Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
23 oktober 2005
H. Johannes van Capestrano, pr.


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

In 1928 houden katholieke en orthodoxe priesters, die naar het hoge noorden van Rusland zijn gedeporteerd, oecumenische lezingen van een uitzonderlijk gehalte en getuigend van een bijzonder hartelijke verstandhouding. Met behulp van boeken, die hij heeft geleend van orthodoxe monniken, verklaart een katholieke priester, de eerwaarde Fëdorov, de leer omtrent de onfeilbaarheid van de Paus. Na een lange discussie verklaart aartsbisschop Ilarion, voormalig hulpbisschop van de Patriarch van Moskou: «Zoals ik het nu heb begrepen, zou ik niet meer weten waarom de orthodoxe wereld dit dogma zou verwerpen». Op 27 juni 2001 werd Leonid Fëdorov, wiens voortdurende zorg het was de eenheid onder de christenen te bewaren, door de Paus zalig verklaard.

Leonid Fëdorov is geboren op 4 november 1879, in een orthodox gezin. Zijn vader komt vroegtijdig te overlijden en mevrouw Fëdorov zet in haar eentje het beheer van het restaurant in Sint-Petersburg voort. Leonid is een zachtaardige, teerbesnaarde adolescent. Zijn moeder laat niets na om hem in de christelijke vroomheid in te wijden. Onafhankelijk en idealistisch van temperament, verslindt de jongen de ene Franse, Italiaanse of Duitse auteur na de andere. Na lezing van hindoeïstische filosofische werken, denkt hij: «Wat heeft dit waardeloze leven voor zin? Waar zijn al ons handelen, ons druk maken, onze edelmoedigheid en onze inspanning goed voor? Is de eeuwige rust in het nirvana waar iedere aspiratie uitdooft en de eeuwige kalmte van de diepe ootmoed niet te verkiezen?» Maar deze geestesgesteldheden zijn van voorbijgaande aard. Onder de invloed van een orthodoxe priester die deugd en wetenschap verbindt met een groot pedagogisch talent komt de ziel van de jongeman tot rust en na met briljante resultaten de middelbare school te hebben doorlopen gaat hij naar de Kerkelijke Academie, een theologische hogeschool.

Gewenste hereniging

Het restaurant van mevrouw Fëdorov is een ontmoetingsplaats voor intellectuelen. Onder hen bevindt zich een jonge briljante docent filosofie, Vladimir Soloviev, die hamert op de verantwoordelijkheid van de christenen en met vuur pleit voor terugkeer naar een integraal christendom en hereniging van Rusland met het pauselijk gezag. Onder zijn invloed verkrijgt Leonid het nodige inzicht: «Ik was al twintig, zal hij later schrijven, toen ik door lezing van de Kerkvaders en de Geschiedenis erin slaagde de ware Wereldkerk te ontdekken». Maar de Russische wetgeving maakt het een orthodox praktisch onmogelijk katholiek te worden.

De nationale Russische Kerk was inderdaad door en door verbonden met de wereldlijke macht. Daar zij de natie herhaalde malen op cruciale momenten had gered, leek zij volstrekt onontbeerlijk voor haar voortbestaan. Zich van haar afscheiden leek op zich afscheiden van de Russische gemeenschap zelf. De Russische katholieken waren in feite bijna allemaal uit het buitenland afkomstig en in meerderheid Polen; de taal van de katholieken was Pools en de ritus die werd gevolgd Latijns. In de ogen van de orthodoxe Russen was de Latijnse ritus van hen die het oppergezag van de Paus erkennen en de Byzantijns-Russische ritus zoiets als een onvervreemdbaar familie-erfgoed. De Russische regering wilde onder geen beding dat er zich kerkgemeenschappen zouden vestigen waarin de gelovigen zouden bidden volgens de Byzantijnse ritus en daarbij de Paus erkennen als opperherder.

In zijn zoektocht naar de waarheid spreekt Leonid met de Rector van de voornaamste katholieke kerk van Sint-Petersburg en besluit vervolgens katholiek te worden en daarvoor naar het buitenland te vertrekken. Op 19 juni 1902 gaat hij op weg naar Italië. In Lvov, in de Oekraïne, bezoekt hij de katholieke Metropoliet naar oosterse ritus, André Cheptitzky, die hem een geschreven aanbeveling meegeeft voor Paus Leo XIII. Leonid bereikt Rome in de loop van juli 1902 en, de 31e, feest van de H.Ignatius van Loyola, legt hij de katholieke geloofsbelijdenis af in de jezuïetenkerk van Gesù. Kort daarna ontvangt de Paus hem in particuliere audiëntie, zegent hem en geeft hem een beurs voor een priesterstudie.

Leonid gaat naar het jezuïetenseminarie van Anagni, 50 km ten zuiden van Rome. De uitbundigheid van zijn jonge mediterrane klasgenoten stoort hem soms, maar hij doet zijn best niet te mopperen en plooit zich naar een reglement dat geheel nieuw voor hem is. Hij wijdt zijn kameraden in in de religieuze problemen van Rusland. «Men kent Rusland zo slecht in Rome, merkt hij bij herhaling op. Rusland staat in feite veel dichter bij Rome dan de protestantse landen, maar iedere onhandige maatregel jegens haar kan zeer ernstige schade toebrengen aan de zaak van de eenwording». Na drie jaar van constant hard studeren behaalt hij de graad van doctor in de filosofie en start met de studie theologie. «Mijn studiejaren, zal hij later schrijven, waren een waarachtige openbaring voor mij. Het sobere leven, de regelmaat, de rationele en diepgaande aanpak die van mij verlangd werden, de klasgenoten met wie ik omging, met hun vrolijkheid en enthousiasme, nog niet bedorven door de atheïstische geschriften van die tijd, het Italiaanse volk zelf dat zo levendig, zo schrander en zo doordrongen is van de ware christelijke beschaving, dat alles zette me echt met beide benen op de grond en schonk me nieuwe energie». Hij voegt er echter aan toe: «Mijn ogen gingen open voor de ongelijkheid die er in de katholieke Kerk heerst ten aanzien van de verschillende ritussen. En mijn ziel kwam in opstand tegen de onrechtvaardigheid van de Latijnsen tegenover de Oostersen, tegen hun onbekendheid in het algemeen met de oosterse spiritualiteit». De Latijnse ritus werd door heel wat katholieke priesters in die tijd inderdaad beschouwd als de katholieke ritus bij uitstek en de andere ritussen werden alleen getolereerd. Leonid deelt deze mening niet. «Toen ik de instructies van de Metropoliet Cheptitzky overdacht, zal hij later schrijven, realiseerde ik me dat het mijn ware plicht als katholiek was onwrikbaar trouw te blijven aan de Russische ritus en religieuze tradities. De Kerkvorst wilde het heel duidelijk». Leonid wordt er niet bekrompener door: hij verwelkomt geestdriftig alle initiatieven van de westerse Kerk.

Maar in Rusland gromt de revolutie. Eind oktober 1905 wordt de Tsaar gedwongen concessies te doen, met name het erkennen van de gewetensvrijheid. Wanneer echter een zeer moedig iemand, mejuffrouw Ouchakoff, in Sint-Petersburg een katholieke kapel naar oosterse ritus opzet, wil de regering dit initiatief niet goedkeuren. «Het was in Rusland toegestaan, zo schreef een getuige, moskeeën, boeddhistische pagodes, allerlei protestantse kerken, een hele reeks vrijmetselaarsloges en zelfs katholieke kerken naar Latijnse ritus te bouwen, maar een katholieke kerk naar Russische ritus, dat nooit! Die zou veel te aantrekkelijk zijn geworden!»

Vertrek op staande voet

In 1907 verkrijgt Leonid per pauselijk decreet de officiële erkenning van het feit dat hij tot de Byzantijnse ritus behoort. Dit decreet van de heilige Paus Pius X betekende een ommekeer in de apostolische activiteiten van de katholieke Kerk in Rusland omdat de Russische katholieken voortaan officieel konden worden erkend door Rome met behoud van de ritus die hun eigen is, de Russich-Byzantijnse ritus. In juni 1907 verzoekt Leonid om verlenging van zijn paspoort en de regering antwoordt: «Als Leonid Fëdorov niet op staande voet het door de jezuïeten geleide instituut verlaat zal terugkeer naar Rusland hem voor altijd verboden worden!» Leonid verlaat Anagni en gaat naar het College van de Geloofsverbreiding in Rome zelf. Hij bevindt zich voortaan in een zeer kosmopoliet milieu waardoor hij van dichtbij de universaliteit van de katholieke Kerk kan meemaken.

In de zomer van 1907 gaat Leonid naar het eerste Congres van Velehrad, in Moravië, waar deskundigen in zake oosterse aangelegenheden elkaar ontmoeten om «de weg naar de vrede en de eendracht van oost en west te openen en hun licht te laten schijnen op de omstreden kwesties, vooringenomen ideeën te corrigeren, de vijandigste elementen dichter bij elkaar te brengen en de algemene vriendschap te herstellen». Er wordt hem een dringende opdracht toevertrouwd ten gunste van de Grieks-katholieke oosterlingen die naar de V.S. zijn geëmigreerd.Omdat ze zo weinig begrip vinden bij de bisschoppen van het land keren ze zich in groten getale tot de orthodoxen. Leonid komt voor hen tussenbeide bij de Heilige Stoel die hun in mei 1913 een juridisch statuut zal toekennen dat in overeenstemming is met hun behoeften.

Aan het eind van het schooljaar 1907-1908 moet Leonid na een hernieuwd dringend verzoek van de Russische regering Rome verlaten; hij gaat incognito naar Fribourg in Zwitserland om er zijn studie af te maken. Tijdens de zomer van 1909 keert hij terug naar Sint-Petersburg waar hij, sterk geëmotioneerd, zijn moeder terugziet die ook de katholieke geloofsbelijdenis heeft afgelegd. In diezelfde tijd vraagt en verkrijgt Metropoliet Cheptitzky van de heilige Paus Pius X een ware jurisdictie in zake de Grieks-katholieken van Rusland, die zodoende niet meer aan Poolse bisschoppen naar Latijnse ritus onderworpen zullen worden.

Een werk van de duivel dat moet verdwijnen

Op 26 maart 1911 wordt Leonid tot priester gewijd. Op 27 juli neemt hij deel aan het congres van Velehrad. De afwezigheid van orthodoxe prelaten op dit congres doet hem verdriet; hij schrijft hun: «Het is onze bedoeling gebruik te maken van het wetenschappelijk onderzoek om de wegen naar wederzijdse toenadering voor te bereiden. De congressen van Velehrad zijn geen exclusief confessionele instelling (dat wil zeggen voorbehouden aan katholieken), maar eerder een bijeenkomst van mensen van studie, bezield met een religieuze geest en overtuigd dat de tweespalt een werk van de duivel is dat moet verdwijnen».

De eerwaarde Leonid voelt zich echter sinds jaren aangetrokken tot het monastieke leven. In mei 1912 wordt hij in een klooster ontvangen waar het leven bestaat uit viering van het heilig officie naar Byzantijnse ritus enerzijds en het werk op het veld anderzijds. Dankzij zijn ijzeren gestel en zijn meegaand karakter plooit hij zich zonder al te veel moeite naar de ongemakken van de leefomgeving. Hij is verrukt van de afzondering van de wereld en de stille ingekeerdheid, hoewel hij de studie van de theologie en de informatie over de politieke situatie mist. Hij ontdekt in zijn aard een zekere hardheid jegens de naaste, wat hem ook onder de neus wordt gewreven en waartegen hij met succes strijd voert. «Hij praatte altijd heel zacht, zal een van zijn medebroeders later zeggen. Hij was altijd volkomen eender gestemd».

Tijdens de zomer van 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit. Pater Leonid keert met spoed terug naar Sint-Petersburg, dat Petrograd is geworden. Er wacht hem een onaangename verrassing: de regering voert hem af naar Tobolsk, in Siberië, want hij heeft banden met de vijanden van Rusland. Pater Leonid vestigt zich ter plaatse in een huurkamer en vindt een baan in het plaatselijk bestuur. Zo gaan de jaren 1915 en 1916 voorbij en worden getekend door een langdurige bedlegerigheid, als gevolg van een hevige aanval van gewrichtsreumatiek. Maar door de oorlog is de landelijke economie ontwricht en het volk lijdt onder de schaarste aan levensmiddelen. In februari 1917 breekt de revolutie uit en op 2 maart doet tsaar Nicolaas II troonsafstand. Een voorlopige regering onder voorzitterschap van Prins Lvoff kondigt een algemene amnestie af voor de delicten op religieus gebied en schaft alle beperkingen op het gebied van de godsdienstvrijheid af. Metropoliet Cheptitzky die eveneens is verbannen wordt vrijgelaten en hij reorganiseert de activiteiten onder de Russische katholieken. Als exarch, dat wil zeggen vertegenwoordiger van zijn religieus gezag voor het Russische grondgebied, kiest hij pater Leonid. Wanneer deze op zijn beurt is vrijgelaten gaat hij terug naar Petrograd. De Metropoliet is van plan hem tot bisschop te wijden, maar Pater Leonid weigert.

Katholiek, Rus en Byzantijns van ritus

De nieuwe exarch pakt zijn pastorale werk aan met de zorg de eenheid onder de verschillende vormen van oosters en westers christendom te bewaren. Volgens hem moet de ware oplossing worden gezocht in langs hiërarchische wegen bewerkstelligde hereniging. Deze hiërarchie vormt een kleine gemeenschap die duidelijk aantoont dat men katholiek kan zijn en tegelijk volledig Rus kan blijven met behoud van de oosterse ritus. Maar op 25 oktober zetten de Bolsjewieken de regering af en voeren een radicale omwenteling binnen de sociale orde door. Het is het begin van vijf jaren van ontbering, strijd en angst. In het begin van het jaar 1919 schrijft Pater Leonid aan een vriend: «Ik schrijf het feit dat ik nog in leven ben en onze kerk nog bestaat toe aan een wonder van de goddelijke goedheid. Een aanzienlijk aantal van onze Russische katholieken zijn gestorven door uitputting. De anderen zijn naar alle kanten uitgeweken. Om de kou en de honger te ontlopen». In 1918 krijgt hij het smartelijke verlies te verduren van zijn moeder en vervolgens van juffrouw Ouchakoff. Hij maakt daarentegen kennis met een zeer erudiete vrouw, professor aan de universiteit, juffrouw Danzas, die, na haar bekering tot het katholicisme, hem bijstaat met een bewonderenswaardige toewijding.

Zijn apostolaat strekt zich uit over drie centra, Petrograd, Moskou en Saratov, die tezamen ongeveer 200 gelovigen omvatten, waarbij men nog 200 anderen moet voegen die verspreid zijn over het onmetelijke Russische grondgebied; hij schat het aantal dat Rusland ontvlucht is of gestorven op 2000. Juffrouw Danzas zal aan Pater Leonid schrijven: «De liefde tot God en het vurige geloof van de exarch bleken voldoende uit de manier waarop hij de heilige Liturgie vierde. Vooral daardoor won hij de zielen. Als prediker was hij niet altijd toegankelijk voor zijn gehoor; hij was een diepzinnige theoloog en het koste hem soms moeite zich aan te passen aan het niveau van zijn gehoor van eenvoudige lieden...Als biechtvader was hij bewonderenswaardig en allen die in de gelegenheid zijn geweest hun gewetensgesteldheid aan hem te onderwerpen bewaren nog altijd een duidelijke herinnering aan de manier waarop hij zich volledig gaf aan zijn ambt».

De zomer van 1921 wordt gekenmerkt door een uitzonderlijke droogte die, gevoegd bij de landbouwpolitiek van de regering, een afschuwelijke hongersnood met zich meebrengt, oorzaak van de dood van ongeveer vijf miljoen personen. De Heilige Stoel belast pater Walsh, jezuïet, met de organisatie van de hulpverlening aan de hongerlijdenden door een Amerikaanse vereniging. In een paar weken worden miljoenen Russen gered dankzij de edelmoedigheid van de katholieken in de hele wereld. Pater Leonid ontmoet de jezuïet. Het is het begin van een innige vriendschap. Op voorstel van de exarch verschaft Pater Walsh levensmiddelen aan de orthodoxe clerus in de streken waar de priesters honger lijden.

De ontreddering en de vervolging van de christenen in Rusland schept duidelijkheid omtrent de voordelen van eenwording met de rest van de christelijke wereld en in het bijzonder met de Paus. Gemeenschappelijke protesten ondertekend door orthodoxe en katholieke prelaten, hetgeen nog nooit gezien was in de Russische geschiedenis, worden naar de regering gestuurd ter verdediging van de gemeenschappelijke belangen. Er worden apologetieke lezingen gepland om te strijden tegen de propaganda van de atheïsten. Pater Fëdorov stelt een kort gebed op dat kan worden gebeden zonder enige terughoudendheid, zowel door katholieken als door orthodoxen.

Maar de regering intensiveert de vervolging. Het wordt priesters verboden godsdienst te onderwijzen aan kinderen onder de 18. Het atheïsme wordt officieel onderwezen op de scholen. Onder voorwendsel levensmiddelen te kopen voor de hongerlijdenden, beroven de burgerlijke autoriteiten de kerken van hun heilige vazen en kostbare voorwerpen. Begin februari 1923 ontvangt pater Fëdorov het bevel zich naar Moskou te begeven, vergezeld van andere kerkelijke vertegenwoordigers uit Petrograd, om voor het Hoge Revolutionaire Gerechtshof te verschijnen. Hij wordt ervan beschuldigd het decreet, dat de kerken berooft van hun heilige vazen, te boycotten en misdadige betrekkingen te hebben onderhouden met het buitenland, godsdienstles te hebben gegeven aan minderjarigen en tenslotte contrarevolutionaire propaganda te hebben gevoerd.

Wat de wet er ook van moge zeggen...

Het proces dat is begonnen op 21 maart duurt vijf dagen. De Officier van Justitie kan zijn haat niet verbergen: «Ik spuug op uw godsdienst zoals ik spuug op alle godsdiensten...». Hij richt zich tot de exarch als hij de vraag stelt: «Gehoorzaamt u de sovjetregering of niet? Als de sovjetregering mij vraagt tegen mijn geweten in te handelen, gehoorzaam ik niet. Wat het catechismusonderwijs aangaat, kinderen moeten volgens de katholieke leer godsdienstonderwijs ontvangen, wat de wet er ook van moge zeggen». Tegen het einde van het proces verklaart de Officier van Justitie: «Fëdorov is de inititiatiefnemer van de bijeenkomsten met de orthodoxe clerus... Hij moet niet alleen worden berecht voor wat hij heeft gedaan maar voor wat hij nog kan doen» en hij eist de doodstraf. Twee advocaten krijgen toestemming de verdediging van de priesters naar Latijnse ritus op zich te nemen. De exarch neemt zijn verdediging voor eigen rekening. Hij toont heel behendig aan hoe dit hele proces niet meer is dan een tevoren in elkaar gezette komedie, maar hij doet het zonder verbittering, als een man die zo stevig in zijn schoenen staat dat hij zich geenszins hoeft te verdedigen. Tot slot verklaart hij: «Wat mijn hart verlangt is dat ons Vaderland ooit zal begrijpen dat het christelijk geloof en de katholieke Kerk geen politieke organisatie zijn, maar een gemeenschap van liefde». Het vonnis valt en luidt: de exarch wordt veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf.

Pater Leonid maakt van zijn hechtenis gebruik om twee catechismussen in het Russisch te vertalen. «Ik kan getuigen, zal juffrouw Danzas later schrijven, na de exarch te hebben bezocht, dat zijn houding nog kalmer en blijder was dan gewoonlijk. Hij zei tegen mij dat hij zich nog nooit zo gelukkig had gevoeld». Vanuit zijn gevangenis onderhoudt de pater een constante correspondentie met zijn getrouwen. Hij onderhoudt zijn contacten met de orthodoxen: «Er zijn hier, schrijft hij, twee bisschoppen en ongeveer twintig orthodoxe priesters. Onze betrekkingen met hen zijn uitstekend». Midden september van het jaar 1923 wordt pater Leonid overgebracht naar een andere gevangenis met een veel strenger beleid. Daar wordt hij onderworpen aan een volledige afzondering. In april 1926 verkrijgt een edelmoedige en krachtdadige dame, lid van het Rode Kruis, de vrijlating van de gevangene. Maar in de maand juni wordt hij opnieuw aangehouden en veroordeeld tot drie jaar verbanning naar de Solovki eilanden, in de Witte Zee (het hoge noorden van Europees Rusland).

De eilanden van de Solovki archipel met hun zeer koud en zeer vochtig klimaat zijn overdekt met wouden. De Sovjets hebben het XVe eeuws orthodoxe klooster in een onmetelijk grote gevangenis veranderd. Pater Fëdorov komt hier midden oktober 1926 aan. Iedere ochtend worden alle gevangenen naar de wouden gevoerd om er als houthakkers te werken. De katholieken naar Byzantijnse ritus hebben toestemming gekregen om een oude kapel te gebruiken, op een half uur loopafstand van de gebouwen, om er te bidden. Vanaf de zomer 1927 wordt het Heilig Misoffer er zondags, afwisselend volgens de Latijnse en de Byzantijnse ritus gevierd.

Een priester zal over de exarch schrijven: «Wanneer wij de teugels even konden laten vieren tijdens onze dwangarbeid vonden wij het prettig ons om hem heen te scharen; hij trok ons aan... Hij onderscheidde zich door een uitzonderlijke hoffelijkheid en eenvoud... Als hij zag dat een van ons een periode van neerslachtigheid doormaakte, zette hij hem weer met beide benen op de grond door in hem hoop op betere tijden wakker te maken. Als hij toevallig van buitenaf materiële hulp ontving deelde hij die gewoonlijk met de anderen».

Op Russische bodem, voor Rusland

Maar begin november 1928 wordt de kapel gesloten en op gerechtelijk bevel wordt alles wat gebruikt kan worden voor de eredienst in beslag genomen. «Ik vroeg toen aan de exarch, zo zal een priester berichten, of we moesten doorgaan met de viering van het Misoffer onder de dreiging van onaangename sancties. Hij antwoordde me toen met deze gedenkwaardige woorden: «Vergeet niet dat de goddelijke erediensten die wij in Solovki vieren misschien de enige zijn die katholieke priesters naar Russische ritus nog vieren op Russische bodem voor Rusland. We moeten alles in het werk stellen om op zijn minst iedere dag een liturgieviering te houden»». In de lente van 1929 verslechtert de gezondheidstoestand van de exarch aanzienlijk en hij wordt opgenomen in het veldhospitaal. Aan het eind van de zomer loopt de termijn af van zijn drie jaren concentratiekamp, maar hij moet nog drie jaar in ballingschap blijven. Hij brengt de laatste jaren van zijn leven bij landbouwers in het hoge noorden door. In januari 1934 vestigt hij zich in een stad 400 km zuidelijker, bij een spoorwegbeambte. Begin februari 1935 is hij uitgeput en gaat gebukt onder voortdurende hoestaanvallen; op 7 maart geeft hij de geest.

Laten wij in navolging van de gelukzalige Leonid Fëdorov de eenheid onder de christenen ter harte nemen en gevolg geven aan de aansporingen van het Tweede Vaticaans Concilie: «Laten alle gelovige christenen eraan denken dat zij de eenheid onder de christenen des te meer bevorderen en zelfs in beoefening brengen, naarmate zij zuiverder volgens het evangelie trachten te leven. Immers, hoe nauwer de gemeenschap is die hen met de Vader, het Woord en de Geest verenigt, des te inniger en gemakkelijker zullen zij de onderlinge broederliefde kunnen versterken... Deze innerlijke omkeer en heiligheid van leven, gepaard met persoonlijke en openbare smeekbeden voor de eenheid van de christenen, moet men beschouwen als de ziel van de gehele oecumenische beweging. Men kan dit terecht een geestelijk oecumenisme noemen» (Unitatis redintegratio, 7-8).

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques