie». Deze naam geeft men aan een reeks predikingen die, over een aantal dagen of weken verspreid, binnen een parochie worden verzorgd door een op doorreis zijnde priester. Deze missies die destijds zeer geliefd waren droegen overvloedige vruchten. Volgens traditie koos de predikheer als onderwerp de noodzaak terug te keren tot de Heer om vervolgens een waarlijk christelijk leven te leiden met het oog op het heil van de eigen ziel.

In onze tijd is spreken over zielenheil niet meer in de mode. Door de culturele context en de heersende ideologieën wordt de mens meer en meer opgesloten in de aardse dingen: velen leven alleen voor deze wereld en denken niet aan wat er volgt op de dood. Voor anderen bestaat er wel «een eeuwigheid» na de dood maar het heil is voor hen geen probleem: men denkt dat iedereen zonder onderscheid naar het Paradijs gaat. Het resultaat in het ene als wel in het andere geval is dat men zich niet bezorgd maakt om het heil van de ziel.

Het ware geluk

Welnu, «God heeft ons ter wereld gebracht om Hem  te kennen, te dienen en te beminnen, en zo in het paradijs te komen« De beloofde zaligheid stelt ons voor beslissende morele keuzen. Ze nodigt ons uit ons hart te zuiveren van zijn slechte instincten en boven alles de liefde tot God te zoeken. Ze leert ons dat het ware geluk niet ligt in «enig schepsel, maar in God alleen, bron van alle goed en alle liefde« De Tien Geboden, de Bergrede en de apostolische catechese beschrijven ons de wegen die leiden naar het rijk der hemelen» (Catechismus van de Katholieke Kerk, CKK, 1721-1724). Onze-Heer Jezus is de mensen de oneindige liefde komen openbaren van de Vader die wil dat allen gered worden en deel hebben aan zijn goddelijk leven in de hemel maar Hij benadrukt eveneens dat de mensen geoordeeld zullen worden naar hun werken en dat zij die niet in de goddelijke vriendschap sterven het eeuwige leven niet deelachtig zullen worden. «Jezus spreekt vaak over de «gehenna», van het vuur dat nooit dooft (cf. Mt 5,22. 29; 13, 42. 50; Mk 9, 43-48), bestemd voor hen die tot hun levenseinde weigeren te geloven en zich te bekeren, een plaats waar zowel de ziel als het lichaam verloren kunnen gaan (Mt 10, 28). Jezus kondigt in strenge bewoordingen aan dat Hij zijn engelen zal uitzenden, die allen die tot zonde verleiden en ongerechtigheid bedrijven («), bijeen zullen brengen om hen in de vuuroven te werpen (Mt. 13,41-42), en dat Hij de veroordeling zal uitspreken: Gaat weg van Mij, vervloekten, in het eeuwig vuur! (Mt. 25,41). De leer van de Kerk bevestigt het bestaan van de hel en haar eeuwige duur. De zielen van hen die sterven in staat van doodzonde, dalen onmiddellijk na de dood af in de hel, waar zij de straffen van de hel, «het eeuwig vuur», ondergaan. De belangrijkste straf van de hel bestaat in het eeuwig van God gescheiden zijn; alleen in Hem kan de mens het leven en het geluk vinden. Hiertoe is hij immers geschapen en hiernaar streeft hij » (CKK, 1034-1035).

De beschouwing van de uitersten staat centraal in het onderricht van pater Leonard. «Bedenk, schrijft hij, hoeveel het u waard is uw uiteindelijke bestemming te bereiken. Daarbij staat voor u alles op het spel; want als u er komt, bent u gered, bent u eeuwig gelukkig, vervuld van alle weldaden voor de ziel en het lichaam. Als het u daarentegen niet lukt, bent u verloren, met lichaam en ziel, verliest u God en het paradijs, bent u voor eeuwig ongelukkig, voor altijd verdoemd. Van alle dingen die ons te doen staan is dit het enig, belangrijk en nuttig: God dienen en onszelf redden. Zou u nu een deel van uw bezittingen verliezen, blijven er altijd nog over; zou u een proces verliezen, kunt u altijd nog in beroep gaan; zou u een aardse vergissing begaan, kunt u die altijd nog goedmaken. En al zou u alles verliezen, wat zou het er toe doen? Of u het wil of niet, op een dag zult u alles moeten loslaten. Maar als u uw laatste bestemming mist, mist u al uw goed en haalt u zich voor eeuwig onherstelbaar onheil op de hals. Wat voor nut heeft het voor een mens heel de wereld te winnen, als dit ten koste gaat van eigen leven (Mt 16,26)? Onszelf redden! Dat is het enig belangrijke. Wanneer het zaken van deze wereld betreft kan, wanneer u er niet aan denkt, een ander er voor u aan denken; maar voor wat betreft de grootse zaak van uw eeuwig heil, als u er niet aan denkt, wie kan er voor u aan denken? Als u er zich niet met zorg mee bezighoudt, wie kan die zorg van u overnemen? Als u zichzelf niet helpt uzelf te redden, wie zal u dan redden? God die u heeft geschapen zonder u, wil u niet redden zonder u. Als u zichzelf wilt redden, moet u er wel aan denken» (Overpeinzing van het einde van de mens).

Het te verwijderen obstakel

Alvorens een werk te beginnen moeten de obstakels  die de verwezenlijking ervan in de weg staan worden verwijderd. Het obstakel voor het eeuwig heil is de doodzonde, dat wil zeggen een volledig bewust schenden van de wet van God in iets ernstigs. «De doodzonde is een radicale mogelijkheid van de menselijke vrijheid zoals de liefde zelf. Ze brengt het verlies mee van de liefde en van de heiligmakende genade, dit wil zeggen van de staat van genade. Wanneer ze niet vrijgekocht wordt door het berouw en de vergiffenis van God, dan veroorzaakt de doodzonde de uitsluiting uit het koninkrijk van Christus en de eeuwige dood van de hel, want onze vrijheid heeft de macht keuzen te maken voor altijd, onomkeerbare keuzen» (CKK, 1861).

Ziehier in welke bewoordingen pater Leonard gewoon was zich over dit onderwerp uit te drukken: «Ah! Hoe zeer had H.Augustinus gelijk wanneer hij uitviel tegen de vreemde verblinding die het kwade aanmerkt als een goed en het goede als een kwaad, naar de woorden van Jesaja (5,20): Wee hen die het kwaad «goed» noemen en het goed «kwaad»! Hij weet niet hoe hij het moet noemen, of het bezetenheid, woede of waanzin is, deze ongeordendheid die onder de mensen zo veelvuldig voorkomt en die erop neerkomt dat de zonde die het verfoeilijkste kwaad ter wereld is tegelijkertijd het kwaad is waarvan men de minste afkeer heeft«. Hier ligt de oorsprong van zo vele gevallen van teloorgang en daarom begaan zo vele zielen misstappen en storten ze zich in een afgrond van ongerechtigheden: het komt doordat men niet denkt, nee, men denkt niet na over het kwaad dat men doet door een doodzonde te begaan» (Preek over de kwaadaardigheid van de doodzonde).

Er zijn mensen die denken dat men een doodzonde slechts begaat in uitzonderlijke gevallen van haat of uitdrukkelijke verachting van God. Maar Johannes Paulus II zegt in de encycliek Veritatis splendor (6 augustus 1993): «De eenmaal ontvangen genade van de rechtvaardiging kan niet alleen verloren gaan door ontrouw die het geloof verloren laat gaan, maar ook door welke andere doodzonde dan ook... doodzonde is iedere zonde die als object een ernstige materie heeft en bovendien willens en wetens wordt bedreven... Er is immers ook sprake van doodzonde wanneer de mens willens en wetens, welke ook de reden zij, dan ook iets kiest wat een ernstige stoornis is, in alle gevallen van ongehoorzaamheid aan Gods geboden in een ernstige zaak» (nn. 68 en 70). De Catechismus verklaart: «Wat een zwaarwegende materie is, dat wordt verduidelijkt in de Tien Geboden, naar het woord van Jezus tot de rijke jongeling: Gij zult niet doden, gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, gij zult niemand tekort doen, eer uw vader en uw moeder (Mc. 10, 19)» (CKK, 1858). Onder de veelvoorkomende ernstige zonden moeten we de zonden tegen het zesde en het negende gebod noemen: «Ernstig in strijd met de kuisheid zijn, ieder naar de aard van zijn object, deze zonden: echtbreuk, masturbatie, ontucht, pornografie, prostitutie, verkrachting en homoseksuele handelingen. Deze zonden zijn uitdrukking van de ondeugd van de onkuisheid» (Compendium van de CKK, 492) die, zonder het ernstigst te zijn, niettemin verblinding van de geest met betrekking tot de dingen van de eeuwigheid met zich meebrengen.

We hoeven ons dan ook niet te verbazen over de volgende uitspraken van pater Leonard: «Zondaar, waaraan denkt gij? Zijt gij harder dan steen? Hebt ge nooit nagedacht over de zeer bijzondere genade die God u verleent door u de tijd te geven boete te doen? Hoe dwaas zijt gij!...Wat doet gij om u zelf in veiligheid te brengen? Zou het te veel zijn hier en daar versterving te doen?... Zou het te veel zijn een goede generale biecht voor te bereiden, om een einde te maken aan dat leven vol van ongeordendheden die ge maar al te goed kent?» (Uitnodiging tot boetedoening).

De remedie

Maar pater Leonard stelt zich niet tevreden met het  kwaad aan te klagen; hij geeft ook de remedie: zich gewonnen geven aan de Heer die allen zijn barmhartigheid aanbiedt: «Bedenk dat indien Gods gerechtigheid oneindig is jegens volhardende zondaars, zijn barmhartigheid niet minder oneindig is ten opzichte van de berouwvolle zondaars. God heeft een oneindige afschuw van de zonde; maar Hij houdt oneindig veel van zijn schepselen. Zodra de ziel berouw heeft van haar zonden, vindt ze de liefde van God terug. Indien alle zielen hun toevlucht zouden willen zoeken tot God met een berouwvol en nederig hart, zouden allen gered worden. Gods oneindige goedheid verlangt ernaar dat alle mensen in de hemel komen« Een moeder zou minder snel toeschieten om haar kind dat in het vuur is gevallen te redden dan God om de zondaar die tot inkeer komt te omhelzen. Hoe groter uw zonden zijn, hoe groter is ook de overwinning van de goedheid, de naastenliefde, de goedertierenheid van de aan barmhartigheid zo oneindig rijke God» (Over–peinzing van de barmhartigheid van God).

«Jezus nodigt de zondaars uit«tot inkeer te komen zonder de welke niemand het Koninkrijk zal kunnen binnengaan, maar Hij laat hun in woord en daad de grenzenloze barmhartigheid van God jegens hen zien (cf. Lc 15,11-32) en de onmetelijk grote vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert (Lc 15,7). Het hoogste bewijs van deze liefde zal het offer van zijn eigen leven ter vergeving van de zonden zijn (Mt 26,28)» (CKK 545).

Toen hij eenmaal meester in de kunst van het leiding geven aan zielen was geworden, heeft pater Leonard vaak het nut ervaren van bepaalde devoties om de mensen te helpen zich te bekeren en zich in de hervonden staat van genade te handhaven. Allereerst is er het gebruik van de drie Weesgegroeten. Dit gebruik is oorspronkelijk afkomstig van de Duitse benedictines, heilige Mechtilde, die op een dag Onze-Lieve-Vrouw vroeg haar een gebed in te geven dat haar goedkeuring kon wegdragen. De H.Maagd verscheen haar met op de borst in gouden letters geschreven: Ave Maria. «Nooit, zo zal ze tegen haar zeggen, zal men een verhevener groet kunnen bedenken en men kan mij ook niet met meer liefde begroeten dan het eerbiedig met deze woorden te doen». Weer een andere dag vroeg dezelfde heilige aan de hemelse Koningin op welke manier men met zekerheid de genade van de uiteindelijke volharding en de goede dood kon verkrijgen. Opnieuw vertoonde de heilige Moeder Gods zich aan haar en zei : «Als je deze grote genade wil verkrijgen, bid dan iedere dag drie Weesgegroeten ter ere van mijn bijzondere voorrechten en ik zal je die verlenen». Heilige Leonard belast zich met het verbreiden van deze devotie door iedereen aan te raden die drie Weesgegroeten ter ere van de bijzondere voorrechten van Maria te bidden: «Elke ochtend bij het ontwaken en 's avonds voor het slapen gaan zal de devote ziel Maria de zegen van zijn heilige Moeder vragen; zij zal niet nalaten drie Weesgegroeten te bidden ter ere van haar onbevlekte zuiverheid, haar haar zinnen en alle krachten van haar ziel aan te bieden opdat zij die beware als dingen die haar toebehoren en harer ere zijn toegewijd, en zij zal haar ook vragen om de genade die dag (of die nacht), niet in zonde te vervallen».

De trompet van de laatste dag

De heilige verbreidt eveneens de korte aanroeping:  «Mijn Jezus, wees mij barmhartig!» Hij haalt de volgende woorden van een missionaris aan: «Wanneer ik terugkeer op een plek waar ik al eens een missie heb gedaan overkomt het me vaak dat ik boetelingen op me toe zie komen die hun biecht zo beginnen: «Pater, ik ben het liederlijk sujet dat een paar jaar geleden aan uw voeten een zak vol zonden ben komen uitstorten; ik weet niet of u mij herkent, maar dankzij God heb ik sinds die missie geen onbetamelijke zonde en geen enkele doodzonde meer begaan. – Hoe hebt u dat gedaan? vroeg de missionaris hem. – Ah, Pater, ik heb het besluit in praktijk gebracht dat u ons zo hebt ingeprent, ons zelf vaak aan God aan te bevelen met die vrome aanroeping: «Mijn Jezus, wees mij barmhartig!«. Ik heb het iedere dag, 's morgens en 's avonds en vooral als ik in bekoring kwam, gebeden; ik riep veelvuldig de hulp van God met de woorden: «Mijn Jezus, wees mij barmhartig!» Moet ik er nog meer over zeggen, Pater? Ik voelde in mijn ziel nieuwe kracht opkomen en zodoende ben ik niet meer bezweken»». En pater Leonard vervolgt: «Beminde broeders en zusters, geef me een donderstem, of liever gezegd zo'n trompet die schalt bij het laatste oordeel en ik zal me in heilige vervoering op de top van een van de hoogste bergen verheffen en van daar zal ik uit alle kracht roepen: Verdoolde volkeren! Word eindelijk eens wakker, en als jullie je eeuwigheid zeker willen stellen, beveel je aan God aan, roep Hem vaak te hulp met deze of soortgelijke woorden: «Mijn Jezus, wees mij barmhartig!» En ik geef jullie mijn woord, want Jezus Christus heeft jullie het zijne vóór mij gegeven in zijn heilig Evangelie: «Vraagt en u zal gegeven worden (Mt7, 7), vraag mijn hulp en u zult haar krijgen en met mijn hulp zult u niet meer zondigen». Ik geef u mijn woord en zeg jullie nogmaals, als jullie je vaak aan God aanbevelen door uit de grond van jullie hart te zeggen: «Mijn Jezus, wees mij barmhartig!» zullen jullie niet meer zondigen en zullen jullie gered worden».

Het bidden van de Kruisweg – dat bestaat uit het volgen van de voornaamste etappes van het Lijden van Jezus – bestond in die tijd al, maar is weinig in gebruik buiten de Franciscaner Orde. Dankzij pater Leonard zal deze praktijk zich tot de hele Kerk uitbreiden. Hij praat erover met liefde en is niet bevreesd erover te spreken als «de moeder van alle devoties, zijnde de oudste, de heiligste, de vroomste, de goddelijkste, de uitnemendste, die het op grond daarvan terecht verdient voorrang op alle anderen te hebben». Pater Leonard alleen al zal 572 kruiswegen oprichten. Zijn devotie voor Christus' Lijden steunt op een lange traditie. H.Bonaventura, bijvoorbeeld, verklaart dat, van alle vrome oefeningen, er geen is die doeltreffender tot heiliging bijdraagt.

De Hemel verleent haar zegen aan de werken van de pater en de ene missie verrijst na de andere. Bijna geheel Italië en Corsica mogen van zijn predikingen kennis nemen. In 1715 wordt pater Leonard benoemd tot overste van het San Francesco al Monte klooster in Florence, waar hij de hoogste regelmaat instelt. Maar de eenzaamheid van een gewoon klooster is hem niet genoeg; hij zoekt, zoals H.Franciscus dat vóór hem heeft gedaan, een afgelegen plek waar hij van tijd tot tijd alleen met God kan leven. Hij richt op een berg, de Santa Maria del Incontro geheten, een kluis in, waar religieuzen die dat wensen zich kunnen terugtrekken om in stilte te bidden. De regels van strengste armoede worden hier in acht genomen en men legt zich toe op handenarbeid. Weldra vragen religieuzen van verschillende instituten en zelfs leken om erheen te mogen gaan om deel te nemen aan de geestelijke oefeningen. Pater Leonard houdt zoveel van deze plek dat alleen zijn vurige apostolische ijver hem ervan kan losrukken.

De zon van het christendom

Opnieuw op missietoernee, na het Jubileum van  1750, wordt de pater weldra door de Paus naar Rome teruggeroepen. In een geest van gehoorzaamheid aan de Stedehouder van Christus begeeft hij zich op weg. Deze reis valt hem met de winter voor de deur erg zwaar. Bij het verlaten van Tolentino is hij onwel maar hij moet de bergen over. Bij aankomst in Foligno wil hij de Mis vieren; wanneer een broeder hem verzoekt daarvan af te zien vanwege zijn grote vermoeidheid, antwoordt hij hem: «Broeder, een Mis is meer waard dan alle schatten van de wereld». Hij schreef ooit in een boekje: «De Heilige Mis is niets minder dan de zon van het christendom, de ziel van het geloof, het hart van de godsdienst van Jezus Christus; alle riten, alle ceremonies, alle sacramenten houden er verband mee. Zij is, in één woord, de quintessence van al wat mooi en goed is in de Kerk van God« Voor mij lijdt het nauwelijks twijfel, zonder de Heilige Mis zou de wereld op dit moment op het diepst van de afgrond liggen, meegesleept door het gewicht van zo vele zonden. De Mis is inderdaad de zegevierende kracht die de wereld richting geeft. Het moet iedereen daarna duidelijk zijn hoe onontbeerlijk het goddelijk Misoffer voor ons is» (De Heilige Mis, Onbekende Schat).

Het Te Deum biddend komt pater Leonard in november 1751 in het San Bonaventura klooster aan. Men krijgt hem met moeite uit het rijtuig: hij is zo zwak dat zijn polsslag nog nauwelijks te voelen is. Nauwelijks is hij op de verpleegafdeling aangekomen of hij gaat te biecht en ontvangt de laatste sacramenten, na met een verbazingwekkende kracht de oefeningen van geloof, hoop en liefde te hebben uitgesproken. Men biedt hem iets te drinken, hij aanvaardt het en zegt vervolgens: «Ik heb geen woorden genoeg om God te danken voor de genade die Hij mij verleent te midden van mijn medebroeders te mogen sterven». Kort nadat hij het Heilig Oliesel heeft ontvangen slaapt hij vredig in. Dat was vrijdag 26 november 1751. Heilig verklaard door de gelukzalige Pius IX, is hij door Pius XI uitgeroepen tot «hemelse patroon van de priesters die de volksmissies zijn toegewijd».

Heilige Leonard, verkrijg voor ons de genade van een grote ijver voor het heil der zielen!

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques