Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Questa lettera in italiano]
31 januari 2002
H. Johannes Bosco


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft hij alleen, maar als hij sterft, brengt hij veel vrucht voort. (Joh 12, 24). Op 7 mei 2000, in het Coliseum (Rome), plek waar talloze christenen de marteldood stierven, gaf Paus Johannes Paulus II aldus commentaar op het vers uit het Evangelie: «De graankorrel die door te sterven vruchten van onsterfelijk leven heeft gegeven is Christus. De discipelen van de gekruisigde Koning zijn in zijn voetsporen getreden en zijn in de loop der eeuwen uitgegroeid tot immense menigten van allerlei naties, rassen, volken en talen... In de loop van de twintigste eeuw zijn er misschien nog meer dan in de beginjaren van het Christendom talloze mensen geweest die getuigenis hebben afgelegd van hun geloof in een klimaat van vaak heldhaftig gedragen leed... Daar waar de haat iedere vorm van leven scheen aan te tasten zonder enige mogelijkheid aan deze logica te ontsnappen, hebben de martelaren laten zien dat de liefde sterker is dan de dood (Hl 8, 6) Temidden van de verschrikkelijke regimes van onderdrukking die de mens misvormden... verhief zich hun onwankelbare trouw aan de gestorven en verrezen Christus».

Onder deze martelaren bevonden zich heel wat vrouwen die hun leven hebben verloren ter verdediging van hun waardigheid en zuiverheid. Teresa Bracco, zaligverklaard op 24 mei 1998, op de feestdag van Maria Auxiliatrix, is een van deze heldhaftige vrouwen. Haar martelaarschap «was de bekroning van een weg van christelijke rijping, dag na dag ontwikkeld, dankzij de kracht die werd geput uit de dagelijkse eucharistische communie en een innige devotie tot de Maagd Maria, Moeder van God» (Preek tijdens de mis ter zaligverklaring).

Waar zijn ze heen?

Teresa Bracco wordt geboren op 24 februari 1924 te Santa Giulia (provincie Savona, Noord-Italië), als zesde kind van Giacomo en Angela Bracco. De eenvoudige boeren maken door noeste arbeid hun landbezit productief. De vader is streng, maar rechtvaardig; de moeder zacht en vredelievend. Ieder woord dat uit de mond van de ouders Bracco komt is op de weegschaal van het Evangelie gewogen en gemeten met de duimstok van de vreze Gods, van een God die men tegemoet treedt met gevoelens van eerbied en liefde. 's Avonds gaat Giacomo persoonlijk voor bij het bidden van de rozenkrans in de kring van het gezin. Teresa ontvangt haar naam als eerbetoon aan de «kleine heilige» van Lisieux, die in 1923 is zaligverklaard. Het is een zachtaardig en goed kind. In 1927 sterven haar twee broers aan tyfus. Het meisje vraagt onschuldig waar ze heen zijn gegaan: «Naar de hemel!»wordt haar geantwoord; zo ontstaat haar verlangen daar heen te gaan en zich bij hen te voegen. Er wordt in 1928 nog een dochtertje, Anna, geboren. De ouders hadden liever een jongen gehad die de boerderij kon overnemen. Maar in dit christelijk huisgezin wordt iedere gebeurtenis bezien in het licht van Gods wil; Anna wordt dan ook met vreugde onthaald.

In 1930 komt er een jonge ijverige priester, Don Natale Olivieri, naar Santa Giulia. Hij merkt hoe vroom Teresa is, die regelmatig zijn catechismusles bijwoont. Het kind wenst heel graag haar eerste communie te doen; deze genade zal haar in de lente van 1931 worden geschonken. Haar leven speelt zich af tussen het ouderlijk huis, waar ze haar moeder helpt in de huishouding, de kerk, de gemeentelijke school en de velden waar ze soms naartoe gaat om er het vee te laten grazen. De priester stelt haar tot voorbeeld: «Doe zoals Teresa; als iedereen was zoals zij, zou ik geen zorgen hebben».

Op 2 oktober 1933 ontvangt Teresa het sacrament van het Vormsel. De woorden van Don Natale staan in haar hart gegrift: «Wij zijn hier op aarde om God te leren kennen, lief te hebben en te dienen en Hem in het volgende leven in het Paradijs te zien. Daar moeten wij op vertrouwen. Anders verliezen wij alles». De overpeinzing van de Maximes Eternelles (Leerspreuken van eeuwigheid) van de H. Alfonsus Maria van Liguori waarin het belang van het eeuwig heil en van de uiteindelijke bestemming van de mens centraal staan, maakt dat zich in haar hart het besluit verankert iedere zonde te vermijden. Teresa houdt ook veel van de heilige maagden martelaressen Agnes, Lucia, Cecilia en de patrones van haar parochie, de heilige Julia, die de kruisdood had verkozen boven het afzweren van haar geloof. Het Lijdensverhaal van Jezus dat ze ontdekte door een geschrift van de H. Vincentius Strambi, passionist uit de XVIIIe eeuw is herhaaldelijk het voorwerp van haar contemplatie. De mis en de heilige communie bijwonen worden een behoefte. Negen eerste vrijdagen van de maand neemt ze deel aan de oefeningen ter eerherstel van het Heilig Hart, wat door de Heer was gevraagd aan de H. Margaretha-Maria. Teresa zou willen intreden in de Sociëteit van de Kinderen van Maria maar haar vader staat het niet toe want de meisjes van deze stichting moeten van deur tot deur bedelen voor de parochie. Teresa onderwerpt zich stilzwijgend, maar gaat niet minder fervent door met de oefeningen van innerlijk leven die de Kinderen van Maria worden aanbevolen.

Op zestienjarige leeftijd wordt Teresa ingeschakeld voor het zwaardere werk in de landbouw want er is in het gezin geen andere man dan de vader: ze spant de runderen voor de ploeg, ze zaait, oogst, plukt de vruchten zonder zich ooit over vermoeidheid te beklagen. Ze weigert geen enkel karwei en vervangt met liefde haar zusjes wat Giacomo de volgende uitspraak ontlokt: «Ik ben bang dat jullie misbruik van haar maken want ze is veel te goed». Haar zusje Giuseppina beschrijft aldus het karakter van Teresa: «Ik weet niet waar ze al die kracht vandaan haalde... voor de liefde Gods aanvaardde ze iedere vermoeienis en ieder offer... ze nam alle dingen altijd positief op... Ik heb haar nooit in woede ontstoken gezien en ook nooit onnadenkend zien handelen... Eerder sterven dan zondigen, dat was haar levensprogram».

Een natuurlijke beschutting

De uitzonderlijke vroomheid van Teresa doen haar ouders vermoeden dat ze is geroepen tot een leven als religieuse. Maar zij heeft haar keuze nog niet gemaakt. Een van haar vriendinnen zal later zeggen: «Ze was altijd mooi bescheiden in haar manier van zich kleden». Haar zuster Maria voegt daaraan toe: «Ze was zeer matig en evenwichtig in alles. De schone schijn was niets voor haar. Ze droeg altijd vlechten en wilde nooit haar haar laten knippen». Ze houdt er niet van zich op te maken, maar haar natuurlijke schoonheid wordt in het dorp wel opgemerkt en talloze jongelieden proberen met haar op te lopen na de mis of wanneer ze terugkeert van de velden. Het meisje is tegenover hen altijd voorkomend en altijd bereid een dienst te bewijzen, maar blijft tevens gereserveerd en probeert door kleine dingen hen op een afstand te houden, speciaal degenen die iets te vrijpostig zijn. Haar bescheidenheid is de hoedster van haar kuisheid of zoals de H. Ambrosius het verwoordt: de zedigheid is de «gezellin van de zuiverheid; haar aanwezigheid biedt een grotere zekerheid voor de kuisheid» (De officiis, I, 20).

«De ingetogenheid, zei Paus Pius XII, is de natuurlijke beschutting van de kuisheid, een doelmatige vestingmuur omdat zij zorgt voor matiging van de daden die in direct verband staan met hetgeen de kuisheid juist beoogt. Als bij een voorpost, laat de ingetogenheid de mens haar waarschuwing horen zodra hij de jaren des verstands bereikt... en ze begeleidt hem zijn leven lang; ze eist dat bepaalde daden die op zich fatsoenlijk zijn, want goddelijk zo beschikt, worden beschermd door de discrete sluier van de schaduw en door de reserve van het stilzwijgen, als om ze te verenigen met de eerbied die is verschuldigd aan de waardigheid van de verheven bedoelingen ervan» (Congres van de Latijnse Unie van de Haute Couture, 8 november 1957).

Bescherming van de zuiverheid gaat niet zonder strijd, zoals Pius XII het uitlegt aan de meisjes van de Katholieke Actie in Rome: «Met uitzondering van de Heilige Maagd Maria kunnen we ons onmogelijk een mensenleven voorstellen dat tegelijkertijd zuiver is en waarin men het kan stellen zonder waakzaamheid en strijd... Jullie weten niet hoe broos de mens is noch welk verdorven bloed er stroomt uit de wonden die de zonde van Adam heeft aangericht in de natuur van de mens met de onwetendheid in het verstand, de kwaadaardigheid in de wil, de genotzucht en de zwakheid ten aanzien van het moeizame goede in de hartstochten van de zinnen... Zolang bepaalde uitdagende toiletten het trieste privilege blijven van vrouwen met een twijfelachtige reputatie en het teken waaraan ze worden herkend, zal men die toiletten niet durven dragen. Maar vanaf de dag dat ze gedragen blijken te worden door personen die boven iedere verdenking zijn verheven, zal men zonder aarzelen de stroom volgen, een stroom die misschien voor sommigen zal leiden tot de ergste val van hun leven» (22 mei 1941). De Heilige Maagd had de zalige Jacintha Marto van Fatima reeds gewaarschuwd dat er bepaalde «modes op komst waren die zeer beledigend zouden zijn voor Onze-Lieve-Heer». Deze waarschuwing is een stimulans tot waakzaamheid voor de gevaren en de geestelijke verwoestingen die deze onbetamelijke modes met zich meebrengen.

De Pauselijke Raad voor het Gezin herinnerde er op 8 december 1995 aan dat «zelfs indien ze maatschappelijk zijn aanvaard, er wijzen van spreken en zich kleden zijn die moreel gezien ongepast zijn en een manier om de seksualiteit te banaliseren door deze te reduceren tot een voorwerp van consumptie. De ouders moeten de kinderen dus het belang bijbrengen van christelijke bescheidenheid, van sobere kleding, van de noodzakelijke vrijheid ten aanzien van bepaalde modes». (Waarheid en betekenis van de menselijke seksualiteit, n. 97). De mode heeft op zich niets slechts. Zij ontstaat spontaan als het product van een wissselwerking tussen mens en maatschappij waarbij hij de impuls volgt die neigt naar harmonie met zijn gelijken. De mode is echter niet de voornaamste gedragsregel van de mens. De H. Thomas van Aquino leert ons dat de uiterlijke verschijning van de vrouw een verdienstelijke daad van deugd kan zijn wanneer zij in overeenstemming is met de staat van de persoon en wordt gedragen met een goede bedoeling (Commentaar op de profeet Jesaja). Maar hij herinnert er eveneens aan dat het welzijn van onze ziel dat van ons lichaam overstijgt en dat wij boven hetgeen voor ons lichaam voordelig is het welzijn van de ziel van onze naaste moeten verkiezen (Summa Theologica). Bijgevolg bestaat er een grens die geen enkele vorm van mode mag toestaan te overschrijden, een grens waarbuiten de mode oorzaak van geestelijke verwoesting wordt.

Welk hoogste criterium?

Gesterkt door de sacramenten is Teresa een toonbeeld van blijheid en bescheidenheid . Haar voorbeeldige levensstijl getuigt van een diepgaande liefde voor God en de naaste, een liefde die zichzelf vergeet, volgens de woorden van Jezus tot zijn discipelen: Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen (Mt 16, 24). Wie zijn leven bemint, verliest het, maar wie zijn leven in deze wereld haat, zal het ten eeuwigen leven bewaren (Joh 12, 25). «Het gaat hier, verklaart Paus Johannes Paulus II, om een waarheid die de moderne wereld vaak weigert en veracht, want zij maakt van de eigenliefde het hoogste bestaanscriterium. Maar de geloofsgetuigen die ons aanspreken door het voorbeeld van hun leven, hebben noch hun eigen voordeel noch hun welzijn en zelfs hun eigen fysieke overleving niet beschouwd als waarden die superieur zouden zijn aan de trouw aan het Evangelie» (7 mei 2000). De trouw van Teresa aan de wil van God , in de kleine gebeurtenissen van het leven, is haar voorbereiding op de hogere strijd van het martelaarschap.

Wanneer de oorlog nadert, roept Paus Pius XII alle christenen op voor de vrede te bidden. Teresa bidt meer en meer. Tijdens de godsdienstige officies is ze zeer stil en ingetogen en heeft slechts oog voor het altaar waar het Heilig Sacrament zich bevindt. Tijdens de Vasten van 1940 komen twee paters passionisten een volksmissie preken in Santa Giulia. Aan het begin van iedere lering herhalen de missionarissen krachtige uitspraken zoals: «Het leven is kort, de dood zeker; van de dood is het tijdstip onbekend; ik heb maar een ziel; als ik haar verlies, wat rest mij dan nog? Alles gaat voorbij, alles is weldra afgelopen, maar de eeuwigheid zal nooit afgelopen zijn». Teresa overpeinst deze waarheden en begrijpt de dringende noodzaak te werken voor het Rijk Gods, naar het woord van Jezus: Zie, Ik kom spoedig, en mijn loon breng Ik mee, om ieder te vergelden naar zijn werk (Apk 22, 12).

Gespannen situatie

De Duitsers zijn geërgerd over het «verraad» van de Italiaanse bondgenoot en beantwoorden de krijgsbewegingen van de partizanen met strenge onderdrukking. In deze roerige periode sterft op 13 mei 1944, als gevolg van ziekte, vader Giacomo Bracco. De zes in het huis overgebleven vrouwen moeten alleen in hun onderhoud voorzien. Teresa is twintig. Het meisje is verre van verzwakt of uit het veld geslagen door de dood van haar vader, maar eerder sterker en moediger geworden alsof haar vader zijn deugden aan haar had nagelaten. Op 24 juli vindt niet ver van Santa Giulia een bloedige confrontatie plaats tussen een Duits detachement en een groep verzetsstrijders. Na een paar soldaten te hebben gedood, vluchten de partizanen het dorp in. De volgende dag komen de Duitsers met versterking terug en plunderen het hele dorp. Er worden vijf boerderijen vernietigd. Het gerucht gaat dat de soldaten vrouwen en jonge meisjes hebben verkracht.

Een stoutmoedig meisje

Op 27 augustus opnieuw een confrontatie. De partizanen slaan op de vlucht. Op de 28e woont Teresa 's ochtends de mis van zeven uur bij. Vervolgens gaat ze werken in de velden, samen met haar zusjes Adele en Anna. Plotseling horen de meisjes geweerschoten. Tegen negen uur waarschuwen op de vlucht geslagen partizanen hen niet naar Santa Giulia terug te keren omdat de Duitsers er zijn. Hoe verlegen van nature ze ook is, luistert Teresa niet naar hen. «Wat kunnen ze me nog meer aandoen dan mij doodschieten?» vraagt ze aan een buurman. Ze wil haar moeder gaan helpen om de kostbaarste voorwerpen van het gezin, waaronder de foto van haar vader, in veiligheid te brengen. Met haar zusjes gaat ze weer op weg naar het dorp en bereikt het gehucht «Kastanjebosje» genaamd waar op de vlucht geslagen bewoners, waaronder haar moeder zich bevinden. Een vriendin van Teresa vertelt hierover: «Ik sprak met haar over de barbarij van de soldaten en over hun geringe eerbied voor vrouwen. Gedecideerd zegt ze tegen mij: «Ik wil eerder sterven dan geschonden worden»». Mevrouw Bracco nodigt de aanwezigen uit samen de rozenkrans te bidden.

Om drie uur naderen de Duitsers, met de partizanen die ze gevangen hebben genomen. Angela en Teresa verbergen zich in de holte van een rots. Plotseling ontdekken de soldaten de aanwezigheid van de twee zusjes en bevelen hen de colonne gevangenen te volgen. Verderop treffen ze een vrouw met haar baby aan; het is Enrichetta Ferrera, nicht van Teresa. Wanneer zij ook met de groep wordt meegenomen, schreeuwt ze uit: «Mijn andere kinderen zijn nog in het bos!» Men staat haar toe terug te keren. Enrichetta geeft haar kind aan Teresa, maar dat begint te schreeuwen zodat de moeder is verplicht het weer over te nemen. Dan beveelt een soldaat Teresa met haar nicht mee te gaan.

Een triest avontuur

De man van Enrichetta doet later zijn verhaal: «Ik heb mijn vrouw zien aankomen met het kind op de arm en met Teresa die tegen me zegt: «Ze hebben me meegestuurd om je te helpen de kinderen mee te nemen». Dan komen er vier soldaten aan die het gezin Ferrero gebieden weer hun huis in te gaan, maar houden Teresa en twee jonge meisjes in haar gezelschap staande. Teresa wordt in hechtenis genomen door een officier die twee soldaten gebiedt de twee andere meisjes mee te nemen. Deze worden enkele minuten later verkracht. Wanneer zij zich later bij hun in hechtenis genomen families vervoegen en in de aanwezigheid van mevrouw Bracco hun trieste avontuur vertellen voelt de moeder van Teresa hoe haar hart ineenkrimpt: «Mijn dochter zal niet meer naar huis terugkeren, als haar zoiets overkomt», denkt ze. «Terwijl alle vrouwen en kinderen samen richting Sanvarezzo werden vervoerd en vervolgens opgesloten in een zitkamer van mijn huis, zo zal een bewoner van dit gehucht later vertellen, werden de meisjes, waaronder Teresa, door de soldaten verplicht hen in verschillende richtingen te volgen. Ik heb herhaalde malen kreten gehoord en geroep om hulp; een buurman van mij, Baldo Giovanni genaamd en reeds op leeftijd, ontmoette de soldaat die Teresa had ontvoerd. Hij hield haar nek omkneld en sleepte haar zo achter zich aan».

Meteen na het vertrek van het Duitse leger begeeft Don Natale zich naar de plek van de tragedie, vergezeld van Venanzio Ferrari en de moeder van het slachtoffer alsook van haar zusje. Hij treft het lichaam aan op een plek die «de Kersengaard» wordt genoemd. Teresa is op haar rug gelegen, de handen op haar borst gekruist, in een verdedigende houding tegenover haar aanrander. Een hand is doorboord door een kogel die in haar borst is terechtgekomen. Haar keel vertoont een bleekblauwe plek. Het gezicht is op meerdere plaatsen gekneusd; op de borst en de armen zijn afschuwelijke sporen van beten waarneembaar. De schedel vertoont een deuk van acht centimeter, waarschijnlijk het gevolg van een trap van een spijkerschoen. Diep bedroefd haast de priester zich het lichaam te bedekken met een lijkwade zonder iemand toe te staan het aan te raken. Vervolgens komt de arts Scorza die het overlijden vaststelt en het lichaam onderzoekt. «Het meisje is ongeschonden gebleven, verklaart hij. Ze heeft gestreden totdat de soldaat haar heeft gewurgd en gedood uit woede dat hij haar niet heeft kunnen doen zwichten».

«Om gehoorzaam te zijn aan God die haar vroeg de tempel van haar lichaam te beschermen (cf. l Kor 3, 16), schreef Mgr. Livio Maritano, bisschop van Aqui Terme in 1998, heeft Teresa gehoorzaamheid geweigerd aan de man die haar zou hebben verkracht maar ook in leven zou hebben gelaten. Haar houding was er niet een van gelaten stilzwijgen tegenover een bruut die tot alles in staat is, maar een positief weigeren haar maagdelijke schoonheid te laten aantasten. Teresa is niet iemand van een andere tijd; ze staat dicht bij de jongeren van vandaag door haar verlangen naar authenticiteit en samenhang tussen hetgeen waarvan ze overtuigd is –haar katholieke geloof– en haar manier van leven. Teresa Bracco was werkelijk «verliefd op God», dat is de reden waarom ze besloten heeft haar leven te offeren; ze heeft verkozen het hier op aarde te verliezen teneinde het voor altijd terug te vinden in de oneindige Liefde».

Op 31 augustus vindt een zeer discrete begrafenis plaats. Maar de bezetter is geschrokken van de excessen van zijn eigen soldaten en de represailles worden gestaakt in deze streek; het offer van Teresa begint op die manier reeds zijn eerste vruchten te dragen. De plaatselijke bisschop heeft vanwege de begane vergrijpen jegens de vrouwen een protestbrief gestuurd aan de Duitse generaal die erkent dat er eigenmachtige gewelddaden zijn gepleegd waarvoor twee soldaten voor de militaire rechtbank zijn gedaagd.

Een lichtbaken voor de jeugd

Sedert 1945 hebben de inwoners van Santa Giulia de gewoonte ieder jaar op 28 augustus bij elkaar te komen ter herdenking van de dood van Teresa. Talloze mensen uit het diocees voegen zich bij hen; velen gaan te biecht en te communie, in het bijzonder de jongeren. Tijdens de zaligverklaringsceremonie voor Teresa merkte Paus Johannes Paulus II op: «Welk een betekenisvol evangelisch getuigenis voor de jonge generatie die het derde millennium ingaat! Wat een boodschap van hoop voor al degenen die hun best doen tegen de stroom van de in deze wereld regerende geest in te gaan! Aan de jongeren in het bijzonder stel ik dit meisje voor, opdat ze van haar het heldere geloof leren waarvan ze heeft getuigd door er zich dagelijks voor in te zetten en de morele coherentie die geen compromis duldt, alsook de moed om, indien nodig, het eigen leven te offeren teneinde niet de waarden die een zin geven aan het leven te verraden».

Laten we er de Heilige Vader erkentelijk voor zijn dat hij ons het voorbeeld van de martelaren geeft die ons leren ons gedrag in overeenstemming te brengen met ons geloof. Door het geloof «geloven wij in God en in alles wat Hij ons gezegd en geopenbaard heeft en dat de Heilige Kerk ons voorhoudt te geloven , omdat Hij de waarheid zelf is» (Katechismus van de Katholieke Kerk, n. 1814). Maar het geloof «is niet enkel een geheel van voorstellen die door het verstand aangenomen en onderschreven moeten worden. Het is in tegendeel kennis en ervaring van Christus, een levende memorie van zijn geboden, een te beleven waarheid. Een waarheid is overigens alleen dan waarlijk aangenomen, wanneer zij in praktijk gebracht wordt... wanneer zij in daden wordt omgezet. Zij houdt een daad van vertrouwen en van overgave aan Christus in en zij stelt ons in staat te leven zoals Hij heeft geleefd, dat wil zeggen in de grootste liefde tot God en onze broeders... Door het zedelijke leven wordt het geloof «bekentenis», niet alleen ten overstaan van God, maar ook ten overstaan van de mensen: het wordt getuigenis: Gij zijt het licht der wereld, heeft Jezus gezegd... Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is (Mt 5, 14-16)» (Johannes Paulus II, Veritatis splendor, 88-89).

Mogen de Heilige Jozef en de zalige Teresa voor ons de genade verkrijgen van een volledige samenhang tussen ons leven en ons katholiek geloof, bron van talloze weldaden en ook voor allen die wij toevertrouwen aan de Heer in ons gebed!

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques