Blason  Abdij Saint-Joseph de Clairval

F-21150 Flavigny-sur-Ozerain

Frankrijk


[Cette lettre en français]
[This letter in English]
[Dieser Brief auf deutsch]
[Esta carta en español]
[Aquesta carta en català]
[Questa lettera in italiano]
8 december 2000
Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria


Dierbare Vriend van de Abdij Saint-Joseph de Clairval,

Een van de weinige leken die tot het concilie Vaticanum II waren toegelaten, Jean Guitton, zei in oktober 1968: «Een oordeel uitspreken over Pater Pio kost tijd en is niet eenvoudig. Maar duizenden getuigen zullen zich verheffen om te zeggen dat hij hen heeft gesterkt in hun overtuiging van de aanwezigheid van God en van de waarheid van het Evangelie». Die kapucijner broeder, in wie Jezus Christus het mysterie van zijn Lijden een halve eeuw lang heeft willen hernieuwen, is een uitzonderlijke getuige. Pater Pio, zalig verklaard door Paus Johannes Paulus II op 2 mei 1999, herinnert de christenen en de hele mensheid eraan dat Jezus Christus de enige Verlosser van de wereld is.

Francesco Forgione is geboren in 1887 te Pietrelcina, een groot dorp in Zuid-Italië. Reeds op zeer jeugdige leeftijd ontvangt hij de genade van herhaaldelijke visioenen van de Heilige Maagd. De duivel dient zich ook aan bij hem, vaak 's nachts, in schrikaanjagende verschijningen. Vanaf zijn negende jaar begint hij zogezegd aan een cyclus van ernstige ziektes die pas bij zijn dood zal ophouden. Op zijn zestiende treedt hij echter in bij de kapucijnen waar hij zijn gelofte aflegt onder de naam van broeder Pio. Maar de gezondheid van de jonge monnik verbetert niet: hij heeft een ernstige aandoening aan de linkerlong; de thermometers barsten van zijn koortsaanvallen! In de hoop dat een gunstiger klimaat deze onverklaarbare ziekte kan helpen genezen, wordt hij verscheidene malen naar andere kloosters overgebracht om vervolgens, van 1910 tot 1916, terug te keren naar Pietrelcina, naar zijn familie. Op 10 augustus 1910 wordt hij ondanks alles priester gewijd: «Wat was ik die dag gelukkig, zal hij later zeggen. Mijn hart brandde van liefde voor Jezus... ik smaakte voor het eerst het Paradijs». In juli 1916 lukt het hem eindelijk zich in het klooster van San Giovanni Rotondo, dicht bij Foggia in Apulië, te vestigen.

Wonderen in de twintigste eeuw

Op 20 september 1918, op 31-jarige leeftijd, ontvangt hij de genade van de stigmata, bloedende wonden aan de handen, de voeten en de zij, zoals de gekruisigde Jezus Christus ze had vertoond. Voortaan verliest hij dagelijks het equivalent van een glas bloed en dat vijftig jaar lang. «Bij hem, zo getuigt een van zijn medebroeders, zijn het niet alleen vlekken maar echte wonden van doorboorde handen en voeten. Ik heb die in zijn zij kunnen zien: een echte scheur waaruit voortdurend bloed vloeit». De wonden zijn ook de oorzaak van de bijbehorende flauwtes die, hoe licht ook, er niet minder pijnlijk om zijn. Tegenover een dergelijke genade ervaart Pater Pio intens zijn eigen onwaardigheid, maar hij is er blij mee aan Christus gelijkvormig te zijn.

Zijn meerderen doen een beroep op gerenommeerde artsen om de stigmata te onderzoeken. Deze specialisten stellen vast dat het om echte wonden gaat. Sommigen schrijven ze toe aan een magnetische kracht, anderen aan autosuggestie en weer anderen aan «fysico-fysiologico-pathologische verbanden» (sic); maar meerdere specialisten erkennen dat de oorzaak van de wonden de medische wetenschap ontgaat. «De stigmata, schrijft Kardinaal Journet, hebben de bedoeling ons op aangrijpende wijze te herinneren aan het lijden van de gemartelde God voor ons en aan de noodzaak voor de hele Kerk om te lijden en te sterven alvorens de heerlijkheid binnen te treden... De stigmata zijn als het ware een bloedige prediking, hartverscheurend en luisterrijk tegelijk. Zij maken het ons onmogelijk te vergeten welke de ware tekenen zijn van de oprechte liefde».

In het begin van de maand mei 1919 wordt een klein meisje plotseling genezen nadat het een visioen van Pater Pio heeft gehad. Op 28 mei wordt een soldaat die in de oorlog gewond is geraakt en door de artsen ongeneeslijk ziek is verklaard, naar Pater Pio vervoerd die hem zegent: hij is op slag volledig genezen. Deze twee wonderen waarover in de pers wordt gesproken, brengen de menigten in beweging: sinds juni 1919 begeven drie tot vijfhonderd pelgrims of nieuwsgierigen zich iedere dag naar San Giovanni Rotondo. Het gerucht verspreidt zich dat Pater Pio in de zielen van de mensen kan lezen. Dat komt in feite herhaaldelijk voor. De knappe en puissant rijke Luisa V., uit pure nieuwsgierigheid naar San Giovanni Rotondo gekomen, voelt zich, koud ter plekke aangekomen, overmand door zo'n smartelijk verdriet om haar zonden dat ze in een volle kerk in tranen uitbarst. De Pater komt naar haar toe en zegt: «Kalmte, mijn kind, de barmhartigheid kent geen grenzen en het Bloed van de Christus wist alle misdaden van de wereld uit. – Ik wil biechten, eerwaarde. – Komt u eerst weer tot rust. Komt u morgen terug». Signora V. die sedert haar kinderjaren niet meer heeft gebiecht, brengt de nacht door met het opmaken van de lijst van haar zonden. De volgende dag, tegenover de Pater, is ze plotseling niet meer in staat haar tekortkomingen op te noemen. Pater Pio komt haar te hulp en zegt vervolgens: «Herinnert u zich niets anders?» Luisa siddert bij de gedachte aan een ernstige zonde die ze niet durft te bekennen. Pater Pio wacht en maakt geluidloze lipbewegingen... Tenslotte is ze zichzelf weer meester: «Dit is er ook nog, eerwaarde – God zij geprezen! Ik geef u de absolutie, mijn kind...»

Een kliniek voor de zielen

«Ik ben een biechtvader», zei Pater Pio graag van zichzelf. Het komt inderdaad voor dat hij vijftien tot zeventien uur per dag besteedt aan het ontvangen van boetelingen. Meer dan een rechtbank of een leerstoel is zijn biechtstoel een kliniek voor zielen. Hij ontvangt de boetelingen op allerlei manieren, al naar gelang ieders behoeften. Naar de een strekt hij zijn armen uit in uitbundige vreugde en zegt hem waar hij vandaan komt vóór deze zijn mond heeft kunnen opendoen. De ander krijgt verwijten te horen; hij spreekt hem streng toe en bejegent hem zelfs ruw. Hij betoont zich soms veeleisender jegens een «goede christen» die zijn plichten niet vervult dan jegens een groot zondaar die min of meer onwetend is in zake de goddelijke wetten. Streng is zijn veroordeling van de zonden tegen de kuisheid en tegen de wetten die het doorgeven van leven regelen; die vergeeft hij niet zonder de zekerheid te hebben verkregen dat de boeteling vastbesloten is zijn leven te beteren en sommigen worden maandenlang op de proef gesteld alvorens de absolutie te ontvangen. Pater Pio geeft hiermee blijk van het belang dat hij hecht aan berouw en aan het vaste voornemen alvorens het sacrament van Boete en Verzoening te kunnen ontvangen. Daar waar hij oprechtheid aantreft echter betoont hij zich welwillend, een welwillendheid die het hart doet zwellen.

Al bij de eerste woorden die hij tot de boeteling richt: «Wanneer hebt u voor het laatst gebiecht?», begrijpt men dat de priester een duidelijke, korte, volledige en oprechte biecht verwacht. Hij heeft aan vijf à zes minuten genoeg om een heel leven om te vormen en een losgeslagen bestaan weer op God gericht te krijgen. Het komt voor dat de priester de biechteling voor het einde wegstuurt: «Eruit! Ga weg! Ik wil je voor die en die dag niet zien...» Zijn toon wordt gebiedend streng. Hij weet dat het «wegsturen» een heilzame maatregel is die de zondaar zal wakker schudden, hem doen huilen en hem zal dwingen een inspanning voor zijn bekering te leveren. Deze manier van doen, die verbazing kan wekken, sluit helemaal aan bij de pedagogie van Pater Pio. Zij is te verklaren aan de hand van zijn persoonlijk charisma en de verlichting van het verstand die hij dankt aan de Heilige Geest die inwerkt op het geweten van de mensen. De zielen die met deze bijzondere energie worden behandeld vinden pas vrede wanneer ze met oprecht berouw terugkeren aan de voeten van de biechtvader die zich dan laat zien als een zeer liefhebbende vader. Maar de smart van de Pater wanneer hij tot dergelijke methodes zijn toevlucht neemt is onvoorstelbaar groot: «Als je eens wist door welke pijlen mijn hart eerst doorboord wordt! bekent hij op een dag tegenover een medebroeder nadat hij een biechteling die niet de juiste instelling bezat had weggestuurd. Maar als ik niet zo te werk ga, zullen zovelen niet naar God terugkeren!»

Door zelf op uitzonderlijke wijze met lichaam en ziel deel te nemen aan het lijden voor de Verlossing, doorziet hij bijzonder scherp de ernst van de zonde. Op een dag knielt een man van rijpe leeftijd die sinds zijn zevende jaar niet meer te biecht was gegaan, neer in de biechtstoel van Pater Pio. Terwijl zijn geweten geleidelijk aan wordt verlicht, ziet hij de Pater bleek worden en transpireren. Sommige biechtelingen beweren dat ze druppels bloed op zijn voorhoofd hebben zien parelen terwijl zij hun trouweloosheden beschreven. «Zielen! Zielen! Hoe hoog is de prijs van uw heil!» roept hij op een dag uit. In onze tijd boezemt de zonde geen afschuw meer in. «In de hedendaagse oordelen worden mensen niet meer als zondaars beschouwd, aldus Paus Paulus VI; ze staan te boek als gezond, ziek, fatsoenlijk, goed, sterk, zwak, rijk, arm, geleerd, onwetend; maar het woord zonde komt men nooit tegen» (20 september 1964). Er zijn echter mensen zoals Pater Pio die het met het kwade niet op een akkoordje gooien en die diep zijn ontsteld bij de aanblik van de zonde en het ongeluk van hen die in staat van doodzonde verkeren.

De Katechismus van de Katholieke Kerk leert: «De zonde is een belediging jegens God: Tegen U alleen heb ik gezondigd, Gij doorziet het kwaad dat ik deed» (Ps. 51, 6). De zonde keert zich tegen de liefde van God voor ons en wendt onze harten van Hem af... De zonde is aldus «eigenliefde die zo ver gaat dat men God veracht» (H. Augustinus)» (KKK n. 1850). De eeuwigdurende consequentie ervan, voor hen die voor hun dood niet tot inkeer komen, is verschrikkelijk: de hel. «De leer van de Kerk bevestigt het bestaan van de hel en haar eeuwige duur. De zielen van hen die sterven in staat van doodzonde, dalen onmiddellijk na de dood af in de hel, waar zij de straffen van de hel, «het eeuwige vuur», ondergaan» (KKK n. 1035). Pater Pio huilt en snikt wanneer hij bij het lezen van de Bezoeken aan de Allerheiligste Maagd Maria van de H. Alfonsus de Liguori, deze woorden uitspreekt: «Ik dank u voor al wat u hebt gedaan, in het bijzonder dat u mij hebt behoed voor de hel die ik zovele malen heb verdiend».

Daar komt het op aan

Pater Pio put uit het gebed de bovennatuurlijke kracht om het kwade te bestrijden. De pijnen van zijn vijf wonden ten spijt, bidt hij veel. Elke dag wijdt hij zich vier uur lang aan meditatie. Zijn gebed gaat gepaard met de zuchten van het hart, hij beoefent ook het schietgebed (korte gebeden die als pijlen naar de hemel worden afgeschoten), maar hij bidt vooral de rozenkrans. Men hoort hem vaak zeggen: «Gaat u naar de Madonna, laat haar liefhebben! Bidt steeds het rozenhoedje. Bidt het goed! Bidt het zo vaak als u kan!... Weest zielen van het gebed. Wordt het bidden nimmer moe. Daar komt het op aan. Het gebed doet het Hart van God geweld aan en verkrijgt daardoor de nodige genaden!»

Het hoogtepunt van de dag en van het gebed van Pater Pio is de viering van het Heilig Misoffer. «In dit goddelijk offer dat tijdens de Mis wordt voltrokken, is dezelfde Christus, die zichzelf eenmaal op het altaar van het kruis op bloedige wijze offerde, aanwezig en wordt Hij op onbloedige wijze geofferd» (Concilie van Trente; cf. KKK, n. 1367). Door zijn stigmata aan de Christus gelijkvormig, beleeft Pater Pio de Mis in innige vereniging met het Lijden van Jezus: «De Mis is een soort van heilig verbond tussen Jezus en mij. Weliswaar op zeer onwaardige wijze, lijd ik al hetgeen Hij heeft geleden, Hij die het mij heeft vergund toe te treden tot het mysterie van de Verlossing». Pater Pio huilt vaak tijdens het opdragen van het Offer en aan iemand die zich daarover verbaast legt hij uit: «Vindt u het gering dat een God met zijn schepselen spreekt? En dat Hij door hen wordt tegengesproken? En dat Hij voortdurend wordt gekwetst door hun ondankbaarheid en hun ongelovigheid?» De Mis van Pater Pio kan anderhalf of twee uur duren. Een Franse ambassadeur bij de Heilige Stoel die de genade ten deel was gevallen een ervan bij te wonen, schreef: «Nooit van mijn leven heb ik zo'n aangrijpende mis bijgewoond. De Mis werd – wat ze in werkelijkheid ook is – een volstrekt bovennatuurlijke daad. Toen het moment aanbrak van de opheffing van de Hostie en daarna van de Kelk, bleef Pater Pio in contemplatie verzonken onbeweeglijk staan. Hoe lang?... Tien, twaalf minuten of langer misschien... In de menigte hoorde men alleen het prevelen van gebeden».

Pater Pio bidt weliswaar veel, hij brengt ook de anderen tot gebed en als antwoord op de wens die door Paus Pius XII wordt geformuleerd, organiseert hij gebedsgroepen voor leken. Iedere avond zit hij zelf de plechtigheid voor die de gelovigen samenbrengt in de kleine kloosterkerk. Daar wordt de rozenkrans gebeden, de Heilig-Sacramentszegen gegeven; daar wordt de zogeheten «onweerstaanbare novene» tot het Heilig Hart van Jezus en het «Bezoek aan de Madonna» gehouden. De gebedsgroepen die door hem in het leven zijn geroepen verbreiden zich over de hele wereld. Ter viering van zijn tachtigste verjaardag sturen meer dan duizend van die groepen vertegenwoordigers naar San Giovanni Rotondo.

Hinderlijke aanwezigheid

Aldus herleeft geleidelijk aan de godsvrucht in San Giovanni Rotondo dat voor de komst van Pater Pio in een erbarmelijke geestelijke staat verkeerde. Maar de apostolische ijver van de jonge kapucijn wekt ook tegenstrijdigheden op. Een aantal kanunniken uit de streek, gewend een verdorven leven te leiden en de plichten van hun priesterlijke ambt te veronachtzamen, vinden zijn aanwezigheid zeer hinderlijk. Bovendien wekt de plotselinge roem van de drager der stigmata, de stroom van pelgrims en de aalmoezen aan het klooster het ongenoegen op van een deel van de plaatselijke geestelijkheid. De bisschop van het diocees, die een zeer slechte reputatie heeft, laat priesters en gelovigen een aangifte tekenen van zogenaamde schandalen die zich in het klooster van San Giovanni Rotondo zouden afspelen, waarmee een begin komt aan een langdurig proces dat wordt gevoerd voor het Gerechtshof van Rome. Als gevolg van ernstige lasteringen worden door de misleide kerkelijke overheid vanaf juni 1922 strenge maatregelen tegen Pater Pio genomen: verbod op iedere geestelijke correspondentie, zelfs met zijn geestelijke leidslieden; verbod op het vieren van het misoffer in het openbaar; overbrenging van Pater Pio naar een ander klooster. In feite zullen de twee laatste maatregelen niet kunnen worden toegepast vanwege de felle reactie van de plaatselijke bevolking. Maar in 1931 loopt de vervolging uit op het verbod ieder ambt uit te oefenen met uitzondering van de misviering in besloten kring. Pater Pio moet in het eigen klooster leven als een kluizenaar. Deze pijnlijke situatie duurt twee jaar lang waarna de Pater al zijn priesterlijke bevoegdheden terugkrijgt (juli 1933). Intussen wordt een onderzoek naar het schandelijk gedrag van sommige geestelijken, die tegen de Pater waren gekant, afgesloten met de veroordeling van de schuldigen.

«Na de zondeval, zei Pater Pio, is het lijden de helpster van de schepping geworden; ze is de machtigste hefboom geworden om de wereld weer overeind te helpen; zij is de rechterarm van de Liefde die wil verkrijgen dat wij opnieuw worden geboren». Terwijl hij leed en ziekte uit ervaring kent, heeft hij evenwel veel aandacht voor de verzachting ervan, in navolging van de Heiland die gezond maakte wie genezing nodig had en die zijn apostelen uitzond om het koninkrijk van God te verkondigen en zieken gezond te maken (Lc 9, 11 en 2). Met dit doel voor ogen vat hij het plan op een ziekenhuis in San Giovanni Rotondo te bouwen: de zieken, vooral de armen, zullen er gastvrij ontvangen en deskundig worden geholpen in een waardige en gerieflijke omgeving, maar er zal ook zorg worden gedragen voor hun zielen zodat «de uitgeputte geesten en lichamen nader zullen komen tot de Heer en in hem hernieuwde kracht zullen vinden». In 1947 wordt er gestart met de verwezenlijking van het «Casa Sollievo della Sofferenza» (Huis ter verlichting van de pijn), dat een van de modernste ziekenhuizen van Italië wordt met een capaciteit van meer dan duizend bedden.

Afgunstwekkend eigendom

Maar dit werk geeft weer aanleiding tot een nieuwe vervolging van Pater Pio die door een speciale door Paus Pius XII verleende dispensatie van de gelofte van armoede eigenaar is van het ziekenhuis. Verscheidene diocesane overheden en Italiaanse religieuze instellingen zijn inderdaad, ondanks de waarschuwingen van de Heilige Stoel, zo onvoorzichtig geweest zich te laten betrekken bij een financiële zaak waarbij ze hun hele bezit zijn verloren. Gezien de omvang van de geldelijke verliezen, doen kapucijner paters en enkele geestelijken een poging de hand te leggen op de financiële reserves van Pater Pio die zich wijselijk van de zaak afzijdig had gehouden. Debatten, bedreigingen, perscampagnes met het oogmerk de Pater in diskrediet te brengen evenals de administrateurs die hij heeft uitgekozen voor het beheer van het Casa. In april 1960 gaan enkele kerkelijke medewerkers zo ver dat ze microfoons plaatsen op verschillende plekken om de gesprekken van Pater Pio met de gelovigen op te nemen. Deze handelwijze draagt een heiligschennend karakter aangezien hier ook werd afgeluisterd welke raad tijdens de biecht werd verstrekt met de bedoeling de biechtvader op een fout te betrappen. Deze afluisterpraktijken duren vier maanden; een snel onderzoek onthult de namen van de schuldigen en hun medeplichtigen die allen wettelijk worden gestraft. Om het ziekenhuis dat een liefdewerk is voor verdere naijver te behoeden, vraagt de Heilige Stoel in 1961 aan Pater Pio het aan haar te legeren, hetgeen hij doet in voorbeeldige gehoorzaamheid. Hij wordt echter nog altijd behandeld als een «in voorwaardelijke vrijheid gestelde verdachte», totdat Paus Paulus VI hem begin 1964 de volledige vrijheid om zijn priesterambt uit te oefenen teruggeeft.

In weerwil van al deze tegenslagen, beoefent Pater Pio een gestadige en heldhaftige gehoorzaamheid. «Zijn meerderen gehoorzamen is God gehoorzamen» zegt hij voortdurend. Orders van zijn meerderen worden nooit door hem betwist, hoe onrechtvaardig ze ook mogen zijn. Aan een van zijn meerderen schrijft hij: «Ik handel slechts om u te gehoorzamen, daar de goede God mij heeft laten weten dat dit het enige is dat hem behaagt, en voor mij het enige middel waarvan ik heil mag verwachten en waardoor ik victorie zal mogen roepen». Tijdens de mis ter zaligverklaring van Pater Pio, zal Paus Johannes Paulus II zeggen; «In de heiligheidsgeschiedenis gebeurt het soms dat de uitverkorene, door een bijzondere permissie van God, het voorwerp is van veel onbegrip. Wanneer dit juist blijkt te zijn, wordt de gehoorzaamheid voor hem een smeltkroes van zuivering een weg van voortschrijdende eenwording met Christus, een versterking van de ware heiligheid». Maar de eenwording met Christus kan slechts door en in de Kerk plaatsvinden. Voor Pater Pio zijn de liefde voor Christus en de liefde voor de Kerk niet van elkaar te scheiden. Aan een geestelijke zoon die zich op een onaanvaardbare manier, want vernederend voor de Kerk, zijn verdediging op zich wil nemen schrijft hij: «Als je dicht bij me was, zou ik je aan mijn hart drukken, ik zou me aan je voeten werpen en je smekend vragen: laat de Heer de menselijke armzaligheden oordelen en keer terug in je eigen nietigheid. Laat mij de wil van de Heer volbrengen waaraan ik me volledig ondergeschikt heb gemaakt. Leg aan de voeten van onze heilige Moeder de Kerk alles neer wat haar schade kan berokkenen en verdriet doen».

Hij ziet in de Kerk een Moeder die altijd moet worden bemind, alle zwakheden van haar kinderen ten spijt. Zijn hart siddert van liefde voor de Plaatsvervanger van Christus, getuige een brief van 12 september 1968, kort voor zijn dood, aan Paus Paulus VI: «Ik weet dat het lot van de Kerk, de vrede in de wereld, de zo talrijke noden onder de volken, maar vooral het gebrek aan gehoorzaamheid van bepaalde katholieken ten aanzien van de verheven lering die we van u, die wordt bijgestaan door de Heilige Geest en spreekt in naam van God, ontvangen, uw hart dezer dagen zwaar beproeven. Ik bied u mijn gebed aan en mijn dagelijks lijden... opdat de Heer u met zijn genade nieuwe kracht moge schenken om de moeizame rechte weg te blijven vervolgen ter verdediging van de eeuwige waarheid... Ik dank u eveneens voor de duidelijke en besliste woorden die u met name in de laatste encycliek Humanae vitae hebt gesproken, en ik verzeker u opnieuw van mijn geloof in en mijn onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan uw verlichte richtlijnen».

Omhelst uw kruis van harte

Tot het einde toe blijft Pater Pio zijn missie vervullen van biechtvader en slachtoffer. In het jaar 1967 neemt hij bijna 70 mensen per dag de biecht af. In groten getale doen zich, onder invloed van zijn uitstraling, wonderen, profetieën, bekeringen en roepingen voor. Maar zijn eigen geestelijk leven speelt zich af in «de nacht van het geloof». «Ik weet niet of ik goed of slecht handel, zegt hij. En dat geldt overal en met alles, aan het altaar, in de biechtstoel, overal. Dat ik voorwaarts ga is bijna een wonder, maar begrijpen doe ik niets... Zo te leven is wel erg lastig... Ik leg me erbij neer, maar mijn «fiat voluntas tua» komt me zo koud, zo vergeefs voor!... Ik laat de zorg daarover aan Jezus Christus». De H. Johannes van het Kruis heeft geschreven: «Deze dorheid doet de ziel in zuivere liefde tot God voortgaan. Want zij wordt niet meer tot activiteit aangezet door de smaak en het genot van het werk. Dat was misschien nog het geval toen zij genoegens smaakte. Het enige dat haar nu nog aanzet, is het genoegen dat zij God verschaft». Dezelfde lering treffen we aan in de brieven van Pater Pio: «Ik zeg jullie je volslagen nietigheid te beminnen. Dat houdt in nederig, innerlijk rustig en zachtmoedig zijn en het vertrouwen bewaren in perioden van duisternis en onmacht; het houdt in zich niet laten verontrusten maar zijn kruis evenals zijn duisternis van harte omhelzen – ik zeg niet met een blij gemoed maar wel vastberaden en standvastig». Maar door alle tegenslagen heen blijft Pater Pio in wezen een tevreden, gelukkig en blijmoedige man: dat is het christelijk mysterie.

Op 23 september 1968 blaast Pater Pio blijmoedige in zijn klooster San Giovanni Rotondo zacht de laatste adem uit. Hij had ooit geschreven: «Wanneer ons laatste uur zal hebben geslagen, wanneer het kloppen van ons hart tot zwijgen zal zijn gekomen, zal alles voor ons afgelopen zijn, de tijd van verdiensten en van onverdiensten... Het is moeilijk om een heilige te worden; moeilijk maar niet onmogelijk. De weg naar de volmaaktheid is lang, zoals het leven van ons allemaal. Laten we daarom onderweg niet stoppen en de Heer zal niet nalaten ons de steun van zijn genade te verlenen; Hij zal ons helpen en ons kronen met een eeuwige triomf».

Zalige Pater Pio, leer ons «door ons geduld deel te nemen aan het lijden van Christus en zo te verdienen om ook deelgenoten te worden van zijn Rijk» (Regel van St.-Benedictus, Proloog).

Dom Antoine Marie osb

Om het Blad van de Abdij Saint-Joseph de Clairval te publiceren in een tijdschrift, blad... of on het internetsite of een website te plaatsen, is een toelating vereist. Deze dient te worden aangevraagd per E-Mail or bij http://www.clairval.com.

Index der Briefe  - Home Page

Webmaster © 1996-2017 Traditions Monastiques