|
Geestelijke Brief |
Copyright © 1996-2010 Abdij Saint-Joseph de Clairval |
|
[Cette lettre en français] [This letter in English] [Dieser Brief auf deutsch] [Esta carta en español] [Questa lettera in italiano] |
8 september 2008 De geboorte van Onze-Lieve-Vrouw |
Franz Stock is geboren op 21 september 1904 in Neheim, Westfalen (midden-west Duitsland), oudste van een gezin van negen kinderen. Zijn vader werkte als arbeider in deze industriële streek van de Ruhr. Franz maakte geen onderscheid tussen vaderlandsliefde en liefde voor de katholieke Kerk. Al op twaalfjarige leeftijd geeft de jongen te kennen dat hij priester wil worden. De tragedie van de eerste wereldoorlog en de invloed van een katholieke vereniging, de Quickbornjeugd, waar Franz lid van is, ontwikkelen in hem een grote liefde voor de vrede; in deze geest bestudeert hij de encycliek van Paus Benedictus XV «De vrede van God» (1920). Hij droomt van verzoening tussen Duitsland en Frankrijk op basis van het christelijk erfgoed dat ze met elkaar gemeen hebben. In augustus 1926 is hij al seminarist en gaat met achthonderd Duitsers naar het Vredescongres dat wordt gehouden in Bierville, Ile de France; daar hoort hij Mgr. Julien, bisschop van Arras (stad gelegen in een streek die zeer heeft geleden van de oorlog), het ideaal verkondigen dat ook het ideaal van heel zijn leven zal worden: «Boven de grenzen uit samenwerken zonder de grenzen op te heffen, zonder de verschillen uit te wissen. Elkaar leren kennen om elkaar te leren liefhebben. De oorlog verafschuwen en tegelijk bewondering koesteren voor de moed van de soldaten die hun leven hebben gegeven voor de verdediging van hun land en hun gezinnen».
Ambt in Parijs
De situatie van Stock in Parijs wordt echter al snel ongemakkelijk. De Duitse autoriteiten verwijten hem niet fervent genoeg te zijn jegens het nazi-regime; tegelijkertijd publiceert een Frans dagblad een lasterlijk artikel waarin wordt geïnsinueerd dat hij de Gestapo diensten bewijst met het aangeven van emigranten. De waarheid is geheel anders: Franz verleent financiële steun aan Duitse vluchtelingen onder wie ook Joden. Tegen de stroom in organiseert hij een Frans-Duitse plechtige Mis voor de vrede, die in maart 1937 wordt opgedragen door kardinaal Verdier, in aanwezigheid van de katholieke ambassadeur von Welczek. Priester Stock werkt aan de vrede, maar is echter geen «wereldburger» die onverschillig staat tegenover zijn vaderland. Onder de zielen die aan zijn zorgen zijn toevertrouwd stimuleert hij de liefde voor het Duitse vaderland, het spreken van de moedertaal en het gevoel voor de nationale cultuur«maar leert hun tegelijk Frankrijk kennen en liefhebben.
Op 26 augustus 1939 wordt Franz verplicht Frankrijk hals over kop te verlaten ten gevolge van de staat van oorlog. Maar vanaf de herfst van 1940 vestigt hij zich, belast met een canonieke missie van de aartsbisschop van Keulen, opnieuw in het bezette Parijs, als rector van de Duitse Missie. Tegenover de ogenschijnlijke overwinning van het Derde Rijk blijft hij lucide en vertrouwt zijn naaste omgeving toe dat volgens hem «de hakenkruisbanieren die op de Arc de Triomphe wapperen er op een dag weer zullen worden afgehaald». Hij wil, wat hem zelf betreft, uitsluitend priester zijn en behoudt voor de vernederde Fransen eerbied en ontzag.
In november 1940 aanvaardt Franz Stock het aalmoezenierschap van de gevangenis van Fresnes. Vanaf april 1941 bezoekt hij ook de twee andere door de Duitsers in Parijs gevorderde gevangenissen: de Cherche-Midi en de Santé. Dit ambt overheerst weldra zijn leven. De Duitse commandant wilde geen Franse priester voor dit ambt; terstond was de eerwaarde Stock de meest aangewezen kandidaat, met zijn perfecte kennis van de Franse taal. Hij zal in feite bijna als enige de zorg dragen voor duizenden gevangenen. Hij weigert het uniform te dragen (wat toch zijn rol onder de manschappen zou hebben vergemakkelijkt), omdat hij begreep dat een priester die gekleed zou zijn als een soldaat niet meer geloofwaardig zou overkomen op de gevangenen. Het dagboek dat na zijn dood is gevonden maakt het mogelijk zijn activiteiten na te gaan. Hij heeft er gewetensvol al zijn daden als aalmoezenier onder de gevangen in opgetekend en ook alle informatie waarover hij beschikte, met het oog op de families die hij enige vertroosting hoopte te bieden.
De enige bevriende persoon
Franz Stock is er snel achter wie van de gevangenbewaarders katholiek of de katholieken goed gezind zijn en maakt goed gebruik van hun medewerking: bij-voorbeeld voor het organiseren van een feest. Onder hen bevond zich sergeant Ghiel die de aalmoezenier met hart en ziel is toegewijd, maar zal worden verraden en uiteindelijk door de Gestapo zal worden uitgeschakeld. Veel gevangenen vertrekken, wanneer ze eenmaal zijn berecht, naar de concentratiekampen. Maar een groot aantal verlaat de gevangenis slechts om te worden geëxecuteerd. Onder hen vervult Stock de heiligste aller plichten: ze helpen een christelijke dood te sterven. De eerste gevangene die hij zo voorbereidt is Jacques Bonsergent, een ingenieur die «als voorbeeld» in december 1940 wordt gefusilleerd, want hij heeft een onbetekenende daad van verzet verborgen gehouden. De aalmoezenier begeleidt hem tot het laatste moment en keert diep geroerd weer naar huis. Hij zal nooit gewend raken aan die naargeestige ceremonies die zich echter meerdere malen per week drieëneenhalfjaar lang herhalen.
«God strekt zijn armen naar mij uit»
Maar andere veroordeelden, vaak gevangenen zowel van een atheïstische ideologie als van de Wehrmacht, weigeren iedere geestelijke bijstand. Op 13 april 1942 schrijft Stock met gebroken hart na een executie in zijn dagboek: «Niemand wilde geestelijke steun. Allen zijn zonder het geloof gestorven». Vertrouwend op de kracht van de genade heeft de priester zelfs voor hen de Mis opgedragen, in een naburige cel die werd bewoond door een katholieke gevangene. Albert P. moet op 16 maart 1942 worden geëxecuteerd; als atheïst weigert hij de Sacramenten, maar aanvaardt dat de aalmoezenier hem begeleidt. Onderweg bidt Franz vurig voor zijn bekering en nodigt hem uit aan zijn eeuwige bestemming te denken. Opnieuw weigert hij. Maar op het laatste moment roept Albert de priester en vraagt om een kruisbeeld. De aalmoezenier zal vervolgens kunnen schrijven: «Hij bidt met mij de oefening van berouw waarbij hij diep betuigt. Ik heb hem de absolutie gegeven».
Roger L., 28 jaar is op de dag van zijn executie gedoopt. Het Dagboek vermeldt: «Hij had alle moed verloren. Met mijn hulp vindt hij zijn vertrouwen terug« Hij deed zijn eerste communie met ontroerende ernst« Zijn laatste woorden op het moment dat hij stierf: «Heer, heb medelijden met mij». De meeste executies vinden op de Mont-Valérien plaats, een vroeger fort ten westen van Parijs. Soms brengt Stock de laatste nacht met de veroordeelden samen door . In dit laatste ogenblik is de priester de enige bevriende, broederlijke of christelijke aanwezige. Franz heeft de gefusilleerden beloofd op het laatste moment voor hen te bidden, maar hij heeft hun ook gevraagd voor hem te bidden en voor allen, wanneer ze eenmaal «aan de overzijde» zouden zijn. In oktober 1945 zal hij schrijven: «Ik blijf, denk ik, trouw aan hen wier aalmoezenier ik vier lang ben geweest« Als ik een bijzondere genade wil of geestelijk iets opgehelderd wil hebben wend ik me tot hen die wisten hoe te sterven, die rechtstreeks naar God zijn gegaan na zoveel leed en een mooie innerlijke voorbereiding, en die ik op hun laatste weg heb mogen begeleiden; ik ben ervan overtuigd dat hun gebed wordt verhoord«zij die aan de overzijde zijn aangekomen vergeten ons niet».
«God bestaat!»
Franz Stock ontvangt de families met de grootst mogelijke discretie in de rue Lhomond. Wanneer hij het kan doen, overhandigt hij aan de naaste verwanten een herinnering aan de overledene. De gesprekken met de moeders en de echtgenotes zijn voor hem soms pijnlijker dan de executie zelf. Een ooggetuige zegt erover: «Ik denk dat Franz Stock blijk gaf van veel moed, van groot medelijden, van veel liefde». De aalmoezenier slaagt erin, met de hulp van Mgr. Rodhain, de stichter van de Secours Catholique, een vereniging op te richten voor onderlinge hulp ter ondersteuning van de behoeftigste families van de gefusilleerden.
Het Dagboek van Franz Stock vermeldt 863 executies vanaf 28 januari 1942, waarvan hij er 701 heeft bijgewoond. Totaal heeft hij 1300 tot 1500 personen bijgestaan in hun laatste momenten. In december 1941 schrijft hij: «Alleen al in deze week heb ik tweeënzeventig personen voorbereid op de dood, ik heb ze bijgestaan op het allerlaatste moment en ze vervolgens begraven». In 1943 hoort een bevriend priester hem mompelen: «Ik vraag me soms af of ik nog verder kan« Kon ik alleen maar slapen«». Een hartonderzoek wijst al op een verontrustend zwak punt. De dichter Reinhold Schneider schrijft, nadat hij de eerwaarde Stock in 1943 heeft ontmoet: «Hij zag zich geplaatst voor een leed dat hij slechts gesterkt door het Heilig Sacrament kon dragen».
In zijn apostolische Exhortatie Sacramentum caritatis richt Paus Benedictus XVI zich aldus tot de priesters: «De priesterlijke spiritualiteit is intrinsiek eucharistisch« Om zijn leven een steeds volmaakter eucharistische vorm te geven, moet de priester al tijdens zijn vormingsjaren en vervolgens in de jaren daarna, veel ruimte maken voor het geestelijk leven« Een intens geestelijk leven zal het hem mogelijk maken dieper in gemeenschap te treden met de Heer; het zal hem helpen zich meer door de liefde van God te laten bezitten en er getuige van te worden in alle, ook moeilijke en duistere omstandigheden» (22 februari 2007). Iedere Christen kan uit deze aanbevelingen inspiratie putten.
Gevangene op zijn beurt
In de laatste maanden van de oorlog worden zeer vele Duitse gevangenen geleidelijk aan overgenomen door het Franse leger. Generaal Boisseau, bevelvoerder over de gevangenkampen, besluit om de gevangen genomen Duitse seminaristen te hergroeperen om hen in staat te stellen hun studie voor te zetten. Een Franse priester, de eerwaarde Le Meur, is de spil van de nieuwe stichting; hij kiest als directeur van het Seminarie Franz Stock, die zijn aalmoezenier is geweest in de Santé gevangenis tijdens zijn hechtenis vanwege verzetsdaden. Op 20 maart 1945 aanvaardt Franz zijn nieuwe functie. Die verplicht hem het leven van een gevangene te leiden terwijl hij terstond naar Duitsland terug had kunnen gaan. Daarover schrijft hij: «Gevangenschap is een smartelijke fase in een mensenleven. Maar de mens die te kampen heeft met leed herkent zijn ware bestemming wanneer hij de grens van zijn lichamelijke krachten heeft bereikt en de handen en ogen naar de hemel zijn gericht. Dat bevrijdt hem. En dat is precies de diepe zin van de menselijke vrijheid: zich bevrijden van het aardse en zich overgeven aan hem die één en al Grootheid is».
Meer een program dan een naam
Na een reis naar Duitsland verkrijgt Franz Stock van de Universiteit van Freiburg de erkenning van de studie theologie in Coudray. In de loop van de zomer van 1946 komen de leraren die nog ontbraken aan uit Duitsland en gaan ook vrijwillig in gevangenschap. Hoewel hij straalt van innerlijk leven en naastenliefde moet Franz Stock ook strijd voeren tegen de droefheid en de herinneringen die in zijn hoofd rondspoken. Hij vindt veel steun in de schilderkunst: in de kapel van het seminarie schildert hij een fresco die de Maagd der Zeven Smarten en de H.Johannes voorstelt. Meerdere getuigen waren ervan overtuigd dat Jezus Christus vaak lichamelijk verscheen aan Stock in de loop van de Mis, na de consecratie; in bedekte termen zinspeelde Franz hier soms op. In mei 1947 worden de Duitse gevangenen bevrijd. Het seminarie wordt opgeheven; de studenten zetten hun studie voort in Duitsland. Stock keert terug naar Parijs, rue Lhomond. Hij wenst zijn apostolaat voort te zetten onder de Duitse vrije arbeiders, maar de toestemming hiervoor wordt hem geweigerd door de burgerlijke autoriteiten. De ontmoediging nabij vindt Franz echter nog de kracht om aan zijn familie te schrijven: «Ik aanvaard volgaarne de situatie waarin ik me momenteel bevind, en ik dank God dat hij ons zo goed gezind is».
Op 22 februari 1948 krijgt Franz Stock een aanval van verstikking, veroorzaakt door een longoedeem. Hij wordt naar het ziekenhuis vervoerd en hij die zo vaak de anderen had bijgestaan in hun laatste momenten sterft daar alleen, de 24e, op 43-jarige leeftijd. Een handvol mensen woont de uitvaartmis bij die wordt voorgezeten door Mgr. Roncalli, gevolgd door een teraardebestelling op het kerkhof van Thiais, in het vak voor de krijgsgevangenen. In 1963 zal zijn lichaam plechtig worden overgebracht naar de kerk die de eerste kapel van het Prikkeldraadseminarie, in Rechèvres, nabij Chartres, overkoepelt. Meerdere verenigingen bereiden het zaligverklaringproces van Franz Stock voor. Generaal de Cossé-Brissac verklaart in zijn getuigenis dat hij in hem «een wezen waarin de genade troonde»« had waargenomen. Ik ben hem oneindig erkentelijk. Door hem ben ik allen die mij hebben vervolgd vergeten. Ik heb mezelf door hem heel wat keren gezworen alles te doen wat kan bijdragen tot oprechte verzoening van het Duitse en het Franse volk, in het teken van Christus». De eerwaarde Pihan, een priester die in Fresnes in hechtenis zat, schrijft in 1989: «Wanneer men mij vraagt wanneer ik het meest de broederschap, de universaliteit van het katholicisme heb gevoeld, antwoord ik: in de gevangenis, bij Abbé Stock».
Moge de eerwaarde Franz Stock ons helpen om, zoals hij, stichters van vrede te worden die intens leven van ons katholiek geloof en er om ons heen iets van uitstralen!