Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
3 juni 2010
Sacramentsdag


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Ter gelegenheid van de driehonderdvijftigste verjaardag van de stichting van de Société des Missions  Etrangères de Paris, schreef Paus Benedictus XVI op 11 mei 2008 aan Eerwaarde Pater Etcharren, Generaal Overste: «Talrijk waren de missionarissen wie het geen moeite te veel was onder de volken van Azië en soms op heldhaftige wijze van de liefde van God te getuigen». Heel bijzonder is het geval van François Pallu, een van de drie stichters van de Société des Missions Etrangères de Paris, die zijn leven heeft gewijd aan de missies van het Verre Oosten te midden van voortdurende moeilijkheden.

François is geboren in Tours en op 31 augustus 1626 gedoopt in de kerk Saint-Saturnin. Zijn vader, Etienne, «Heer de Périers», is raadsman en advocaat aan het Gerechtshof van Tours, stad waarvan hij ook de burgemeester is. Van Marguerite, zijn moeder, wordt gezegd dat ze «een krachtdadige vrouw is die de handen uit de mouwen weet te steken». Ze zal achttien kinderen ter wereld brengen. Meerdere kinderen sterven op jonge leeftijd en van de anderen zullen er vier priester en drie religieuze worden. Al heel jong valt François op door zijn geneigdheid tot het goede, zijn zachtmoedigheid van geest en zijn bescheidenheid en vervuld van vroomheid kiest hij voor het priesterschap. Zo mag hij toetreden tot het kapittel van de basiliek Saint-Martin, als kanunnik. Gezien zijn jeugdige leeftijd krijgt hij vrijstelling om te gaan studeren in Tours en vervolgens in Parijs. In de hoofdstad knoopt hij vriendschappelijke banden aan met geestdriftige jongelieden, kerkelijken en leken, die een stichting vormen die onder de bescherming staat van de Heilige Maagd. Hij wordt in de loop van de zomer 1650 tot priester gewijd.

Zijn ouders wensen dat hij kanunnik blijft in de goede stad Tours. François aarzelt: zal hij rustig blijven zitten op zijn koorstoel in de Saint-Martin, zoals zijn twee ooms van vaders kant? Of zal hij religieus worden, Jezuïet zelfs, zoals twee van zijn broers? Hij stelt zichzelf de vraag en zoekt het antwoord tijdens veelvuldige retraites en in constant gebed. De kanunniken van Saint-Martin zullen zonder het zelf te weten de oplossing brengen die hij verlangt. Daar ze zijn zeldzame behoedzaamheid kennen vertrouwen ze hem een zaak toe die hangende is in de hoofdstad. In Parijs voegt François zich bij de vrienden van de geestelijke broederschap die dan wordt geleid door Pater Bagot, een Jezuïet. Deze brengt hem in januari 1653 in contact met zijn confrater, Pater Alexandre de Rhodes, die op bewonderenswaardige wijze de Kerken van Tonkin en van Cochinchine heeft georganiseerd. Men zei dat hij meer dan honderdduizend heidenen had gedoopt. Geconfronteerd met de dreiging van uitzetting van Europeanen, is hij Paus Innocentius X komen vragen bisschoppen te sturen om geestelijken van het land zelf te vormen. De bisschop van Macao, een Portugese bezitting, staat er alleen voor in het beheer van het grootste diocees ter wereld: China, met zijn vierhonderd miljoen zielen!

«Wij zijn niet degenen die moeten kiezen!»

Pater de Rhodes krijgt van de Paus de zorg toevertrouwd drie priesters te zoeken die niet terugdeinzen voor de buitengewoon zware missie de kerken van Azië op orde te brengen. Gewonnen voor de geestelijke zonen van Pater Bagot, zegt deze tegen hem: «Oh, Vader, ik heb zopas degenen gezien die God voor onze missies bestemt!» Wanneer ze worden ondervraagd door hun geestelijk leidsman, laten de jongelieden het woord aan François: «Wij zijn niet degenen die moeten kiezen. Geef maar het bevel en wees ervan verzekerd dat U zult worden gehoorzaamd; wij geven ons helemaal over aan uw behoedzaamheid». Een intensieve retraite bevestigt hen in dit voornemen. Het lot van de Missions Etrangères is bezegeld. Meneer Pallu die moeite heeft met het plan van zijn zoon krijgt van François de verzekering dat hij door God is geroepen; hij kan er zich niet aan onttrekken, «zonder, zo schrijft hij, zijn eigen geweten tekort te doen en zijn heil op het spel te zetten». Op het graf van de apostel van Parijs, St.-Denis, verbindt François zich met een gelofte tot de offergave aan Onze-Lieve-Heer van «zijn leven voor het heil der zielen en de bekering van de ongelovigen».

Deze edelmoedige offergave is een voorbeeld dat bijzondere aandacht verdient. «Het missionair verkondigen van het geloof door de Kerk is tegenwoordig in gevaar gebracht door de relativistische theorieën», merkt de Congregatie voor de Geloofsleer op in een nota die werd gepubliceerd op 14 december 2007; «voor veel gelovigen is het bestaansrecht voor de evangelisatie niet meer vanzelfsprekend. Er wordt zelfs beweerd dat pretenderen dat men de volheid van de Openbaring van God als gave heeft ontvangen een houding van onverdraagzaamheid en een gevaar voor de vrede in zich bergt». (n.10). In een recente rede merkte de Paus op: «De christenen van het begin van de Kerk beschouwden de missionaire verkondiging van hun geloof niet als propaganda die vergroting van het belang van hun groep moest dienen, maar als een intrinsieke noodzaak die voortvloeide uit de aard van hun geloof. De God in wie ze geloofden was de God van allen, de Ene en Ware God die zich bekend had gemaakt in de loop van de geschiedenis van Israël en tenslotte via zijn Zoon en die op deze wijze het antwoord had gegeven dat alle mensen aanging en waarop allen in het diepst van hun wezen wachten. De universaliteit van God en de universaliteit van de voor Hem openstaande rede vormden voor hen de motivatie voor, alsook de plicht tot het verkondigen. Voor hen hing het geloof niet af van culturele gewoontes, die verscheiden zijn naar gelang de volken, maar hoorde thuis op het gebied van de waarheid die alle mensen gelijkelijk aangaat» (Toespraak op het Collège des Bernardins in Parijs, 12 september 2008).

Het gevoel voor de katholieke identiteit

In 1658 valt de keuze van de Congregatie tot Voortplanting des Geloofs (destijds «Propaganda Fide» genoemd) voor de leiding van de evangelisatie van Azië op François Pallu, 32 jaar, Pierre Lambert de la Motte, 34 jaar, en Ignace Cotelendi, 28 jaar. Alexan–der VII bekrachtigt deze keuze en op 17 november wordt François in Rome bisschop gewijd, vervolgens benoemd tot Apostolisch Vicaris van Tonkin en administrator van de Chinese provincies en van Laos. Door hun benoeming krijgen deze nieuwe bisschoppen het recht en hebben de plicht naar het Verre Oosten te gaan; maar voor de middelen wordt niet gezorgd. Terug in Parijs, publiceert Mgr. Pallu een werkje waarin de orders van de Paus worden uiteengezet en de redenen van de benoeming van de Apostolisch Vicarissen. Hij zoekt en vindt geldelijke middelen bij de koning en enkele families en doet een oproep aan allen die zich aan de missies van de nieuwe Société wensen te wijden, zich bij hem te vervoegen. De toekomstige missionarissen vestigen zich in La Couarde, een domein dichtbij Parijs, waar ze zich geestelijk en verstandelijk in stilte kunnen voorbereiden (het huidige seminarie van de rue du Bac wordt in 1663 aangekocht). Mgr. Pallu voorziet de instructies van de Heilige Stoel van commentaar: deze vragen van de missionarissen zich aan te passen aan de zeden en gewoonten van het land en een autochtone geestelijkheid te creëren die zo spoedig mogelijk zijn eigen bisschoppen zal hebben. Ze waken er vooral voor hun een sterk gevoel voor de katholieke identiteit, de liefde voor de Heilige Stoel en voor de eenheid rondom de Paus bij te brengen. De Apostolisch Vicarissen ontvangen een bijzondere richtlijn: «Waak er vooral voor wanneer U op reis bent dat niemand uw naam en het doel van uw missie te weten komt. Verander daarom uw namen, uw gedragswijze en verberg bovenal uw bisschoppelijke waardigheid». Deze instructies die in 1659 door de Romeinse autoriteiten werden overhandigd aan de stichters van de Missions Etrangères de Paris zeggen genoeg over de gevaren van hun taak. De reizen zijn niet alleen moeilijk en de contreien die men door moet onbekend, men krijgt ook te maken met de vijandigheid van de twee koloniale mogendheden van die tijd, Spanje en Portugal, wier vorsten de controle hebben over de missies van Amerika en Azië. De Missions Etrangères de Paris zijn ook gesticht om de evangelisatie van de volken los te maken van de politieke belangen.

Een brug tussen Europa en Azië

De drie nieuwe Apostolisch Vicarissen reizen ieder afzonderlijk en ieder in gezelschap van een paar priesters en leken. Lambert scheept als eerste in, in november 1660. Achttien maanden later gaat hij in Mergui, in Siam, het huidige Thaïland, aan wal. Cotelendi sterft van uitputting op drieëndertigjarige leeftijd, in de maand augustus 1662, in India. Na eerst het seminarie van de Missions Etrangères de Paris te hebben opgericht, schepen Mgr. Pallu en zijn metgezellen in Marseille in, op 2 januari 1662. Vanaf Alep, in Syrië, besluiten ze op zijn Turks gekleed te gaan. Om bepaalde christenen die gekant zijn tegen het succes van de onderneming uit de weg te blijven is men overgeleverd aan mohammedaanse gidsen. In de loop van deze lange reis van meer dan twee jaar blijven de missionarissen de beproevingen niet bespaard. Mgr. Pallu wordt geconfronteerd met de dood van meerdere van zijn metgezellen: «Ik hoop, zo schrijft hij, dat U hetzelfde zult ervaren als wij want, door de Barm–hartigheid van Onze-Lieve-Heer, voelen wij ons door de dood van dit aantal broeders verre van ontzet of terneergeslagen (hoewel we er zeer diep door zijn geraakt), wij voelen eerder een grotere moed en grotere kracht om het werk voort te zetten dat het de goddelijke goedheid behaagd heeft ons in handen te geven». De bisschop twijfelt er in zijn geloofsvisie niet aan dat zijn metgezellen die zo snel tot God zijn teruggeroepen, een voorspraak en bescherming zijn voor het werk dat zopas van start is gegaan. Aan een grote weldoenster van de missies schrijft hij: «Het begin van de brug is gemaakt en wij zijn maar al te blij als onze karkassen en beendergestellen, evenals die van onze dierbare zonen, mogen dienen als palen ter versterking van de brug en een brede open weg mogen aanleggen voor moedige missionarissen die op deze vruchtbare akkers een overvloedige oogst kunnen binnen halen».

Begin september 1663 scheept Mgr. Pallu in Masulipatam in, op de oostkust van India, op weg naar Tenasserim, een haven op het lang Maleisisch schiereiland. Hevige stormen maken de overtocht langer dan voorzien en het begint te ontbreken aan levensmiddelen. Tenslotte komen op 27 januari 1664 de bisschop en zijn metgezellen aan in Ayutthaya (ten noorden van Bangkok), hoofdstad van het koninkrijk Siam, waar buitenlandse priesters in alle veiligheid aan wal kunnen gaan want de christelijke godsdienst geniet er de volle vrijheid. Siam wordt het externe middelpunt van de missie in Vietnam waar vervolging nog schering en inslag is. In Siam houdt hij, in overleg met Mgr. Lambert de la Motte, Apostolisch Vicaris van Cochinchine, en met zijn priesters, een synode om de situatie te bestuderen. Samen belasten ze zich met de uitwerking van de «Instructies om op gepaste wijze de apostolische functies te vervullen» , bekender onder de naam «Monita». De tekst wordt beheerst door drie thema's : heiliging van de missionaris door het heil van de christenen, bekering van de ongelovigen en organisatie van de Kerken. Ze besluiten ook tot oprichting van een seminarie waar de inheemse geestelijkheid moet worden opgeleid. De missionarissen staan versteld van het buitengewone gemak waarmee de jonge Vietnamezen zich kennis eigen maken; de resultaten die zij bereiken steken ver uit boven die van kinderen in Europa van dezelfde leeftijd. Zeer snel leren ze lezen en schrijven in het Latijn; de oudsten zijn in staat het Evangelie te becommentariëren en de benjamins kunnen heel bekwaam catechismusles geven.

Geïnspireerd door Mgr. Lambert de la Motte, denkt Mgr. Pallu er ook over een religieuze Congregatie op te richten waarvan de leden geloften zullen afleggen. Tevens preciseert hij de grote lijnen van dit instituut dat hij door Rome wil laten goedkeuren. Men komt echter voor een tamelijk delicaat probleem te staan: de verhoudingen tussen de missionarissen die tot verscheidene religieuze ordes behoren en de bisschoppen missionarissen. Welk gezag kunnen door Rome benoemde bisschoppen uitoefenen over religieuzen? Sommige religieuzen steunen de politiek van hun land van oorsprong en zijn gekant tegen Franse missionarissen die door de Propaganda Fide zijn uitgezonden. Mgr. Pallu moet bovendien rechtsbevoegdheid over het koninkrijk Siam proberen te krijgen, alsook een derde Apostolisch Vicaris ter vervanging van Mgr. Cotolendi en tenslotte ook nog nieuwe vrijwilligers voor de missies van Azië . Allemaal kwesties die niet met een eenvoudige brief op te lossen zijn.

Zin voor avontuur?

In januari 1665 is het noodzakelijk dat een van de twee bisschoppen teruggaat naar Europa. Zal Mgr. Pallu na een reis van twee jaar en maar één jaar aanwezigheid in het Verre Oosten gedwongen worden rechtsomkeert te maken? Het is geen gemakkelijke beslissing. «De banden van de plicht jegens en de liefde en de compassie met deze verlaten zielen, schrijft hij, hielden me intens bezig; alleen al de gedachte aan de verwijdering gaf felle steken in het hart». Wat de problemen die men op reis tegenkomt betreft, die kent hij te goed om die opnieuw mee te willen maken uit louter zin voor avontuur. Hij brengt alle tegenzin echter tot zwijgen en neemt een heldhaftig besluit: de reis moet gewoon worden gemaakt om de missies die hun worden toevertrouwd een stevige basis te geven. Aan het eind van een reis van twee jaar en drie maanden komt Mgr. Pallu behouden aan in Rome, op hetzelfde moment dat Paus Alexander VII overlijdt. Hij moet nog twee jaar wachten om van Paus Clemens IX de verhoopte antwoorden te krijgen. Op 4 juli 1669 wordt Siam verheven tot apostolisch vicariaat en alle andere verzoeken worden ingewilligd. De «Monita» worden integraal goedgekeurd: het Heilig Officie verklaart ze «vervuld van apostolische geest», en de Propaganda Fide laat ze op haar kosten drukken. Het werkje dat menig maal wordt herdrukt zal driehonderd jaar lang het vademecum zijn van de priesters van de Missions Etrangères. Het religieuze congregatie project vindt daarentegen geen goedkeuring bij de Propaganda Fide die het te streng acht en ontmoedigend voor de roepingen. Mgr. Pallu onderwerpt zich en schrijft aan Mgr. Lambert: «Ik zou liever sterven dan een jota afwijken van de grenzen die ons zijn voorgeschreven, al was het maar om blijk te geven van de eerbied en gehoorzaamheid die ik mijn leven lang moet en wil betuigen aan de Heilige Stoel».

In de lente van 1670 scheept Mgr. Pallu in Nantes in, met nieuw aangeworven kandidaten voor zijn missies, aan boord van een van de schepen van de Oost-Indische Compagnie die langs de westkust van Afrika varen. De evenaar gaan ze pas over op 10 september. In oktober wordt de situatie tragisch: meer dan zeventig man van de honderd die de bemanning uitmaken komen om het leven door scheurbuik en krijgen in de oceaan hun graf. De missionarissen moeten meehelpen aan de besturing van het schip. Wanneer ze in Kaap de Goede Hoop aankomen en allerhartelijkst door de Hollanders worden ontvangen, blijven ze daar twee maanden. Daarna doen ze er tweeënveertig dagen over om Madagaskar te bereiken want er woedde storm die de masten wegsloeg. Daar komt een missionaris door het moordend hete klimaat om het leven; twee anderen kunnen nog net op het nippertje worden gered. Er komen echter goede berichten uit Siam waar Mgr. Lambert de la Motte de eerste Vietnamese priesters heeft gewijd; er vinden ook talrijke bekeringen plaats. Mgr. Pallu moet zes maanden wachten in Madagaskar. Dat is zijn voornaamste ascese: zodra hij een dringende noodzaak signaleert komt hij voor een oceaan van vertragingen te staan en ervaart aan den lijve dat men geduld moet oefenen om te wachten op Gods tijd. Zonder een teken van ergernis neemt hij dan het monastieke levensritme over, bidt, werkt, tracht zich nuttig te maken voor de zielen, tot het moment waarop de deur half open gaat; maar achter de eerste deur is er altijd weer één en nog een derde. Hij schijnt nooit haast te hebben; hij is zichzelf altijd meester en bezit een onvermoeibaar geduld. Hij is degene van wie de tegenkrachten en de elementen uiteindelijk moe worden; door voortdurend zijn weg tegen alles en iedereen in te willen vervolgen, zonder acht te slaan op de tijd noch op de moeite, zal het hem lukken die ook af te leggen.

Snel verhoord

De missionarissen komen tenslotte in mei 1673, dat wil zeggen na meer dan drie jaar reizen, aan in hun huis in Ayutthaya. Maar Siam is niet het doel van Mgr. Pallu die bestemd is voor Tonkin, een land dat missionarissen nog vijandig is gezind. De bisschop hoopt het land binnen te komen om zich bij twee priesters te vervoegen. In 1674 scheept hij in op een Frans schip dat, in een tornado terecht gekomen, ternauwernood aan een ramp ontsnapt. «Oh! Wat is het goed en heilzaam dergelijke situaties mee te maken, schrijft hij, waardoor men uit eigen ervaring leert hoe zeer God degenen die het Hem behaagt op de proef te stellen nabij is, en de grote voordelen die het heeft nood te lijden en zijn toevlucht tot Hem alleen te kunnen nemen. Daar houdt men een zekere kracht, rust en voldoening in de ziel aan over die haar voorheen onbekend was; dat was wat H.Franciscus Xaverius in alle gevaren die hij gekend heeft de opmerking ontlokte dat hij pas verlangde en van God vroeg hem ervan te bevrijden als hij uit liefde voor Hem aan nog grotere gevaren mocht worden blootgesteld». Mgr. Pallu zal snel worden verhoord. Wanneer het uit de tornado tevoorschijn keert is het schip niet veel meer waard; het maakt sneller water dan de pomp kan drogen. In die toestand is het onmogelijk de kust van Tonkin waar ze van af zijn gedreven te bereiken. Er blijft niets anders over dan naar de Filippijnen te gaan. Zijn toevlucht zoeken op Spaans gebied betekent evenwel zich in het hol van de leeuw begeven.

Zonder vermorzeld te worden

De Apostolisch Vicaris van Tonkin wordt in Manilla zes maanden vastgehouden door de burgerlijke en geestelijke overheden die besluiten de hele zaak door te verwijzen naar de Spaanse Hoge Raad van Indië die in Madrid zetelt en waar Mgr. Pallu zelf zijn zaak kan bepleiten. Zo'n lange reis, met dit als resultaat! Het betekent voor de bisschop vijf of zes jaar langer van reizen en discussies die hem terecht brengen in een warnet van procedures. Voor de missie is het niet alleen een tegenslag, het is een ramp. In Tonkin wacht men met ongeduld op de bisschop; de missionarissen hebben vijfentwintig kandidaten voor het priesterschap bijeengebracht, van wie de verst gevorderden meteen na zijn aankomst tot priester moeten worden gewijd. Anderen zouden een aanval van blinde woede hebben gekregen en ontmoedigd zijn ingestort; zijn geestkracht stelt hem in staat deze nieuwe teleurstelling te incasseren zonder erdoor te worden verpletterd. De reis gaat via het oosten, langs Mexico. Zodra de Apostolisch Vicaris in Spanje is aangekomen vragen de regering van Lodewijk XIV en Paus Innocentius XI aan het hof van Madrid om diens vrijlating en het verzoek wordt snel ingewilligd. In 1677 verlaat Mgr. Pallu Madrid en gaat naar Rome om zijn missies te behoeden voor het Portugees patronaat en slaagt erin dat er decreten worden uitgevaardigd voor de organisatie van de Kerken van het Verre Oosten. Deze decreten, van 1677 tot 1681, betreffen met name het terugroepen van een aantal religieuzen van de jezuïetenorde die sommige missies van de Apostolisch Vicarissen verstoren, uitbreiding tot over Japan van de rechtsbevoegdheid van de Apostolisch Vicaris van Siam en de benoeming van Annamitische en Chinese bisschoppen. Een van de decreten die het moeilijkst uitvoerbaar is betreft de gelofte van gehoorzaamheid aan de Apostolisch Vicarissen door de religieuzen van de verschillende Ordes die ter plaatse werkzaam zijn.

In 1860 wordt Mgr. Pallu, ontheven van de Missie van Tonkin, benoemd tot algemeen administrator van de missies in China en tot Apostolisch Vicaris van Fo-Kien. Na een verblijf in Parijs bereikt hij Siam met nieuwe missionarissen en geldelijke steun. In juni 1683 scheept hij in naar China, vergezeld van een priester; maar hun jonk wordt aangevallen en afgevoerd naar het eiland Formosa. De bisschop wordt maandenlang gevangen gehouden en uiteindelijk vrijgelaten om zijn weg te vervolgen en in januari 1684 bereikt hij China, het land waar hij zo graag naar toe wilde. Maar al in de eerste maanden in dit grote land voelt hij hoe hij is aangetast door de ziekte die hem zal wegvoeren. Wanneer hij zijn einde naderbij voelt komen beveelt hij zijn missie aan Innocentius XI aan en vervolgens aan Lode–wijk XIV. De Apostolisch Vicarissen en de directeurs van het Seminarie van Parijs stuurt hij raadgevingen voor het goed functioneren van de Société en geeft de aanbeveling vooral onder elkaar de eenheid te bewaren: «Zo lang er naastenliefde in de missies bestaat, zal alles goed gaan, daar zullen mijn gebeden en wensen voornamelijk op gericht zijn wanneer ik in de hemel ben».

Op 29 oktober 1684, sterft Mgr. Pallu, aan een catarre die hem verstikt, in Mo-Yang, provincie Fo-Kien. Hij wordt niet ver van het dorp, aan de voet van de «Heilige Berg», begraven. Daar zullen zijn overblijfselen rusten tot 1912. Die worden dan overgebracht naar Hongkong, naar het retraitehuis van de Missions Etrangères de Paris. Het is verbazend om te constateren hoe het leven van een missiebisschop is opgegaan aan reizen zonder zelf op het terrein van zijn eigen apostolaat te hebben kunnen werken. Maar de missie die Onze-Lieve-Heer aan hem had voorbehouden was het leggen van stevige fundamenten waarop anderen dan hij, volgens de door hem opgestelde plannen, een prachtig werk zouden uitvoeren. Sinds ze is gesticht, heeft de Société des Missions Etrangères de Paris 4273 priesters uitgezonden. 177 zijn een gewelddadige dood gestorven. Daarvan zijn er drieëntwintig zalig en twee heilig verklaard.

Paus Benedictus XVI drukte in zijn preek van 14 september 2008 in Lourdes deze wens uit: «Moge in aansluiting op de grote evangeliepredikers van uw land, de missionaire geest die zoveel mannen en vrouwen van Frankrijk in de loop der eeuwen heeft bezield, U vervullen van trots en U aansporen tot persoonlijke inzet!»

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques