Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
13 juni 2007
H. Antonius van Padua


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Tijdens zijn reis door Chili in 1987 sprak Paus Johannes Paulus II de volgende woorden vol van hoop uit: «Zal de Heilige Geest vandaag de dag apostelen kunnen opwekken van het formaat van een pater Hurtado, die blijk geven van de vitaliteit van de Kerk door hun heldhaftig getuigenis van naastenliefde? Wij zijn ervan overtuigd en vragen het Hem in geloof en vertrouwen».

Alberto Hurtado Cruchaga is, op 22 januari 1901, geboren in Viña del Mar in Chili. Hij is nog maar vier jaar wanneer zijn vader sterft. Zijn moeder bevindt zich onverwacht in de ellendige situatie van weduwe zonder inkomsten en vlucht met haar twee zonen naar de hoofdstad Santiago. Daar ze geen onderkomen hebben moeten ze van huis naar huis trekken al naar gelang de mate van welwillendheid van diverse familieleden. Alberto lijdt zeer onder de precaire omstandigheden waarin het gezin verkeert; ondanks alles doorloopt hij de school met succes en begint in maart 1918 aan een studie rechten aan de katholieke universiteit van Chili.

«Wie beminnen?»

De jonge Alberto is getekend door de moeilijke jaren van zijn kindertijd; zijn leven lang zal hij de neiging vertonen zich over ongelukkige mensen te ontfermen. Hij zet zich ten gunste van hen in voor apostolische activiteiten en gaat in de politiek om hun maatschappelijke hulp te kunnen bieden. Hij kan inderdaad geen leed of welke behoeftigheid dan ook aanzien zonder te proberen hierin verbetering te brengen. Later zal hij schrijven: «Wie beminnen? Al mijn mensenbroeders. Hun mislukkingen, hun ellende doorstaan alsook de onderdrukking waarvan zij het slachtoffer zijn. Me verheugen over hun blijdschap. Beginnen met me te herinneren wie ik allemaal heb ontmoet op mijn weg. Degenen van wie ik het leven, het licht en het brood heb ontvangen. Van hen met wie ik onderdak en brood heb gedeeld... Hen die ik heb bestreden, leed heb aangedaan, heb teleurgesteld, onrecht heb aangedaan... Al degenen die ik te hulp ben gekomen, heb gesteund, die ik bijstand heb kunnen verlenen... Zij die zich tegen mij hebben verzet, mij veracht hebben of mij onrecht hebben aangedaan... Alle bewoners van mijn stad, van mijn land... Alle bewoners van de wereld zijn mijn broeders».

Maar is een dergelijke liefde voor de naaste mogelijk? Ja, verklaart Paus Benedictus XVI: «Zo wordt naastenliefde in de door de bijbel, door Jezus, verkondigde betekenis mogelijk. Die bestaat erin dat ik ook de medemens die ik vooralsnog helemaal niet mag of zelfs niet ken, vanuit God liefheb. Dat is alleen maar mogelijk vanuit de innerlijke ontmoeting met God, die tot een gemeenschappelijk willen is geworden en zelfs reikt tot in het gevoel. Dan leer ik die ander niet meer alleen met mijn ogen en gevoelens te bekijken, maar vanuit het perspectief van Jezus Christus. Zijn vriend is mijn vriend. Ik zie door het uiterlijk heen zijn innerlijk wachten op een gebaar van liefde, van aandacht, die ik hem niet alleen doe toekomen middels de daarvoor bestaande organisaties en die ik wellicht als politiek noodzakelijk erken. Ik kijk met Christus en kan de ander meer geven dan de noodzakelijke uiterlijke dingen: de blik van liefde waaraan hij behoefte heeft» (Encycliek Deus caritas est, 25 december 2005, n.18).

Alberto aarzelt tussen priesterschap, kloosterling worden of trouwen. Uiteindelijk biedt hij zich na intens gebed aan Onze-Lieve-Heer aan: «Ik geef U alles wat ik ben en bezit, ik wil U alles geven, U dienen waar geen enkele beperking aan de volledige gave van mijzelf wordt gesteld», en kiest vervolgens voor het noviciaat van de Sociëteit van Jezus. Op 7 augustus 1923 legt de jongeman briljant eindexamen af aan de katholieke universiteit en ontvangt de titel van advocaat. Ondanks het perspectief van een zeer veelbelovende toekomst gaat hij naar het noviciaat van de Jezuïeten. Aan een vriend schrijft hij: «Eindelijk ben ik Jezuïet, zo gelukkig en tevreden als een mens onmogelijk méér kan zijn op deze wereld. Ik zeg dank aan God die me naar dit Paradijs heeft gevoerd waarin men Hem geheel kan toebehoren, dag en nacht». Hij wordt naar Córdoba in Argentinië gestuurd, waar hij zijn geloften aflegt op 15 augustus 1925. Dienstvaardig als hij is vraagt hij de nederige werken in de keuken te mogen doen. Met ijver beoefent hij de deugden, vooral de eerbied voor de naaste: «Mijn broeders niet bekritiseren, hun gebreken verhullen, spreken over hun kwaliteiten. Altijd ten goede spreken over de meerderen en hun beschikkingen». «Iemands eer is inderdaad de maatschappelijke erkenning van zijn menselijke waardigheid en iedereen heeft van nature recht op eerbied voor zijn naam, zijn goede reputatie en zijn aanzien. Kwaadsprekerij en laster gaan zo in tegen de deugden van rechtvaardigheid en naastenliefde» (Katechismus van de Katholieke Kerk, 2479).

Alberto Hurtado wordt naar Spanje gestuurd om er theologie te gaan studeren. Maar door de politieke onlusten die het Iberisch schiereiland in 1931 teisteren is hij genoodzaakt uit te wijken naar de Universiteit van Leuven. In de getuigenissen van zijn medebroeders wordt hij unaniem afgeschilderd als blijmoedig, hardwerkend en dienstvaardig jegens iedereen. Op 24 augustus 1933 wordt hij priester gewijd. «Het is zover, voortaan zal ik als priester van Onze-Lieve-Heer voor jullie staan! Schrijft hij aan een vriend... God heeft mij de grote genade geschonken tevreden in alle huizen te wonen waar ik heb gewoond, samen met de metgezellen die ik heb gehad. Maar nu ik voor altijd de priesterwijding ontvang bereik ik het toppunt van geluk. Van nu af aan wens ik mijn ambt uit te oefenen met het innigste innerlijk leven en een activiteit buitenshuis die met het eerste te verenigen is. Het geheim van deze harmonie en dit welslagen ligt besloten in de devotie tot het Heilig Hart van Jezus, dat wil zeggen in de overvloedige liefde van Onze-Lieve-Heer».

Zo hoog mogelijk

Hij werkt mee aan de oprichting van de theologische faculteit van de Katholieke Universiteit van Chili en getroost zich veel moeite om professoren, boeken en tijdschriften te zoeken. Op 10 oktober 1935 verdedigt hij briljant zijn proefschrift pedagogie aan de universiteit van Leuven en bezoekt vervolgens verscheidene instellingen van onderwijs in meerdere Europese landen. Terug in Santiago de Chile, in februari 1936, geeft pater Alberto les aan het Jezuïetencollege. Jongeren voelen zich tot hem aangetrokken en volgen hem in zijn liefdadige en maatschappelijke acties. Tijdens de retraites die hij organiseert op basis van de Geestelijke Oefeningen van de H.Ignatius spoort hij de zielen aan tot een steeds diepgaandere ontmoeting met Onze-Lieve-Heer en helpt hen met ernst te proberen Gods wil te doen: «De retraites zijn voor de zielen die zich willen verheffen en zo hoog mogelijk; ze zijn voor hen die hebben begrepen wat het woord beminnen betekent, dat het christendom liefde is, dat het gebod bij uitstek dat van liefhebben is». Pater Hurtado is vervuld van een intens priesterlijk vuur en is een toonbeeld van eucharistische devotie; een kapucijner missionaris merkte ooit op dat als priesters de mis zouden opdragen op de manier van hem, ze allemaal heiligen zouden worden. In 1941 wordt hij benoemd tot aalmoezenier van de Katholieke Actie voor de jeugd van Santiago, waardoor zijn apostolaat wordt uitgebreid tot de leerlingen van de openbare lycea. Hij moedigt de roepingen aan. In een boek getiteld: Is Chili een katholiek land?, opent hij zijn tijdgenoten de ogen ten aanzien van de situatie waarin hun land verkeert en maakt gewag van het ernstig probleem van het gebrek aan priesterroepingen. Maar zijn fundamenteel optimisme wordt er niet door aangetast en weldra wordt hij door het pastoraal succes dat hij boekt landelijk aalmoezenier van de katholieke jongeren. Hij doorkruist het land en houdt overal retraites.

Tijdens een lange fakkeloptocht ter ere van de Allerheiligste Maagd Maria, op de top van de heuvel die uitziet over Santiago, spreekt pater Alberto de duizenden aanwezige jongeren streng toe: «Als Christus vannacht zou neerdalen, zou Hij naar de stad kijken en verzuchten: Ik heb met haar te doen; en vervolgens zou Hij zich naar jullie keren en met grote tederheid tegen jullie zeggen: Jullie zijn het licht van de wereld. Jullie moeten deze duisternis verlichten. Wie wil met Mij samenwerken? Willen jullie mijn apostelen zijn?» Dat is het antwoord van de pater op de H.Ignatius die in zijn Geestelijke Oefeningen aan Jezus de volgende woorden toeschrijft: «Het is mijn wil de hele wereld te veroveren, al mijn vijanden te onderwerpen en aldus de heerlijkheid van mijn Vader binnen te gaan. Moge hij die met mij mee wil gaan, met mij meewerken; moge hij me volgen in de vermoeienissen zodat hij me ook zal volgen in de heerlijkheid» (n.95). En in zijn commentaar legt pater Hurtado Jezus de volgende woorden in de mond: «Ik heb jou nodig. Ik verplicht je niet, maar ik heb jou nodig om mijn liefdesplannen te verwezenlijken. Als jij niet komt blijft er één werk onverwezenlijkt dat jij en jij alleen kan verwezenlijken. Niemand kan dat werk op zich nemen want ieder heeft zijn rol te vervullen. Kijk naar de wereld, de reeds rijpe oogsten, wat een honger, wat een dorst in de wereld!... Velen hongeren naar godsdienst, spiritualiteit, vertrouwen, zingeving aan het leven».

De triomf van de mislukkingen

Maar de ijver van de pater wordt niet door iedereen begrepen. Hij wordt ervan beschuldigd zich niet aan de hiërarchie te onderwerpen, vooruitstrevende en buitenissige ideeën te hebben op maatschappelijk gebied alsook zich te onafhankelijk op te stellen ten aanzien van de andere takken van de Katholieke Actie. Het verzet komt met name van de kant van de algemeen jeugd-aalmoezenier. In november 1944 is pater Hurtado van oordeel dat het beter is zijn taak van aalmoezenier van de Katholieke Actie neer te leggen; het gaat hem buitengewoon aan het hart. Hij verliest echter niet uit het oog hoe vruchtbaar deze beproeving is: «Binnen het christelijk werk, schrijft hij, kennen we de triomf van de mislukkingen! Late triomfen! In de wereld van het onzichtbare is hetgeen dat ogenschijnlijk nergens toe dient het doeltreffendst. Een volledige mislukking die van harte wordt aanvaard is een bron van groter bovennatuurlijk succes dan alle triomfen bij elkaar. Zaaien zonder zich te bekommeren om wat gaat groeien. Voortgaan met zaaien, ondanks alles. De Heer danken voor de apostolische vruchten van mijn mislukkingen. Toen Christus tegen de rijke jongeman van het Evangelie sprak, had Hij geen succes, maar hoe velen hebben er geen les uit geleerd! En toen Hij de Eucharistie aankondigde, hoe velen zijn er toen niet gevlucht; maar ook, hoe velen zijn er niet toegesneld? Je zult werken! Je ijver zal je doodgeboren voorkomen, maar hoe velen zullen er leven dankzij jou!»

Tijdens een koude regenachtige nacht ontmoet hij een oude, zieke, bibberende man die hem benadert en zegt dat hij geen onderdak heeft. Hij siddert bij de aanblik van die ellende. Een paar dagen later spreekt hij tijdens een retraite voor een groep dames over de ellende die er in Santiago heerst: «Christus dwaalt rond in onze straten in de persoon van zovele armen, noodlijdenden, zieken die uit hun armzalige krotten zijn gegooid... Christus heeft geen tehuis! Zouden wij er Hem geen aan kunnen bieden, wij die in het gelukkige bezit zijn van een comfortabel tehuis, voedsel in overvloed, de nodige middelen om onze kinderen op te voeden en hun een toekomst te verzekeren. Al wat gij gedaan hebt voor een deze geringsten van mijn broeders hebt gij voor Mij gedaan (Mt 25,40)». Aan het slot van de retraite ontvangt hij een stuk grond, juwelen, enkele cheques die het ontstaan van de «Hogar de Cristo» (Tehuis van Christus) mogelijk maken. Zes maanden later zegent de aartsbisschop van Santiago het eerste etablissement in. Vanaf die datum blijft het werk zich uitbreiden voor de opvang van de allerarmsten waardoor een beweging van solidariteit op gang komt die de grenzen van het land overschrijdt. Maar zijn doel is voornamelijk spiritueel: «Een van de eerste kwaliteiten die wij aan onze behoeftigen terug moeten geven is het besef van hun persoonlijke waarde, van hun waardigheid van burgers en nog meer die van zonen van God».

De allerergste armoede

Deze ervaring van pater Hurtado is een goede illustratie van wat Paus Benedictus XVI in zijn toespraak t.g.v. Vasten 2006 zei: «Onze onverschilligheid en het op onszelf gericht zijn, ondanks de uitdaging van de verschrikkelijke armoede waarin een zo groot deel van de mensheid is ondergedompeld, staan in schril contrast met de manier waarop Christus Zijn oog op de mensen richt... Ook nu, in een tijd van wereldwijde onderlinge afhankelijkheid, is het duidelijk dat geen enkel economisch, sociaal of politiek project in staat is de opoffering van zichzelf aan de naaste, waarmee de liefde tot uitdrukking komt, kan vervangen. Wie volgens deze logica van het Evangelie handelt, beleeft het geloof als verbondenheid met de mensgeworden God en draagt met Hem de stoffelijke en geestelijke noden van zijn naaste. Dit wordt dan beschouwd als een ondoorgrondelijk mysterie, dat de grootste aandacht en zorg vereist. Hij weet dat wie niet aan God geeft, te weinig geeft, of, zoals de zalige Teresa van Calcutta het veelvuldig uitdrukte: «De allerergste armoede van de volkeren is dat zij Christus niet kennen». Daarom moeten wij anderen helpen God te ontdekken in het meelevend gelaat van Christus. Want zonder dit perspectief bouwt een beschaving op losse grond».

In 1947 sticht pater Hurtado met jonge academici de Chileense Syndicale en Economische Actie (ASICH), als middel ter verwezenlijking van een voorstel aan de arbeiders een christelijke opleiding te volgen die is geconcentreerd op de maatschappelijke leer van de Kerk ter verdediging van de waardigheid van de menselijke arbeid buiten iedere ideologische invloed. «Er zijn mensen, schrijft de pater, die vooruit willen komen maar zonder zich leed te getroosten. Die hebben niet begrepen wat opgroeien is. Ze willen zichzelf ontwikkelen door middel van zang, studie en plezier, maar niet door honger, angst, mislukking, de moeizame inspanning van iedere dag noch door aanvaarding van de onmacht die ons leert ons over te geven aan de macht van God noch door het opgeven van persoonlijke plannen waardoor wij die van God leren erkennen. Zich leed getroosten is een goede zaak want het laat me mijn grenzen zien, zuivert me, maakt dat ik me uitstrek op het kruis van Christus, verplicht me om me tot God te keren». In de context van dit werk gaat de pater naar de Verenigde Staten en Europese landen waar hij onder andere deelneemt aan de 34e «Semaine Sociale» in Parijs en vervolgens aan de Internationale Week van de Jezuïeten in Versailles. In Lyon neemt hij deel aan een congres van moraaltheologen over de betrekkingen tussen Kerk en Staat. Zijn mening over de katholieke maatschappelijke beweging is positief, maar houdt enige reserves in, met name ten aanzien van de uitspraken die op het Congres van Lyon worden gehoord. Daar valt hem «een excessief verlangen naar vernieuwing op en een zekere tendens de werkelijke waarden van de Kerk, de traditionele visie te vergeten». Deze tendens heeft tot gevolg dat de Kerk «geen authentiek christelijke leiders meer heeft, maar alleen nog lieden met een sociale mystiek en geen christelijke sociale mystiek»; het valt hem echter op dat er «een groot verlangen bestaat om de Kerk te dienen en ook een zeer reële toegewijdheid». Tijdens een pelgrimstocht naar Rome in oktober van hetzelfde jaar ontvangt hij de aanmoedigingen van de Generaal van de Jezuïeten alsook van Paus Pius XII.

Als een door de golven geslagen rots

Eenmaal terug in Chili wordt het werk van de ASICH duurzaam geworteld in het fundament van Christus en de Kerk. In 1948 verzorgt hij zeer gewaardeerde lezingen die soms tot vierduizend mensen trekken en via de radio worden uitgezonden. Hij is echter het voorwerp van misverstanden en ongerechtvaardigde kritiek. Hij had geschreven: «Als iemand is beginnen te leven voor God, met zelfopoffering en liefde voor de naasten, zal alle miserie van de wereld aan zijn deur kloppen». Hij schrijft feitelijk: «Ik voel me dikwijls als een van alle kanten door bestormende golven geslagen rots. Ik ontsnap er slechts aan door de hoogte op te zoeken. Op een dag laat ik ze een uur lang zich te pletter slaan tegen de rots, ik kijk niet naar de horizon, ik verhef de blik naar omhoog, naar God. O zalig actief leven, geheel gewijd aan mijn God, geheel gegeven aan de mensen. Hun buitensporigheden dwingen mij juist me tot God te wenden, om mezelf te vinden! Hij is de enig mogelijke uitweg uit mijn zorgen, mijn enige toevlucht».

Maar pater Hurtado is een heilige en blijft met beide benen op de grond: hij weet dat de mens, zelfs in dienst van God, voorzichtig om moet gaan met zijn energie: «Men moet niet overdrijven en zijn krachten uitputten door een buitensporige overwinningsdrang. De edelmoedige mens heeft de neiging te snel vooruit te willen gaan: hij zou het goede in willen voeren en het onrecht teniet willen doen, maar er bestaat zoiets als levenloosheid bij mensen en dingen waarmee men rekening dient te houden. In mystieke zin gaat het om in de pas van God te lopen, de juiste plaats in Gods plan in te nemen. Iedere inspanning die Gods plan beoogt voorbij te streven is zinloos en erger nog, zelfs schadelijk. De activiteit wordt vervangen door activisme dat opborrelt als champagne, onmogelijke doelstellingen beweert te bereiken en voor contemplatie geen moment over laat. De mens is niet langer meester van zijn leven... Het gevaar van buitensporige actie is compensatie. Die zoekt een uitgeput mens gemakkelijk. Dat moment is des te gevaarlijker daar men ten dele de controle over zichzelf verloren heeft. Het lichaam is vermoeid, de zenuwen zijn overgevoelig, de wil is wankel. De grootste domheden worden mogelijk onder deze omstandigheden. Dan moet men eenvoudig het tempo verlagen, de kalmte hervinden met werkelijk goede vrienden, machinaal de rozenkrans bidden en zachtjes in God indommelen». In januari 1950 nodigt het Boliviaans episcopaat hem uit deel te nemen aan de eerste «Nationale Ontmoeting van Leiders van het Maatschappelijk en Economisch Apostolaat». De Boliviaanse Katholieke Landbouwersjeugd doet ook een beroep op zijn aanwezigheid op een nationale vergadering. «Het uur is gekomen, zo zegt hij tegen de jongeren, waarop onze sociaal-economische actie zich niet meer kan beperken tot het herhalen van algemene instructies die uit pauselijke encyclieken zijn gehaald, maar welbestudeerde en onmiddellijk toepasbare oplossingen op maatschappelijk en economisch gebied moet voorstellen». Intussen drijft zijn belangstelling voor het intellectuele apostolaat hem tot oprichting van het tijdschrift «Mensaje» (Boodschap), een tijdschrift waarvan hij wil dat het een «hoog niveau» bezit, om een filosofische en godsdienstige vorming te bieden.

Een samenwerking van ieder moment

Maar de diepgang van pater Hurtado's ziel blijkt vooral tijdens de laatste ziekte voor zijn dood. Omdat hij weet dat hij is aangetast door pancreaskanker roept hij uit: «Waarom zou ik niet gelukkig zijn? Ik ben er de Goede God heel erkentelijk om! In plaats van een gewelddadige dood geeft Hij mij een langdurige ziekte zodat ik me kan voorbereiden. De Goede God is voor mij werkelijk een Vader van een en al tederheid geweest, de beste van alle Vaders». Al geruime tijd had onze heilige zijn intense activiteit aan banden gelegd met het oog op dit moment: «Het leven is de mens gegeven om met God samen te werken, om zijn plan te verwezenlijken; de dood is de vervollediging binnen die samenwerking want zij houdt in dat wij al onze vermogens terugleggen in de handen van onze Schepper. Moge ik mij iedere dag voorbereiden op mijn dood door mij ieder ogenblik te wijden aan de samenwerking die God van mij verlangt, door mijn opdracht te volbrengen die God van mij verwacht en die ik alleen kan uitvoeren». Hij heeft altijd naar het eeuwige leven verlangd, dat wil zeggen naar de definitieve ontmoeting met Christus : «En voor mij? Vóór mij ligt de eeuwigheid. Ik ben een pijl die naar de eeuwigheid is afgeschoten. Daar ga ik heen, en zeer binnenkort... Wanneer je bedenkt hoe snel de tegenwoordige tijd voorbij is kom je wel tot de conclusie: burger worden van het hemelrijk en niet van het aardse». Het beeld van de pijl geeft tegelijk blijk van de vluchtigheid van het leven en van de concentratie op een enkel doel: de eeuwigheid. Het is trouwens dat perspectief van de eeuwigheid dat hem had belet zich onverschillig te betonen tegenover het lijden van de mensen. «Alle mensen in mijn hart opsluiten, allen tesamen, schrijft hij. Ieder op zijn plaats, want er zijn natuurlijk verschillende plaatsen in een mensenhart... Al mijn liefdes verenigen in Christus. Dat allemaal in mij, als een offerande, als een gave die het hart doet overlopen; een beweging van Christus in mij die mijn naastenliefde opwekt en in vuur en vlam zet, een beweging van de mensheid naar Christus toe via mijn persoon. Dat is priester zijn!»

Pater Hurtado sterft vroom op 18 augustus 1952, omringd door de Broeders van de communauteit. Kort tevoren had hij geschreven: «telkens als de noden en het verdriet van de armen aan het daglicht treden, zoek dan naar het middel om ze te helpen zoals men de Meester zou helpen». Zijn begrafenismis is een ware triomf. Bij het uitgaan van de kerk vormt zich aan de Hemel een kruis van wolken, een indrukwekkend feit waar de kranten van die tijd melding van maken.

Pater Hurtado is zalig verklaard op 16 oktober 1994 door Johannes Paulus II, en heilig verklaard op 23 oktober 2005 door Benedictus XVI die bij die gelegenheid opmerkt: «Het priesterschap van de heilige Alberto Hurtado onderscheidde zich door zijn gevoeligheid en het altijd klaar staan voor de anderen, als het ware levende beeld van de Meester die zachtmoedig en nederig van hart is. Aan het eind van zijn leven had hij, ondanks de erge pijn van zijn ziekte, de kracht om te blijven herhalen: «Ik ben blij, Heer, ik ben blij», en gaf op die manier uiting aan de vreugde waarmee hij altijd had geleefd».

Laten wij aan de heilige Alberto Hurtado vragen voor ons de genade te verkrijgen van een diepe vreugde in dienst van God en van de naaste, via het lijden dat met deze toegewijdheid gepaard gaat.

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques